De componentenlijst

Leestijd: 3 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

“De componentenlijsten waarin de apparatuur in de gevarenzones zijn opgenomen zijn nog niet volledig. Tijdens de inspectie zijn apparaten aangetroffen die A. niet in de componentenlijst waren opgenomen en B. niet waren voorzien van markeringen waaruit blijkt dat deze geschikt waren voor de gevarenzone.”

Wanneer mag een installatie in gebruik worden genomen?

Een installatie mag pas in gebruik worden genomen wanneer is aangetoond dat aan het gebruik van apparatuur geen explosiegevaar is verbonden. In de wetgeving vinden we dit terug in het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5e onder c:

“installaties, apparaten, beveiligingssystemen en het installatiemateriaal, worden, met inachtneming van onderdeel e, slechts in gebruik genomen indien uit het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat aan het gebruik ervan geen explosiegevaar is verbonden;

Wat betekent dit nu praktisch gezien?

Nadat de gevarenzones zijn vastgesteld, wordt er een zogenaamde componentenlijst opgesteld. Deze lijst bevat een overzicht van alle apparatuur die in een ATEX zone aanwezig is. Concreet betekent dit dat van ieder apparaat de relevante gegevens die op het typeplaatje staan worden overgenomen in een lijst. Bij grote aantallen is dit een omvangrijk karwei. Hiervoor wordt bij voorkeur een foto gemaakt van het typeplaatje, waarna de gegevens op een later moment kunnen worden verwerkt.

LET OP! Het maken van foto’s in een gevarenzone moeten worden uitgevoerd met een ATEX camera, tenzij er redenen zijn waarbij dit technisch niet uitvoerbaar is. In dat geval kan er middels passende maatregelen (werkvergunning / gasdetectie / etc.) gewerkt worden met een normale camera.

De componentenlijst dient zowel de elektrische als ook de mechanische apparatuur te bevatten. Tijdens het opstellen wordt in de praktijk al snel ontdekt wanneer bepaalde apparaten niet geschikt zijn voor een gevarenzone, omdat de relevante Ex-markeringen ontbreken.

Naast het invullen van de componentenlijst dient de apparatuur in de gevarenzone ook voor eerste ingebruikname te worden geïnspecteerd. De stand der techniek op dit punt is voor elektrische apparatuur vastgelegd in de NEN EN IEC 60079-17. Voor de eerste ingebruikname dient er van de elektrische apparatuur een gedetailleerde inspectie te worden uitgevoerd.

Uitvoeren gedetailleerde inspectie na ingebruikname installatie

Is de installatie echter al in bedrijf genomen, dan dient achteraf nog steeds een gedetailleerde inspectie te worden uitgevoerd. Uiteraard is dit achteraf erg lastig, want alle aansluitdozen moeten open en dit kan alleen in spanningsloze toestand (enkele uitzonderingen daargelaten).

Voorbeelden van typeplaatjes zoals deze worden opgenomen in een componentenlijst

Ook mechanische apparatuur dient voor de eerste ingebruikname te worden geïnspecteerd. Hiervoor is echter geen norm beschikbaar. Voor deze inspectie gebruikt u onder andere de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. In deze gebruiksaanwijzing staan de nodige aanwijzing voor een veilig gebruik van de mechanische apparatuur.

De componentenlijst kan ook goed worden gebruikt voor de inspectie van de apparatuur in de ATEX zones. Eventuele gebreken kunnen dan in een aparte kolom bij de betreffende apparatuur worden aangeven.

Ook het vermelden van de nodige certificaten van de Ex-apparatuur kan middels een hyperlink bij ieder component worden aangegeven.

Vermelden van apparatuur die niet in de ATEX zone is opgesteld

Naast de apparatuur in de gevarenzones hebben we ook te maken met associated apparatus, ofwel apparatuur die niet in de ATEX zone is opgesteld, maar wel van belang is voor explosieveiligheid. Denk hierbij aan barriers voor intrinsiek veilige circuits of motorbeveiligingen voor Ex e motoren of PTC-controllers.

Dus in een componentenlijst waarin een intrinsiek veilige niveaumeter is beschreven, volgt ook een verwijzing naar de barrier waarmee deze niveaumeter is verbonden. Van deze intrinsiek veilige kring dient ook de zogenaamde loop-berekening aanwezig te zijn.

Het mag duidelijk zijn dat het samenstellen van een componentenlijst bij een omvangrijke installatie veel werk is om achteraf samen te stellen. En nog veel belangrijker, als deze componentenlijst er is, deze up to date te houden.

Een voorbeeld van een componentenlijst kunt u downloaden via onze website.

De nieuwe NPR 3299:2019 voor acculaadstations

Leestijd: 5 minuten

In mei 2019 is er een nieuwe versie verschenen van de NPR 3299. In het kader van ATEX komt in bijna ieder bedrijf de NPR 3299 ook aan de orde. Immers in veel bedrijven zijn elektrische voertuigen, zoals heftrucks, veegmachines, stapelaars, etc. aanwezig en de accu’s in deze voertuigen moeten worden opgeladen.

Tijdens het opladen van accu’s (let op: niet alle typen accu’s) komt er waterstofgas vrij. Hierdoor is er explosiegevaar bij acculaadstations. In een explosieveiligheidsdocument moeten de laadplekken en/of laadruimten dan ook worden beschreven en tevens moet worden bepaald of er sprake is van een ATEX zone.

Wat zijn de veranderingen in de nieuwe NPR 3299?

De nieuwe NPR 3299:2019 is meer in lijn gebracht met de internationale norm voor tractiebatterijen, de NEN EN IEC 62485-3:2014. Hieronder een overzicht van de meest belangrijkste veranderingen in het kader van explosieveiligheid:

  • de veiligheidszone boven de batterij is vergroot van 0,5 m naar 0,6 m
  • aanpassing van de formule voor het berekenen van de ventilatie
  • aanpassing voor het bepalen van de laadstroom tijdens de gasfase
  • ter voorkoming van statische elektriciteit dienen de voorschriften uit de NPR-CLC-IEC/TR 60079-32-1 te worden opgevolgd (meer leren hierover zie: online training statische elektriciteit)
  • werkzaamheden zijn alleen toelaatbaar indien is vastgesteld dat de acculader is uitgeschakeld en geborgd tegen onbedoeld inschakelen (LoToTo) (opmerking IAB: in de vorige editie stond dat werkzaamheden alleen worden toegelaten indien de directe omgeving niet explosiegevaarlijk is, het was beter geweest dit te laten staan, immers direct na het uitschakelen en in LoToTo zetten van een acculader is er nog steeds explosiegevaar)

De wijzigingen in de nieuwe NPR 3299 dienen te worden doorgevoerd bij de volgende revisie of in elk nieuw explosieveiligheidsdocument (EVD).

Alle* wijzigingen op een rijtje (* kleine details zijn niet in onderstaand overzicht opgenomen):

