Methoden voor het bepalen van ATEX zonering

Bepalen van ATEX zonering is soms erg lastig. De wet schrijft namelijk niet voor welke methode er gebruikt moet worden, wel dat de risico’s zo goed mogelijk moeten worden bepaald. Er zijn verschillende methoden, normen en tabellen voorhanden. Maar welke kies je? We vergeleken een aantal beschikbare methoden.

Bepalen van ATEX zonering volgens ATEX 153 richtlijn

Explosiegevaar langdurig of vaak regelmatig zelden of kortstondig
door dampen, gassen of nevels zone 0 zone 1 zone 2
door brandbare stoffen zone 20 zone 21 zone 22
door stoflagen zone 21 zone 22 NGG

Bovenstaande tabel laat een algemene indeling zien zoals ook in de ATEX 153 richtlijn is opgenomen.

De NPR 7910-1 en -2 introduceren de percentages van de bedrijfsduur of de percentage van de duur van een activiteit. In de praktijk starten we altijd met het maken van de zoneringen volgens de NPR 7910-1/-2. Uiteraard is het mogelijk om ook andere praktijkrichtlijnen te gebruiken, zoals bijvoorbeeld de IEC 60079-10-1 / -2 of de EI15.

Samenvatting van ATEX zoneringen volgens NPR 7910

In het ATEX vouwboekje, dat te bestellen is via de IAB webshop, hebben we een samenvatting opgenomen van ATEX zoneringen volgens NPR 7910.

Bepalen van ATEX zonering volgens NPR 7910

Indicaties voor het bepalen van ATEX zonering uit de Duitse literatuur

Ook in de Duitse literatuur komen we indicaties tegen voor het vaststellen van ATEX zones zoals bijvoorbeeld de indicaties in onderstaande tabel.

zoneklasse optreden van een gevaarlijke atmosfeer (jaarlijks) optreden van een gevaarlijke atmosfeer tijdsduur van een gevaarlijke atmosfeer
zone 0 hoger dan bij zone 1, bijvoorbeeld meer dan 1000 keer hoger dan bij zone 1, bijvoorbeeld meer dan 3x per dag langer dan bij zone 1
zone 1 >= 10 keer – <= 1000 keer >= 1 keer / maand – < 3 keer per dag 0,5 uur tot 10 uur
zone 2 >= 1 keer – < 10 keer >= 1 keer per jaar – < 1 keer per maand minder dan een 0,5 uur

Conclusie

In dit verhaal is er geen goede of foute methode. Alle methodes kunnen worden gezien als een hulpmiddel voor het vaststellen van een realistische ATEX zonering. De wet schrijft niet voor welke methode er gebruikt moet worden, wel dat de risico’s zo goed mogelijk moeten worden bepaald.

Meer leren over het bepalen van ATEX zonering? Volg dan onze 2-daagse cursus ATEX Ex 002 zonering.

 

Zo ziet een goede ATEX werkinstructie eruit

Medewerkers en contractors dienen te worden voorgelicht over de risico’s die werkzaamheden met zich meebrengen. In het kader van ATEX dient deze voorlichting specifiek de explosierisico’s en de genomen maatregelen te bevatten. Maar hoe ziet een ATEX werkinstructie eruit? En hoe organiseer je dat als werkgever? Dit is niet bij wet vastgelegd. Wel dient de instructie doeltreffend te zijn.

Een ATEX werkinstructie moet doeltreffend zijn

Artikel 8 van de Arbowet geeft het volgende aan: De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken.

De ATEX werkinstructie dient duidelijk en begrijpelijk te zijn voor de medewerkers. Daarom moet op zijn minst kenbaar worden gemaakt waar en welke ATEX zones aanwezig zijn én welke maatregelen zijn genomen om explosies te voorkomen.

De ATEX 153 richtlijn geeft in bijlage II punt 1.1. de volgende informatie rondom voorlichting en instructie: De werkgever verschaft werknemers die werkzaam zijn op plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen, voldoende en passende opleiding met betrekking tot de bescherming tegen explosiegevaar.

Breng ATEX werkinstructies helder in kaart

Voorafgaand aan het verstrekken van ATEX werkinstructies dienen de organisatorische maatregelen duidelijk zijn. Daarnaast dienen instructies helder in kaart te worden gebracht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beantwoorden van de volgende vragen:

De informatie moet duidelijk, zeker niet te omvangrijk en begrijpelijk zijn voor werknemers.

Hulpmiddelen voor een doeltreffende ATEX werkinstructie

De inzet van hulpmiddelen levert een grote bijdrage aan een doeltreffende ATEX werkinstructie. Hiervoor zijn verschillende vormen denkbaar, zoals:

  • een instructiekaart met een korte en overzichtelijke opsomming van instructies;
  • een korte workshop;
  • een instructie in de vorm van een korte video;
  • een ATEX app op de telefoon.

ATEX werkinstructie

Explosie door een instortende graansilo

In Indianapolis (USA) is in 2017 een explosie door een instortende graansilo ontstaan. De silo stortte in doordat de constructie niet sterk genoeg was. In een video is te zien hoe de silo langzaam omvalt, waarbij veel stof vrijkomt en ook een ontstekingsbron aanwezig is. Alles speelt zich buiten af. Een grote explosie blijft min of meer uit.

Hoe kan een explosie door een instortende graansilo ontstaan?

De ontstekingsbron van de explosie is waarschijnlijk een elektrische vonk doordat elektrische kabels stuk gaan. Een explosie volgt, maar doordat de drukopbouw min of meer uitblijft, blijft de vervolgschade door de explosie is beperkt. Er is wel veel schade, maar gelukkig is er geen menselijk letsel. Over stofexplosiegevaar gaan diverse verhalen te ronde. Zonder moeite kunnen we vele mythen gaan vertellen. In een eerder artikel beschreven we de 5 bekendste mythen over stofexplosiegevaar.

Bekijk de video van de explosie door een instortende graansilo hieronder of op Youtube

 

CE-coördinator: TÜV gecertificeerde CE cursus

De start van een CE-markering van een product is altijd de zogenaamde CE-scan of CE audit. Hiermee wordt bepaald welke CE-richtlijnen en/of verordeningen van toepassing zijn op een product. In veel situaties zijn meerdere CE-richtlijnen / verordeningen van toepassing.

Bij het doorlopen van een CE-certificering is overzicht behouden erg belangrijk. In veel gevallen mag de fabrikant zijn producten zelf CE-certificeren. Binnen de richtlijnen/verordeningen wordt dit “interne fabricage controle” genoemd. Bij machines is deze certificeringsprocedure mogelijk, maar ook bij explosieveilige apparatuur van categorie 3.

Kennis aantonen door het volgen van een gecertificeerde CE cursus

15 audit vragen over CE-certificering

Vaak wordt de vraag gesteld welke kennis er noodzakelijk is of wie is gemachtigd om een CE-certificering uit te voeren? Voor de CE-certificering is voldoende gekwalificeerd personeel noodzakelijk. Daarom ligt het voor de hand om aantoonbare kennis te hebben. Dit kan bijvoorbeeld door het volgen van een gecertificeerde CE cursus.

