Mag je een normale smartwatch dragen in een ATEX zone?

Leestijd: < 1 minuut

Nee, dat mag niet.

Je zou kunnen denken dat een smartwatch misschien een eenvoudig apparaat is of als een eenvoudig horloge kan worden beschouwd.

In de IEC 60079-14:2013 wordt het onderwerp “persoonlijk materieel” behandeld (par. 5.10.3).

Doorgaans is het aanvaardbaar om in een ATEX zone 2 of 22 eenvoudige polshorloges of gehoorapparaten te dragen, welke niet ATEX gecertificeerd zijn. Het maken van een risicobeoordeling is altijd noodzakelijk. Met deze risicobeoordeling moet worden beoordeeld of het dragen van eenvoudige horloges of gehoorapparaten (welke niet ATEX gecertificeerd zijn) een aanvaardbaar risico is. Hiervoor zal er een ontstekingsanalyse moeten worden gemaakt. In een ATEX zone 0 of 20 zijn horloges of gehoorapparaten niet toegestaan, tenzij deze hiervoor zijn gecertificeerd volgens ATEX 114 richtlijn (2014/34/EG). Het zal nog wel lastig zijn om in een zone 0 of 20 aanwezig te zijn met een horloge, immers zone 0 of 20 betekent: voortdurend een explosieve atmosfeer.

Een smartwatch valt niet onder het begrip eenvoudig, vaak zijn deze horloges uitgerust met Bluetooth en/of Wi-Fi en kunnen ook worden opgeladen, plus er zit electronica in. Derhalve is een normale smartwatch niet geschikt om te worden gebruikt in gezoneerd gebied, behalve als de smartwatch ATEX gecertificeerd is. Een smartwatch is ook verkrijgbaar in Ex uitvoering.

Online training: niet meer weg te denken

Leestijd: < 1 minuut

Sinds maart 2020 geven we de normaal gesproken klassikale trainingen in Appingedam via een livestream, ook wel online training genoemd. De ervaringen zijn erg positief en we hebben er veel nieuwe mogelijkheden bij gekregen.

  • Even een document delen via de chat-functie: binnen een paar seconden heeft iedere deelnemer het.
  • Een detail goed in beeld brengen: even inzoomen met de camera en je ziet de kleinste details.
  • Zelf een foto of een casus laten zien, je deelt even gemakkelijk je eigen scherm en we kunnen je vraag beantwoorden.
  • In groepjes aan een casus werken, we maken een breakout-sessie en je werkt met een groepje aan een opdracht.
  • De cursusboeken ontvang je op papier, maar we delen ze gemakkelijk ook digitaal met je.

En hoe doe je dan de praktijk? We zorgen ervoor dat je materialen en opdrachten toegestuurd krijgt of we hebben video instructies hoe je het één en ander moet doen. Voor bijna alles is wel een oplossing, behalve het directe contact met je medecursisten, dat is het verschil.

Wil je meer weten over de online trainingen? Bekijk onze veel gestelde vragen.

We denken echter dat de voordelen groter zijn dan de nadelen en gaan dan ook door met de online trainingen. Bekijk het cursusprogramma voor 2020/2021.

ATEX deskundigheid en opleiding

Leestijd: 3 minuten

Welke opleiding is verplicht voor werknemers in relatie tot ATEX?

Dit is een veel gestelde vraag. Allereerst kijken we naar hetgeen de wet hierover aangeeft:

  • De Europese ATEX 153 richtlijn (1999/92/EG) geeft het volgende aan in bijlage 2:
    • 1.1. Opleiding van werknemers
      De werkgever verschaft werknemers die werkzaam zijn op plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen,
      voldoende en passende opleiding met betrekking tot de bescherming tegen explosiegevaar.
  • In Nederland is de Europese ATEX 153 richtlijn opgenomen in het Arbobesluit en de Arbowet. Het betreffende onderwerp omtrent opleiding van werknemers uit de ATEX 153 is opgenomen in de Arbowet artikel 8:
    • De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken.
    • De werkgever zorgt ervoor dat aan de werknemers doeltreffend en aan hun onderscheiden taken aangepast onderricht wordt verstrekt met betrekking tot de arbeidsomstandigheden.
    • Indien persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking van de werknemers worden gesteld en indien op arbeidsmiddelen of anderszins beveiligingen zijn aangebracht, zorgt de werkgever ervoor dat de werknemers op de hoogte zijn van hun doel en werking en de wijze waarop zij deze dienen te gebruiken.
  • In België is de Europese ATEX 153 richtlijn opgenomen in de Codex over Welzijn op het werk. Het betreffende onderwerp omtrent opleiding van werknemers uit de ATEX 153 is opgenomen in boek III, titel 4, bijlage III.4-2:
    • De werkgever verschaft werknemers die werkzaam zijn in ruimten waar explosieve atmosferen aanwezig kunnen zijn, een voldoende en passende opleiding met betrekking tot de bescherming tegen explosiegevaar

Dat een voldoende en passende opleiding verplicht is duidelijk. De volgende vraag is:

Wat is een passende en voldoende ATEX opleiding?

Een passende ATEX opleiding is een opleiding die zoveel mogelijk aansluit bij de aard van de werkzaamheden van de werknemer. We gaan dus kijken wat de taken en bevoegdheden zijn van een werknemer en kijken welke opleiding daarbij het beste past.

Een voldoende ATEX opleiding is een opleiding die voldoende kennis en kunde geeft, zodat de werknemer zijn taken veilig en naar behoren kan uitvoeren. Of een opleiding voldoende aansluit bij de cursist kan worden getoetst met een examen.

Het behalen van certificaten of persoonscertificaten is niet wettelijk verplicht, uiteraard is het verstandig om een opleiding af te ronden met een examen. Hiermee wordt aantoonbaarheid verkregen.

IECEx modules

IECEx modules

Hoe pakken we dit aan in de praktijk?

Een aantal praktische tips:

  1. Kijk naar de opleidingsstructuur volgens IECEx 05. Zie figuur. Dit geeft in de meeste gevallen al voldoende houvast.
  2. Maak een opleidingsplan in het kader van ATEX. Kijk naar de taken en bevoegdheden en zoek daarbij de passende opleidingen.
  3. Hou rekening met de herhalingsfrequentie van opleidingen.
  4. Maak een opleiding, zeker een “in house” opleiding, op maat en gebruik voorbeelden uit de eigen dagelijkse praktijk.

Een aantal voorbeelden

  • Operators van installatie’s waarbij sprake is van explosiegevaar. Een cursus ATEX Awareness Ex 000 (1 dagdeel) is hier een voldoende en passende opleiding. In deze opleiding worden de gevaren en risico’s besproken en worden de bedrijfsregels en voorschriften behandeld. Met behulp van praktische voorbeelden en demonstraties worden de voorschriften kenbaar en herkenbaar gemaakt. Door gebruik te maken van voorbeelden uit de eigen werkplek zal de kennis het beste worden overgedragen.
  • Leidinggevenden van installaties waarbij sprake is van explosiegevaar. De leidinggevenden schrijven werkvergunningen uit en geven opdracht tot reparaties en vervanging van onderdelen. Een opleiding ATEX basis Ex 001 (2 dagen) is hier een voldoende en passende opleiding. Indien deze opleiding incompany wordt verzorgd dienen er veel eigen praktijksituaties te worden behandeld.
  • Monteurs van een technische dienst van een installatie met explosiegevaar. Een praktijktraining ATEX E&I of W-monteur is hier een passende opleiding (1 dag). Na een korte theoretische uitleg wordt er praktisch geoefend of praktijkcases behandeld.
  • Leidinggevenden van een technische dienst van een installatie met explosiegevaar. De leidinggevenden geven opdracht tot vervangen van onderdelen of het plaatsen van nieuwe apparatuur in ATEX zones. In deze functie is het van belang om kennis te hebben van de basisprincipes en de installatievoorschriften. Een opleiding ATEX basis Ex 001 + ATEX installatie Ex 003/006 is hier passend. In deze combinatie is dit een 4-daagse opleiding (afzonderlijk duren beide trainingen 2 + 3 = 5 dagen).
  • Procesengineers die zich bezig houden met zoneringen in een chemische fabriek. Hier is een ATEX basis Ex 001 + ATEX zoneringen Ex 002 een passende opleiding. Deze opleiding duurt 4 dagen.
  • Maintenance manager als ATEX installatieverantwoordelijke van een groot opslagbedrijf van brandbare vloeistoffen. Een opleiding ATEX Ex 001, 002, 003, 006, 007, 008, 016 (mechanisch) is hier passend, bij IAB is dat de ATEX Masterclass.

Er zijn natuurlijk veel meer voorbeelden te verzinnen. Bent u op zoek naar een opleidingsadvies, neem contact op of vul het contactformulier in. We denken graag mee voor een passende en voldoende opleiding, met maar 1 doel: het voorkomen van explosies.

ATEX persoonscertificaat: verplicht of niet?

Leestijd: 3 minuten

Wij krijgen herhaaldelijk de vraag of het behalen van een persoonscertificaat of het doen van ATEX examens verplicht is. Het antwoord is nee, een ATEX persoonscertificaat is niet verplicht.

Het doel van examens

Het doel van examens is het aantoonbaar maken dat je de kennis voldoende beheerst. Het is niet wettelijk verplicht om dit middels examens te doen, maar uiteraard wel heel gebruikelijk. Na het behalen van een examen krijg je een certificaat, waarmee je aantoonbaarheid van kennis hebt.

IECEx modules

IECEx modules

Op het internationale vlak kennen we de organisatie IECEx. Deze organisatie heeft in IECEX05 diverse eindtermen omschreven over welke basiskennis aanwezig moet zijn bij de diverse onderliggende modules. Zie figuur.

IECEx persoonscertificaat niet verplicht

Je kan bij IECEx ook een persoonscertificaat krijgen, waarop staat aangegeven voor welke modules je een certificaat hebt. Dit persoonscertificaat is niet wettelijk verplicht. Het kan wel handig zijn als je veel internationaal werkt.

Voor het verkrijgen van een persoonscertificaat moet je naar een IECEx Certification Body. In Nederland is dat bijvoorbeeld Dekra. Je doet een examen voor de betreffende module en je krijgt daarvan een zogenaamd Attest, dus een certificaat dat je het examen hebt behaald. Wil je geen persoonscertificaat, dan ben je klaar. Wil je wel een persoonscertificaat, dan moet je een Evidence File opsturen en indien dat is goedgekeurd, dan krijg je het persoonscertificaat voor de betreffende module. De kosten van een persoonscertificaat zijn circa € 300,–. Dit is dus extra boven op de examenkosten.

De vraag is of je werkelijk een IECEx persoonscertificaat nodig hebt, want het is volgens de Arbowetgeving of Welzijnswetgeving niet verplicht.

Wat is wel verplicht?

Iedereen die in een ATEX zone werkzaamheden verricht dient een passende instructie te hebben gehad. Wat is passend? Dan kijk je naar de aard van de werkzaamheden. Voor operators is doorgaans een ATEX Awareness cursus voldoende. Voor een ATEX installatieverantwoordelijke is minimaal Ex 001 noodzakelijk, maar wellicht ook alle andere modules.

IAB Examens

Bij IAB Ingenieurs kun je voor alle modules ook een examen doen. Inhoudelijk voldoet dit aan de eindtermen van IECEx, dus we stellen de vereiste vragen over de betreffende onderwerpen, etc. Bij voldoende resultaat krijg je een IAB certificaat voor de betreffende module. Het is echter geen Attest volgens IECEx, maar inhoudelijk voldoet het IAB examen wel aan de eindtermen van IECEx. Wil je een persoonscertificaat volgens IECEx, dan is het noodzakelijk om bij Dekra een examen te doen. Hoef je geen IECEx persoonscertificaat, dan kun je prima bij IAB Ingenieurs het examen doen. Je kunt uiteraard ook later beslissen om alsnog een IECEx examen te doen, nadat je eerst bij IAB een examen hebt gedaan.