  • Voorwoord
    • aanpassing: verwijzing naar de ATEX 153 (was ATEX 137) / 1ste alinea
    • nieuw: NiCd batterijen worden ook genoemd bij de voorbeelden en het probleem van blussen bij lithiumbatterijen / 3de alinea
    • aanpassing: personen die hebben meegewerkt aan de norm worden niet meer expliciet genoemd
  • Hoofdstuk 1 Onderwerp en toepassingsgebied
    • nieuw: de uitzondering voor laadinrichtingen voor elektrische volgens NEN 1010-7-722 / 2de alinea
    • aanpassing: verwijzing naar de NPR 5310 is weg
    • nieuw: de uitzondering voor niet-industriële toepassingen, zoals batterijen voor rolstoelen en dergelijke / 2de alinea
  • Hoofdstuk 2 Verwijzingen
    • aanpassing: de normen voor hijskranen (NEN 2017, etc.) zijn verwijderd, staat nu een nieuwe referentie in de bibliografie
    • aanpassing: de NPR 5310 is verwijderd en staat nu in de bibliografie
    • aanpassing: de nieuwe norm NPR-CLC-IEC/TR 60079-32-1 voor statische elektriciteit is vermeld (was NPR-CLC/TR 50404)
    • nieuw: vermelding van de normen voor nood- en oogdouches NEN-EN 15154 serie
    • aanpassing: vermelding nieuwe norm NEN-EN-IEC 62485-3 (vervangt de NEN-EN 50272-3)
    • nieuw: vermelding van richtlijn 93/43/EEG inzake levensmiddelenhygiëne
    • nieuw: vermelding van de ATEX 153 richtlijn (1999/92/EG)
    • aanpassing: richtlijn 89/391/EEG (algemene kaderrichtlijn voor veilig werken) is verplaatst naar bibliografie
    • aanpassing: verwijzingen naar IEC 60079-0 / IEC 60079-10-1 / IEC 60079-10-2 verwijderd
  • Hoofdstuk 3 Termen en definities
    • aanpassing: definitie van elektrisch arbeidsmiddel verwijderd
    • aanpassing: diverse kleine tekstaanpassingen en verwijzingen toegevoegd
  • Hoofdstuk 4 Risico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 4.1 Explosierisico
    • verwijderd: vrijkomen van zuurstof (1ste alinea)
    • aanpassing: de ontstekingsenergie van waterstof is nu correct weergegeven, 0,019 mJ (stond in de oude versie 0,019 J)
    • nieuw: verwijzing naar de NEN-EN 1127-1 (ontstekingsbronnen)
    • aanpassing: voorbeelden van ontstekingsbronnen door o.a. schakelhandelingen, kortsluiting, etc.
    • aanpassing: nieuwe norm voor statische elektriciteit (NPR-CLC-IEC/TR 60079-32-1)
  • Hoofdstuk 4.2 Elektrische risico’s
    • nieuw: de max. aanraakspanning bij goed geleidende omstandigheden (60 VDC) en water (30 VDC) vermeld
    • nieuw: de gevaren van vlambogen zijn vermeld
  • Hoofdstuk 4.3 Milieurisico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 4.4 Gezondheidsrisico’s
    • aanpassing: de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen wordt niet meer genoemd, wel HACCP en de verordening 852/2004.
  • Hoofdstuk 4.5 Brandrisico’s
    • nieuw: paragraaf omtrent brandgevaar door overbelasting van een elektrisch circuit
  • Hoofdstuk 4.6 Overige risico’s
    • aanpassingen: nieuwe verwijzing naar de NEN-EN-IEC 62485-3
  • Hoofdstuk 5 Risico-inventarisatie en -evaluatie (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.1 Algemeen (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.2 Explosierisico
    • aanpassing: de ontstekingsenergie van waterstof is nu correct weergegeven, 0,019 mJ (stond in de oude versie 0,019 J)
    • aanpassing: de veiligheidszone boven de accu is nu 0,6 m (was 0,5 m)
    • nieuw: voorschrift voor het open laten van deksels tijdens het laden (7de alinea)
    • verwijzing naar de NEN-EN 50272-3 is weg (8ste alinea)
    • nieuw: formule voor de berekeningen (ook niet helemaal nieuw, maar wel iets anders) (formule 1)
    • nieuw: bepaling van Igas (overgenomen uit de NEN-EN-IEC 62485-3)
    • verwijderd: advies over plaatsing van ventilator en toepassing van explosieveilige ventilator
    • verwijderd: bussen en trechters voor vullen van batterijen dienen van kunststof te zijn
    • nieuw: aanvulling bij verlichting dat zich in het armatuur geen gas op kan hopen
    • nieuw: indien statische oplading mogelijk is, behoort het voertuig eerst te worden vereffend
    • verwijderd: elk apparaat in een laadruimte dient explosieveilig te zijn
    • aangepast: werkzaamheden zijn alleen toelaatbaar indien is vastgesteld dat de acculader is uitgeschakeld en geborgd tegen onbedoeld inschakelen (LoToTo)
  • Hoofdstuk 5.3 Risico’s van elektrische oorsprong (titel aangepast)
    • nieuw: verwijzing naar de NEN 1010
    • aanpassing: voorschriften voor hijsgereedschap nu in een andere paragraaf
    • nieuw: aanvulling om periodieke keuringen te laten uitvoeren van de elektrische installatie, gelijkrichters en batterijen
  • Hoofdstuk 5.4 Milieurisico’s
    • aanpassing: vloeren dienen vloeistofwerend te zijn (was vloeistofdicht)
    • nieuw: tijdens neutraliseren van elektrolyt met soda ontstaat CO2 en er dient voldoende ventilatie te zijn om CO2 af te voeren
  • Hoofdstuk 5.5 Gezondheidsrisico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6 Overige risico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.1 Werken met elektrolyt (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.2 Werkprocedures en adequate trainingen (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.3 Veilige indeling van de laadruimte
    • nieuw: de veiligheidsafstand tussen batterij en laadinrichting dient min. 0,6 m te zijn
    • aanpassing: bij het laden van een intern transportmiddel (was heftruck) dient voldoende vrije ruimte te zijn (was 0,8 m)
  • Hoofdstuk 5.6.4 Persoonlijke beschermingsmiddelen (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.5 Voorzieningen om bij ongevallen letsel te beperken
    • nieuw: verwijzing naar normen voor nooddouches en oogdouches NEN-EN 15154 serie
    • nieuw: voorbeelden van gebodsborden en waarschuwingsborden
  • Hoofdstuk 5.6.6 Het wisselen van batterijen
    • aanpassing: voorschriften voor hijsen en verplaatsen van batterijen (stond eerst in hoofdstuk 5.3)
    • nieuw: verwijzing naar de nieuwe norm voor hijsgereedschap NEN-EN 13001 reeks
    • nieuw: voorschrift voor zijdelings wisselen
  • Hoofdstuk 5.6.7 Vloeren van de laadruimte (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 6 Beheer van laadruimte en laadplekken
    • aanpassing: laders vervangen door gelijkrichters
  • Bijlage A Voorbeeld van een berekening
    • aanpassing: A.1: nieuwe formule gebruikt, waardoor ventilatie iets hoger is
    • aanpassing: A.2: nieuwe verwijzing naar NEN-EN-IEC 62485-3
    • onjuistheid: de berekening van Vr klopt niet, hier had moeten staan: 2,5 x 19,8 = 49,5 m3
  • Bijlage B Voorbeelden van een inrichting van een laadruimte
    • aanpassing: legenda nr.1 lader vervangen door tractiegelijkrichter
    • nieuw: voorbeelden B.2 laadruimte
  • Bibliografie
    • verschuiving van een aantal normen vanuit hoofdstuk 2 naar bibliografie v.v.

Voor aanschaf van de nieuwe NPR 3299:2019 zie www.nen.nl

De indeling van gevarenbronnen: primair of continu?

Leestijd: 3 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

“Rond de opening van de IBC met daarin de pijp van een vatenpomp is geen primaire bron maar een continue bron aanwezig.”

In een tapplaats wordt een brandbare vloeistof met een vlampunt van -4 °C uit een IBC gepompt. De vatenpomp steekt door de ruime opening van de IBC. Zie de foto in dit artikel voor een vergelijkbare opstelling.

Is een vatenpomp een primaire of continue gevarenbron?

vatenpomp in IBC met open verbinding: een continue gevarenbron
Vatenpomp in IBC met open verbinding: een continue gevarenbron

In het EVD van onze casus is de opening van de IBC als een primaire bron aangemerkt. In eerste instantie ook een redelijke aanname. Want in de NPR 7910-1 wordt in hoofdstuk 7.2 bemonsterings-, doseer- of tappunten vermeldt als voorbeelden van primaire bronnen.

Wanneer de vatenpomp goed zou zijn afgesloten in de opening van de IBC, zou inderdaad een primaire bron hier op zijn plaats zijn. Met enige regelmaat dient de vatenpomp uit de IBC te worden gehaald en is er herhaaldelijk een explosieve atmosfeer aanwezig: een primaire gevarenbron dus.

Maar wanneer de vatenpomp niet goed is afgesloten op de IBC, zoals te zien is op de foto, ontstaat er door de grote opening een continue gevarenbron. Deze continue bron geeft een ATEX zone 0.

Omschrijving continue gevarenbron volgens NPR 7910-1

In de NPR 7910-1 vinden we in hoofdstuk 7.2 de omschrijving van een continue gevarenbron:

“Continue gevarenbronnen zijn bronnen op plaatsen waar tijdens het normale proces het inwendige van de installatie in min of meer open verbinding met de omgeving staat. Deze gevarenbronnen lekken vrijwel voortdurend.”