Meer leren over het CE-certificeringsproces? Zie bijvoorbeeld de training CE-coördinator, eerstvolgende startdatum: 3 september 2018.

 

Machinerichtlijn, ATEX richtlijn of beide toepassen?

De machinerichtlijn (2006/42/EG) en de ATEX richtlijn (2014/34/EU) sluiten elkaar niet uit en moeten soms beide op machines worden toegepast. Wanneer beide richtlijnen moeten worden toegepast is soms niet zo duidelijk. In dit artikel hebben we dit nader toegelicht. In de praktijk roepen deze situaties veel vragen op. Uiteindelijk is de meest belangrijkste doelstelling: het voorkomen van een explosie.

De machinerichtlijn heeft in bijlage 1 punt 1.5.7 de volgende bepaling:

1.5.7. Risico’s door ontploffing
De machine moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat de machine zelf en de gassen, vloeistoffen, stofdeeltjes, dampen en andere door de machine geproduceerde of gebruikte stoffen geen risico van ontploffing opleveren.
De machine moet, wat betreft de risico’s van ontploffing door gebruik in een omgeving met ontploffingsgevaar,  in overeenstemming zijn met de specifieke communautaire richtlijnen.

Bij machines kan ontploffingsgevaar aanwezig zijn in het binnenste van een machine of in de omgeving of beide. De plaats van ontploffingsgevaar is van belang, om dat hiermee al of niet de toepassing van de ATEX richtlijn 92014/34/EU) wordt bepaald. We geven een 4-tal voorbeelden.

Voorbeelden van explosiegevaar in een machine

Pomp met ATEX certificering

Pomp met ATEX certificering

Situatie 1 – de machine staat in zijn geheel in een ATEX zone

De machine staat in zijn geheel in een ATEX zone, dus een gebied met ontploffingsgevaar. Dit kan zijn een ATEX zone 0, 1, 2, 20, 21 of 22. De machine moet aan zowel de machinerichtlijn als de ATEXrichtlijn voldoen.

Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: pomp, tandwielkast

IAB

vulmachine met gedeeltelijke ATEX zone

Situatie 2 – de machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone

De machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone. De machine moet aan de machinerichtlijn voldoen en het gedeelte van de machine dat in de ATEX zone is opgesteld moet aan de ATEX richtlijn voldoen. Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: een vulmachine met transportsystemen, waarbij alleen het vulgedeelte in een ATEX zone staat.

In de praktijk zal het waarschijnlijk voor de hand liggen om de gehele machine onder het ATEX certificaat te laten vallen, waarbij de technische ATEX maatregelen zich beperken tot de gebieden die zich in een ATEX zone bevinden.

De ATEX zones worden meestal beperkt door een omkasting die is voorzien van afzuiging.

IAB

houtstof filterinstallatie

Situatie 3 – de machine staat niet in een ATEX zone

Machine staat niet in een ATEX zone, maar het explosierisico bevindt zich uitsluitend in het inwendige van de machine.

De machine valt als geheel alleen onder de machinerichtlijn. Middels de bepaling 1.5.7. van de machinerichtlijn moeten de risico’s voor een ontploffing voldoende worden beheerst. Apparaten die in deze inwendige zone zijn ingebouwd, moeten wel aan de ATEX richtlijn voldoen. Denk aan een niveaumeter, een klopmechanisme, etc.

Voorbeelden van dergelijke machines: droogovens,  vulmachines, filterkasten

Voor dit soort filterinstallaties zijn geharmoniseerde normen beschikbaar, de EN 12779

EN 12779:2015
Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Vast opgestelde installaties met afzuigsystemen voor zaagsel en spaanders — Veiligheidseisen

IAB

transportschroef

Situatie 4 de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone

De machine staat niet in een ATEX zone, het explsoierisico bevindt zich in het inwendige van de machine, maar de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone. Deze externe ATEX zone kan een omgeving zijn, maar ook weer het inwendige van een ander apparaat, denk aan een silo of een buffervat.

Deze machine moet aan de machinerichtlijn en de ATEX richtlijn voldoen. Indien in het inwendige van deze machine een zone 0 of 20 aanwezig is, dan zal een EU-typeonderzoek moeten worden uitgevoerd door een Notified Body. Bij een zone 1 of 21 wordt er een technisch dossier opgestuurd naar een Notified Body en bij een zone 2 of 22 mag de fabrikant de certificering in eigen beheer uitvoeren.

Voorbeelden van dergelijke machines: een transportschroef met een verbinding naar een silo, een ventilator waarin een explosief mengsel aanwezig kan zijn, etc.

In alle bovenstaande situaties is de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU) pas van toepassing indien er een inherente potentiële ontstekingsbron aanwezig is. Is dat niet het geval, dan is de ATEX 114 richtlijn niet van toepassing.

Meer leren over ATEX en inherente potentiële ontstekingsbronnen? Volg dan de training ATEX Mechanische apparatuur Ontstekingsanalyse

ATEX gaszones en ventilatie: meting, bewaking en alarmering bij ventilatie-installaties

De NPR 7910-1 spreekt van bewaking en alarmering van ventilatie bij kunstmatige ruimtelijke ventilatie en kunstmatige plaatselijke ventilatie (doorgaans noemen we dit puntafzuiging). Voor de overige vormen van ventilatie, zoals buitenlucht of beperkte ventilatie (= natuurlijke trek) wordt niet gesproken over bewaking en alarmering.

Uitspraak rechtbank: smartphones zijn toegestaan in ATEX zones

De rechtbank heeft uitgesproken dat smartphones zijn toegestaan in ATEX zones. Er zijn nog wel wat opmerkingen te plaatsen bij deze uitspraak. Hoger beroep is daarom niet uitgesloten.

10% dodelijke ongevallen door explosies

Uit een Duits onderzoek naar dodelijke ongevallen (periode 2004 – 2015) in de chemische industrie is gebleken dat 10 procent van de dodelijke ongevallen door explosies wordt veroorzaakt. Daarom is het belangrijk om goede maatregelen te nemen tegen het ontstaan van explosies. Dat kan door het nemen van technische en organisatorische maatregelen.

Van 300 dodelijke ongevallen in de chemische industrie waren 5 categorieën (% zijn afgerond) aan te wijzen:

explosiegevaar

explosiegevaar

  • voertuigen / transportmiddelen (30%)
  • machines / installaties (20%)
  • vallen van hoogte (15%)
  • vallende voorwerpen / objecten (15%)
  • explosies / vlammen (10%)
  • overig (10%)

Wanneer we focussen op explosiegevaar, stel uzelf en intern de vraag:

  1. Weet ik of er een explosiegevaar bestaat op mijn arbeidsplaats?
  2. Ken ik de risico’s en de genomen maatregelen?
  3. Ben ik voorzichtig met werkzaamheden in gebieden met brand of explosiegevaar?
  4. Meld ik gebreken die met explosiegevaar te maken hebben?
  5. Werk ik alleen na goedkeuring / werkvergunning bij het uitvoeren van onderhoud, reparatie, etc.