Werkwijze IAB Examens

Tot augustus 2020 was het examen onderdeel van de training. Met ingang van september 2020 nemen we de examens af op een apart moment. Je kiest zelf een datum waarop je dat schikt. Op de gekozen datum maak je online (dus op je eigen werkplek in het bedrijf of thuis, etc.) het examen. Waarom we de examens apart afnemen hebben we beschreven in het artikel “Examens apart afgenomen”.

Voorbeeld

Stel je houdt je bezig met het maken van zoneringen. Dan is het zeer verstandig dat je je kennis hiervan aantoonbaar maakt. Het zoneren valt binnen IECEX05 onder module Ex 002. De eindtermen van deze module zijn beschreven in een OD (Operational Document) van IECEx. Ook is beschreven hoeveel vragen en welke onderwerpen in het examen Ex 002 aan de orde moeten komen.

Bij IAB kun je dan het examen IAB Ex 002 doen. Dit examen bestaat uit een theorie- en praktijkdeel volgens de eindtermen van IECEx. Dus bij IAB krijg je dan ook een theorie- en praktijkexamen. Het theoriegedeelte bestaat uit meerkeuze en open vragen. Het praktijkgedeelte bestaat uit het uitwerken van een aantal praktijkcasussen. Deze examens zijn allemaal online af te leggen.

Indien je bent geslaagd voor het IAB Ex 002 examen krijg je een IAB certificaat voor module Ex 002. Dit certificaat is 5 jaar geldig. Hiermee voldoe je aan de wettelijke scholingsverplichtingen volgens de Arbowetgeving (NL) of Welzijnswetgeving (BE) voor de betreffende module Ex 002.

Over 5 jaar kun je weer opnieuw examen doen, of je volgt eerst de opfriscursus ATEX zonering Ex 002 en doet daarna examen.

Stel je moet gaandeweg ook zoneringen maken bij een buitenlands bedrijf en dit bedrijf stelt een persoonscertificaat verplicht (dit komt zelden voor). Dan moet je alsnog het Ex 002 examen doen bij Dekra en daarna een persoonscertificaat aanvragen.

Examen doen?

Wil je je kennis van ATEX aantonen? Wij organiseren bijna elke vrijdag online examens. Examens kun je bestellen via de IAB webshop. Mocht je meer willen weten over de IAB examens, neem dan contact op.

Meer lezen: ATEX deskundigheid en opleiding

 

 

 

 

Is ATEX markering op een product zonder ontstekingsbron toegestaan?

Leestijd: 2 minuten

Regelmatig krijgen we te maken met producten, zonder een inherente potentiële ontstekingsbron, waar dan wel een Ex markering op is aangebracht.

Is ATEX markering op een product zonder ontstekingsbron toegestaan?

Het antwoord is: Nee, dergelijke producten mogen geen Ex-markering dragen.

Toelichting

Voor een nadere toelichting moeten we gaan kijken in de ATEX 114 richtlijn en de gids op de ATEX 114 richtlijn.

In de ATEX 114 richtlijn staat het volgende:

”Artikel 2 ATEX 114 richtlijn:

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

„apparaten”: machines, materieel, vaste of mobiele inrichtingen, bedieningsorganen en instrumenten, alsmede detectie- en preventiesystemen, die, alleen of in combinatie, bestemd zijn voor productie, transport, opslag, meting, regeling, energieomzetting en/of grondstoffenverwerking en die door hun inherente potentiële bronnen van ontvlamming een explosie kunnen veroorzaken;”

Met andere woorden: apparaten zonder een eigen inherente potentiële ontstekingsbron vallen niet onder de ATEX 114 richtlijn en mogen ook niet worden gemarkeerd met CE en Ex volgens de ATEX 114 richtlijn. Uiteraard is het mogelijk dat een product nog onder een andere richtlijn of verordening valt en het daardoor wel CE-gemarkeerd moet worden.

De gids op de ATEX 114 richtlijn geeft het volgende aan:

”A defining element of equipment in the sense of the Directive is that it has to have its own potential source of ignition.

Potential sources of ignition could be: electric sparks, arcs and flashes, electrostatic discharges, electromagnetic waves, ionising radiation, hot surfaces, flames and hot gases, mechanically generated sparks, optical radiation, chemical flame initiation, compression.

If the only source of electrostatic charging comes from the process, such items are not considered to have their own source of ignition, and they are not in scope of Directive 2014/34/EU. In these cases they should not be Ex or CE marked according to Directive 2014/34/EU.”

Voorbeelden van apparatuur die niet onder de ATEX 114 richtlijn vallen

Voorbeelden van apparatuur die niet onder de ATEX 114 richtlijn vallen en gemarkeerd mogen zijn met het CE en Ex symbool:

  • Een ladder
  • Vonkvrij gereedschap, zoals een steeksleutel
  • Afzuigleidingen bij puntafzuiging.

Voor alle voorbeelden geldt: de gebruiker dient altijd een ontstekingsanalyse te maken en de juiste maatregelen te nemen. Dus bij een puntafzuiging in ATEX-omgevingen gebruiken we doorgaans anti-statisch materiaal.

Autonome beveiligingssystemen

Een andere bijzondere categorie zijn autonome beveiligingssystemen. Deze hebben doorgaans ook geen eigen ontstekingsbron, maar voorkomen een explosie of beperken de gevolgen van een explosie. Deze vallen wel onder de ATEX 114 richtlijn. Deze moeten wel CE en Ex gemarkeerd zijn.

Voorbeelden van autonome beveiligingssystemen zijn:

  • Breekplaten (bijvoorbeeld voor stoffilters)
  • Vlamdovers
  • Explosie-onderdrukkingssystemen

Een autonoom beveiligingssysteem dient altijd een EU-typeonderzoek of een eenheidskeuring te ondergaan door een Notified Body.

 

Ontbreken van een beoordeling van vaste stoffen in het EVD

Leestijd: 3 minuten

Hoe kijkt de Arbeidsinspectie (ISZW) tegen uw EVD aan? Deel 7 van 7

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

In het explosieveiligheidsdocument is opgenomen: de stofwolken ontstaan alleen in het inwendige van de menger en derhalve is een zonering niet aanwezig. Deze beoordeling over de verwerking van brandbare vaste stoffen is onjuist.

Situatieschets van de menginstallatie voor poeders

Voor een installatie waarin poeders worden gemengd in een peddelmenger, was in het explosieveiligheidsdocument (EVD) aangegeven dat het brandbare poeders betrof, die in fijn verdeelde vorm werden gemengd in een menger.

Een aantal eigenschappen van het poeder:

  • Kst = 140 bar.m/s
  • St. 1 = stofklasse 1
  • MIE = 30 – 100 mJ (o.I)
  • Gemiddelde korrelgrootte = 90 µm
  • MOT = 450 °C
  • T5mm = 440 °C

In het EVD was bij de zoneringsplicht opgenomen dat het inwendige van de menger niet gezoneerd behoefde te worden. De argumentatie hiervoor was, dat voor het inwendige van apparaten een zonering niet nodig is.

Ook inwendige van apparaten zoneren

Niet zoneren omdat het het inwendige van apparaten betreft, is onjuist. Ook in het inwendige van apparaten kunnen zich explosieve atmosferen voordoen. Derhalve zal daar ook moeten worden gezoneerd.

Toelichting

In artikel 8 van de ATEX 153 richtlijn vinden we o.a. het volgende terug:

Artikel 8

Explosieveiligheidsdocument


Bij het voldoen aan de verplichtingen van artikel 4 zorgt de werkgever ervoor dat er een document, hierna te noemen „explosieveiligheidsdocument”, wordt opgesteld en bijgehouden.

Uit het explosieveiligheidsdocument moet met name blijken:

  • dat de explosierisico’s geïdentificeerd en beoordeeld werden;
  • dat afdoende maatregelen genomen zullen worden om het doel van deze richtlijn te bereiken;
  • welke plaatsen overeenkomstig bijlage I in zones zijn ingedeeld;
  • op welke plaatsen de minimumvoorschriften van bijlage II van toepassing zijn;
  • dat de arbeidsplaatsen en arbeidsmiddelen, met inbegrip van de alarminstallaties, met de vereiste aandacht voor de veiligheid worden ontworpen, bediend en onderhouden;
  • dat overeenkomstig Richtlijn 89/655/EEG van de Raad (1), voorzorgsmaatregelen voor het veilig gebruik van de arbeidsmiddelen zijn getroffen.

De plaatsen die in zones moeten worden ingedeeld, kunnen zich ook in het inwendige van apparatuur bevinden.

inwendige ATEX zone bij een peddelmenger voor stoffen

In de gids op de ATEX 153 richtlijn wordt dit nog nader toegelicht:

2.2.3 Waar kan zich een explosieve atmosfeer voordoen?

Wanneer het ontstaan van een explosieve atmosfeer mogelijk is, moet worden vastgesteld waar deze zich op de werkplek en/of in de installatie voordoet teneinde het mogelijk gevaar te kunnen beperken.
Om dit te kunnen vaststellen dient wederom rekening te worden gehouden met de eigenschappen van de stoffen en de specifieke omstandigheden van de installaties, procestechniek en omgeving…

Ook de NPR 7910-2 (praktijkrichtlijn voor het vaststellen van zones) geeft aan dat er voor het inwendige van apparaten (stofomhullingen) een gevarenzone-indeling moet worden gemaakt.
Voor het inwendige van apparatuur is dus een zonering vereist, indien zich daar een gevaarlijke explosieve atmosfeer kan voordoen. Vanuit de NPR 7910-2 geldt deze indelingsplicht, wanneer meer dan 0,1 kg brandbaar stof (deeltjesgrootte kleiner dan 0,1 mm) aanwezig kan zijn.

De klasse van de inwendige zonering kan uiteraard nog door veel factoren worden beïnvloed. Uiteraard is het ook mogelijk om vast te stellen dat er inwendig geen zone aanwezig is, omdat er gebruik wordt gemaakt van inertisering.

Stofconcentratie bepaalt aanwezigheid explosieve atmosfeer

De stofconcentratie in een menger is sterk afhankelijk van de korrelgrootte-verdeling van de producten, de mengsnelheid en de vulgraad. Indien tijdens het mengen een constante explosieve atmosfeer aanwezig is, dient het inwendige als een zone 20 te worden beschouwd. In veel situaties zijn de stofconcentraties ofwel zeer hoog (boven UEL) of zeer laag (beneden LEL) en is een explosieve atmosfeer tijdens bedrijf niet aanwezig.

Tijdens het starten en stoppen kan wel een explosieve atmosfeer aanwezig zijn en zou ten minste een zone 21 moeten worden gedefinieerd. Bij de indeling van de inwendige zones dient goed naar de concentraties en de werking van de menger te worden gekeken.

Voldoende en goede beschikbaarheid van ventilatie

Leestijd: 3 minuten

Hoe kijkt de Arbeidsinspectie (ISZW) tegen uw EVD aan? Deel 6 van 7

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

In de opstellingsruimte van de vulmachine (ethanol) is de ruimtelijke ventilatie niet voorzien van een tweede ventilator, derhalve dient niet Ex-materieel in de ruimte te worden verwijderd.

In een grote hal, 30 m x 30 m x 4 meter hoog staat een vulmachine opgesteld voor het vullen van vaten met ethanol.

Situatieschets: grote hal met vulmachine voor vaten ethanol

In een grote hal, 30 m x 30 m x 4 meter hoog staat een vulmachine opgesteld voor het vullen van vaten met ethanol.

De hal wordt ruimtelijk geventileerd met een ventilatievoud van 7. Het ventilatiesysteem is opgebouwd uit diverse luchtkanalen en één ventilator. Deze ventilator staat buiten op het dak opgesteld en zuigt de lucht uit de ruimte. De ventilatie wordt bewaakt en bij uitval wordt een alarm gegeven en wordt de toevoer naar de vulmachine automatisch afgesloten. Het vullen van de vaten stopt. De vaten moeten bij een alarm handmatig worden gesloten.