Voorbeelden van continue gevarenbronnen zijn :

  • ontluchtingsopeningen
  • open vaten

De grote opening in de IBC staat in open verbinding met de omgeving. Daarom is de opmerking van ISZW is terecht. Dit heeft vervolgens consequenties voor de zonering.

Ventilatietabel speelt rol bij bepalen uiteindelijke ATEX-zone

In het explosieveiligheidsdocument dient een argumentatie van de ATEX-zones te worden opgenomen. Vanuit de redenatie van een gevarenbron, wordt in combinatie met de ventilatie, de uiteindelijke gevarenzone bepaald. Hierbij speelt de ventilatietabel (NPR 7910-1 tabel 7: Zonesoort en -afmetingen in relatie tot de ventilatieomstandigheden) een zeer belangrijke rol.

Stel dat de IBC met de vatenpomp in een ruimte staat opgesteld, waarin ruimtelijke ventilatie met voldoende beschikbaarheid en voldoende capaciteit aanwezig is, dan ontstaat bij de IBC een zone 0 met een R = 1m volgens het hoedjesmodel (dampen zijn zwaarder dan lucht) en een zone 2 voor het overige deel van de ruimte. (volg tabel 7 van de NPR 7910-1)

Deze zonering zorgt best wel voor wat problemen, de vatenpomp die in de IBC is gestoken heeft doorgaans een categorie 2G certificering en is daarmee niet geschikt voor deze gevarenzone indeling.

De gebruikelijke oplossing voor dit soort situaties moet worden gezocht het maken van de juiste afdichting van vatenpomp en IBC en in het toepassen van plaatselijke afzuiging.

De zonering verandert door een plaatselijke afzuiging in een verwaarloosbare zone 0 en een zone 1 in het afzuiggebied. Dit geeft een veel betere werksituatie, niet alleen in het kader van ATEX, maar zeker ook wat betreft de arbeidshygiëne.

Let op: alle soorten kunstmatige ventilatie / afzuiging dienen te worden bewaakt, zodat bij uitval van ventilatie er een alarm wordt gegeven.

Wanneer mag je volgens de wet ATEX inspecties uitvoeren?

Leestijd: 2 minuten

Er is veel onduidelijk over het inspecteren van ATEX apparatuur. Wanneer ben je nou als inspecteur bevoegd om ATEX apparatuur te inspecteren? Wij krijgen hier regelmatig vragen over. De belangrijkste vragen over ATEX inspecties uitvoeren zetten we op een rij.

1. Zijn er wettelijk gezien eisen gesteld AAN ATEX inspecties uitvoeren?

Ja, de inspecteur moet deskundig zijn. Hoe deze deskundigheid moet worden aangetoond geeft de wet niet aan. Wel is er een soort goed vakmanschap en dan komen we bij de norm NEN EN IEC 60079-17 terecht. Wanneer kan worden aangetoond dat de inspecteur voldoende kennis heeft, bijvoorbeeld door een training volgens IEC 60079-17 te hebben gedaan, dan hebben we aantoonbaarheid.

2. Als er na installatie een inspectie heeft plaatsgevonden en er geen storing/defect/wijziging aan apparatuur is geweest, wat voor type herinspectie moet er dan conform NEN EN IEC 60079-17 plaats vinden?

Het gaat hierbij dan om een visuele/nauwkeurige inspectie, immers bij de eerste installatie moet er een gedetailleerde inspectie hebben plaats gevonden.

3. Ik zie dat IAB ingenieurs een 3-daagse training aanbieden voor ATEX inspecteur. Wordt er na een met goed resultaat gevolgde cursus ATEX inspecteur voldaan aan de wettelijke eisen?

Ja, indien een cursist de cursus tot ATEX inspecteur volgt en slaagt voor het examen, hebben we wettelijk bewijs van deskundigheid.

4. Voldoet die persoon ook aan eisen om inspectie uit te voeren na installatie (bijvoorbeeld nadat een onderdeel extern door een ATEX-deskundige is gerepareerd?

Ja, de 3-daagse IAB training leidt op tot volwaardig ATEX inspecteur. Dus voor visuele, nauwkeurige en gedetailleerde inspectie. Een onderdeel dat is gerepareerd en weer wordt aangesloten, kan dan door de inspecteur gedetailleerd worden geïnspecteerd.

LET OP!
De training ATEX inspecteur veronderstelt dat de cursist voldoende kennis heeft omtrent de juiste manier van installatie. Is dat niet het geval, dan dient de cursist eerst de Ex 003 training ATEX Elektrische Installaties te volgen. Hier wordt geleerd hoe alles geïnstalleerd zou moeten zijn. Pas daarna kun je beginnen met inspecteren.

Bepalen van ATEX-zonering met verschillende normen en praktijkrichtlijnen

Leestijd: 4 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

‘Het is niet de bedoeling de zonering vast te stellen met verschillende normen en praktijkrichtlijnen.’

Bij het vaststellen van een ATEX-zone bij een tank waren zowel de NPR 7910-1 als de NEN EN IEC 60079-10-1 gebruikt. Los van de conclusie van de zonering stelt ISZW dat het niet de bedoeling is om de NPR en de NEN-norm naast elkaar toe te passen.

In de wetgeving vinden we nergens terug dat we bepaalde normen of praktijkrichtlijnen niet naast elkaar mogen toepassen. De opmerking is dan ook niet gepast.

Sterker nog, in de NPR 7910-1 wordt bijvoorbeeld in hoofdstuk 9.2 verwezen naar de NEN EN IEC 60079-10-1 voor het bepalen van het zogenaamd hypothetisch volume.

Wat geeft de wetgeving aan over het vaststellen van ATEX-zones?

Bij het vaststellen van een ATEX-zone brengen we wettelijk gezien de gebieden in kaart waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen. In het Arbobesluit vinden we hierover het volgende terug:

‘Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5d lid 5

Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat er explosieve atmosferen kunnen voorkomen, worden gebieden waar deze atmosferen kunnen heersen ingedeeld in gevarenzones* als bedoeld in bijlage I bij richtlijn nr. 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1999 (PbEG 2000, L 23) betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (vijftiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, eerste lid, van richtlijn nr. 89/391/EEG).”

Blijkbaar wordt er voor de indeling in gevarenzones verwezen naar de zogenaamde ATEX 153 richtlijn, 1999/92/EG. Hierin staat het volgende:

‘1999/92/EG: Artikel 7 Plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen
Lid 1. De werkgever deelt de plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen overeenkomstig bijlage I in in zones.


1999/92/EG: Bijlage 1

Indeling van gevaarlijke plaatsen
Gevaarlijke plaatsen worden op grond van de frequentie en duur van het optreden van een explosieve atmosfeer in zones onderverdeeld.
De omvang van de overeenkomstig bijlage II, deel A, te nemen maatregelen wordt op deze indeling gebaseerd.

Zone 0
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.

Zone 1
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf waarschijnlijk af en toe aanwezig kan zijn.

Zone 2
Een plaats waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en waar, wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is.

Zone 20
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een wolk brandbaar stof in lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.

Zone 21
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht, in normaal bedrijf af en toe aanwezig kan zijn.

Zone 22
Een plaats waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is.


Noten:
1. Lagen, afzettingen en hopen brandbaar stof worden op dezelfde wijze behandeld als alle andere mogelijke bronnen die een explosieve atmosfeer kunnen veroorzaken.
2. Onder normaal bedrijf wordt verstaan: een situatie waarin installaties binnen de ontwerpparameters worden gebruikt.’

Nergens lezen we in de wetgeving of we een bepaalde norm of praktijkrichtlijn moeten gebruiken. Uiteraard is het verstandig om aan de hand van normen of praktijkrichtlijnen de zonering te bepalen. Enerzijds omdat het gebruikelijk is om dat op deze manier te doen en anderzijds omdat het anders knap lastig is om zoneringen te bepalen. Immers wat wordt bedoeld met begrippen als: niet waarschijnlijk, korte duur, herhaaldelijk, etc. Normen en praktijkrichtlijnen geven, voor zover mogelijk, een nadere aanvulling aan deze begrippen.