Indien u op 1 van de 5 vragen nee hebt geantwoord, onderneem dan passende acties.

De feiten: 32 mensen werden in 2004 – 2015 gedood door explosies en hun gevolgen.

Performance Level en SIL als beveiliging bij ATEX machines

Performance Level en SIL zijn betrouwbare meetmethoden als beveiliging bij ATEX-machines. We gebruiken deze methoden voor de beschermingswijze ‘bewaking van ontstekingsbronnen’.

Nieuwe ontwerp NPR 7910-2 2018 beschikbaar

Na de publicatie van de NPR 7910-1 is nu ook een nieuwe ontwerp NPR 7910-2 voor stofexplosiegevaar beschikbaar (februari 2018). De nieuwe ontwerpnorm bevat diverse wijzigingen waarvan we hier de belangrijkste noemen.

De NPR 7910-2 is een belangrijke norm voor het bepalen van ATEX zones bij stofexplosiegevaar. Het is van belang om u zich goed op de hoogte te stellen van de voorgenomen wijzigingen. Bij de eerst volgende revisie van het Explosieveiligheidsdocument dient ook de nieuwe versie van de norm in ogenschouw te worden genomen.

LET OP! De NPR 7910-1 en -2 zijn praktijkrichtlijnen, dus geen wetten. Het is toegestaan om ook op andere manieren en methodes de explosiegevaarlijke gebieden in kaart te brengen. Goede alternatieven zijn bijvoorbeeld de IEC 60079-10-1 / -2. In de praktijk wordt de NPR 7910 veel gebruikt.

De belangrijkste wijzigingen van de nieuwe NPR 7910-2

  • Beoordeling van explosierisico’s (nieuwe paragraaf 4.7.2)
    Op basis van een risicoanalyse kan worden bepaald of een hoger of lager beschermingsniveau van materieel kan worden toegepast in een gevarenzone. Dus er kan worden afgeweken van de standaard EPL – gevarenzone voorschriften (zone 20 = EPL Da; zone 21 = EPL Db; zone 22 = EPL Dc.
  • Arbeidshygiënische strategie (nieuwe paragraaf 5.2.1)
    In paragraaf 5.2.1 Veiligheidsprincipes wordt nader uitgelegd dat al tijdens een ontwerp van een installatie onderzocht moet worden wat de kans is op het vrijkomen van brandbare stoffen en hoe dit zoveel mogelijk kan worden vermeden. Er moet name onderzocht worden op welke plaatsen brandbare stoffen (poeders) vrij kunnen komen. Kleine lekkages kunnen leiden tot de opbouw van gevaarlijke stoflagen.
  • Overzichtelijkheid en duidelijkheid van de indeling (nieuwe paragraaf 5.2.2)
    In sommige situaties kan het handig zijn om een gebied met veel gevarenbronnen als een grote zone aan te merken. Of als er verschillende klassen van zones zijn, de zwaarste klasse te hanteren.
    (Opmerking IAB Ingenieurs: wees voorzichtig met het te groot en zwaar maken van zones. Dit brengt vaak enorme consequenties met zich mee)
  • Kwalificatie van personeel (nieuwe paragraaf 5.2.4)
    De gevarenzone-indeling dient te worden uitgevoerd door personen die kennis van zaken hebben. Er wordt gerefereerd aan de IECEx05 module Ex 002.
  • Nieuwe of aangepaste beschrijvingen van gevarenbronnen (aanpassingen in paragraaf 5.5.3.2)
    Geen gevarenbron: dubbel uitgevoerde flexibele verbindingen of filterzakken waarbij door goed ontwerp, beproeving, monitoren, goede constructie, goed onderhoud en goede bedrijfsvoorvoering de kans op het vrijkomen van een brandbare stof verwaarloosbaar klein is.
  • Een nieuwe gevarenzone: “Inert Gebied” (paragraaf 5.6.4 en 3.12.3)
    Er is een nieuwe gevarenzone gedefinieerd, het zogenaamde Inert Gebied. In een inert gebied is geen zuurstof aanwezig door de zuurstof te verdringen door stikstof, kooldioxide, etc. Afhankelijk van de uitvoeringsvorm en betrouwbaarheid van inertisering kan een zonering verlaagt worden.
    (Opmerking IAB: de toevoeging van het inert gebied is alleen maar extra ballast. Een gebied kan door inertisering een andere zoneklasse krijgen of zelfs NGG. Een nieuwe aanduiding IG voegt niets toe.)
  • Stoflagen (paragraaf 5.7.2.2 verder uitgebreid)
    De gevaren van stoflagen worden verder uitgewerkt. De gevaren van secundaire explosie, brand en een explosie van een opgewervelde stofwolk worden uitgelegd.
  • Presentatie en rapportage van de zone-indeling (paragraaf 7.1.uitbreiding)
    Er worden stapsgewijs diverse punten genoemd die gedocumenteerd moeten worden bij een gevarenzone-indeling. Ten opzichte van de vorige norm zijn vele extra punten nu benoemd.
  • Bepalen van de afmetingen van de gevarenzone (aanpassing Bijlage B)
    De berekening van de afmetingen van de gevarenzone met stuifgetallen, etc. is niet meer opgenomen. Alleen de praktijkinspectie wordt beschreven.

Door de gehele norm heen zijn op diverse plaatsen kleine aanpassingen gedaan, zoals het actualiseren van referenties van normen.

Commentaar op de norm kan worden ingediend bij het NEN voor 15-04-2018.

IEC 60204-1 voor machines ook van toepassing bij ATEX

De IEC 60204-1 is een belangrijke norm voor elektrische installaties bij machines. In ATEX gebieden worden ook regelmatig machines geplaatst, denk aan ventilatoren, pompen, transportschroeven, draaisluizen, etc. Naast de ATEX installatievoorschriften, volgens de IEC 60079-14, is voor machines ook de IEC 60204-1 van toepassing. Dit betekent dus ook een controle volgens IEC 60204-1.

In ATEX gebieden maken we voor het installeren van elektrische apparatuur gebruik van de IEC 60079-14. Dit is een soort “NEN 1010”, maar dan anders en is specifiek bedoeld voor elektrische apparatuur in ATEX zones. In België is het iets anders geregeld, daar bevat het AREI ook al een groot gedeelte van de IEC 60079-14 met her en der wat verschillen.

De IEC 60079-14 is er vooral op gericht om te voorkomen dat er ontstekingsbronnen kunnen ontstaan. Dit wordt bereikt door de juiste keuze van explosieveilige apparatuur en de juiste methode van installeren.

In de inleiding van de IEC 60079-14 wordt vermeld: Deze eisen vormen een aanvulling op de eisen te stellen aan installaties in niet-gevaarlijke gebieden. Met andere woorden, naast de IEC 60079-14 is voor machines ook de IEC 60204-1 van toepassing. Dit betekent dat bij installaties in Ex-gebieden, waarbij er sprake is van machines, ook de IEC 60204-1 gehanteerd en gecontroleerd moet worden.