Plaatselijke afzuiging

Verder is de vulmachine voorzien van een plaatselijke afzuiging. Tijdens het vullen van de vaten is deze plaatselijke afzuiging actief. Zodra de machine stopt met vullen, wordt ook de plaatselijke afzuiging uitgeschakeld. Voor deze plaatselijke afzuiging is een tweede ventilator aanwezig, deze staat eveneens op het dak opgesteld. Deze plaatselijke afzuiging wordt ook bewaakt, indien de plaatselijke afzuiging niet functioneert, geeft de machine een alarm en kan er niet worden gevuld.

In het EVD is deze situatie, het vullen van de vaten, beschreven als een primaire gevarenbron waarbij ruimtelijke ventilatie aanwezig is met goede beschikbaarheid en voldoende capaciteit. Immers, bij uitval van de ventilatie stopt de toevoer naar de vulmachine. Rondom de vulmachine is een zone 1 met een straal van 1 meter gedefinieerd en 1 m verbreding (hoedjesmodel volgens de NPR 7910-1). Zie tabel 7 van de NPR 7910-1. Buiten deze zone zijn verlichtingen en andere apparatuur geplaatst, deze zijn niet explosieveilig.

ISZW is in deze situatie van mening dat er geen sprake is van goede beschikbaarheid, omdat de vaten, na uitval van de ventilatie, niet automatisch worden afgesloten, dit moet immers handmatig gebeuren. Tevens valt bij uitval van de machine ook de plaatselijke ventilatie uit.

Ventilatiebeschikbaarheid volgens NPR 7910-1

Volgens de NPR 7910-1 par. 8.3.3.2 is er, naast een tweede ventilator, ook sprake van goede beschikbaarheid in de volgende omstandigheden: Indien een voorziening is aangebracht die bij een ventilatiestoring het vrijkomen van brandbare substantie rechtstreeks verhindert (door automatisch wegnemen van de gevarenbron, zoals het stoppen van een proces), wordt de beschikbaarheid van de ventilatie eveneens als goed beschouwd.

De uitleg volgens de NPR 7910-1 betekent het volgende:

  • ofwel er is sprake van goede beschikbaarheid door het toepassen van twee ventilatoren ten behoeve van de ruimtelijke ventilatie;
  • ofwel er is sprake van het automatisch wegnemen van de gevarenbron indien de ventilatie uitvalt. Hierbij is dan één ventilator voldoende.

Wanneer we naar dit voorschrift kijken heeft ISZW een punt. Immers de vaten blijven open en worden bij uitval van de ventilatie niet automatisch gesloten. Dus de gevarenbron wordt niet automatisch weggenomen.

De ventilatie kan niet worden beschouwd als “goede beschikbaarheid”, maar als voldoende beschikbaarheid. Hierdoor wordt de zonering anders, namelijk zone 1 met r=1 m (hoedjesmodel) rondom de vulmachine en zone 2 voor de rest van de ruimte. (zie tabel 7 NPR 7910-1). Derhalve dient alle apparatuur in de hal explosieveilig te zijn uitgevoerd volgens zone 2.

Oplossingen voor verbeteren explosieveiligheid

Nu zijn er een aantal mogelijke oplossingen (onderstaande lijst is niet uitputtend!):

  1. alle normale apparatuur in de ruimte vervangen voor Ex-materieel;
  2. een tweede ventilator plaatsen ten behoeve van de ruimtelijke ventilatie, zodat er sprake is van goede beschikbaarheid;
  3. een voorziening maken die de vaten automatisch sluit.

Er zal een overweging moeten worden gemaakt, welke van de mogelijke oplossingen in dit geval het meest praktisch is.


Lees ook onze 7-delige serie over ATEX gaszones en ventilatie.

ATEX wijziging Arbobesluit 31-01-2020

Leestijd: 3 minuten

ATEX wijzing Arbobesluit definitief

Middels een wijzigingsbesluit (23-01-2020) is het Arbobesluit artikel 3.5e gewijzigd.

Onderdeel 3.5e van het Arbobesluit wordt nu:

voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, geen aanvullende eisen stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de apparatencategorie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 en toegepast volgens de navolgende principes:

  • 1°.gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur;
  • 2°.gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur;
  • 3°.gevarenzone 2 of 22: categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-apparatuur;

Toelichting wijziging

In onderdeel e van artikel 3.5e Arbobesluit is bepaald dat:

  • apparaten en beveiligingsmiddelen moeten worden gebruikt overeenkomstig de apparatencategorieën,
  • zoals bedoeld in het Besluit explosieveilig materieel 2016,
  • en moeten worden toegepast volgens de beschreven principes,
  • waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende gevarenzones.

Maatregelen schriftelijk vastleggen in een explosieveiligheidsdocument

Als uit de beoordeling van de gevaren in verband met explosieve atmosferen (bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, Arbobesluit) blijkt dat maatregelen nodig zijn, dat moeten die worden genomen. Dit dient schriftelijk te worden vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.

Term ‘Andere eisen’ wekt verkeerde indruk

Uit de aanhef van artikel 3.5e Arbobesluit (oud) volgde dat het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, Arbobesluit «andere eisen» kon stellen.

De formulering «andere eisen» kon ten onrechte de indruk wekken dat het mogelijk was:

  • ter zake minder eisen te stellen;
  • een minder strenge gevarenzone te kiezen;
  • apparatuur of beveiligingsmiddelen te gebruiken uit een minder strenge categorie dan vermeld in de punten 1°, 2° of 3° van onderdeel e;
  • af te zien van het treffen van de maatregelen die nodig zijn volgens de beoordeling van de gevaren met betrekking tot explosieve atmosferen, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid.

Met «andere eisen» werd en wordt echter bedoeld dat er «aanvullende, extra eisen» gesteld kunnen worden.

Uitgangpunt bij de eisen met betrekking tot explosieve atmosferen is het voorkomen van het ontstaan van een explosieve atmosfeer.

Zonering en passende maatregelen

Indien het risico op het ontstaan en de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer niet volledig weggenomen kan worden, dan wordt een gebied ingedeeld in een gevarenzone en moeten passende maatregelen getroffen worden.

In de gevarenzone moeten apparaten en beveiligingssystemen worden gebruikt die passend zijn bij de ingedeelde gevarenzone. Voor de gevaarlijkste zone mag uitsluitend apparatuur worden gebruikt die een zeer hoog explosiegevaarbeschermingsniveau biedt. Voor de minder gevaarlijke zones mag alleen apparatuur worden gebruikt van een zeer hoog of hoog explosiegevaarbeschermingsniveau en voor de minst gevaarlijke zone apparatuur van een zeer hoog, hoog of normaal explosiegevaarbeschermingsniveau.

Indien er voor een apparatencategorie géén apparatuur of beveiligingsmiddelen beschikbaar zijn (of niet op een redelijke termijn beschikbaar gaan komen), mag afgeweken worden van de principes, bedoeld in artikel 3.5e, onderdeel e, Arbobesluit. Er moeten dan wel aanvullende maatregelen genomen worden om te zorgen dat het explosiegevaar zoveel mogelijk wordt teruggedrongen. Indien de gebruikers weten dat de apparatuur of beveiligingsmiddelen meer dan één keer gebruikt zullen worden, moeten zij er voor zorgen dat die apparatuur of beveiligingsmiddelen beschikbaar komen. De gebruikers moeten dus bij de fabrikant vragen naar de ontwikkeling van deze apparatuur of beveiligingsmiddelen.

Bij de beoordeling van de gevaren met betrekking tot explosieve atmosferen, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, Arbobesluit, moeten verder alle mogelijke incidentele of tijdelijke werkzaamheden die in een gevarenzone nodig (kunnen) zijn, worden meegenomen.

Ook bij deze werkzaamheden is het uitgangspunt dat de gevarenbron zo veel mogelijk wordt weggenomen of gereduceerd.

Een reductie kan leiden tot een minder gevaarlijke gevarenzone en hierdoor tot het treffen van minder zware maatregelen.

De werkzaamheden kunnen echter ook nieuwe of aanvullende risico’s introduceren. Door onder andere het gebruik of de mogelijke aanwezigheid van andere gevaarlijke stoffen of het gebruik van een ander proces, kan juist sprake zijn van een vergroting van het gevaar met als gevolg een zwaardere gevarenzone en het bewerkstelligen van een hoger explosiegevaarbeschermingsniveau. Dat is precies wat wordt beoogd met Bijlage II, onderdeel B, van richtlijn 1999/92/EG.

De bepalingen van paragraaf 2a. «Explosieve atmosferen» van het Arbobesluit zijn op veel sectoren van toepassing, bijvoorbeeld in de chemische sector. Daarbij is bij de chemische sector sprake van uitzonderlijke situaties waarin bij bedrijven gevaarlijke werkzaamheden in een gevarenzone als bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid, Arbobesluit plaats moeten vinden. Daarbij kan het stilleggen van de installaties voor aanvullende risico’s voor de werknemers, zelfstandigen en omgeving zorgen.

In het kader van het explosieveiligheidsdocument, bedoeld in artikel 3.5c, Arbobesluit, zal de werkgever dan een uitgebreide risicobeoordeling moeten maken. Hierbij moeten alle risico’s voor de werknemers, zelfstandigen en derden bekeken zijn. Tevens moeten er aanvullende maatregelen worden getroffen om de omvang van de gevarenzone weg te nemen of zo veel als mogelijk te reduceren. Verder moet de werkgever er voor zorgen dat met deze aanvullende maatregelen geen nieuwe risico’s voor de werknemers en zelfstandigen worden geïntroduceerd.

Indien aan die voorwaarden is voldaan, is het toegestaan dat in de chemische sector de werkzaamheden toch in een gevarenzone plaatsvinden zonder het uit bedrijf halen van de installatie.

De eis dat de apparatuur en beveiligingsmiddelen conform de apparatencategorieën, bedoeld in het Besluit explosieveilig materieel 2016, worden gebruikt, geldt echter altijd onverkort.

Download het volledige besluit (wachtwoord IAB Member nodig).

Afmetingen van gevarenzones bij grote lekdebieten berekenen

Leestijd: 2 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt bij een biovergistingstank:

“De afmetingen van de gevarenzones bij de veiligheidsafblazen dienen door berekening te worden vastgesteld”.

De afmetingen van de ATEX zones worden voor een groot gedeelte bepaald door het zogenaamde lekdebiet. In de NPR 7910-1 worden de afmetingen als volgt aan het lekdebiet gekoppeld:

  • lekdebiet tot 1 gram /.s: R= 1 meter
  • lekdebiet 1 – 10 gram /s: R = 7 meter
  • lekdebiet groter dan 10 gram /s: afmetingen berekenen

Wat is het lekdebiet?

Het lekdebiet is de hoeveelheid gas of damp, maar niet de hoeveelheid vloeistof.

Basisvoorbeelden ATEX gaszonering

Uit een veiligheidsafblaas op de betreffende biovergistingstank werd met een lekdebiet van circa 150 gram / seconde gerekend. Dit is beduidend meer dan 10 gram / s. Daarom is een berekening van de gevarenzone-afmeting is hier zeker op zijn plaats.

Veiligheidsafblaas op een biovergistingstank
Veiligheidsafblaas op een biovergistingstank

Voor grote lekdebieten dienen de afmetingen van de gevarenzones dus te worden berekend. Maar hoe doen we dat?

Hoe bereken je afmetingen van ATEX zones?

Er zijn verschillende methodieken beschikbaar.

Berekening via de ‘release characteristic’

Met de IEC 60079-10-1 kan met de zogenaamde “release characteristic” de afmeting van de zone worden bepaald. Met behulp van figuur D.1 uit de IEC 60079-10-1 kan de afstand van de zone worden bepaald, op basis van de release characteristic [lekdebiet / (dichtheid x veiligheidsfactor x LEL)].