Waar gaat het uiteindelijk om bij het vaststellen van de ATEX-zones?

Het is de bedoeling om zo realistisch mogelijke ATEX-zones vast te stellen. Op basis van de ATEX-zones worden er immers gepaste maatregelen genomen, waarbij geldt dat hoe lager het cijfergetal van de zone, des te meer maatregelen we moeten nemen om ontsteking te voorkomen.

Dus voor bijvoorbeeld een zone 0 nemen we meer maatregelen tegen ontsteking dan voor een zone 1 of 2. Idem voor zone 20 en 21 of 22.

Een flensverbinding is een secundaire gevarenbron. Hier dien je rekening mee te houden bij het bepalen van ATEX-zones
Een flensverbinding is een secundaire gevarenbron

Hoe stel je ATEX-zones in de praktijk vast?

We beginnen doorgaans eerst met de NPR 7910-1 (gas) of NPR 7910-2 (stof) de zoneringen te bepalen. Op het moment dat er onrealistische zones ontstaan of wanneer er twijfels zijn omtrent de zonering, gaan we de NEN EN IEC 60079-10-1 (gas) of NEN EN IEC 60079-10-2 (stof) gebruiken. Bij zeer grote lekdebieten zullen we de zones moeten gaan berekenen.

Ook zijn voor het bepalen van veel ATEX-zones branchedocumenten beschikbaar, waar op basis van praktijkervaring en branche-studies al zoneringen zijn vastgesteld.

* In de wetteksten wordt over gevarenzones gesproken. In de praktijk spreekt men meestal over ATEX-zones. In dit artikel hebben deze termen dezelfde betekenis.

Methoden voor het bepalen van ATEX zonering

Leestijd: 2 minutenBepalen van ATEX zonering is soms erg lastig. De wet schrijft namelijk niet voor welke methode er gebruikt moet worden, wel dat de risico’s zo goed mogelijk moeten worden bepaald. Er zijn verschillende methoden, normen en tabellen voorhanden. Maar welke kies je? We vergeleken een aantal beschikbare methoden.

Bepalen van ATEX zonering volgens ATEX 153 richtlijn

Explosiegevaarlangdurig of vaakregelmatigzelden of kortstondig
door dampen, gassen of nevelszone 0zone 1zone 2
door brandbare stoffenzone 20zone 21zone 22
door stoflagenzone 21zone 22NGG

Bovenstaande tabel laat een algemene indeling zien zoals ook in de ATEX 153 richtlijn is opgenomen.

De NPR 7910-1 en -2 introduceren de percentages van de bedrijfsduur of de percentage van de duur van een activiteit. In de praktijk starten we altijd met het maken van de zoneringen volgens de NPR 7910-1/-2. Uiteraard is het mogelijk om ook andere praktijkrichtlijnen te gebruiken, zoals bijvoorbeeld de IEC 60079-10-1 / -2 of de EI15.

Samenvatting van ATEX zoneringen volgens NPR 7910

In het ATEX vouwboekje, dat te bestellen is via de IAB webshop, hebben we een samenvatting opgenomen van ATEX zoneringen volgens NPR 7910.

Bepalen van ATEX zonering volgens NPR 7910

Indicaties voor het bepalen van ATEX zonering uit de Duitse literatuur

Ook in de Duitse literatuur komen we indicaties tegen voor het vaststellen van ATEX zones zoals bijvoorbeeld de indicaties in onderstaande tabel.

zoneklasseoptreden van een gevaarlijke atmosfeer (jaarlijks)optreden van een gevaarlijke atmosfeertijdsduur van een gevaarlijke atmosfeer
zone 0hoger dan bij zone 1, bijvoorbeeld meer dan 1000 keerhoger dan bij zone 1, bijvoorbeeld meer dan 3x per daglanger dan bij zone 1
zone 1>= 10 keer – <= 1000 keer>= 1 keer / maand – < 3 keer per dag0,5 uur tot 10 uur
zone 2>= 1 keer – < 10 keer>= 1 keer per jaar – < 1 keer per maandminder dan een 0,5 uur

Conclusie

In dit verhaal is er geen goede of foute methode. Alle methodes kunnen worden gezien als een hulpmiddel voor het vaststellen van een realistische ATEX zonering. De wet schrijft niet voor welke methode er gebruikt moet worden, wel dat de risico’s zo goed mogelijk moeten worden bepaald.

Meer leren over het bepalen van ATEX zonering? Volg dan onze 2-daagse cursus ATEX Ex 002 zonering.

 

Zo ziet een goede ATEX werkinstructie eruit

Leestijd: 2 minutenMedewerkers en contractors dienen te worden voorgelicht over de risico’s die werkzaamheden met zich meebrengen. In het kader van ATEX dient deze voorlichting specifiek de explosierisico’s en de genomen maatregelen te bevatten. Maar hoe ziet een ATEX werkinstructie eruit? En hoe organiseer je dat als werkgever? Dit is niet bij wet vastgelegd. Wel dient de instructie doeltreffend te zijn.

Een ATEX werkinstructie moet doeltreffend zijn

Artikel 8 van de Arbowet geeft het volgende aan: De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken.

De ATEX werkinstructie dient duidelijk en begrijpelijk te zijn voor de medewerkers. Daarom moet op zijn minst kenbaar worden gemaakt waar en welke ATEX zones aanwezig zijn én welke maatregelen zijn genomen om explosies te voorkomen.

De ATEX 153 richtlijn geeft in bijlage II punt 1.1. de volgende informatie rondom voorlichting en instructie: De werkgever verschaft werknemers die werkzaam zijn op plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen, voldoende en passende opleiding met betrekking tot de bescherming tegen explosiegevaar.

Breng ATEX werkinstructies helder in kaart

Voorafgaand aan het verstrekken van ATEX werkinstructies dienen de organisatorische maatregelen duidelijk zijn. Daarnaast dienen instructies helder in kaart te worden gebracht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beantwoorden van de volgende vragen:

De informatie moet duidelijk, zeker niet te omvangrijk en begrijpelijk zijn voor werknemers.

Hulpmiddelen voor een doeltreffende ATEX werkinstructie

De inzet van hulpmiddelen levert een grote bijdrage aan een doeltreffende ATEX werkinstructie. Hiervoor zijn verschillende vormen denkbaar, zoals:

  • een instructiekaart met een korte en overzichtelijke opsomming van instructies;
  • een korte workshop;
  • een instructie in de vorm van een korte video;
  • een ATEX app op de telefoon.

ATEX werkinstructie

Explosie door een instortende graansilo

Leestijd: 1 minuutIn Indianapolis (USA) is in 2017 een explosie door een instortende graansilo ontstaan. De silo stortte in doordat de constructie niet sterk genoeg was. In een video is te zien hoe de silo langzaam omvalt, waarbij veel stof vrijkomt en ook een ontstekingsbron aanwezig is. Alles speelt zich buiten af. Een grote explosie blijft min of meer uit.

Hoe kan een explosie door een instortende graansilo ontstaan?

De ontstekingsbron van de explosie is waarschijnlijk een elektrische vonk doordat elektrische kabels stuk gaan. Een explosie volgt, maar doordat de drukopbouw min of meer uitblijft, blijft de vervolgschade door de explosie is beperkt. Er is wel veel schade, maar gelukkig is er geen menselijk letsel. Over stofexplosiegevaar gaan diverse verhalen te ronde. Zonder moeite kunnen we vele mythen gaan vertellen. In een eerder artikel beschreven we de 5 bekendste mythen over stofexplosiegevaar.

Bekijk de video van de explosie door een instortende graansilo hieronder of op Youtube

 

CE-coördinator: TÜV gecertificeerde CE cursus

Leestijd: 1 minuutDe start van een CE-markering van een product is altijd de zogenaamde CE-scan of CE audit. Hiermee wordt bepaald welke CE-richtlijnen en/of verordeningen van toepassing zijn op een product. In veel situaties zijn meerdere CE-richtlijnen / verordeningen van toepassing.

Bij het doorlopen van een CE-certificering is overzicht behouden erg belangrijk. In veel gevallen mag de fabrikant zijn producten zelf CE-certificeren. Binnen de richtlijnen/verordeningen wordt dit “interne fabricage controle” genoemd. Bij machines is deze certificeringsprocedure mogelijk, maar ook bij explosieveilige apparatuur van categorie 3.