In hoofdstuk 4 van de IEC 60079-14 wordt het volgende vermeld: Elektrische installaties in gevaarlijke gebieden moeten ook voldoen aan de passende eisen voor elektrische installaties in niet-gevaarlijke gebieden. Voor installaties in gevaarlijke gebieden kunnen de eisen voor niet-gevaarlijke gebieden echter onvoldoende zijn. (opmerking IAB: deze eisen zijn inderdaad onvoldoende)

In de IEC 60204-1 worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan netscheiders, schakelaars ter voorkoming van onbedoeld inschakelen, uitschakeltijden ter bescherming tegen een elektrische schok, overstroombeveiligingen, beschermingsleidingen (PE), noodstops, installatiemethoden, etc. etc.

Het beste wordt naast een ATEX inspectie (verplicht bij nieuwe of gewijzigde installaties volgens IEC 60079-14: gedetailleerde inspectie), ook een inspectie volgens IEC 60204-1 uitgevoerd. Uiteraard ligt de IEC 60204-1 inspectie binnen het domein van de machinerichtlijn.

Voor meer informatie over de IEC 60204-1 of het uitvoeren van inspecties, zie onze IEC 60204-1 training.

nieuwe ATEX 114 normenlijst 09-03-2018

Op 9 maart 2018 is er weer een nieuwe lijst met geharmoniseerde normen gepubliceerd voor de ATEX 114 richtlijn. Deze normenlijsten zijn weergaven van de zogenaamde geharmoniseerde normen. Dit betekent dat het toepassen van deze normen het vermoeden van overeenstemming geven met de richtlijn, dus in dit geval de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU).

Nieuwe vermeldingen zijn:

  • EN ISO/IEC 80079-20-2:2016
  • EN 60079-18:2015/A1:2017 – IEC 60079-18:2014/A1:2017

Download de lijst via het IAB Members downloadarchief.


EN ISO/IEC 80079-20-2:2016
Explosieve atmosferen — Deel 20-2: Materiaaleigenschappen — beproevingsmethoden voor ontvlambare stoffen (ISO/IEC 80079-20-2:2016)

Explosive atmospheres – Part 20-2: Material characteristics – Combustible dusts test methods

Deze norm beschrijft de methoden om ontvlambare stoffen te onderzoeken. In de norm worden o.a. de volgende testen beschreven:

  • Modified Hartmann tube / gemodificeerde Hartmann buis
  • 20-litre sphere / 20 liter bol
  • MIT of a dust cloud / minimum ontstekingstemperatuur van een stofwolk
  • MIT of dust layer / miniumum ontstekingstemperatuur van een stoflaag
  • Minimum ignition energy of dust/air mixtures / minimum ontstekingsenergie van een stof / lucht mengsel.

Naast de methode van testen en de gebruikte apparatuur geeft de norm ook aan wat er minimaal in een testverslag dient te staan.

Het toepassen van deze norm geeft invulling aan diverse essentiële eisen van bijlage II van de ATEX 114 richtlijn en is dus bedoeld voor fabrikanten van apparatuur of beveiligingssystemen en voor testlaboratoria. In bijlage ZA van de IEC 80079-20-2 wordt aangegeven met welke essentiële eisen het vermoeden van overeenstemming kan worden verkregen.

De norm is “verplicht” vanaf 30-09-2018.


EN 60079-18:2015/A1:2017 – IEC 60079-18:2014/A1:2017

Explosieve atmosferen — Deel 18: Bescherming van materieel door ingiet bescherming „m”

Deze norm betreft een aanvulling op de reeds bestaande versie van de EN 60079-18:2015. Deze norm geeft de eisen weer die worden gesteld aan explosieveilige apparatuur die gebruikt maakt van het beschermingsprincipe “moulding” of gietmassa. In de ATEX codering van een apparaat is de beschermingswijze te herkennen aan Ex “m”. Tegenwoordig kennen we 3 soorten Ex m: ma, mb en mc.

Fabrikanten van Ex-apparatuur die gebruik maken van Ex m dienen de certificatie te vernieuwen op basis van de nieuwe norm. Vanaf 16-01-2018 is de EN 60079-18:2015 “verplicht” om toe te passen, de aanvulling A1 dient vanaf 28-09-2020 te worden toegepast.

Machinefabrikant en gebruiker beide veroordeeld na stofexplosie

In 2011 vond een grote stofexplosie plaats bij een recycling bedrijf van toner in Engeland. Hierbij raakten 8 mensen gewond, waarvan meerdere ernstig.

De Engelse Health and Safety Executive (HSE) kwam tot de conclusie dat het recyclingbedrijf onvoldoende maatregelen had genomen om explosies en brand te voorkomen.

Daarnaast werd ook de machinefabrikant veroordeeld, omdat het geen rekening had gehouden met te verwachten misbruik van de machine. De machinefabrikant had een machine ontworpen voor het versnipperen en verwerken van tonercartridges. Hierbij was geen rekening gehouden met het ontstaan van een explosieve atmosfeer, doordat er meer toner in de machine kon worden gedaan. Dus de LEL (lower explosion limit) kon eenvoudig worden bereikt. Tonerpoeder is uitermate explosiegevoelig, sommige toners hebben een minimum ontstekingsenergie kleiner dan 1 mJ.

In de praktijk komen we regelmatig installaties tegen waarbij de explosieve atmosferen (ATEX zones) en de omvang ervan door de machinefabrikant tot een minimum worden beperkt. Door het beperken van de zogenaamde ATEX zones behoeft er geen ATEX gecertificeerde apparatuur te worden gebruikt. Dit is dan in eerste instantie financieel voordelig.

Bij het vaststellen van ATEX zones bij machines en installaties dient de fabrikant van deze installaties dus rekening te houden met het reëel te verwachten gebruik.
Aan bovenstaande rechtspraak kunnen we zien dat dus niet alleen de gebruiker, maar ook de machinebouwer een verantwoordelijkheid heeft.
Bij de bouw van een machine dient dus rekening te worden gehouden met voorzienbaar gebruik.

IAB

filterkast na explosie

De nieuwe NPR 7910-1 2018 nu in ontwerp beschikbaar

Begin februari 2018 is het nieuwe ontwerp van de NPR 7910-1 versie 2018 gepubliceerd. We hebben de belangrijkste wijzigingen van de nieuwe NPR 7910-1 voor je op een rij gezet.

ATEX gaszones en ventilatie: zoneafmetingen

In het zesde deel van de 7-delige serie ATEX en gaszones bespreken we de ATEX zoneafmetingen in relatie tot de ventilatieomstandigheden.

In 7 stappen naar een ATEX gaszonering

Het is vaak lastig om de juiste ATEX gaszonering vast te stellen. De NPR 7910-1 geeft standaard oplossingen, waarmee we in veel gevallen wel uit de voeten kunnen. In veel situaties is er echter een zorgvuldige afweging noodzakelijk voor het uiteindelijk vaststellen van een ATEX zone. Tevens komen we in de praktijk vaak verschillende inzichten tegen. Mocht volgens u een ATEX zone niet kloppen, dan is het zeker de moeite waard om dit nog eens te controleren.