Afmetingen van ATEX zones berekenen met behulp van software

Resultaat softwareberekening van een afblaas op een tank
Resultaat softwareberekening van een afblaas op een tank

Een andere methode is het gebruik van sofware. Er zijn diverse software programma’s beschikbaar, zoals Fred, Qvent, Flacs, Phast / Safeti, Qvent, Openfoam (open source). Het gebruik van software vergt wel de nodige voorbereiding.

Beschrijven methode inertiseren EVD

Leestijd: 3 minuten

Naar aanleiding van een inspectie maakt ISZW (Arbeidsinspectie) de volgende opmerking:

“Het EVD biedt onvoldoende informatie rondom het inertiseren van de tank.”

Situatieschets van de tank

In een reactor worden producten verwerkt, waarvan het vlampunt minder dan 5 °C boven de procestemperatuur ligt. Om explosierisico’s te voorkomen is besloten om de verwerking in de reactor onder een inerte atmosfeer uit te voeren. In het explosieveiligheidsdocument is zonder meer aangenomen dat er in de reactor dan geen explosieve atmosfeer meer aanwezig is.

Beschrijven methode van inertiseren
Voorbeeld van een een geïnertiseerde ruimte.

Definitie vlampunt

Het vlampunt van een vloeistof is als volgt gedefinieerd:

Vlampunt
Laagste vloeistoftemperatuur waarbij onder zekere genormaliseerde omstandigheden uit een vloeistof dampen in een zodanige hoeveelheid worden afgegeven dat een brandbaar gasmengsel van damp en lucht kan worden gevormd (IEC 60079‐10‐1).

Voorbeeld: een vloeistof met een vlampunt van 65 °C, zal in een reactorvat bij een temperatuur van 80 °C voldoende damp geven om een explosieve atmosfeer te kunnen vormen.


Een beschrijving van de methode van inertiseren en de beveiliging ontbrak in het explosieveiligheidsdocument, dit moet uiteraard wel worden beschreven. Je kunt deze beschrijving volledig in het EVD opnemen of ernaar verwijzen in een apart document.

Het al of niet aanwezig zijn van een inerte atmosfeer in een vat of reactor dient op een bepaalde manier te worden bewaakt. Hiertoe biedt de praktijkrichtlijn NPR-CEN/TR 15281 de nodige handvaten.

In het EVD dient dus een beschrijving aanwezig te zijn over de manier van inertiseren, maar vooral ook van de beveiligingen om de inerte atmosfeer daadwerkelijk te waarborgen.

Controleren en monitoren inerte atmosfeer

Monitoring en controle is essentieel voor het opzetten en onderhouden van een inerte atmosfeer. Indien het zuurstofniveau wordt gemeten, is het bewakings- en/of controlesysteem direct. Aan de betrouwbaarheid van deze zuurstofmeting worden de nodige eisen gesteld.

Indien er geen zuurstofmeting aanwezig is, is het bewakingssysteem een afgeleide referentiewaarde. Dus door meting van bijvoorbeeld flow of druk wordt een inerte atmosfeer gegarandeerd. Toepassing van andere methoden dan directe zuurstofmeting vereist een grondige analyse van de relatie tussen de zuurstofconcentratie en de controleparameters.

De referentiemethoden moeten worden geverifieerd met behulp van een werkelijke zuurstofmeting vóór het eerste gebruik en periodiek worden bevestigd.

Een goede vraag:

“Controleren we met een daadwerkelijke zuurstofmeting of de inertisering in orde is en doen we dit periodiek?”

Het is noodzakelijk om veilige grenzen van variabelen te bepalen, zoals flow, druk of zuurstofconcentratie. Deze zijn afhankelijk van de gebruikte methode van inertisatie. Ook de methode van bewaking is afhankelijk van de methode van inertisatie. Het bewakingssysteem heeft kritieke elementen die moeten worden gedefinieerd.

De bewakings-, controle- en analysesystemen moeten beschikken over de juiste certificatie in relatie tot de aanwezige ATEX zone. De praktijkrichtlijn NPR-CEN/TR 15281 geeft meer informatie over de beveiligingssystemen.

Dode door explosie door o.a. falen inerte atmosfeer

Het borgen van een inerte atmosfeer blijkt in de praktijk best nog wel lastig te zijn. Hoe dit helemaal mis heeft kunnen gaan blijkt uit de beschrijving van de explosie bij CP Kelco in Nijmegen in 2009. Hier ontstond een explosie door o.a. het falen van de inerte atmosfeer. Deze ramp, waarbij 1 dode viel te betreuren is onderzocht door de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Download het volledige verslag van de Onderzoeksraad via ons downloadarchief.

NPR 7910:2018 – nieuwe “zone” inert gebied

In het ontwerp van de nieuwe NPR 7910-1:2018 wordt gesproken over een nieuwe “zone”, het zogenaamde inert gebied IG. Eigenlijk een beetje overbodig, immers met inertisering kunnen we een zone verlichting krijgen, bijvoorbeeld van zone 0 naar zone 1 of zone 2, of van zone 2 naar NGG (niet gevaarlijk gebied). Eigenlijk is dit geen reden om een nieuwe zone-aanduiding IG te introduceren, misschien enkel om deze aan te duiden. Indien er sprake is van een IG-gebied, dan dient er ook een uitgebreid verslag te zijn van de inertisatie volgens o.a. de NPR-CEN/TR 15281.

De componentenlijst

Leestijd: 3 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

“De componentenlijsten waarin de apparatuur in de gevarenzones zijn opgenomen zijn nog niet volledig. Tijdens de inspectie zijn apparaten aangetroffen die A. niet in de componentenlijst waren opgenomen en B. niet waren voorzien van markeringen waaruit blijkt dat deze geschikt waren voor de gevarenzone.”

Wanneer mag een installatie in gebruik worden genomen?

Een installatie mag pas in gebruik worden genomen wanneer is aangetoond dat aan het gebruik van apparatuur geen explosiegevaar is verbonden. In de wetgeving vinden we dit terug in het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5e onder c:

“installaties, apparaten, beveiligingssystemen en het installatiemateriaal, worden, met inachtneming van onderdeel e, slechts in gebruik genomen indien uit het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat aan het gebruik ervan geen explosiegevaar is verbonden;

Wat betekent dit nu praktisch gezien?

Nadat de gevarenzones zijn vastgesteld, wordt er een zogenaamde componentenlijst opgesteld. Deze lijst bevat een overzicht van alle apparatuur die in een ATEX zone aanwezig is. Concreet betekent dit dat van ieder apparaat de relevante gegevens die op het typeplaatje staan worden overgenomen in een lijst. Bij grote aantallen is dit een omvangrijk karwei. Hiervoor wordt bij voorkeur een foto gemaakt van het typeplaatje, waarna de gegevens op een later moment kunnen worden verwerkt.

LET OP! Het maken van foto’s in een gevarenzone moeten worden uitgevoerd met een ATEX camera, tenzij er redenen zijn waarbij dit technisch niet uitvoerbaar is. In dat geval kan er middels passende maatregelen (werkvergunning / gasdetectie / etc.) gewerkt worden met een normale camera.

De componentenlijst dient zowel de elektrische als ook de mechanische apparatuur te bevatten. Tijdens het opstellen wordt in de praktijk al snel ontdekt wanneer bepaalde apparaten niet geschikt zijn voor een gevarenzone, omdat de relevante Ex-markeringen ontbreken.

Naast het invullen van de componentenlijst dient de apparatuur in de gevarenzone ook voor eerste ingebruikname te worden geïnspecteerd. De stand der techniek op dit punt is voor elektrische apparatuur vastgelegd in de NEN EN IEC 60079-17. Voor de eerste ingebruikname dient er van de elektrische apparatuur een gedetailleerde inspectie te worden uitgevoerd.

Uitvoeren gedetailleerde inspectie na ingebruikname installatie

Is de installatie echter al in bedrijf genomen, dan dient achteraf nog steeds een gedetailleerde inspectie te worden uitgevoerd. Uiteraard is dit achteraf erg lastig, want alle aansluitdozen moeten open en dit kan alleen in spanningsloze toestand (enkele uitzonderingen daargelaten).

Voorbeelden van typeplaatjes zoals deze worden opgenomen in een componentenlijst

Ook mechanische apparatuur dient voor de eerste ingebruikname te worden geïnspecteerd. Hiervoor is echter geen norm beschikbaar. Voor deze inspectie gebruikt u onder andere de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. In deze gebruiksaanwijzing staan de nodige aanwijzing voor een veilig gebruik van de mechanische apparatuur.

De componentenlijst kan ook goed worden gebruikt voor de inspectie van de apparatuur in de ATEX zones. Eventuele gebreken kunnen dan in een aparte kolom bij de betreffende apparatuur worden aangeven.

Ook het vermelden van de nodige certificaten van de Ex-apparatuur kan middels een hyperlink bij ieder component worden aangegeven.

Vermelden van apparatuur die niet in de ATEX zone is opgesteld

Naast de apparatuur in de gevarenzones hebben we ook te maken met associated apparatus, ofwel apparatuur die niet in de ATEX zone is opgesteld, maar wel van belang is voor explosieveiligheid. Denk hierbij aan barriers voor intrinsiek veilige circuits of motorbeveiligingen voor Ex e motoren of PTC-controllers.

Dus in een componentenlijst waarin een intrinsiek veilige niveaumeter is beschreven, volgt ook een verwijzing naar de barrier waarmee deze niveaumeter is verbonden. Van deze intrinsiek veilige kring dient ook de zogenaamde loop-berekening aanwezig te zijn.

Het mag duidelijk zijn dat het samenstellen van een componentenlijst bij een omvangrijke installatie veel werk is om achteraf samen te stellen. En nog veel belangrijker, als deze componentenlijst er is, deze up to date te houden.

Een voorbeeld van een componentenlijst kunt u downloaden via onze website.

De nieuwe NPR 3299:2019 voor acculaadstations

Leestijd: 5 minuten

In mei 2019 is er een nieuwe versie verschenen van de NPR 3299. In het kader van ATEX komt in bijna ieder bedrijf de NPR 3299 ook aan de orde. Immers in veel bedrijven zijn elektrische voertuigen, zoals heftrucks, veegmachines, stapelaars, etc. aanwezig en de accu’s in deze voertuigen moeten worden opgeladen.

Tijdens het opladen van accu’s (let op: niet alle typen accu’s) komt er waterstofgas vrij. Hierdoor is er explosiegevaar bij acculaadstations. In een explosieveiligheidsdocument moeten de laadplekken en/of laadruimten dan ook worden beschreven en tevens moet worden bepaald of er sprake is van een ATEX zone.

Wat zijn de veranderingen in de nieuwe NPR 3299?

De nieuwe NPR 3299:2019 is meer in lijn gebracht met de internationale norm voor tractiebatterijen, de NEN EN IEC 62485-3:2014. Hieronder een overzicht van de meest belangrijkste veranderingen in het kader van explosieveiligheid:

  • de veiligheidszone boven de batterij is vergroot van 0,5 m naar 0,6 m
  • aanpassing van de formule voor het berekenen van de ventilatie
  • aanpassing voor het bepalen van de laadstroom tijdens de gasfase
  • ter voorkoming van statische elektriciteit dienen de voorschriften uit de NPR-CLC-IEC/TR 60079-32-1 te worden opgevolgd (meer leren hierover zie: online training statische elektriciteit)
  • werkzaamheden zijn alleen toelaatbaar indien is vastgesteld dat de acculader is uitgeschakeld en geborgd tegen onbedoeld inschakelen (LoToTo) (opmerking IAB: in de vorige editie stond dat werkzaamheden alleen worden toegelaten indien de directe omgeving niet explosiegevaarlijk is, het was beter geweest dit te laten staan, immers direct na het uitschakelen en in LoToTo zetten van een acculader is er nog steeds explosiegevaar)

De wijzigingen in de nieuwe NPR 3299 dienen te worden doorgevoerd bij de volgende revisie of in elk nieuw explosieveiligheidsdocument (EVD).