Kennis aantonen door het volgen van een gecertificeerde CE cursus

15 audit vragen over CE-certificering

Vaak wordt de vraag gesteld welke kennis er noodzakelijk is of wie is gemachtigd om een CE-certificering uit te voeren? Voor de CE-certificering is voldoende gekwalificeerd personeel noodzakelijk. Daarom ligt het voor de hand om aantoonbare kennis te hebben. Dit kan bijvoorbeeld door het volgen van een gecertificeerde CE cursus.

Meer leren over het CE-certificeringsproces? Zie bijvoorbeeld de training CE-coördinator, eerstvolgende startdatum: 3 september 2018.

 

Machinerichtlijn, ATEX richtlijn of beide toepassen?

Leestijd: 4 minutenDe machinerichtlijn (2006/42/EG) en de ATEX richtlijn (2014/34/EU) sluiten elkaar niet uit en moeten soms beide op machines worden toegepast. Wanneer beide richtlijnen moeten worden toegepast is soms niet zo duidelijk. In dit artikel hebben we dit nader toegelicht. In de praktijk roepen deze situaties veel vragen op. Uiteindelijk is de meest belangrijkste doelstelling: het voorkomen van een explosie.

De machinerichtlijn heeft in bijlage 1 punt 1.5.7 de volgende bepaling:

1.5.7. Risico’s door ontploffing
De machine moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat de machine zelf en de gassen, vloeistoffen, stofdeeltjes, dampen en andere door de machine geproduceerde of gebruikte stoffen geen risico van ontploffing opleveren.
De machine moet, wat betreft de risico’s van ontploffing door gebruik in een omgeving met ontploffingsgevaar,  in overeenstemming zijn met de specifieke communautaire richtlijnen.

Bij machines kan ontploffingsgevaar aanwezig zijn in het binnenste van een machine of in de omgeving of beide. De plaats van ontploffingsgevaar is van belang, om dat hiermee al of niet de toepassing van de ATEX richtlijn 92014/34/EU) wordt bepaald. We geven een 4-tal voorbeelden.

Voorbeelden van explosiegevaar in een machine

Pomp met ATEX certificering

Pomp met ATEX certificering

Situatie 1 – de machine staat in zijn geheel in een ATEX zone

De machine staat in zijn geheel in een ATEX zone, dus een gebied met ontploffingsgevaar. Dit kan zijn een ATEX zone 0, 1, 2, 20, 21 of 22. De machine moet aan zowel de machinerichtlijn als de ATEXrichtlijn voldoen.

Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: pomp, tandwielkast

IAB

vulmachine met gedeeltelijke ATEX zone

Situatie 2 – de machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone

De machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone. De machine moet aan de machinerichtlijn voldoen en het gedeelte van de machine dat in de ATEX zone is opgesteld moet aan de ATEX richtlijn voldoen. Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: een vulmachine met transportsystemen, waarbij alleen het vulgedeelte in een ATEX zone staat.

In de praktijk zal het waarschijnlijk voor de hand liggen om de gehele machine onder het ATEX certificaat te laten vallen, waarbij de technische ATEX maatregelen zich beperken tot de gebieden die zich in een ATEX zone bevinden.

De ATEX zones worden meestal beperkt door een omkasting die is voorzien van afzuiging.

IAB

houtstof filterinstallatie

Situatie 3 – de machine staat niet in een ATEX zone

Machine staat niet in een ATEX zone, maar het explosierisico bevindt zich uitsluitend in het inwendige van de machine.

De machine valt als geheel alleen onder de machinerichtlijn. Middels de bepaling 1.5.7. van de machinerichtlijn moeten de risico’s voor een ontploffing voldoende worden beheerst. Apparaten die in deze inwendige zone zijn ingebouwd, moeten wel aan de ATEX richtlijn voldoen. Denk aan een niveaumeter, een klopmechanisme, etc.

Voorbeelden van dergelijke machines: droogovens,  vulmachines, filterkasten

Voor dit soort filterinstallaties zijn geharmoniseerde normen beschikbaar, de EN 12779

EN 12779:2015
Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Vast opgestelde installaties met afzuigsystemen voor zaagsel en spaanders — Veiligheidseisen

IAB

transportschroef

Situatie 4 de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone

De machine staat niet in een ATEX zone, het explsoierisico bevindt zich in het inwendige van de machine, maar de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone. Deze externe ATEX zone kan een omgeving zijn, maar ook weer het inwendige van een ander apparaat, denk aan een silo of een buffervat.

Deze machine moet aan de machinerichtlijn en de ATEX richtlijn voldoen. Indien in het inwendige van deze machine een zone 0 of 20 aanwezig is, dan zal een EU-typeonderzoek moeten worden uitgevoerd door een Notified Body. Bij een zone 1 of 21 wordt er een technisch dossier opgestuurd naar een Notified Body en bij een zone 2 of 22 mag de fabrikant de certificering in eigen beheer uitvoeren.

Voorbeelden van dergelijke machines: een transportschroef met een verbinding naar een silo, een ventilator waarin een explosief mengsel aanwezig kan zijn, etc.

In alle bovenstaande situaties is de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU) pas van toepassing indien er een inherente potentiële ontstekingsbron aanwezig is. Is dat niet het geval, dan is de ATEX 114 richtlijn niet van toepassing.

Meer leren over ATEX en inherente potentiële ontstekingsbronnen? Volg dan de training ATEX Mechanische apparatuur Ontstekingsanalyse

ATEX gaszones en ventilatie: meting, bewaking en alarmering bij ventilatie-installaties

Leestijd: 5 minutenLeestijd: 5 minuten De NPR 7910-1 spreekt van bewaking en alarmering van ventilatie bij kunstmatige ruimtelijke ventilatie en kunstmatige plaatselijke ventilatie (doorgaans noemen we dit puntafzuiging). Voor de overige vormen van ventilatie, zoals buitenlucht of beperkte ventilatie (= natuurlijke trek) wordt niet gesproken over bewaking en alarmering.

Uitspraak rechtbank: smartphones zijn toegestaan in ATEX zones

Leestijd: 3 minutenLeestijd: 3 minuten De rechtbank heeft uitgesproken dat smartphones zijn toegestaan in ATEX zones. Er zijn nog wel wat opmerkingen te plaatsen bij deze uitspraak. Hoger beroep is daarom niet uitgesloten.

10% dodelijke ongevallen door explosies

Leestijd: 1 minuutUit een Duits onderzoek naar dodelijke ongevallen (periode 2004 – 2015) in de chemische industrie is gebleken dat 10 procent van de dodelijke ongevallen door explosies wordt veroorzaakt. Daarom is het belangrijk om goede maatregelen te nemen tegen het ontstaan van explosies. Dat kan door het nemen van technische en organisatorische maatregelen.

Van 300 dodelijke ongevallen in de chemische industrie waren 5 categorieën (% zijn afgerond) aan te wijzen:

explosiegevaar

explosiegevaar

  • voertuigen / transportmiddelen (30%)
  • machines / installaties (20%)
  • vallen van hoogte (15%)
  • vallende voorwerpen / objecten (15%)
  • explosies / vlammen (10%)
  • overig (10%)

Wanneer we focussen op explosiegevaar, stel uzelf en intern de vraag:

  1. Weet ik of er een explosiegevaar bestaat op mijn arbeidsplaats?
  2. Ken ik de risico’s en de genomen maatregelen?
  3. Ben ik voorzichtig met werkzaamheden in gebieden met brand of explosiegevaar?
  4. Meld ik gebreken die met explosiegevaar te maken hebben?
  5. Werk ik alleen na goedkeuring / werkvergunning bij het uitvoeren van onderhoud, reparatie, etc.

Indien u op 1 van de 5 vragen nee hebt geantwoord, onderneem dan passende acties.

De feiten: 32 mensen werden in 2004 – 2015 gedood door explosies en hun gevolgen.

Performance Level en SIL als beveiliging bij ATEX machines

Leestijd: 4 minutenLeestijd: 4 minuten Performance Level en SIL zijn betrouwbare meetmethoden als beveiliging bij ATEX-machines. We gebruiken deze methoden voor de beschermingswijze ‘bewaking van ontstekingsbronnen’.