We hebben in dit bericht een kort overzicht gegeven, gebaseerd op de NPR 7901-1. Met het doorlopen van dit stappenplan kan een ieder in de basis een zonering maken.

In 7 stappen naar ATEX gaszonering

STAP 1
Is er een brandbare vloeistof of gas aanwezig? (bekijk de veiligheidsbladen of MSDS)

STAP 2
Worden de minimale hoeveelheden overschreden of is op basis van risico een zonering zinvol? (controleer dit aan de tabel met de minimale hoeveelheden uit de NPR 7910-1)

STAP 3
Welke soorten gevarenbronnen zijn er aanwezig? (een gevarenbron is een mogelijke bron van lekkage of vrijkomen, we kennen: continue, primaire en secundaire gevarenbronnen)

STAP 4
Welke vorm van ventilatie of afzuiging is aanwezig? (kijk naar natuurlijke of geforceerde ventilatie en stel de capaciteiten vast)

STAP 5
Stel de zoneklasse vast, op basis van gevarenbron en ventilatie: gebruik tabel 7 van de NPR 7910-1. (pas tabel 7 toe van de NPR 7910-1)

STAP 6
Bepaal het lekdebiet. (ga na welke hoeveelheid er bij de gevarenbron vrij kan komen)

STAP 7
Bepaal de afmetingen van de ATEX zone. (pas tabel 7 toe op basis van het vastgestelde lekdebiet)

In veel situaties werkt de standaard uitwerking volgens de NPR 7910-1. Helaas zijn er ook veel situaties die een andere benadering behoeven. Hierbij moeten we denken aan het toepassen van zogenaamde branche-typicals. Standaard voorbeelden die in een bepaalde tak van industrie zijn aanvaard. Ook kan het nodig zijn om berekeningen uit te voeren voor het bepalen van de juiste ATEX zone. Tevens kan hierbij gebruik worden gemaakt van software.

Meer leren over zonering? Volg dan onze 4-daagse ATEX 153 training.

ATEX gaszones en ventilatie in een groot gebouw

In het 5e deel van de serie ATEX en gaszones bespreken we ventilatie in een groot gebouw.

ATEX gaszones en ventilatie: kunstmatige plaatselijke ventilatie

In deel 4 van de 7-delige serie: hoe bereken je de juiste capaciteit van kunstmatige plaatselijke ventilatie?

SKO-punten voor alle opleidingen van IAB Ingenieurs

Vanaf juli 2017 zijn er SKO-punten toegekend aan alle opleidingen van IAB Ingenieurs.

ATEX gaszones en ventilatie: kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw

In deel 3 van de serie ATEX gaszones en ventilatie bespreken we kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw aan de hand van praktijkvoorbeelden.

3D-printers en ATEX

Industriële 3D-print technologie wordt steeds vaker toegepast. Deze moderne industriële machines brengen echter een aantal gevaren en risico’s met zich mee, waaronder explosiegevaar, blootstelling aan chemische agentia, mechanische gevaren. 3D-printers en ATEX zijn daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden.

ATEX zones zijn met name bij het mengen van poeder, transport van poeder en het uitpakken van 3D-modellen aanwezig. Een industriële 3D-printer behoort dan ook zeker te worden beschreven in het explosieveiligheidsdocument.

In het kader van explosiegevaar kijken we met name naar de grondstoffen die worden gebruikt. Als grondstof wordt bijvoorbeeld Polyamide 12 (PA12) veel gebruikt. Deze grondstof wordt in fijn verdeelde vorm gebruikt, met een korrelgrootte verdeling van 30 – 100 μm. Dit is veel kleiner dan de grens van 0,5 mm, zodat we kunnen spreken over een poeder die in de juiste mengverhouding een explosief mengsel kan vormen. De grens van 0,5 mm is o.a. terug te vinden in de NPR 7910-2 (par. 3.2: brandbaar stof = fijn verdeelde vaste deeltjes, van een nominale afmeting van 500 km of minder, die in de lucht kunnen blijven hangen, kunnen neerslaan uit de atmosfeer door hun eigen gewicht, kunnen branden of gloeien en onder atmosferische druk en bij normale temperatuur met lucht een explosief mengsel kunnen vormen).

Zodra we dus fijn verdeeld poeder tegenkomen en voldoende lucht, dan is er sprake van een explosieve atmosfeer. Voor het inwendige van apparaten ligt de grens op 0,1 kg, dat wil zeggen, indien er in het inwendige van apparatuur meer dan 100 gram brandbaar stof aanwezig is, er sprake zal zijn van een explosieve atmosfeer. Dit stof kan dan in de vorm van stofwolken en/of stoflagen voorkomen. De tijdsduur van deze aanwezigheid, bepaalt de klasse van de ATEX zone (20 of 21 of 22).

Bij de voorbereiding van het poeder, het storten van nieuw poeder en het mengen met gerecycled poeder hebben we in de menger te maken stoflagen en incidenteel stofwolken (afhankelijk van de frequentie van storten en aard van het mengproces). Een zone 21 in de menger is daar zeker op zijn plaats. Het storten van poeder dient met gebruikmaking van puntafzuiging te geschieden. Hierdoor wordt de ATEX zone buiten de menger beperkt, maar nog veel belangrijker, het poeder dient adequaat te worden afgezogen om inademing te voorkomen.

Het transport van poeder vanuit de menger naar de 3D-printmachine is doorgaans inwendig gezoneerd, afhankelijk van het type transport zal hier een zone 20 of 21 aanwezig zijn. Bij het transport middels schroeven of spiralen in slangen dient ook met name gekeken te worden naar flexibele verbindingen. De NPR 7910-2 beschouwt flexibele verbindingen als een secundaire gevarenbron en dus zone 22, zie NPR 7910-2 par. 5.4.3.2.: gebieden in de omgeving van flexibele verbindingen tussen installatieonderdelen die incidenteel kunnen scheuren of doorslijten.

In de 3D-rinter zelf is doorgaans geen zonering aanwezig, omdat in de machine met een inerte atmosfeer (stikstof) wordt gewerkt. Bij een voldoende lage zuurstofconcentratie is er geen sprake meer van een explosief mengsel. De fabrikant van de 3D-printer zal middels een analyse moeten vaststellen hoe de lage zuurstofconcentratie kan worden gewaarborgd.

Vanuit de 3D-printer wordt de vorm, met daarin het 3D-model naar een uitpakstation gebracht. Hier wordt het overtollige poeder gescheiden van het 3D-model. Hier zullen weer stoflagen en stofwolken kunnen ontstaan, zodat bij het uitpakstation weer sprake zal zijn van een ATEX zonering. Doorgaans wordt het overtollige poeder gezeefd en getransporteerd naar het mengstation. Ook hierbij zullen ATEX zones aanwezig zijn.

