|
PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN
Europese wetgeving
| Richtlijn |
Publicatieblad |
Jaar |
| 89/686/EEG |
L399 |
1989 |
|
93/68/EEG (wijziging) |
L220 |
1993 |
| 93/95/EEG
(wijziging) |
L276 |
1993 |
| 96/58/EG
(wijziging) |
L236 |
1996 |
| wijziging
van 93/68/EEG |
L216 |
1997 |
Nederlandse wetgeving
| Wet |
Publicatie |
Jaar |
| Warenwetbesluit persoonlijke
beschermingsmiddelen |
Staatsblad 396 |
1992 |
| Besluit persoonlijke
beschermingsmiddelen |
Staatsblad 441 |
1993 |
Toepassingsgebied
Deze richtlijn is van toepassing op persoonlijke
beschermingsmiddelen, hierna te noemen "beschermingsmiddelen".
Onder beschermingsmiddel wordt een
uitrustingsstuk of -middel verstaan dat bestemd is om door een persoon te worden
gedragen of vastgehouden als bescherming tegen één of meer gevaren die een
bedreiging voor zijn gezondheid en zijn veiligheid kunnen vormen.
Als beschermingsmiddel wordt ook beschouwd:
a een geheel dat is samengesteld uit verscheidene uitrustingsstukken of
-middelen die door de fabrikant onderling zijn verbonden om een persoon te
beschermen tegen één of meer, mogelijk gelijktijdig optredende gevaren;
b een uitrustingsstuk of beschermingsmiddel dat al of niet onlosmakelijk
verbonden is met een niet-beschermende persoonlijke uitrusting die door een
persoon wordt gedragen of vastgehouden voor het bedrijven van een bepaalde
activiteit;
c verwisselbare onderdelen van een beschermingsmiddel die voor de goede werking
ervan onontbeerlijk zijn, en die uitsluitend voor dat beschermingsmiddel worden
gebruikt.
Als integrerend bestanddeel van een
beschermingsmiddel wordt beschouwd, ieder samen met het beschermingsmiddel in de
handel gebracht verbindingssysteem dat het beschermingsmiddel aan een andere,
externe voorziening verbindt, zelfs wanneer het verbindingssysteem voor de
tijdsduur dat de gebruiker aan het risico c.q. de risico's is blootgesteld, niet
ononderbroken behoeft te worden gedragen of meegevoerd.
Uitzonderingen
- beschermingsmiddelen die vallen onder een andere richtlijn
met dezelfde doelstelling ten aanzien van het in de handel brengen, het vrije
verkeer en de veiligheid als de onderhavige richtlijn;
- ongeacht de bovengenoemde reden van uitsluiting van het toepassingsgebied, de
in de lijst met uitzonderingen van bijlage I van de richtlijn genoemde soorten
beschermingsmiddelen:
1. Beschermingsmiddelen die speciaal zijn ontworpen en vervaardigd voor
de strijdkrachten of de
ordehandhaving (helmen, schilden enz.).
2. Beschermingsmiddelen voor zelfverdediging tegen aanvallers (spuitbussen,
individuele afschrikkingwapens enz.).
3. Beschermingsmiddelen die zijn ontworpen en vervaardigd voor particulier
gebruik ter bescherming tegen:
- bepaalde weersomstandigheden (hoofdbedekking, seizoenkleding, schoenen en
laarzen, paraplu's enz.),
- vocht, water (afwashandschoenen enz.),
- hitte (handschoenen enz.).
4. Beschermingsmiddelen die bestemd zijn voor het beschermen of redden van
personen aan boord van schepen of luchtvaartuigen en die niet permanent worden
gedragen.
5. Helmen en vizieren voor gebruikers van motorvoertuigen met twee of drie
wielen.
Normen
Beschermingsmiddelen die voldoen aan van toepassing
zijnde geharmoniseerde normen worden geacht te voldoen aan de richtlijn.
CE-markering
Nodig voor het in de handel brengen:
- toetsing aan de richtlijnen en normen
- beoordeling (indien van toepassing) door erkende instantie
- technisch dossier
- gebruiksaanwijzing
Publicaties
Richtlijn en een instructie (Engelstalig) gratis
verkrijgbaar in de map publicaties.
|