Deel 5: ATEX Gaszones en ventilatie in een groot gebouw

In het vijfde deel van de 7-delige serie ATEX en gaszones bespreken we ventilatie in een groot gebouw.

Vier soorten gevarenbronnen

Een ATEX zone wordt bepaald door de aanwezigheid van een gevarenbron. Een gevarenbron is hier een plaats waar gas, damp, nevel of vloeistof kan vrijkomen en die een explosieve atmosfeer kan vormen. Er zijn 4 soorten gevarenbronnen:

  1. een continue gevarenbron: geeft in principe een zone 0 (een plaats waar vrijwel continu een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  2. een primaire gevarenbron: geeft in principe een zone 1 (een plaats waar regelmatig een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  3. een secundaire gevarenbron: geeft in principe een zone 2 (een plaats waar zelden een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  4. geen gevarenbron: geeft geen ATEX zone, Niet Gevaarlijk Gebied (een plaats waar vrijwel nooit een brandbare atmosfeer aanwezig is)

Ventilatie in een groot gebouw

Deze vorm van ventilatie kenmerkt zich door natuurlijke trek en een hoog gebouw met voldoende vloeroppervlak.

Volgens de NPR 7910-1 is een groot gebouw:
“3.24
ruimte of gebouw met zodanige afmetingen en van zodanige constructie dat met betrekking tot verspreiding en verdunning van gassen die vrijkomen uit gevarenbronnen met een debiet tot 10 g/s omstandigheden heersen overeenkomend met de open lucht.”

Overeenkomen met open lucht betekent dat dezelfde condities dan gelden als bij een gevarenbron in buitenluchtomstandigheden.

Door de hoogte van het gebouw kan er een voldoende grote verticale luchtstroom ontstaan, die voor voldoende luchtverversing kan zorgen bij de gevarenbronnen. Om te voorkomen dat zich een brandbare laag damp bij de vloer of onder het plafond kan verzamelen, dient de oppervlakte ook voldoende groot te zijn.

ATEX gaszones en ventilatie

Bij gasexplosiegevaren dient in het kader van de zonering altijd de ventilatie in beschouwing te worden genomen. In het Explosieveiligheidsdocument dient bij de argumentatie van de ATEX zones de ventilatieomstandigheden te worden vermeld en waar relevant ook te worden aangetoond met berekeningen.

Wanneer we de ATEX zones gaan bepalen aan de hand van de NPR 7910-1, komen we al gauw terecht bij een van de meest belangrijkste pagina’s uit de NPR 7910-1:2012 en dat is tabel 7. In tabel 7 van de NPR 7910-1 worden de diverse vormen van ventilatie genoemd en wordt aangegeven wat het effect van de ventilatie op de zonering is.

In een 7-tal artikelen behandelen we de verschillende soorten ventilatie en de specifieke aandachtspunten.

  1. Ventilatie in de buitenlucht en een open gebouw
  2. Geen of beperkte ventilatie in een gebouw
  3. Kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw
  4. Kunstmatig plaatselijke ventilatie in een gebouw
  5. Een groot gebouw
  6. Zone-afmetingen in relatie tot de ventilatie-omstandigheden
  7. Bewaking, meting, alarmering bij ventilatie-installaties