Alle* wijzigingen op een rijtje (* kleine details zijn niet in onderstaand overzicht opgenomen):

  • Voorwoord
    • aanpassing: verwijzing naar de ATEX 153 (was ATEX 137) / 1ste alinea
    • nieuw: NiCd batterijen worden ook genoemd bij de voorbeelden en het probleem van blussen bij lithiumbatterijen / 3de alinea
    • aanpassing: personen die hebben meegewerkt aan de norm worden niet meer expliciet genoemd
  • Hoofdstuk 1 Onderwerp en toepassingsgebied
    • nieuw: de uitzondering voor laadinrichtingen voor elektrische volgens NEN 1010-7-722 / 2de alinea
    • aanpassing: verwijzing naar de NPR 5310 is weg
    • nieuw: de uitzondering voor niet-industriële toepassingen, zoals batterijen voor rolstoelen en dergelijke / 2de alinea
  • Hoofdstuk 2 Verwijzingen
    • aanpassing: de normen voor hijskranen (NEN 2017, etc.) zijn verwijderd, staat nu een nieuwe referentie in de bibliografie
    • aanpassing: de NPR 5310 is verwijderd en staat nu in de bibliografie
    • aanpassing: de nieuwe norm NPR-CLC-IEC/TR 60079-32-1 voor statische elektriciteit is vermeld (was NPR-CLC/TR 50404)
    • nieuw: vermelding van de normen voor nood- en oogdouches NEN-EN 15154 serie
    • aanpassing: vermelding nieuwe norm NEN-EN-IEC 62485-3 (vervangt de NEN-EN 50272-3)
    • nieuw: vermelding van richtlijn 93/43/EEG inzake levensmiddelenhygiëne
    • nieuw: vermelding van de ATEX 153 richtlijn (1999/92/EG)
    • aanpassing: richtlijn 89/391/EEG (algemene kaderrichtlijn voor veilig werken) is verplaatst naar bibliografie
    • aanpassing: verwijzingen naar IEC 60079-0 / IEC 60079-10-1 / IEC 60079-10-2 verwijderd
  • Hoofdstuk 3 Termen en definities
    • aanpassing: definitie van elektrisch arbeidsmiddel verwijderd
    • aanpassing: diverse kleine tekstaanpassingen en verwijzingen toegevoegd
  • Hoofdstuk 4 Risico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 4.1 Explosierisico
    • verwijderd: vrijkomen van zuurstof (1ste alinea)
    • aanpassing: de ontstekingsenergie van waterstof is nu correct weergegeven, 0,019 mJ (stond in de oude versie 0,019 J)
    • nieuw: verwijzing naar de NEN-EN 1127-1 (ontstekingsbronnen)
    • aanpassing: voorbeelden van ontstekingsbronnen door o.a. schakelhandelingen, kortsluiting, etc.
    • aanpassing: nieuwe norm voor statische elektriciteit (NPR-CLC-IEC/TR 60079-32-1)
  • Hoofdstuk 4.2 Elektrische risico’s
    • nieuw: de max. aanraakspanning bij goed geleidende omstandigheden (60 VDC) en water (30 VDC) vermeld
    • nieuw: de gevaren van vlambogen zijn vermeld
  • Hoofdstuk 4.3 Milieurisico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 4.4 Gezondheidsrisico’s
    • aanpassing: de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen wordt niet meer genoemd, wel HACCP en de verordening 852/2004.
  • Hoofdstuk 4.5 Brandrisico’s
    • nieuw: paragraaf omtrent brandgevaar door overbelasting van een elektrisch circuit
  • Hoofdstuk 4.6 Overige risico’s
    • aanpassingen: nieuwe verwijzing naar de NEN-EN-IEC 62485-3
  • Hoofdstuk 5 Risico-inventarisatie en -evaluatie (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.1 Algemeen (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.2 Explosierisico
    • aanpassing: de ontstekingsenergie van waterstof is nu correct weergegeven, 0,019 mJ (stond in de oude versie 0,019 J)
    • aanpassing: de veiligheidszone boven de accu is nu 0,6 m (was 0,5 m)
    • nieuw: voorschrift voor het open laten van deksels tijdens het laden (7de alinea)
    • verwijzing naar de NEN-EN 50272-3 is weg (8ste alinea)
    • nieuw: formule voor de berekeningen (ook niet helemaal nieuw, maar wel iets anders) (formule 1)
    • nieuw: bepaling van Igas (overgenomen uit de NEN-EN-IEC 62485-3)
    • verwijderd: advies over plaatsing van ventilator en toepassing van explosieveilige ventilator
    • verwijderd: bussen en trechters voor vullen van batterijen dienen van kunststof te zijn
    • nieuw: aanvulling bij verlichting dat zich in het armatuur geen gas op kan hopen
    • nieuw: indien statische oplading mogelijk is, behoort het voertuig eerst te worden vereffend
    • verwijderd: elk apparaat in een laadruimte dient explosieveilig te zijn
    • aangepast: werkzaamheden zijn alleen toelaatbaar indien is vastgesteld dat de acculader is uitgeschakeld en geborgd tegen onbedoeld inschakelen (LoToTo)
  • Hoofdstuk 5.3 Risico’s van elektrische oorsprong (titel aangepast)
    • nieuw: verwijzing naar de NEN 1010
    • aanpassing: voorschriften voor hijsgereedschap nu in een andere paragraaf
    • nieuw: aanvulling om periodieke keuringen te laten uitvoeren van de elektrische installatie, gelijkrichters en batterijen
  • Hoofdstuk 5.4 Milieurisico’s
    • aanpassing: vloeren dienen vloeistofwerend te zijn (was vloeistofdicht)
    • nieuw: tijdens neutraliseren van elektrolyt met soda ontstaat CO2 en er dient voldoende ventilatie te zijn om CO2 af te voeren
  • Hoofdstuk 5.5 Gezondheidsrisico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6 Overige risico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.1 Werken met elektrolyt (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.2 Werkprocedures en adequate trainingen (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.3 Veilige indeling van de laadruimte
    • nieuw: de veiligheidsafstand tussen batterij en laadinrichting dient min. 0,6 m te zijn
    • aanpassing: bij het laden van een intern transportmiddel (was heftruck) dient voldoende vrije ruimte te zijn (was 0,8 m)
  • Hoofdstuk 5.6.4 Persoonlijke beschermingsmiddelen (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.5 Voorzieningen om bij ongevallen letsel te beperken
    • nieuw: verwijzing naar normen voor nooddouches en oogdouches NEN-EN 15154 serie
    • nieuw: voorbeelden van gebodsborden en waarschuwingsborden
  • Hoofdstuk 5.6.6 Het wisselen van batterijen
    • aanpassing: voorschriften voor hijsen en verplaatsen van batterijen (stond eerst in hoofdstuk 5.3)
    • nieuw: verwijzing naar de nieuwe norm voor hijsgereedschap NEN-EN 13001 reeks
    • nieuw: voorschrift voor zijdelings wisselen
  • Hoofdstuk 5.6.7 Vloeren van de laadruimte (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 6 Beheer van laadruimte en laadplekken
    • aanpassing: laders vervangen door gelijkrichters
  • Bijlage A Voorbeeld van een berekening
    • aanpassing: A.1: nieuwe formule gebruikt, waardoor ventilatie iets hoger is
    • aanpassing: A.2: nieuwe verwijzing naar NEN-EN-IEC 62485-3
    • onjuistheid: de berekening van Vr klopt niet, hier had moeten staan: 2,5 x 19,8 = 49,5 m3
  • Bijlage B Voorbeelden van een inrichting van een laadruimte
    • aanpassing: legenda nr.1 lader vervangen door tractiegelijkrichter
    • nieuw: voorbeelden B.2 laadruimte
  • Bibliografie
    • verschuiving van een aantal normen vanuit hoofdstuk 2 naar bibliografie v.v.

Voor aanschaf van de nieuwe NPR 3299:2019 zie www.nen.nl

De indeling van gevarenbronnen: primair of continu?

Leestijd: 3 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

“Rond de opening van de IBC met daarin de pijp van een vatenpomp is geen primaire bron maar een continue bron aanwezig.”

In een tapplaats wordt een brandbare vloeistof met een vlampunt van -4 °C uit een IBC gepompt. De vatenpomp steekt door de ruime opening van de IBC. Zie de foto in dit artikel voor een vergelijkbare opstelling.

Is een vatenpomp een primaire of continue gevarenbron?

vatenpomp in IBC met open verbinding: een continue gevarenbron
Vatenpomp in IBC met open verbinding: een continue gevarenbron

In het EVD van onze casus is de opening van de IBC als een primaire bron aangemerkt. In eerste instantie ook een redelijke aanname. Want in de NPR 7910-1 wordt in hoofdstuk 7.2 bemonsterings-, doseer- of tappunten vermeldt als voorbeelden van primaire bronnen.

Wanneer de vatenpomp goed zou zijn afgesloten in de opening van de IBC, zou inderdaad een primaire bron hier op zijn plaats zijn. Met enige regelmaat dient de vatenpomp uit de IBC te worden gehaald en is er herhaaldelijk een explosieve atmosfeer aanwezig: een primaire gevarenbron dus.

Maar wanneer de vatenpomp niet goed is afgesloten op de IBC, zoals te zien is op de foto, ontstaat er door de grote opening een continue gevarenbron. Deze continue bron geeft een ATEX zone 0.

Omschrijving continue gevarenbron volgens NPR 7910-1

In de NPR 7910-1 vinden we in hoofdstuk 7.2 de omschrijving van een continue gevarenbron:

“Continue gevarenbronnen zijn bronnen op plaatsen waar tijdens het normale proces het inwendige van de installatie in min of meer open verbinding met de omgeving staat. Deze gevarenbronnen lekken vrijwel voortdurend.”

Voorbeelden van continue gevarenbronnen zijn :

  • ontluchtingsopeningen
  • open vaten

De grote opening in de IBC staat in open verbinding met de omgeving. Daarom is de opmerking van ISZW is terecht. Dit heeft vervolgens consequenties voor de zonering.

Ventilatietabel speelt rol bij bepalen uiteindelijke ATEX-zone

In het explosieveiligheidsdocument dient een argumentatie van de ATEX-zones te worden opgenomen. Vanuit de redenatie van een gevarenbron, wordt in combinatie met de ventilatie, de uiteindelijke gevarenzone bepaald. Hierbij speelt de ventilatietabel (NPR 7910-1 tabel 7: Zonesoort en -afmetingen in relatie tot de ventilatieomstandigheden) een zeer belangrijke rol.

Stel dat de IBC met de vatenpomp in een ruimte staat opgesteld, waarin ruimtelijke ventilatie met voldoende beschikbaarheid en voldoende capaciteit aanwezig is, dan ontstaat bij de IBC een zone 0 met een R = 1m volgens het hoedjesmodel (dampen zijn zwaarder dan lucht) en een zone 2 voor het overige deel van de ruimte. (volg tabel 7 van de NPR 7910-1)

Deze zonering zorgt best wel voor wat problemen, de vatenpomp die in de IBC is gestoken heeft doorgaans een categorie 2G certificering en is daarmee niet geschikt voor deze gevarenzone indeling.

De gebruikelijke oplossing voor dit soort situaties moet worden gezocht het maken van de juiste afdichting van vatenpomp en IBC en in het toepassen van plaatselijke afzuiging.

De zonering verandert door een plaatselijke afzuiging in een verwaarloosbare zone 0 en een zone 1 in het afzuiggebied. Dit geeft een veel betere werksituatie, niet alleen in het kader van ATEX, maar zeker ook wat betreft de arbeidshygiëne.

Let op: alle soorten kunstmatige ventilatie / afzuiging dienen te worden bewaakt, zodat bij uitval van ventilatie er een alarm wordt gegeven.