Nieuwe ontwerp NPR 7910-2 2018 beschikbaar

Leestijd: 2 minutenNa de publicatie van de NPR 7910-1 is nu ook een nieuwe ontwerp NPR 7910-2 voor stofexplosiegevaar beschikbaar (februari 2018). De nieuwe ontwerpnorm bevat diverse wijzigingen waarvan we hier de belangrijkste noemen.

De NPR 7910-2 is een belangrijke norm voor het bepalen van ATEX zones bij stofexplosiegevaar. Het is van belang om u zich goed op de hoogte te stellen van de voorgenomen wijzigingen. Bij de eerst volgende revisie van het Explosieveiligheidsdocument dient ook de nieuwe versie van de norm in ogenschouw te worden genomen.

LET OP! De NPR 7910-1 en -2 zijn praktijkrichtlijnen, dus geen wetten. Het is toegestaan om ook op andere manieren en methodes de explosiegevaarlijke gebieden in kaart te brengen. Goede alternatieven zijn bijvoorbeeld de IEC 60079-10-1 / -2. In de praktijk wordt de NPR 7910 veel gebruikt.

De belangrijkste wijzigingen van de nieuwe NPR 7910-2

  • Beoordeling van explosierisico’s (nieuwe paragraaf 4.7.2)
    Op basis van een risicoanalyse kan worden bepaald of een hoger of lager beschermingsniveau van materieel kan worden toegepast in een gevarenzone. Dus er kan worden afgeweken van de standaard EPL – gevarenzone voorschriften (zone 20 = EPL Da; zone 21 = EPL Db; zone 22 = EPL Dc.
  • Arbeidshygiënische strategie (nieuwe paragraaf 5.2.1)
    In paragraaf 5.2.1 Veiligheidsprincipes wordt nader uitgelegd dat al tijdens een ontwerp van een installatie onderzocht moet worden wat de kans is op het vrijkomen van brandbare stoffen en hoe dit zoveel mogelijk kan worden vermeden. Er moet name onderzocht worden op welke plaatsen brandbare stoffen (poeders) vrij kunnen komen. Kleine lekkages kunnen leiden tot de opbouw van gevaarlijke stoflagen.
  • Overzichtelijkheid en duidelijkheid van de indeling (nieuwe paragraaf 5.2.2)
    In sommige situaties kan het handig zijn om een gebied met veel gevarenbronnen als een grote zone aan te merken. Of als er verschillende klassen van zones zijn, de zwaarste klasse te hanteren.
    (Opmerking IAB Ingenieurs: wees voorzichtig met het te groot en zwaar maken van zones. Dit brengt vaak enorme consequenties met zich mee)
  • Kwalificatie van personeel (nieuwe paragraaf 5.2.4)
    De gevarenzone-indeling dient te worden uitgevoerd door personen die kennis van zaken hebben. Er wordt gerefereerd aan de IECEx05 module Ex 002.
  • Nieuwe of aangepaste beschrijvingen van gevarenbronnen (aanpassingen in paragraaf 5.5.3.2)
    Geen gevarenbron: dubbel uitgevoerde flexibele verbindingen of filterzakken waarbij door goed ontwerp, beproeving, monitoren, goede constructie, goed onderhoud en goede bedrijfsvoorvoering de kans op het vrijkomen van een brandbare stof verwaarloosbaar klein is.
  • Een nieuwe gevarenzone: “Inert Gebied” (paragraaf 5.6.4 en 3.12.3)
    Er is een nieuwe gevarenzone gedefinieerd, het zogenaamde Inert Gebied. In een inert gebied is geen zuurstof aanwezig door de zuurstof te verdringen door stikstof, kooldioxide, etc. Afhankelijk van de uitvoeringsvorm en betrouwbaarheid van inertisering kan een zonering verlaagt worden.
    (Opmerking IAB: de toevoeging van het inert gebied is alleen maar extra ballast. Een gebied kan door inertisering een andere zoneklasse krijgen of zelfs NGG. Een nieuwe aanduiding IG voegt niets toe.)
  • Stoflagen (paragraaf 5.7.2.2 verder uitgebreid)
    De gevaren van stoflagen worden verder uitgewerkt. De gevaren van secundaire explosie, brand en een explosie van een opgewervelde stofwolk worden uitgelegd.
  • Presentatie en rapportage van de zone-indeling (paragraaf 7.1.uitbreiding)
    Er worden stapsgewijs diverse punten genoemd die gedocumenteerd moeten worden bij een gevarenzone-indeling. Ten opzichte van de vorige norm zijn vele extra punten nu benoemd.
  • Bepalen van de afmetingen van de gevarenzone (aanpassing Bijlage B)
    De berekening van de afmetingen van de gevarenzone met stuifgetallen, etc. is niet meer opgenomen. Alleen de praktijkinspectie wordt beschreven.

Door de gehele norm heen zijn op diverse plaatsen kleine aanpassingen gedaan, zoals het actualiseren van referenties van normen.

Commentaar op de norm kan worden ingediend bij het NEN voor 15-04-2018.

IEC 60204-1 voor machines ook van toepassing bij ATEX

Leestijd: 2 minutenDe IEC 60204-1 is een belangrijke norm voor elektrische installaties bij machines. In ATEX gebieden worden ook regelmatig machines geplaatst, denk aan ventilatoren, pompen, transportschroeven, draaisluizen, etc. Naast de ATEX installatievoorschriften, volgens de IEC 60079-14, is voor machines ook de IEC 60204-1 van toepassing. Dit betekent dus ook een controle volgens IEC 60204-1.

In ATEX gebieden maken we voor het installeren van elektrische apparatuur gebruik van de IEC 60079-14. Dit is een soort “NEN 1010”, maar dan anders en is specifiek bedoeld voor elektrische apparatuur in ATEX zones. In België is het iets anders geregeld, daar bevat het AREI ook al een groot gedeelte van de IEC 60079-14 met her en der wat verschillen.

De IEC 60079-14 is er vooral op gericht om te voorkomen dat er ontstekingsbronnen kunnen ontstaan. Dit wordt bereikt door de juiste keuze van explosieveilige apparatuur en de juiste methode van installeren.

In de inleiding van de IEC 60079-14 wordt vermeld: Deze eisen vormen een aanvulling op de eisen te stellen aan installaties in niet-gevaarlijke gebieden. Met andere woorden, naast de IEC 60079-14 is voor machines ook de IEC 60204-1 van toepassing. Dit betekent dat bij installaties in Ex-gebieden, waarbij er sprake is van machines, ook de IEC 60204-1 gehanteerd en gecontroleerd moet worden.

In hoofdstuk 4 van de IEC 60079-14 wordt het volgende vermeld: Elektrische installaties in gevaarlijke gebieden moeten ook voldoen aan de passende eisen voor elektrische installaties in niet-gevaarlijke gebieden. Voor installaties in gevaarlijke gebieden kunnen de eisen voor niet-gevaarlijke gebieden echter onvoldoende zijn. (opmerking IAB: deze eisen zijn inderdaad onvoldoende)

In de IEC 60204-1 worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan netscheiders, schakelaars ter voorkoming van onbedoeld inschakelen, uitschakeltijden ter bescherming tegen een elektrische schok, overstroombeveiligingen, beschermingsleidingen (PE), noodstops, installatiemethoden, etc. etc.

Het beste wordt naast een ATEX inspectie (verplicht bij nieuwe of gewijzigde installaties volgens IEC 60079-14: gedetailleerde inspectie), ook een inspectie volgens IEC 60204-1 uitgevoerd. Uiteraard ligt de IEC 60204-1 inspectie binnen het domein van de machinerichtlijn.

Voor meer informatie over de IEC 60204-1 of het uitvoeren van inspecties, zie onze IEC 60204-1 training.

nieuwe ATEX 114 normenlijst 09-03-2018

Leestijd: 2 minutenOp 9 maart 2018 is er weer een nieuwe lijst met geharmoniseerde normen gepubliceerd voor de ATEX 114 richtlijn. Deze normenlijsten zijn weergaven van de zogenaamde geharmoniseerde normen. Dit betekent dat het toepassen van deze normen het vermoeden van overeenstemming geven met de richtlijn, dus in dit geval de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU).