Tot slot kan er nog een nabewerking plaats vinden op het 3D-model, denk aan stralen in een straalcabine. Ook hier zal beoordeeld moeten worden of er voldoende brandbaar poeder in de cabine aanwezig kan zijn om een explosief mengsel te kunnen vormen. Straalcabines in Ex-uitvoering zijn beschikbaar en worden toegepast in het kader van 3D-printing.

Tot slot, de hier boven geschetste situatie is slechts een voorbeeld. Bij iedere 3D-print situatie zal het stappenplan van de ATEX zonering gevolgd moeten worden. Meer hierover vindt u in de NPR 7910-2.

Meer leren over het vaststellen van ATEX zones? Volg dan onze ATEX training Ex 002. Lees meer >>>>

ATEX gaszones: geen of beperkte ventilatie in een gesloten gebouw

In een gebouw, dat geen open gebouw is, is geen ventilatie aanwezig, tenzij er sprake is van beperkte ventilatie (inclusief groot gebouw) of kunstmatige ventilatie. Indien er geen ventilatie aanwezig is, moet er rekening worden gehouden met een zogenaamde zone-verzwaring.

15 juni: Andries Brakke spreekt op Prenne 42

Hoe ver staan we met de Explosieveiligheidsdocumenten? Zijn alle Explosieveiligheidsdocumenten/ATEX-dossiers opgesteld en in orde met het K.B. van 4 december 2012? Wat moet de preventieadviseur hier inbrengen?

Tijdens Prenne 42 in Gent spreekt Andries Brakke over bovenstaande onderwerpen.

Datum: 15 juni 2017
Tijd: 11.05-11.55 (Module 3)
Kosten: € 25,- per sessie, € 249,- all-in
Plaats: Flandres Expo, Gent

Download de folder (PDF) van Prenne 42 voor meer informatie en inschrijven.

ATEX gaszones: ventilatie in de buitenlucht en een open gebouw

Bij installaties die in de buitenlucht zijn opgesteld wordt er meestal van uitgegaan dat er voldoende luchtbeweging is, waarbij de luchtsnelheid zelden kleiner is dan 0,5 m/s. Belangrijk hierbij is dat er geen wezenlijke hindernissen aanwezig zijn.

Nieuw: ATEX basiscursus IEC Ex 001

Vanaf juni 2017 kunt u bij IAB Ingenieurs de ATEX basiscursus IEC Ex 001 volgen. Deze 2-daagse cursus werd al gegeven als onderdeel van de 4-daagse cursus ATEX 153 Explosieveiligheidsdocument. Wij kregen echter dusdanig veel verzoeken voor een cursus waarin met name de basisprincipes van ATEX worden behandeld, dat wij hebben besloten deze cursus apart aan te bieden.

De cursus ATEX Ex 001 duurt twee dagen en is apart te volgen, maar ook nog steeds als onderdeel van de 4-daagse ATEX 153 training (explosieveiligheidsdocument). De ATEX 153 EVD training is een combinatie van Ex 001 (basisprincipes) + Ex 002 (zones bepalen). Ex 001 en Ex 002 zijn dus zowel apart als in combinatie te volgen.

Na de cursus nemen wij een toets af, waarmee u het officiële IEC Ex 001 examen bij DEKRA kunt volgen.

De eerste volgende Ex 001 training is op 22 en 23 juni 2017 in Appingedam.

ATEX basiscursus IEC Ex 001

demo stofexplosie in 1 m3 vat met breekplaat

 

Toetsing van het Explosieveiligheidsdocument

In de praktijk worden vaak de volgende vragen gesteld:

Wie mag een explosieveiligheidsdocument opstellen?

Is toetsing van het explosieveiligheidsdocument verplicht?

Het explosieveiligheidsdocument kan worden gezien als een onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf. Zie artikel 3.5c van het Arbobesluit:

De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico’s die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en evaluatiebedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.

Iedereen mag een RI&E en dus ook een explosieveiligheidsdocument opstellen. In de Arbowet worden geen deskundigheidseisen genoemd. De RI&E en ook het EVD moet echter wel worden getoetst, dit kan door een kerndeskundige, zoals een gecertificeerde hogere veiligheidskundige, arbeidshygiënist, arbeids- en organisatiedeskundige, bedrijfsarts of een gecertificeerde arbodienst. Indien een kerndeskundige zelf de RI&E heeft opgesteld, kan het toetsen achterwege blijven, hoewel dit laatste niet wenselijk is.

Toetsing  van het explosieveiligheidsdocument: waar kijk je naar?

Bij een toetsing van de RI&E in het algemeen of een EVD in het bijzonder wordt met name gekeken naar:

  • volledigheid: check het EVD middels een controlelijst of deze compleet is
  • betrouwbaarheid: komt het EVD overeen met de werkelijkheid
  • actualiteit: wordt de actuele situatie weergegeven en zijn de nieuwste voorschriften toegepast

Een explosieveiligheidsdocument kan worden beschouwd als een verdiepende RI&E en ook deze moet worden getoetst. Er bestaan echter verschillende soorten toetsingen. Voor bedrijven met ten hoogste 40 uur arbeid per week en ten hoogste 25 werknemers zijn er uitzonderingen.

De toetsing van het explosieveiligheidsdocument dient te geschieden door een hierboven genoemde kerndeskundige die op het gebied van explosieveiligheid voldoende kennis heeft. In de Leidraad RIE-Toets  (zie download) staat dit nader omschreven. De aantoonbaarheid van voldoende kennis op het gebied van explosieveiligheid kan bijvoorbeeld doordat de kerndeskundige in het bezit is van IECEx persoonscertificaten.

Zelfstandig gecertificeerde deskundigen staan geregistreerd in het register van Hobéon SKO (Hoger Veiligheidskundige, Arbeidshygiënist en Arbeids- & Organisatiedeskundige),

Beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones

Het beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones is soms een lastige zaak. Toch kunnen we op voorhand al wat zaken op een rijtje zetten om deze beoordeling wat overzichtelijker en eenvoudiger te maken.
In eerste instantie is een inventarisatie noodzakelijk van de aanwezige mechanische apparatuur in de diverse ATEX zones en het bouwjaar van deze apparatuur.
Daarna moet worden bekeken of de mechanische apparatuur zelf middels een ontstekingsanalyse moet worden beoordeeld, of dat de fabrikant van de mechanische apparatuur al een ontstekingsanalyse heeft gemaakt. Dit laatste is dan te herkennen aan de Ex-markering op de apparatuur, welke voor mechanische apparaten met een bouwjaar na 2003 verplicht is.

Beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones (bouwjaar voor 2003)

In het overzicht hieronder is te zien (samenvatting uit het ATEX vouwboekje, zie download), dat oude mechanische apparatuur (bouwjaar voor 2003) door de gebruiker zelf beoordeeld moet worden op basis van een ontstekingsanalyse.

IAB

mechanische apparatuur en atex

Nieuwe mechanische apparatuur (bouwjaar na 2003) heeft een ATEX codering, de fabrikant heeft dan de ontstekingsanalyse gemaakt. De gebruiker moet enkel nagaan of het apparaat goed is geïnstalleerd en onderhouden. De gebruiksaanwijzing en de certificaten moeten worden geraadpleegd om te zien of de apparatuur goed is geïnstalleerd en of het juiste onderhoud wordt uitgevoerd.