Wanneer mag je volgens de wet ATEX inspecties uitvoeren?

Leestijd: 2 minuten

Er is veel onduidelijk over het inspecteren van ATEX apparatuur. Wanneer ben je nou als inspecteur bevoegd om ATEX apparatuur te inspecteren? Wij krijgen hier regelmatig vragen over. De belangrijkste vragen over ATEX inspecties uitvoeren zetten we op een rij.

1. Zijn er wettelijk gezien eisen gesteld AAN ATEX inspecties uitvoeren?

Ja, de inspecteur moet deskundig zijn. Hoe deze deskundigheid moet worden aangetoond geeft de wet niet aan. Wel is er een soort goed vakmanschap en dan komen we bij de norm NEN EN IEC 60079-17 terecht. Wanneer kan worden aangetoond dat de inspecteur voldoende kennis heeft, bijvoorbeeld door een training volgens IEC 60079-17 te hebben gedaan, dan hebben we aantoonbaarheid.

2. Als er na installatie een inspectie heeft plaatsgevonden en er geen storing/defect/wijziging aan apparatuur is geweest, wat voor type herinspectie moet er dan conform NEN EN IEC 60079-17 plaats vinden?

Het gaat hierbij dan om een visuele/nauwkeurige inspectie, immers bij de eerste installatie moet er een gedetailleerde inspectie hebben plaats gevonden.

3. Ik zie dat IAB ingenieurs een 3-daagse training aanbieden voor ATEX inspecteur. Wordt er na een met goed resultaat gevolgde cursus ATEX inspecteur voldaan aan de wettelijke eisen?

Ja, indien een cursist de cursus tot ATEX inspecteur volgt en slaagt voor het examen, hebben we wettelijk bewijs van deskundigheid.

4. Voldoet die persoon ook aan eisen om inspectie uit te voeren na installatie (bijvoorbeeld nadat een onderdeel extern door een ATEX-deskundige is gerepareerd?

Ja, de 3-daagse IAB training leidt op tot volwaardig ATEX inspecteur. Dus voor visuele, nauwkeurige en gedetailleerde inspectie. Een onderdeel dat is gerepareerd en weer wordt aangesloten, kan dan door de inspecteur gedetailleerd worden geïnspecteerd.

LET OP!
De training ATEX inspecteur veronderstelt dat de cursist voldoende kennis heeft omtrent de juiste manier van installatie. Is dat niet het geval, dan dient de cursist eerst de Ex 003 training ATEX Elektrische Installaties te volgen. Hier wordt geleerd hoe alles geïnstalleerd zou moeten zijn. Pas daarna kun je beginnen met inspecteren.

Bepalen van ATEX-zonering met verschillende normen en praktijkrichtlijnen

Leestijd: 4 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

‘Het is niet de bedoeling de zonering vast te stellen met verschillende normen en praktijkrichtlijnen.’

Bij het vaststellen van een ATEX-zone bij een tank waren zowel de NPR 7910-1 als de NEN EN IEC 60079-10-1 gebruikt. Los van de conclusie van de zonering stelt ISZW dat het niet de bedoeling is om de NPR en de NEN-norm naast elkaar toe te passen.

In de wetgeving vinden we nergens terug dat we bepaalde normen of praktijkrichtlijnen niet naast elkaar mogen toepassen. De opmerking is dan ook niet gepast.

Sterker nog, in de NPR 7910-1 wordt bijvoorbeeld in hoofdstuk 9.2 verwezen naar de NEN EN IEC 60079-10-1 voor het bepalen van het zogenaamd hypothetisch volume.

Wat geeft de wetgeving aan over het vaststellen van ATEX-zones?

Bij het vaststellen van een ATEX-zone brengen we wettelijk gezien de gebieden in kaart waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen. In het Arbobesluit vinden we hierover het volgende terug:

‘Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5d lid 5

Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat er explosieve atmosferen kunnen voorkomen, worden gebieden waar deze atmosferen kunnen heersen ingedeeld in gevarenzones* als bedoeld in bijlage I bij richtlijn nr. 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1999 (PbEG 2000, L 23) betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (vijftiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, eerste lid, van richtlijn nr. 89/391/EEG).”

Blijkbaar wordt er voor de indeling in gevarenzones verwezen naar de zogenaamde ATEX 153 richtlijn, 1999/92/EG. Hierin staat het volgende:

‘1999/92/EG: Artikel 7 Plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen
Lid 1. De werkgever deelt de plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen overeenkomstig bijlage I in in zones.


1999/92/EG: Bijlage 1

Indeling van gevaarlijke plaatsen
Gevaarlijke plaatsen worden op grond van de frequentie en duur van het optreden van een explosieve atmosfeer in zones onderverdeeld.
De omvang van de overeenkomstig bijlage II, deel A, te nemen maatregelen wordt op deze indeling gebaseerd.

Zone 0
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.

Zone 1
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf waarschijnlijk af en toe aanwezig kan zijn.

Zone 2
Een plaats waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en waar, wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is.

Zone 20
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een wolk brandbaar stof in lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.

Zone 21
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht, in normaal bedrijf af en toe aanwezig kan zijn.

Zone 22
Een plaats waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is.


Noten:
1. Lagen, afzettingen en hopen brandbaar stof worden op dezelfde wijze behandeld als alle andere mogelijke bronnen die een explosieve atmosfeer kunnen veroorzaken.
2. Onder normaal bedrijf wordt verstaan: een situatie waarin installaties binnen de ontwerpparameters worden gebruikt.’

Nergens lezen we in de wetgeving of we een bepaalde norm of praktijkrichtlijn moeten gebruiken. Uiteraard is het verstandig om aan de hand van normen of praktijkrichtlijnen de zonering te bepalen. Enerzijds omdat het gebruikelijk is om dat op deze manier te doen en anderzijds omdat het anders knap lastig is om zoneringen te bepalen. Immers wat wordt bedoeld met begrippen als: niet waarschijnlijk, korte duur, herhaaldelijk, etc. Normen en praktijkrichtlijnen geven, voor zover mogelijk, een nadere aanvulling aan deze begrippen.

Waar gaat het uiteindelijk om bij het vaststellen van de ATEX-zones?

Het is de bedoeling om zo realistisch mogelijke ATEX-zones vast te stellen. Op basis van de ATEX-zones worden er immers gepaste maatregelen genomen, waarbij geldt dat hoe lager het cijfergetal van de zone, des te meer maatregelen we moeten nemen om ontsteking te voorkomen.

Dus voor bijvoorbeeld een zone 0 nemen we meer maatregelen tegen ontsteking dan voor een zone 1 of 2. Idem voor zone 20 en 21 of 22.

Een flensverbinding is een secundaire gevarenbron. Hier dien je rekening mee te houden bij het bepalen van ATEX-zones
Een flensverbinding is een secundaire gevarenbron

Hoe stel je ATEX-zones in de praktijk vast?

We beginnen doorgaans eerst met de NPR 7910-1 (gas) of NPR 7910-2 (stof) de zoneringen te bepalen. Op het moment dat er onrealistische zones ontstaan of wanneer er twijfels zijn omtrent de zonering, gaan we de NEN EN IEC 60079-10-1 (gas) of NEN EN IEC 60079-10-2 (stof) gebruiken. Bij zeer grote lekdebieten zullen we de zones moeten gaan berekenen.

Ook zijn voor het bepalen van veel ATEX-zones branchedocumenten beschikbaar, waar op basis van praktijkervaring en branche-studies al zoneringen zijn vastgesteld.

* In de wetteksten wordt over gevarenzones gesproken. In de praktijk spreekt men meestal over ATEX-zones. In dit artikel hebben deze termen dezelfde betekenis.

Methoden voor het bepalen van ATEX zonering

Leestijd: 2 minutenBepalen van ATEX zonering is soms erg lastig. De wet schrijft namelijk niet voor welke methode er gebruikt moet worden, wel dat de risico’s zo goed mogelijk moeten worden bepaald. Er zijn verschillende methoden, normen en tabellen voorhanden. Maar welke kies je? We vergeleken een aantal beschikbare methoden.

Bepalen van ATEX zonering volgens ATEX 153 richtlijn

Explosiegevaar langdurig of vaak regelmatig zelden of kortstondig
door dampen, gassen of nevels zone 0 zone 1 zone 2
door brandbare stoffen zone 20 zone 21 zone 22
door stoflagen zone 21 zone 22 NGG

Bovenstaande tabel laat een algemene indeling zien zoals ook in de ATEX 153 richtlijn is opgenomen.

De NPR 7910-1 en -2 introduceren de percentages van de bedrijfsduur of de percentage van de duur van een activiteit. In de praktijk starten we altijd met het maken van de zoneringen volgens de NPR 7910-1/-2. Uiteraard is het mogelijk om ook andere praktijkrichtlijnen te gebruiken, zoals bijvoorbeeld de IEC 60079-10-1 / -2 of de EI15.

Samenvatting van ATEX zoneringen volgens NPR 7910

In het ATEX vouwboekje, dat te bestellen is via de IAB webshop, hebben we een samenvatting opgenomen van ATEX zoneringen volgens NPR 7910.

Bepalen van ATEX zonering volgens NPR 7910

Indicaties voor het bepalen van ATEX zonering uit de Duitse literatuur

Ook in de Duitse literatuur komen we indicaties tegen voor het vaststellen van ATEX zones zoals bijvoorbeeld de indicaties in onderstaande tabel.

zoneklasse optreden van een gevaarlijke atmosfeer (jaarlijks) optreden van een gevaarlijke atmosfeer tijdsduur van een gevaarlijke atmosfeer
zone 0 hoger dan bij zone 1, bijvoorbeeld meer dan 1000 keer hoger dan bij zone 1, bijvoorbeeld meer dan 3x per dag langer dan bij zone 1
zone 1 >= 10 keer – <= 1000 keer >= 1 keer / maand – < 3 keer per dag 0,5 uur tot 10 uur
zone 2 >= 1 keer – < 10 keer >= 1 keer per jaar – < 1 keer per maand minder dan een 0,5 uur

Conclusie

In dit verhaal is er geen goede of foute methode. Alle methodes kunnen worden gezien als een hulpmiddel voor het vaststellen van een realistische ATEX zonering. De wet schrijft niet voor welke methode er gebruikt moet worden, wel dat de risico’s zo goed mogelijk moeten worden bepaald.

Meer leren over het bepalen van ATEX zonering? Volg dan onze 2-daagse cursus ATEX Ex 002 zonering.

 

Zo ziet een goede ATEX werkinstructie eruit

Leestijd: 2 minutenMedewerkers en contractors dienen te worden voorgelicht over de risico’s die werkzaamheden met zich meebrengen. In het kader van ATEX dient deze voorlichting specifiek de explosierisico’s en de genomen maatregelen te bevatten. Maar hoe ziet een ATEX werkinstructie eruit? En hoe organiseer je dat als werkgever? Dit is niet bij wet vastgelegd. Wel dient de instructie doeltreffend te zijn.

Een ATEX werkinstructie moet doeltreffend zijn

Artikel 8 van de Arbowet geeft het volgende aan: De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken.

De ATEX werkinstructie dient duidelijk en begrijpelijk te zijn voor de medewerkers. Daarom moet op zijn minst kenbaar worden gemaakt waar en welke ATEX zones aanwezig zijn én welke maatregelen zijn genomen om explosies te voorkomen.

De ATEX 153 richtlijn geeft in bijlage II punt 1.1. de volgende informatie rondom voorlichting en instructie: De werkgever verschaft werknemers die werkzaam zijn op plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen, voldoende en passende opleiding met betrekking tot de bescherming tegen explosiegevaar.

Breng ATEX werkinstructies helder in kaart

Voorafgaand aan het verstrekken van ATEX werkinstructies dienen de organisatorische maatregelen duidelijk zijn. Daarnaast dienen instructies helder in kaart te worden gebracht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beantwoorden van de volgende vragen:

De informatie moet duidelijk, zeker niet te omvangrijk en begrijpelijk zijn voor werknemers.