Nieuwe vermeldingen zijn:

  • EN ISO/IEC 80079-20-2:2016
  • EN 60079-18:2015/A1:2017 – IEC 60079-18:2014/A1:2017

Download de lijst via het IAB Members downloadarchief.


EN ISO/IEC 80079-20-2:2016
Explosieve atmosferen — Deel 20-2: Materiaaleigenschappen — beproevingsmethoden voor ontvlambare stoffen (ISO/IEC 80079-20-2:2016)

Explosive atmospheres – Part 20-2: Material characteristics – Combustible dusts test methods

Deze norm beschrijft de methoden om ontvlambare stoffen te onderzoeken. In de norm worden o.a. de volgende testen beschreven:

  • Modified Hartmann tube / gemodificeerde Hartmann buis
  • 20-litre sphere / 20 liter bol
  • MIT of a dust cloud / minimum ontstekingstemperatuur van een stofwolk
  • MIT of dust layer / miniumum ontstekingstemperatuur van een stoflaag
  • Minimum ignition energy of dust/air mixtures / minimum ontstekingsenergie van een stof / lucht mengsel.

Naast de methode van testen en de gebruikte apparatuur geeft de norm ook aan wat er minimaal in een testverslag dient te staan.

Het toepassen van deze norm geeft invulling aan diverse essentiële eisen van bijlage II van de ATEX 114 richtlijn en is dus bedoeld voor fabrikanten van apparatuur of beveiligingssystemen en voor testlaboratoria. In bijlage ZA van de IEC 80079-20-2 wordt aangegeven met welke essentiële eisen het vermoeden van overeenstemming kan worden verkregen.

De norm is “verplicht” vanaf 30-09-2018.


EN 60079-18:2015/A1:2017 – IEC 60079-18:2014/A1:2017

Explosieve atmosferen — Deel 18: Bescherming van materieel door ingiet bescherming „m”

Deze norm betreft een aanvulling op de reeds bestaande versie van de EN 60079-18:2015. Deze norm geeft de eisen weer die worden gesteld aan explosieveilige apparatuur die gebruikt maakt van het beschermingsprincipe “moulding” of gietmassa. In de ATEX codering van een apparaat is de beschermingswijze te herkennen aan Ex “m”. Tegenwoordig kennen we 3 soorten Ex m: ma, mb en mc.

Fabrikanten van Ex-apparatuur die gebruik maken van Ex m dienen de certificatie te vernieuwen op basis van de nieuwe norm. Vanaf 16-01-2018 is de EN 60079-18:2015 “verplicht” om toe te passen, de aanvulling A1 dient vanaf 28-09-2020 te worden toegepast.

Machinefabrikant en gebruiker beide veroordeeld na stofexplosie

Leestijd: 2 minutenIn 2011 vond een grote stofexplosie plaats bij een recycling bedrijf van toner in Engeland. Hierbij raakten 8 mensen gewond, waarvan meerdere ernstig.

De Engelse Health and Safety Executive (HSE) kwam tot de conclusie dat het recyclingbedrijf onvoldoende maatregelen had genomen om explosies en brand te voorkomen.

Daarnaast werd ook de machinefabrikant veroordeeld, omdat het geen rekening had gehouden met te verwachten misbruik van de machine. De machinefabrikant had een machine ontworpen voor het versnipperen en verwerken van tonercartridges. Hierbij was geen rekening gehouden met het ontstaan van een explosieve atmosfeer, doordat er meer toner in de machine kon worden gedaan. Dus de LEL (lower explosion limit) kon eenvoudig worden bereikt. Tonerpoeder is uitermate explosiegevoelig, sommige toners hebben een minimum ontstekingsenergie kleiner dan 1 mJ.

In de praktijk komen we regelmatig installaties tegen waarbij de explosieve atmosferen (ATEX zones) en de omvang ervan door de machinefabrikant tot een minimum worden beperkt. Door het beperken van de zogenaamde ATEX zones behoeft er geen ATEX gecertificeerde apparatuur te worden gebruikt. Dit is dan in eerste instantie financieel voordelig.

Bij het vaststellen van ATEX zones bij machines en installaties dient de fabrikant van deze installaties dus rekening te houden met het reëel te verwachten gebruik.
Aan bovenstaande rechtspraak kunnen we zien dat dus niet alleen de gebruiker, maar ook de machinebouwer een verantwoordelijkheid heeft.
Bij de bouw van een machine dient dus rekening te worden gehouden met voorzienbaar gebruik.

IAB

filterkast na explosie

De nieuwe NPR 7910-1 2018 nu in ontwerp beschikbaar

Leestijd: 3 minutenLeestijd: 3 minuten Begin februari 2018 is het nieuwe ontwerp van de NPR 7910-1 versie 2018 gepubliceerd. We hebben de belangrijkste wijzigingen van de nieuwe NPR 7910-1 voor je op een rij gezet.

ATEX gaszones en ventilatie: zoneafmetingen

Leestijd: 5 minutenLeestijd: 5 minuten In het zesde deel van de 7-delige serie ATEX en gaszones bespreken we de ATEX zoneafmetingen in relatie tot de ventilatieomstandigheden.

In 7 stappen naar een ATEX gaszonering

Leestijd: 2 minutenHet is vaak lastig om de juiste ATEX gaszonering vast te stellen. De NPR 7910-1 geeft standaard oplossingen, waarmee we in veel gevallen wel uit de voeten kunnen. In veel situaties is er echter een zorgvuldige afweging noodzakelijk voor het uiteindelijk vaststellen van een ATEX zone. Tevens komen we in de praktijk vaak verschillende inzichten tegen. Mocht volgens u een ATEX zone niet kloppen, dan is het zeker de moeite waard om dit nog eens te controleren.

We hebben in dit bericht een kort overzicht gegeven, gebaseerd op de NPR 7901-1. Met het doorlopen van dit stappenplan kan een ieder in de basis een zonering maken.

In 7 stappen naar ATEX gaszonering

STAP 1
Is er een brandbare vloeistof of gas aanwezig? (bekijk de veiligheidsbladen of MSDS)

STAP 2
Worden de minimale hoeveelheden overschreden of is op basis van risico een zonering zinvol? (controleer dit aan de tabel met de minimale hoeveelheden uit de NPR 7910-1)

STAP 3
Welke soorten gevarenbronnen zijn er aanwezig? (een gevarenbron is een mogelijke bron van lekkage of vrijkomen, we kennen: continue, primaire en secundaire gevarenbronnen)

STAP 4
Welke vorm van ventilatie of afzuiging is aanwezig? (kijk naar natuurlijke of geforceerde ventilatie en stel de capaciteiten vast)

STAP 5
Stel de zoneklasse vast, op basis van gevarenbron en ventilatie: gebruik tabel 7 van de NPR 7910-1. (pas tabel 7 toe van de NPR 7910-1)

STAP 6
Bepaal het lekdebiet. (ga na welke hoeveelheid er bij de gevarenbron vrij kan komen)

STAP 7
Bepaal de afmetingen van de ATEX zone. (pas tabel 7 toe op basis van het vastgestelde lekdebiet)

In veel situaties werkt de standaard uitwerking volgens de NPR 7910-1. Helaas zijn er ook veel situaties die een andere benadering behoeven. Hierbij moeten we denken aan het toepassen van zogenaamde branche-typicals. Standaard voorbeelden die in een bepaalde tak van industrie zijn aanvaard. Ook kan het nodig zijn om berekeningen uit te voeren voor het bepalen van de juiste ATEX zone. Tevens kan hierbij gebruik worden gemaakt van software.

Meer leren over zonering? Volg dan onze 4-daagse ATEX 153 training.

ATEX gaszones en ventilatie in een groot gebouw

Leestijd: 4 minutenLeestijd: 4 minuten In het 5e deel van de serie ATEX en gaszones bespreken we ventilatie in een groot gebouw.

ATEX gaszones en ventilatie: kunstmatige plaatselijke ventilatie

Leestijd: 6 minutenLeestijd: 6 minuten In deel 4 van de 7-delige serie: hoe bereken je de juiste capaciteit van kunstmatige plaatselijke ventilatie?

