Leestijd: 4 minuten

Deel 1: Ventilatie in de buitenlucht en een open gebouw

Bij installaties die in de buitenlucht zijn opgesteld wordt er meestal van uitgegaan dat er voldoende luchtbeweging is, waarbij de luchtsnelheid zelden kleiner is dan 0,5 m/s. Belangrijk hierbij is dat er geen wezenlijke hindernissen aanwezig zijn. Hiervan zal in de praktijk een inschatting moeten worden gemaakt. Bij een installatie in de buitenlucht, maar die in een hoek bij een gebouw is geplaatst, kan mogelijk onvoldoende luchtbeweging aanwezig zijn.

Vier soorten gevarenbronnen

Indien er sprake is van buitenluchtomstandigheden dan wordt de klasse van de ATEX zone gelijk aan die van de gevarenbron. Een gevarenbron is hier een plaats waar gas, damp, nevel of vloeistof kan vrijkomen en die een explosieve atmosfeer kan vormen. Er zijn 4 soorten gevarenbronnen:

  1. een continue gevarenbron: geeft in principe een zone 0 (een plaats waar vrijwel continu een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  2. een primaire gevarenbron: geeft in principe een zone 1 (een plaats waar regelmatig een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  3. een secundaire gevarenbron: geeft in principe een zone 2 (een plaats waar zelden een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  4. geen gevarenbron: geeft geen ATEX zone, Niet Gevaarlijk Gebied (een plaats waar vrijwel nooit een brandbare atmosfeer aanwezig is)

In de NPR 7910-1 worden in hoofdstuk 7 de diverse gevarenbronnen toegelicht.

Dus een primaire gevarenbron geeft bij buitenluchtomstandigheden ook daadwerkelijk een zone 1, omdat de zoneklasse overeenkomstig is aan die van de gevarenbron.
Zie tabel 7 van de NPR 7910-1.

(artikel gaat verder na de voorbeelden)

ATEX gaszones en ventilatie

Bij gasexplosiegevaren dient in het kader van de zonering altijd de ventilatie in beschouwing te worden genomen. In het Explosieveiligheidsdocument dient bij de argumentatie van de ATEX zones de ventilatieomstandigheden te worden vermeld en waar relevant ook te worden aangetoond met berekeningen.

Wanneer we de ATEX zones gaan bepalen aan de hand van de NPR 7910-1, komen we al gauw terecht bij een van de meest belangrijkste pagina’s uit de NPR 7910-1:2012 en dat is tabel 7. In tabel 7 van de NPR 7910-1 worden de diverse vormen van ventilatie genoemd en wordt aangegeven wat het effect van de ventilatie op de zonering is.

In een 7-tal artikelen behandelen we de verschillende soorten ventilatie en de specifieke aandachtspunten.

  1. Ventilatie in de buitenlucht en een open gebouw
  2. Geen of beperkte ventilatie in een gebouw
  3. Kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw
  4. Kunstmatig plaatselijke ventilatie in een gebouw
  5. Een groot gebouw
  6. Zone-afmetingen in relatie tot de ventilatie-omstandigheden
  7. Bewaking, meting, alarmering bij ventilatie-installaties