Hulpmiddelen voor een doeltreffende ATEX werkinstructie

De inzet van hulpmiddelen levert een grote bijdrage aan een doeltreffende ATEX werkinstructie. Hiervoor zijn verschillende vormen denkbaar, zoals:

  • een instructiekaart met een korte en overzichtelijke opsomming van instructies;
  • een korte workshop;
  • een instructie in de vorm van een korte video;
  • een ATEX app op de telefoon.

ATEX werkinstructie

Explosie door een instortende graansilo

Leestijd: < 1 minuutIn Indianapolis (USA) is in 2017 een explosie door een instortende graansilo ontstaan. De silo stortte in doordat de constructie niet sterk genoeg was. In een video is te zien hoe de silo langzaam omvalt, waarbij veel stof vrijkomt en ook een ontstekingsbron aanwezig is. Alles speelt zich buiten af. Een grote explosie blijft min of meer uit.

Hoe kan een explosie door een instortende graansilo ontstaan?

De ontstekingsbron van de explosie is waarschijnlijk een elektrische vonk doordat elektrische kabels stuk gaan. Een explosie volgt, maar doordat de drukopbouw min of meer uitblijft, blijft de vervolgschade door de explosie is beperkt. Er is wel veel schade, maar gelukkig is er geen menselijk letsel. Over stofexplosiegevaar gaan diverse verhalen te ronde. Zonder moeite kunnen we vele mythen gaan vertellen. In een eerder artikel beschreven we de 5 bekendste mythen over stofexplosiegevaar.

Bekijk de video van de explosie door een instortende graansilo hieronder of op Youtube

 

CE-coördinator: TÜV gecertificeerde CE cursus

Leestijd: < 1 minuutDe start van een CE-markering van een product is altijd de zogenaamde CE-scan of CE audit. Hiermee wordt bepaald welke CE-richtlijnen en/of verordeningen van toepassing zijn op een product. In veel situaties zijn meerdere CE-richtlijnen / verordeningen van toepassing.

Bij het doorlopen van een CE-certificering is overzicht behouden erg belangrijk. In veel gevallen mag de fabrikant zijn producten zelf CE-certificeren. Binnen de richtlijnen/verordeningen wordt dit “interne fabricage controle” genoemd. Bij machines is deze certificeringsprocedure mogelijk, maar ook bij explosieveilige apparatuur van categorie 3.

Kennis aantonen door het volgen van een gecertificeerde CE cursus

15 audit vragen over CE-certificering

Vaak wordt de vraag gesteld welke kennis er noodzakelijk is of wie is gemachtigd om een CE-certificering uit te voeren? Voor de CE-certificering is voldoende gekwalificeerd personeel noodzakelijk. Daarom ligt het voor de hand om aantoonbare kennis te hebben. Dit kan bijvoorbeeld door het volgen van een gecertificeerde CE cursus.

Meer leren over het CE-certificeringsproces? Zie bijvoorbeeld de training CE-coördinator, eerstvolgende startdatum: 3 september 2018.

 

Machinerichtlijn, ATEX richtlijn of beide toepassen?

Leestijd: 4 minutenDe machinerichtlijn (2006/42/EG) en de ATEX richtlijn (2014/34/EU) sluiten elkaar niet uit en moeten soms beide op machines worden toegepast. Wanneer beide richtlijnen moeten worden toegepast is soms niet zo duidelijk. In dit artikel hebben we dit nader toegelicht. In de praktijk roepen deze situaties veel vragen op. Uiteindelijk is de meest belangrijkste doelstelling: het voorkomen van een explosie.

De machinerichtlijn heeft in bijlage 1 punt 1.5.7 de volgende bepaling:

1.5.7. Risico’s door ontploffing
De machine moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat de machine zelf en de gassen, vloeistoffen, stofdeeltjes, dampen en andere door de machine geproduceerde of gebruikte stoffen geen risico van ontploffing opleveren.
De machine moet, wat betreft de risico’s van ontploffing door gebruik in een omgeving met ontploffingsgevaar,  in overeenstemming zijn met de specifieke communautaire richtlijnen.

Bij machines kan ontploffingsgevaar aanwezig zijn in het binnenste van een machine of in de omgeving of beide. De plaats van ontploffingsgevaar is van belang, om dat hiermee al of niet de toepassing van de ATEX richtlijn 92014/34/EU) wordt bepaald. We geven een 4-tal voorbeelden.

Voorbeelden van explosiegevaar in een machine

Pomp met ATEX certificering

Pomp met ATEX certificering

Situatie 1 – de machine staat in zijn geheel in een ATEX zone

De machine staat in zijn geheel in een ATEX zone, dus een gebied met ontploffingsgevaar. Dit kan zijn een ATEX zone 0, 1, 2, 20, 21 of 22. De machine moet aan zowel de machinerichtlijn als de ATEXrichtlijn voldoen.

Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: pomp, tandwielkast

IAB

vulmachine met gedeeltelijke ATEX zone

Situatie 2 – de machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone

De machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone. De machine moet aan de machinerichtlijn voldoen en het gedeelte van de machine dat in de ATEX zone is opgesteld moet aan de ATEX richtlijn voldoen. Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: een vulmachine met transportsystemen, waarbij alleen het vulgedeelte in een ATEX zone staat.

In de praktijk zal het waarschijnlijk voor de hand liggen om de gehele machine onder het ATEX certificaat te laten vallen, waarbij de technische ATEX maatregelen zich beperken tot de gebieden die zich in een ATEX zone bevinden.

De ATEX zones worden meestal beperkt door een omkasting die is voorzien van afzuiging.

IAB

houtstof filterinstallatie

Situatie 3 – de machine staat niet in een ATEX zone

Machine staat niet in een ATEX zone, maar het explosierisico bevindt zich uitsluitend in het inwendige van de machine.

De machine valt als geheel alleen onder de machinerichtlijn. Middels de bepaling 1.5.7. van de machinerichtlijn moeten de risico’s voor een ontploffing voldoende worden beheerst. Apparaten die in deze inwendige zone zijn ingebouwd, moeten wel aan de ATEX richtlijn voldoen. Denk aan een niveaumeter, een klopmechanisme, etc.

Voorbeelden van dergelijke machines: droogovens,  vulmachines, filterkasten

Voor dit soort filterinstallaties zijn geharmoniseerde normen beschikbaar, de EN 12779

EN 12779:2015
Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Vast opgestelde installaties met afzuigsystemen voor zaagsel en spaanders — Veiligheidseisen

IAB

transportschroef

Situatie 4 de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone

De machine staat niet in een ATEX zone, het explsoierisico bevindt zich in het inwendige van de machine, maar de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone. Deze externe ATEX zone kan een omgeving zijn, maar ook weer het inwendige van een ander apparaat, denk aan een silo of een buffervat.

Deze machine moet aan de machinerichtlijn en de ATEX richtlijn voldoen. Indien in het inwendige van deze machine een zone 0 of 20 aanwezig is, dan zal een EU-typeonderzoek moeten worden uitgevoerd door een Notified Body. Bij een zone 1 of 21 wordt er een technisch dossier opgestuurd naar een Notified Body en bij een zone 2 of 22 mag de fabrikant de certificering in eigen beheer uitvoeren.

Voorbeelden van dergelijke machines: een transportschroef met een verbinding naar een silo, een ventilator waarin een explosief mengsel aanwezig kan zijn, etc.

In alle bovenstaande situaties is de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU) pas van toepassing indien er een inherente potentiële ontstekingsbron aanwezig is. Is dat niet het geval, dan is de ATEX 114 richtlijn niet van toepassing.

Meer leren over ATEX en inherente potentiële ontstekingsbronnen? Volg dan de training ATEX Mechanische apparatuur Ontstekingsanalyse

ATEX gaszones en ventilatie: meting, bewaking en alarmering bij ventilatie-installaties

Leestijd: 5 minutenLeestijd: 5 minuten De NPR 7910-1 spreekt van bewaking en alarmering van ventilatie bij kunstmatige ruimtelijke ventilatie en kunstmatige plaatselijke ventilatie (doorgaans noemen we dit puntafzuiging). Voor de overige vormen van ventilatie, zoals buitenlucht of beperkte ventilatie (= natuurlijke trek) wordt niet gesproken over bewaking en alarmering.

Uitspraak rechtbank: smartphones zijn toegestaan in ATEX zones

Leestijd: 3 minutenLeestijd: 3 minuten De rechtbank heeft uitgesproken dat smartphones zijn toegestaan in ATEX zones. Er zijn nog wel wat opmerkingen te plaatsen bij deze uitspraak. Hoger beroep is daarom niet uitgesloten.

10% dodelijke ongevallen door explosies

Leestijd: < 1 minuutUit een Duits onderzoek naar dodelijke ongevallen (periode 2004 – 2015) in de chemische industrie is gebleken dat 10 procent van de dodelijke ongevallen door explosies wordt veroorzaakt. Daarom is het belangrijk om goede maatregelen te nemen tegen het ontstaan van explosies. Dat kan door het nemen van technische en organisatorische maatregelen.

Van 300 dodelijke ongevallen in de chemische industrie waren 5 categorieën (% zijn afgerond) aan te wijzen:

explosiegevaar

explosiegevaar

  • voertuigen / transportmiddelen (30%)
  • machines / installaties (20%)
  • vallen van hoogte (15%)
  • vallende voorwerpen / objecten (15%)
  • explosies / vlammen (10%)
  • overig (10%)

Wanneer we focussen op explosiegevaar, stel uzelf en intern de vraag:

  1. Weet ik of er een explosiegevaar bestaat op mijn arbeidsplaats?
  2. Ken ik de risico’s en de genomen maatregelen?
  3. Ben ik voorzichtig met werkzaamheden in gebieden met brand of explosiegevaar?
  4. Meld ik gebreken die met explosiegevaar te maken hebben?
  5. Werk ik alleen na goedkeuring / werkvergunning bij het uitvoeren van onderhoud, reparatie, etc.

Indien u op 1 van de 5 vragen nee hebt geantwoord, onderneem dan passende acties.

De feiten: 32 mensen werden in 2004 – 2015 gedood door explosies en hun gevolgen.

Performance Level en SIL als beveiliging bij ATEX machines

Leestijd: 4 minutenLeestijd: 4 minuten Performance Level en SIL zijn betrouwbare meetmethoden als beveiliging bij ATEX-machines. We gebruiken deze methoden voor de beschermingswijze ‘bewaking van ontstekingsbronnen’.

Nieuwe ontwerp NPR 7910-2 2018 beschikbaar

Leestijd: 2 minutenNa de publicatie van de NPR 7910-1 is nu ook een nieuwe ontwerp NPR 7910-2 voor stofexplosiegevaar beschikbaar (februari 2018). De nieuwe ontwerpnorm bevat diverse wijzigingen waarvan we hier de belangrijkste noemen.

De NPR 7910-2 is een belangrijke norm voor het bepalen van ATEX zones bij stofexplosiegevaar. Het is van belang om u zich goed op de hoogte te stellen van de voorgenomen wijzigingen. Bij de eerst volgende revisie van het Explosieveiligheidsdocument dient ook de nieuwe versie van de norm in ogenschouw te worden genomen.

LET OP! De NPR 7910-1 en -2 zijn praktijkrichtlijnen, dus geen wetten. Het is toegestaan om ook op andere manieren en methodes de explosiegevaarlijke gebieden in kaart te brengen. Goede alternatieven zijn bijvoorbeeld de IEC 60079-10-1 / -2. In de praktijk wordt de NPR 7910 veel gebruikt.