Apparatuur met een bouwjaar voor 2003 moet door de gebruiker middels een ontstekingsanalyse zelf worden beoordeeld. Het is natuurlijk ook mogelijk om de oorspronkelijke fabrikant hiervoor te raadplegen. Er zijn een aantal normen waarin een dergelijke ontstekingsanalyse als voorbeeld is opgenomen, dat zijn:

  • EN 15198: Methodiek voor de risicobeoordeling van niet-elektrisch materieel en onderdelen bedoeld voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen
  • ISO 80079-36 / -37: Explosieve atmosferen – Deel 36: Niet-elektrische uitrusting voor gebruik in explosieve atmosferen / Deel 37: Niet-elektrische uitrusting voor gebruik in explosieve atmosferen – Niet-elektrisch beveiligingstype voor constructieveiligheid ‘c’, beheersing van ontstekingsbronnen ‘b’, onderdompeling in vloeistof ‘k

Hoe maak je een ontstekingsanalyse?

Het maken van een ontstekingsanalyse voor oude apparatuur is voor zone 2 en 22 relatief eenvoudig. Conform “de geest van ATEX” mogen in zone 2 en 22 tijdens normaal functioneren van het apparaat geen ontstekingsbronnen aanwezig zijn. Dit is in de praktijk vaak ook niet het geval, met uitzondering van statische elektriciteit. Hier moet altijd goed op worden gelet, aangezien dit een ontstekingsbron is die juist bij normaal functioneren wel aanwezig kan zijn. Het aanwezig zijn van hete oppervlakken, mechanische vonken, etc. is bij normaal functioneren van apparatuur meestal uitzonderlijk.

Een ontstekingsanalyse voor zone 1 en 21 of 0 en 20 is een complexe zaak, omdat we dan ook rekening moeten houden met verwachte of abnormale storingen in een apparaat. Bij deze analyse kunnen we o.a. gebruik maken van de ISO 80079-36 / -37. Nu zal een inschatting moeten worden gemaakt welke storingen er allemaal mogelijk zijn en wanneer deze zich kunnen voordoen.

Op basis van bovengenoemde indeling kunt u in de praktijk alvast een selectie maken van apparatuur en zich daarna concentreren op de lastige situaties.
In onze training ATEX mechanische apparatuur en ontstekingsanalyse behandelen we bovengenoemde thema’s en maken we aan de hand van praktijkvoorbeelden diverse analyses. Meer info >>>>

 

IAB

magneet gekoppelde pomp (cursus ATEX mechanisch / ontstekingsanalyse)

Op de foto zien we een gedeeltelijk gedemonteerde pomp in het kader van een ontstekingsanalyse van een magneetgekoppelde pomp tijdens de cursus ATEX Mechanische apparatuur. Om inzichtelijk te maken met welke aspecten we te maken te krijgen bij de ontstekingsanalyse gaan we na welke ontstekingsbronnen er mogelijk zijn en wanneer deze zich kunnen voordoen.

Een goed inzicht in de werking maakt het mogelijk om een juiste ontstekingsanalyse te maken. Dit betekent natuurlijk niet dat u in de praktijk alles moet los draaien!

Door te werken met bepaalde typicals kunt u in de praktijk doorgaans snel te werk gaan met de beoordeling van mechanische apparatuur.

Nieuwe ontstekingsbronnen na reparaties

Bij reparaties aan mechanische apparatuur moet altijd middels een ontstekingsanalyse worden nagegaan of er nieuwe ontstekingsbronnen mogelijk zijn. Bij substantiële wijzigingen is er sprake van een nieuw apparaat, dat eerst volgens ATEX gecertificeerd moet worden.

Veel fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones

We zien met regelmaat fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones. De beschermingswijze Ex d is een methode waarbij vonkende apparatuur in een zodanig sterke omkasting wordt geplaatst, dat bij een eventuele explosie in de kast, deze niet kapot gaat en er geen vlammen en vonken naar buiten komen. Dit betekent dat drukvaste kasten goed gesloten moeten zijn. Dus een drukvaste kast openen terwijl de spanning er nog op staat is uit den boze. Een drukvaste kast met een UTP aansluiting er in, is daarom vragen om moeilijkheden. Dit gaat dus al fout in de engineeringsfase. Vaak worden ook de verkeerde wartels toepast. Een Ex e wartel in een Ex d behuizing kan niet, wel als een Ex d behuizing een Ex e aansluitcompartiment heeft.

fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones

vlamspleet dicht gekit

Voorbeelden van fouten bij drukvaste behuizingen

Andere voorbeelden van problemen bij Ex d behuizingen zijn:

  • de Ex d behuizing is veel te vol, doordat er apparatuur bij in is geplaatst
  • de Ex d behuizing is te dicht op andere apparatuur geplaatst, waardoor er onvoldoende vrije ruimte voor de vlamspleten aanwezig is (voor Ex d flenzen)
  • de pasvlakken van een Ex d behuizing zijn beschadigd, waardoor de vlamspleten te groot zijn geworden
  • doordat vet in de boutgaten is gekomen, zijn de bouten niet meer volledig in het schroefdraad gedraaid, hierdoor zijn de vlamspleten weer te groot
  • het draad is beschadigd, zodat de bouten niet volledig konden worden aangedraaid
  • het plaatsten van motorbeveiligingen in een Ex d behuizing is vragen om problemen. Als deze motorbeveiliging regelmatig moet worden gereset, moeten de bouten regelmatig uit de drukvaste behuizing, dat is vragen om problemen. Betere oplossing was geweest: een Ex d motorbeveiliging in een Ex e behuizing, standaard te verkrijgen.
  • siliconenkit tussen de pasvlakken
  • verven van de naden
  • verlopen gebruikt bij het toepassen van blindstoppen
  • 2 verlopen gebruikt bij het toepassen van wartels
  • Ex e blindstoppen.

LET OP!: het openen van Ex d behuizingen valt onder de gedetailleerde inspectie volgens IEC 60079-17. Alvorens men behuizingen in ATEX zones kan openen, dient de situatie gasvrij en elektrisch veilig te zijn verklaard en te zijn vrijgegeven.

Cursus ATEX Inspecteur

Meer leren over ATEX Inspecties? Volg dan onze 3-daagse cursus ATEX Inspecteur.

bouten verschillend aangedraaid in een Ex d kast

bouten verschillend aangedraaid in een Ex d kast

Ageing en Explosieveilige apparatuur

Ageing of veroudering van explosieveilige apparatuur is een aspect waar zeker rekening mee moet worden gehouden. Ageing omvat niet alleen de veroudering van apparatuur, maar ook alle aspecten die de beschermingswijze tegen ontsteking aan kan tasten. Denk hierbij aan slijtage, corrosie, onjuist gebruik (omgevingsfactoren) of onvoldoende onderhoud.
Bij de BRZO inspecties (Seveso bedrijven) gaat ageing een inspectie-onderdeel worden, aangezien diverse installaties met onder andere ATEX zones en explosieveilige apparatuur al vanaf de jaren “60 in bedrijf zijn. Een gedetailleerde inspectie volgens de IEC 60079-17 is zeker noodzakelijk indien de “oudere” Ex apparatuur al langere tijd niet is geïnspecteerd.