SKO-punten voor alle opleidingen van IAB Ingenieurs

Leestijd: 2 minutenLeestijd: 2 minuten Vanaf juli 2017 zijn er SKO-punten toegekend aan alle opleidingen van IAB Ingenieurs.

ATEX gaszones en ventilatie: kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw

Leestijd: 6 minutenLeestijd: 6 minuten In deel 3 van de serie ATEX gaszones en ventilatie bespreken we kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw aan de hand van praktijkvoorbeelden.

3D-printers en ATEX

Leestijd: 3 minutenIndustriële 3D-print technologie wordt steeds vaker toegepast. Deze moderne industriële machines brengen echter een aantal gevaren en risico’s met zich mee, waaronder explosiegevaar, blootstelling aan chemische agentia, mechanische gevaren. 3D-printers en ATEX zijn daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden.

ATEX zones zijn met name bij het mengen van poeder, transport van poeder en het uitpakken van 3D-modellen aanwezig. Een industriële 3D-printer behoort dan ook zeker te worden beschreven in het explosieveiligheidsdocument.

In het kader van explosiegevaar kijken we met name naar de grondstoffen die worden gebruikt. Als grondstof wordt bijvoorbeeld Polyamide 12 (PA12) veel gebruikt. Deze grondstof wordt in fijn verdeelde vorm gebruikt, met een korrelgrootte verdeling van 30 – 100 μm. Dit is veel kleiner dan de grens van 0,5 mm, zodat we kunnen spreken over een poeder die in de juiste mengverhouding een explosief mengsel kan vormen. De grens van 0,5 mm is o.a. terug te vinden in de NPR 7910-2 (par. 3.2: brandbaar stof = fijn verdeelde vaste deeltjes, van een nominale afmeting van 500 km of minder, die in de lucht kunnen blijven hangen, kunnen neerslaan uit de atmosfeer door hun eigen gewicht, kunnen branden of gloeien en onder atmosferische druk en bij normale temperatuur met lucht een explosief mengsel kunnen vormen).

Zodra we dus fijn verdeeld poeder tegenkomen en voldoende lucht, dan is er sprake van een explosieve atmosfeer. Voor het inwendige van apparaten ligt de grens op 0,1 kg, dat wil zeggen, indien er in het inwendige van apparatuur meer dan 100 gram brandbaar stof aanwezig is, er sprake zal zijn van een explosieve atmosfeer. Dit stof kan dan in de vorm van stofwolken en/of stoflagen voorkomen. De tijdsduur van deze aanwezigheid, bepaalt de klasse van de ATEX zone (20 of 21 of 22).

Bij de voorbereiding van het poeder, het storten van nieuw poeder en het mengen met gerecycled poeder hebben we in de menger te maken stoflagen en incidenteel stofwolken (afhankelijk van de frequentie van storten en aard van het mengproces). Een zone 21 in de menger is daar zeker op zijn plaats. Het storten van poeder dient met gebruikmaking van puntafzuiging te geschieden. Hierdoor wordt de ATEX zone buiten de menger beperkt, maar nog veel belangrijker, het poeder dient adequaat te worden afgezogen om inademing te voorkomen.

Het transport van poeder vanuit de menger naar de 3D-printmachine is doorgaans inwendig gezoneerd, afhankelijk van het type transport zal hier een zone 20 of 21 aanwezig zijn. Bij het transport middels schroeven of spiralen in slangen dient ook met name gekeken te worden naar flexibele verbindingen. De NPR 7910-2 beschouwt flexibele verbindingen als een secundaire gevarenbron en dus zone 22, zie NPR 7910-2 par. 5.4.3.2.: gebieden in de omgeving van flexibele verbindingen tussen installatieonderdelen die incidenteel kunnen scheuren of doorslijten.

In de 3D-rinter zelf is doorgaans geen zonering aanwezig, omdat in de machine met een inerte atmosfeer (stikstof) wordt gewerkt. Bij een voldoende lage zuurstofconcentratie is er geen sprake meer van een explosief mengsel. De fabrikant van de 3D-printer zal middels een analyse moeten vaststellen hoe de lage zuurstofconcentratie kan worden gewaarborgd.

Vanuit de 3D-printer wordt de vorm, met daarin het 3D-model naar een uitpakstation gebracht. Hier wordt het overtollige poeder gescheiden van het 3D-model. Hier zullen weer stoflagen en stofwolken kunnen ontstaan, zodat bij het uitpakstation weer sprake zal zijn van een ATEX zonering. Doorgaans wordt het overtollige poeder gezeefd en getransporteerd naar het mengstation. Ook hierbij zullen ATEX zones aanwezig zijn.

Tot slot kan er nog een nabewerking plaats vinden op het 3D-model, denk aan stralen in een straalcabine. Ook hier zal beoordeeld moeten worden of er voldoende brandbaar poeder in de cabine aanwezig kan zijn om een explosief mengsel te kunnen vormen. Straalcabines in Ex-uitvoering zijn beschikbaar en worden toegepast in het kader van 3D-printing.

Tot slot, de hier boven geschetste situatie is slechts een voorbeeld. Bij iedere 3D-print situatie zal het stappenplan van de ATEX zonering gevolgd moeten worden. Meer hierover vindt u in de NPR 7910-2.

Meer leren over het vaststellen van ATEX zones? Volg dan onze ATEX training Ex 002. Lees meer >>>>

ATEX gaszones: geen of beperkte ventilatie in een gesloten gebouw

Leestijd: 4 minutenLeestijd: 4 minuten In een gebouw, dat geen open gebouw is, is geen ventilatie aanwezig, tenzij er sprake is van beperkte ventilatie (inclusief groot gebouw) of kunstmatige ventilatie. Indien er geen ventilatie aanwezig is, moet er rekening worden gehouden met een zogenaamde zone-verzwaring.

15 juni: Andries Brakke spreekt op Prenne 42

Leestijd: 1 minuutHoe ver staan we met de Explosieveiligheidsdocumenten? Zijn alle Explosieveiligheidsdocumenten/ATEX-dossiers opgesteld en in orde met het K.B. van 4 december 2012? Wat moet de preventieadviseur hier inbrengen?

Tijdens Prenne 42 in Gent spreekt Andries Brakke over bovenstaande onderwerpen.

Datum: 15 juni 2017
Tijd: 11.05-11.55 (Module 3)
Kosten: € 25,- per sessie, € 249,- all-in
Plaats: Flandres Expo, Gent

Download de folder (PDF) van Prenne 42 voor meer informatie en inschrijven.

ATEX gaszones: ventilatie in de buitenlucht en een open gebouw

Leestijd: 4 minutenLeestijd: 4 minuten Bij installaties die in de buitenlucht zijn opgesteld wordt er meestal van uitgegaan dat er voldoende luchtbeweging is, waarbij de luchtsnelheid zelden kleiner is dan 0,5 m/s. Belangrijk hierbij is dat er geen wezenlijke hindernissen aanwezig zijn.

Nieuw: ATEX basiscursus IEC Ex 001

Leestijd: 1 minuutVanaf juni 2017 kunt u bij IAB Ingenieurs de ATEX basiscursus IEC Ex 001 volgen. Deze 2-daagse cursus werd al gegeven als onderdeel van de 4-daagse cursus ATEX 153 Explosieveiligheidsdocument. Wij kregen echter dusdanig veel verzoeken voor een cursus waarin met name de basisprincipes van ATEX worden behandeld, dat wij hebben besloten deze cursus apart aan te bieden.

De cursus ATEX Ex 001 duurt twee dagen en is apart te volgen, maar ook nog steeds als onderdeel van de 4-daagse ATEX 153 training (explosieveiligheidsdocument). De ATEX 153 EVD training is een combinatie van Ex 001 (basisprincipes) + Ex 002 (zones bepalen). Ex 001 en Ex 002 zijn dus zowel apart als in combinatie te volgen.

Na de cursus nemen wij een toets af, waarmee u het officiële IEC Ex 001 examen bij DEKRA kunt volgen.

De eerste volgende Ex 001 training is op 22 en 23 juni 2017 in Appingedam.

ATEX basiscursus IEC Ex 001

demo stofexplosie in 1 m3 vat met breekplaat