De belangrijkste wijzigingen van de nieuwe NPR 7910-2

  • Beoordeling van explosierisico’s (nieuwe paragraaf 4.7.2)
    Op basis van een risicoanalyse kan worden bepaald of een hoger of lager beschermingsniveau van materieel kan worden toegepast in een gevarenzone. Dus er kan worden afgeweken van de standaard EPL – gevarenzone voorschriften (zone 20 = EPL Da; zone 21 = EPL Db; zone 22 = EPL Dc.
  • Arbeidshygiënische strategie (nieuwe paragraaf 5.2.1)
    In paragraaf 5.2.1 Veiligheidsprincipes wordt nader uitgelegd dat al tijdens een ontwerp van een installatie onderzocht moet worden wat de kans is op het vrijkomen van brandbare stoffen en hoe dit zoveel mogelijk kan worden vermeden. Er moet name onderzocht worden op welke plaatsen brandbare stoffen (poeders) vrij kunnen komen. Kleine lekkages kunnen leiden tot de opbouw van gevaarlijke stoflagen.
  • Overzichtelijkheid en duidelijkheid van de indeling (nieuwe paragraaf 5.2.2)
    In sommige situaties kan het handig zijn om een gebied met veel gevarenbronnen als een grote zone aan te merken. Of als er verschillende klassen van zones zijn, de zwaarste klasse te hanteren.
    (Opmerking IAB Ingenieurs: wees voorzichtig met het te groot en zwaar maken van zones. Dit brengt vaak enorme consequenties met zich mee)
  • Kwalificatie van personeel (nieuwe paragraaf 5.2.4)
    De gevarenzone-indeling dient te worden uitgevoerd door personen die kennis van zaken hebben. Er wordt gerefereerd aan de IECEx05 module Ex 002.
  • Nieuwe of aangepaste beschrijvingen van gevarenbronnen (aanpassingen in paragraaf 5.5.3.2)
    Geen gevarenbron: dubbel uitgevoerde flexibele verbindingen of filterzakken waarbij door goed ontwerp, beproeving, monitoren, goede constructie, goed onderhoud en goede bedrijfsvoorvoering de kans op het vrijkomen van een brandbare stof verwaarloosbaar klein is.
  • Een nieuwe gevarenzone: “Inert Gebied” (paragraaf 5.6.4 en 3.12.3)
    Er is een nieuwe gevarenzone gedefinieerd, het zogenaamde Inert Gebied. In een inert gebied is geen zuurstof aanwezig door de zuurstof te verdringen door stikstof, kooldioxide, etc. Afhankelijk van de uitvoeringsvorm en betrouwbaarheid van inertisering kan een zonering verlaagt worden.
    (Opmerking IAB: de toevoeging van het inert gebied is alleen maar extra ballast. Een gebied kan door inertisering een andere zoneklasse krijgen of zelfs NGG. Een nieuwe aanduiding IG voegt niets toe.)
  • Stoflagen (paragraaf 5.7.2.2 verder uitgebreid)
    De gevaren van stoflagen worden verder uitgewerkt. De gevaren van secundaire explosie, brand en een explosie van een opgewervelde stofwolk worden uitgelegd.
  • Presentatie en rapportage van de zone-indeling (paragraaf 7.1.uitbreiding)
    Er worden stapsgewijs diverse punten genoemd die gedocumenteerd moeten worden bij een gevarenzone-indeling. Ten opzichte van de vorige norm zijn vele extra punten nu benoemd.
  • Bepalen van de afmetingen van de gevarenzone (aanpassing Bijlage B)
    De berekening van de afmetingen van de gevarenzone met stuifgetallen, etc. is niet meer opgenomen. Alleen de praktijkinspectie wordt beschreven.

Door de gehele norm heen zijn op diverse plaatsen kleine aanpassingen gedaan, zoals het actualiseren van referenties van normen.

Commentaar op de norm kan worden ingediend bij het NEN voor 15-04-2018.

IEC 60204-1 voor machines ook van toepassing bij ATEX

Leestijd: 2 minutenDe IEC 60204-1 is een belangrijke norm voor elektrische installaties bij machines. In ATEX gebieden worden ook regelmatig machines geplaatst, denk aan ventilatoren, pompen, transportschroeven, draaisluizen, etc. Naast de ATEX installatievoorschriften, volgens de IEC 60079-14, is voor machines ook de IEC 60204-1 van toepassing. Dit betekent dus ook een controle volgens IEC 60204-1.

In ATEX gebieden maken we voor het installeren van elektrische apparatuur gebruik van de IEC 60079-14. Dit is een soort “NEN 1010”, maar dan anders en is specifiek bedoeld voor elektrische apparatuur in ATEX zones. In België is het iets anders geregeld, daar bevat het AREI ook al een groot gedeelte van de IEC 60079-14 met her en der wat verschillen.

De IEC 60079-14 is er vooral op gericht om te voorkomen dat er ontstekingsbronnen kunnen ontstaan. Dit wordt bereikt door de juiste keuze van explosieveilige apparatuur en de juiste methode van installeren.

In de inleiding van de IEC 60079-14 wordt vermeld: Deze eisen vormen een aanvulling op de eisen te stellen aan installaties in niet-gevaarlijke gebieden. Met andere woorden, naast de IEC 60079-14 is voor machines ook de IEC 60204-1 van toepassing. Dit betekent dat bij installaties in Ex-gebieden, waarbij er sprake is van machines, ook de IEC 60204-1 gehanteerd en gecontroleerd moet worden.

In hoofdstuk 4 van de IEC 60079-14 wordt het volgende vermeld: Elektrische installaties in gevaarlijke gebieden moeten ook voldoen aan de passende eisen voor elektrische installaties in niet-gevaarlijke gebieden. Voor installaties in gevaarlijke gebieden kunnen de eisen voor niet-gevaarlijke gebieden echter onvoldoende zijn. (opmerking IAB: deze eisen zijn inderdaad onvoldoende)

In de IEC 60204-1 worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan netscheiders, schakelaars ter voorkoming van onbedoeld inschakelen, uitschakeltijden ter bescherming tegen een elektrische schok, overstroombeveiligingen, beschermingsleidingen (PE), noodstops, installatiemethoden, etc. etc.

Het beste wordt naast een ATEX inspectie (verplicht bij nieuwe of gewijzigde installaties volgens IEC 60079-14: gedetailleerde inspectie), ook een inspectie volgens IEC 60204-1 uitgevoerd. Uiteraard ligt de IEC 60204-1 inspectie binnen het domein van de machinerichtlijn.

Voor meer informatie over de IEC 60204-1 of het uitvoeren van inspecties, zie onze IEC 60204-1 training.

nieuwe ATEX 114 normenlijst 09-03-2018

Leestijd: 2 minutenOp 9 maart 2018 is er weer een nieuwe lijst met geharmoniseerde normen gepubliceerd voor de ATEX 114 richtlijn. Deze normenlijsten zijn weergaven van de zogenaamde geharmoniseerde normen. Dit betekent dat het toepassen van deze normen het vermoeden van overeenstemming geven met de richtlijn, dus in dit geval de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU).

Nieuwe vermeldingen zijn:

  • EN ISO/IEC 80079-20-2:2016
  • EN 60079-18:2015/A1:2017 – IEC 60079-18:2014/A1:2017

Download de lijst via het IAB Members downloadarchief.


EN ISO/IEC 80079-20-2:2016
Explosieve atmosferen — Deel 20-2: Materiaaleigenschappen — beproevingsmethoden voor ontvlambare stoffen (ISO/IEC 80079-20-2:2016)

Explosive atmospheres – Part 20-2: Material characteristics – Combustible dusts test methods

Deze norm beschrijft de methoden om ontvlambare stoffen te onderzoeken. In de norm worden o.a. de volgende testen beschreven:

  • Modified Hartmann tube / gemodificeerde Hartmann buis
  • 20-litre sphere / 20 liter bol
  • MIT of a dust cloud / minimum ontstekingstemperatuur van een stofwolk
  • MIT of dust layer / miniumum ontstekingstemperatuur van een stoflaag
  • Minimum ignition energy of dust/air mixtures / minimum ontstekingsenergie van een stof / lucht mengsel.

Naast de methode van testen en de gebruikte apparatuur geeft de norm ook aan wat er minimaal in een testverslag dient te staan.

Het toepassen van deze norm geeft invulling aan diverse essentiële eisen van bijlage II van de ATEX 114 richtlijn en is dus bedoeld voor fabrikanten van apparatuur of beveiligingssystemen en voor testlaboratoria. In bijlage ZA van de IEC 80079-20-2 wordt aangegeven met welke essentiële eisen het vermoeden van overeenstemming kan worden verkregen.

De norm is “verplicht” vanaf 30-09-2018.


EN 60079-18:2015/A1:2017 – IEC 60079-18:2014/A1:2017

Explosieve atmosferen — Deel 18: Bescherming van materieel door ingiet bescherming „m”

Deze norm betreft een aanvulling op de reeds bestaande versie van de EN 60079-18:2015. Deze norm geeft de eisen weer die worden gesteld aan explosieveilige apparatuur die gebruikt maakt van het beschermingsprincipe “moulding” of gietmassa. In de ATEX codering van een apparaat is de beschermingswijze te herkennen aan Ex “m”. Tegenwoordig kennen we 3 soorten Ex m: ma, mb en mc.

Fabrikanten van Ex-apparatuur die gebruik maken van Ex m dienen de certificatie te vernieuwen op basis van de nieuwe norm. Vanaf 16-01-2018 is de EN 60079-18:2015 “verplicht” om toe te passen, de aanvulling A1 dient vanaf 28-09-2020 te worden toegepast.

Machinefabrikant en gebruiker beide veroordeeld na stofexplosie

Leestijd: 2 minutenIn 2011 vond een grote stofexplosie plaats bij een recycling bedrijf van toner in Engeland. Hierbij raakten 8 mensen gewond, waarvan meerdere ernstig.

De Engelse Health and Safety Executive (HSE) kwam tot de conclusie dat het recyclingbedrijf onvoldoende maatregelen had genomen om explosies en brand te voorkomen.

Daarnaast werd ook de machinefabrikant veroordeeld, omdat het geen rekening had gehouden met te verwachten misbruik van de machine. De machinefabrikant had een machine ontworpen voor het versnipperen en verwerken van tonercartridges. Hierbij was geen rekening gehouden met het ontstaan van een explosieve atmosfeer, doordat er meer toner in de machine kon worden gedaan. Dus de LEL (lower explosion limit) kon eenvoudig worden bereikt. Tonerpoeder is uitermate explosiegevoelig, sommige toners hebben een minimum ontstekingsenergie kleiner dan 1 mJ.

In de praktijk komen we regelmatig installaties tegen waarbij de explosieve atmosferen (ATEX zones) en de omvang ervan door de machinefabrikant tot een minimum worden beperkt. Door het beperken van de zogenaamde ATEX zones behoeft er geen ATEX gecertificeerde apparatuur te worden gebruikt. Dit is dan in eerste instantie financieel voordelig.

Bij het vaststellen van ATEX zones bij machines en installaties dient de fabrikant van deze installaties dus rekening te houden met het reëel te verwachten gebruik.
Aan bovenstaande rechtspraak kunnen we zien dat dus niet alleen de gebruiker, maar ook de machinebouwer een verantwoordelijkheid heeft.
Bij de bouw van een machine dient dus rekening te worden gehouden met voorzienbaar gebruik.

IAB

filterkast na explosie

De nieuwe NPR 7910-1 2018 nu in ontwerp beschikbaar

Leestijd: 3 minutenLeestijd: 3 minuten Begin februari 2018 is het nieuwe ontwerp van de NPR 7910-1 versie 2018 gepubliceerd. We hebben de belangrijkste wijzigingen van de nieuwe NPR 7910-1 voor je op een rij gezet.

ATEX gaszones en ventilatie: zoneafmetingen

Leestijd: 5 minutenLeestijd: 5 minuten In het zesde deel van de 7-delige serie ATEX en gaszones bespreken we de ATEX zoneafmetingen in relatie tot de ventilatieomstandigheden.