De Ex-inspecteur zal voldoende kennis moeten hebben van de diverse beschermingswijzen tegen ontsteking, om als zodanig een oordeel te kunnen geven over oude explosieveilige apparatuur. Naast de inspectielijsten, zoals deze in de IEC 60079-17 worden genoemd, zal ook praktisch gezien naar de veroudering van de apparatuur moeten worden gekeken.

Voorbeelden van veroudering die de beschermingswijzen direct of indirect kunnen aantasten zijn o.a.:

  • gescheurde pakkingen (uitgedroogd / gebroken / verpulverd)
  • scheuren in kunststof behuizingen, waardoor vocht binnen kan treden
  • afgebroken bouten of deksels, die vanwege corrosie niet meer normaal los te krijgen zijn
  • gecorrodeerde vlamspleten van drukvaste behuizingen (Ex d)
  • sterk gecorrodeerde behuizingen
  • gebroken wartels doordat deze door UV-straling en kabelspanning gescheurd zijn

Bovengenoemde gebreken dienen in relatie tot de ATEX zone volgens een plan van aanpak te worden aangepakt. Vervanging van de apparatuur is lang niet altijd noodzakelijk, reparaties kunnen worden uitgevoerd aan explosieveilige apparatuur, mits ook hier weer voldoende deskundigheid aanwezig is. De norm IEC 60079-19 behandelt het aspect van reparatie van explosieveilige apparatuur.

De deskundigheid van de ATEX inspecteur kan worden aangetoond met een afgelegd IECEx examen volgens module 007/008. Indien gewenst kan de inspecteur ook een persoonscertificaat aanvragen. Dergelijke IECEx competenties zijn niet wettelijk verplicht, maar worden ten zeerste aanbevolen.

Meer informatie over onze 3-daagse, praktijkgerichte ATEX inspectietraining.

Verificatiedossier ATEX

Bij de installatie van elektrische apparatuur in explosiegevaarlijke gebieden hoort ook het opstellen van een verificatiedossier. De IEC 60079-14 beschrijft wat er allemaal in dat dossier aanwezig dient te zijn. Is dit verificatiedossier dan hetzelfde als een explosieveiligheidsdocument?
Nee, een explosieveiligheidsdocument omvat meer, o.a. de zonering en het organisatorische aspect dient veel breder te worden beschreven in het explosieveiligheidsdocument.

Het verificatiedossier, zoals dat is beschreven in de IEC 60079-14 is gericht op elektrische installaties in explosiegevaarlijke gebieden. Naast de documentatie, zoals deze verplicht is voor niet-gevaarlijke gebieden, dient het verificatiedossier de volgende informatie te bevatten, voor zover van toepassing (bron: IEC 60079-14 §4.2):
A. Omgeving

  1. documenten met betrekking tot de gevarenzone-indeling (zie IEC 60079-10-1 en IEC 60079-10-2) met situatieschetsen waarop de gevarenzone-indeling en de omvang van de gevaarlijke gebieden zijn weergegeven, met inbegrip van de zone-indeling (en de maximale toegelaten dikte van de stoflagen indien het gevaar het gevolg is van stof);
  2. beoordeling van de gevolgen van het optreden van ontsteking;
  3. gasgroepen en stofgroepen;
  4. temperatuurklasse of ontstekingstemperatuur van het desbetreffende gas of de desbetreffende damp;
  5. de materiële kenmerken, zoals elektrische weerstand, de minimale ontstekingstemperatuur van de stofwolk, de minimale ontstekingstemperatuur van de stofafzetting en de minimale ontstekingsenergie van de stofwolk;
  6. uitwendige invloeden en omgevingstemperatuur.

B. Apparatuur

  1. handleidingen van de fabrikant voor de keuze, installatie en inspectie voor eerste inbedrijfstelling;
  2. documenten voor elektrisch materieel met voorwaarden voor het gebruik, bijvoorbeeld materieel waarvan de certificaatnummers zijn voorzien van het achtervoegsel ‘X’;
  3. een document dat het intrinsiek veilige systeem beschrijft;
  4. details van elke relevante berekening, bijvoorbeeld van spoeltijden voor instrumenten of analyseruimten;
  5. verklaring van de fabrikant of deskundige persoon.

C. Installatie

  1. informatie die noodzakelijk is voor een correcte installatie van het geleverde materieel in een vorm die geschikt is voor het personeel dat voor deze activiteit verantwoordelijk is (zie de aanwijzingen in IEC 60079-0);
  2. documentatie met betrekking tot de geschiktheid van het materieel voor het gebied en de omgevingsomstandigheden waaraan het wordt blootgesteld, bijvoorbeeld temperatuurwaarden, beschermingswijze, IP-waarde, corrosievastheid;
  3. schema’s waarop de typen en nadere gegevens van elektrische leidingen en toebehoren zijn weergegeven;
  4. documenten met selectiecriteria voor kabelinvoersystemen die aantonen dat wordt voldaan aan de eisen voor de desbetreffende beschermingswijze;
  5. tekeningen en schema’s met betrekking tot de identificatie van stroomketens;
  6. verslagen van de inspectie voor eerste inbedrijfstelling;
  7. verklaring van installateur/erkend persoon, waaruit de kwalificatie blijkt van de bekwaamheid van de personen met betrekking tot het ontwerp, keuze en opstelling van het materieel.

Het verificatiedossier kan worden beschouwd als een technisch dossier van de installatie. Het verificatiedossier kan beter worden gezien als een onderdeel van het explosieveiligheidsdocument. Het explosieveiligheidsdocument omvat meer zaken, denk aan:

  1. beschrijving van de arbeidsplaats en de aanwezige werkplekken
  2. beschrijving van de procédé’s en activiteiten van het bedrijf
  3. beschrijving van de gebruikte stoffen
  4. weergave van de resultaten van de risicobeoordeling
  5. weergave van de technische maatregelen ter voorkoming van explosiegevaar
  6. weergave van de organisatorische maatregelen ter voorkoming van explosiegevaar
  7. verantwoordelijkheden
  8. coördinatieverplichting

Het verificatiedossier geeft hoofdzakelijk een weergave van de technische maatregelen ter voorkoming van explosiegevaar.

Installaties worden volgens ATEX niet beschouwd als een nieuw product dat onder de ATEX 114 richtlijn valt. Dit in tegenstelling tot machines, een samenstel van machines kan in sommige gevallen weer als een nieuwe machine worden beschouwd. ATEX 114 kent dat principe niet.

Onder IECEx is het mogelijk om een certificaat voor een installatie te verkrijgen. De Certificatie Body zal dan uiteraard het verificatiedossier willen beoordelen.