Deel 4: kunstmatige plaatselijke ventilatie

In dit vierde deel van de serie ATEX en gaszones bespreken we kunstmatige plaatselijke ventilatie.

Vier soorten gevarenbronnen

Een ATEX zone wordt bepaald door de aanwezigheid van een gevarenbron. Een gevarenbron is hier een plaats waar gas, damp, nevel of vloeistof kan vrijkomen en die een explosieve atmosfeer kan vormen. Er zijn 4 soorten gevarenbronnen:

  1. een continue gevarenbron: geeft in principe een zone 0 (een plaats waar vrijwel continu een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  2. een primaire gevarenbron: geeft in principe een zone 1 (een plaats waar regelmatig een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  3. een secundaire gevarenbron: geeft in principe een zone 2 (een plaats waar zelden een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  4. geen gevarenbron: geeft geen ATEX zone, Niet Gevaarlijk Gebied (een plaats waar vrijwel nooit een brandbare atmosfeer aanwezig is)

Kunstmatige plaatselijke ventilatie

Deze vorm van ventilatie kenmerkt zich door afzuiging aan de bron. Helaas geeft de NPR 7910-1 geen definitie wat nu precies als plaatselijk moet worden beschouwd. Plaatselijke ventilatie moet echter worden beschouwd als een lokale- of bronafzuiging.

Volgens de NPR 7910-1 is kunstmatige plaatselijke ventilatie:
3.16.5.2
luchtverversing ter plaatse van en specifiek voor een bepaalde gevarenbron, zoals de luchtverversing in een apparaat-omkasting of een puntafzuiging en waarbij de ventilatiecapaciteit zo groot is dat de concentratie van de brandbare gassen in de luchtafvoer 10 % van de onderste explosiegrens (LEL) niet kan overschrijden

Deze vorm van afzuiging is ook erg belangrijk als het gaat om de gezondheid van personen die worden blootgesteld aan schadelijke gassen of dampen. In sommige situaties is een ruimte bijvoorbeeld toch al als een zone 1 geclassificeerd, dan nog kan een plaatselijke afzuiging noodzakelijk zijn, om de blootstelling aan schadelijke stoffen te voorkomen.

Handelingen met open vaten of IBC (intermediate bulk containers) dienen bijna altijd met plaatselijke afzuiging te worden gedaan. Immers een open vat of IBC is een continue gevarenbron en dit zou standaard een zone 0 veroorzaken met een zonering rondom de bron of zelfs de gehele ruimte. Veel apparatuur is niet geschikt voor een zone 0, door plaatselijke afzuiging toe te passen, kunnen continue bronnen, zogenaamde verwaarloosbare zone’s 0 gaan worden met een zone 1 of 2 of NGG (afhankelijk van de beschikbaarheid) in het afzuiggebied.

In het kader van de NPR 7910-1 dient kunstmatige plaatselijke ventilatie altijd aan een paar voorwaarden te voldoen, die we eerst hieronder opsommen:

  1. de ventilatie dient te worden bewaakt door flowdetectie of drukverschil-meting. Bij het uitvallen van de ventilatie dient er een alarm te worden gegeven en afhankelijk van de beschikbaarheid dient een tweede ventilator automatisch te worden gestart. Na het alarm dient de ventilatie zo snel mogelijk te worden herstart.
  2. de ventilatiecapaciteit dient voldoende te zijn, om de uit de gevarenbron uittredende brandbare stof onmiddellijk te verdunnen tot beneden de LEL. Hierdoor is het gebied waarin zich een explosief mengsel bevindt, verwaarloosbaar klein. Indien de ventilatie is uitgevallen ontstaat er een explosief mengsel. De beschikbaarheid van de ventilatie is dan ook van invloed op de uiteindelijke zonering.
  3. de ventilatie dient gunstig te zijn aangebracht, zodat de uittredende dampen en gassen goed worden afgezogen. Doorgaans wordt er gebruik gemaakt van afzuigtrechters.

ATEX gaszones en ventilatie

Bij gasexplosiegevaren dient in het kader van de zonering altijd de ventilatie in beschouwing te worden genomen. In het Explosieveiligheidsdocument dient bij de argumentatie van de ATEX zones de ventilatieomstandigheden te worden vermeld en waar relevant ook te worden aangetoond met berekeningen.

Wanneer we de ATEX zones gaan bepalen aan de hand van de NPR 7910-1, komen we al gauw terecht bij een van de meest belangrijkste pagina’s uit de NPR 7910-1:2012 en dat is tabel 7. In tabel 7 van de NPR 7910-1 worden de diverse vormen van ventilatie genoemd en wordt aangegeven wat het effect van de ventilatie op de zonering is.

In een 7-tal artikelen behandelen we de verschillende soorten ventilatie en de specifieke aandachtspunten.

  1. Ventilatie in de buitenlucht en een open gebouw
  2. Geen of beperkte ventilatie in een gebouw
  3. Kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw
  4. Kunstmatig plaatselijke ventilatie in een gebouw
  5. Een groot gebouw
  6. Zone-afmetingen in relatie tot de ventilatie-omstandigheden
  7. Bewaking, meting, alarmering bij ventilatie-installaties

Cursus ATEX Zonering (Ex 002)

Tijdens de ATEX cursus IEC Ex 002 behandelen we via een stappenplan hoe de ATEX zones voor gas en voor stof kunnen worden bepaald. Het resultaat van de zonering wordt in een formaat gegeven, zodat het onderdeel kan uitmaken van een explosieveiligheidsdocument. Waar nodig maken we ook uitstapjes naar andere methoden voor het bepalen van ATEX zones.

In tabel 7 van de NPR 7910-1 komen 3 verschillende vormen van beschikbaarheid tegen:

  • voldoende beschikbaarheid: de ventilatie is slechts zelden en gedurende een korte periode buiten bedrijf. Tijdens uitval van de ventilatie behoren passende maatregelen te worden getroffen.
  • goede beschikbaarheid: bij uitval van de ventilator start een tweede ventilator automatisch op
  • goede beschikbaarheid met absolute waarborgen: er is een noodstroomvoorziening beschikbaar die bij van het openbare net automatisch wordt ingeschakeld. Er is tevens een tweede ventilator beschikbaar, die bij uitval van de eerste automatisch opstart.

Het belang van de beschikbaarheid komt tot uiting in de klasse en de afmetingen van de ATEX zones.

kunstmatige plaatselijke ventilatie

kunstmatige plaatselijke ventilatie