In 7 stappen naar een ATEX gaszonering

Leestijd: 2 minuten

Het is vaak lastig om de juiste ATEX gaszonering vast te stellen. De NPR 7910-1 geeft standaard oplossingen, waarmee we in veel gevallen wel uit de voeten kunnen. In veel situaties is er echter een zorgvuldige afweging noodzakelijk voor het uiteindelijk vaststellen van een ATEX zone. Tevens komen we in de praktijk vaak verschillende inzichten tegen. Mocht volgens u een ATEX zone niet kloppen, dan is het zeker de moeite waard om dit nog eens te controleren.

We hebben in dit bericht een kort overzicht gegeven, gebaseerd op de NPR 7901-1. Met het doorlopen van dit stappenplan kan een ieder in de basis een zonering maken.

In 7 stappen naar ATEX gaszonering

STAP 1
Is er een brandbare vloeistof of gas aanwezig? (bekijk de veiligheidsbladen of MSDS)

STAP 2
Worden de minimale hoeveelheden overschreden of is op basis van risico een zonering zinvol? (controleer dit aan de tabel met de minimale hoeveelheden uit de NPR 7910-1)

STAP 3
Welke soorten gevarenbronnen zijn er aanwezig? (een gevarenbron is een mogelijke bron van lekkage of vrijkomen, we kennen: continue, primaire en secundaire gevarenbronnen)

STAP 4
Welke vorm van ventilatie of afzuiging is aanwezig? (kijk naar natuurlijke of geforceerde ventilatie en stel de capaciteiten vast)

STAP 5
Stel de zoneklasse vast, op basis van gevarenbron en ventilatie: gebruik tabel 7 van de NPR 7910-1. (pas tabel 7 toe van de NPR 7910-1)

STAP 6
Bepaal het lekdebiet. (ga na welke hoeveelheid er bij de gevarenbron vrij kan komen)

STAP 7
Bepaal de afmetingen van de ATEX zone. (pas tabel 7 toe op basis van het vastgestelde lekdebiet)

In veel situaties werkt de standaard uitwerking volgens de NPR 7910-1. Helaas zijn er ook veel situaties die een andere benadering behoeven. Hierbij moeten we denken aan het toepassen van zogenaamde branche-typicals. Standaard voorbeelden die in een bepaalde tak van industrie zijn aanvaard. Ook kan het nodig zijn om berekeningen uit te voeren voor het bepalen van de juiste ATEX zone. Tevens kan hierbij gebruik worden gemaakt van software.

Meer leren over zonering? Volg dan onze 4-daagse ATEX 153 training.

ATEX gaszones en ventilatie in een groot gebouw

Leestijd: 4 minuten

Leestijd: 4 minuten In het 5e deel van de serie ATEX en gaszones bespreken we ventilatie in een groot gebouw.

ATEX gaszones en ventilatie: kunstmatige plaatselijke ventilatie

Leestijd: 6 minuten

Leestijd: 6 minuten In deel 4 van de 7-delige serie: hoe bereken je de juiste capaciteit van kunstmatige plaatselijke ventilatie?

SKO-punten voor alle opleidingen van IAB Ingenieurs

Leestijd: 2 minuten

Leestijd: 2 minuten Vanaf juli 2017 zijn er SKO-punten toegekend aan alle opleidingen van IAB Ingenieurs.

ATEX gaszones en ventilatie: kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw

Leestijd: 6 minuten

Leestijd: 6 minuten In deel 3 van de serie ATEX gaszones en ventilatie bespreken we kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw aan de hand van praktijkvoorbeelden.

3D-printers en ATEX

Leestijd: 3 minuten

Industriële 3D-print technologie wordt steeds vaker toegepast. Deze moderne industriële machines brengen echter een aantal gevaren en risico’s met zich mee, waaronder explosiegevaar, blootstelling aan chemische agentia, mechanische gevaren. 3D-printers en ATEX zijn daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden.

ATEX zones zijn met name bij het mengen van poeder, transport van poeder en het uitpakken van 3D-modellen aanwezig. Een industriële 3D-printer behoort dan ook zeker te worden beschreven in het explosieveiligheidsdocument.

In het kader van explosiegevaar kijken we met name naar de grondstoffen die worden gebruikt. Als grondstof wordt bijvoorbeeld Polyamide 12 (PA12) veel gebruikt. Deze grondstof wordt in fijn verdeelde vorm gebruikt, met een korrelgrootte verdeling van 30 – 100 μm. Dit is veel kleiner dan de grens van 0,5 mm, zodat we kunnen spreken over een poeder die in de juiste mengverhouding een explosief mengsel kan vormen. De grens van 0,5 mm is o.a. terug te vinden in de NPR 7910-2 (par. 3.2: brandbaar stof = fijn verdeelde vaste deeltjes, van een nominale afmeting van 500 km of minder, die in de lucht kunnen blijven hangen, kunnen neerslaan uit de atmosfeer door hun eigen gewicht, kunnen branden of gloeien en onder atmosferische druk en bij normale temperatuur met lucht een explosief mengsel kunnen vormen).

Zodra we dus fijn verdeeld poeder tegenkomen en voldoende lucht, dan is er sprake van een explosieve atmosfeer. Voor het inwendige van apparaten ligt de grens op 0,1 kg, dat wil zeggen, indien er in het inwendige van apparatuur meer dan 100 gram brandbaar stof aanwezig is, er sprake zal zijn van een explosieve atmosfeer. Dit stof kan dan in de vorm van stofwolken en/of stoflagen voorkomen. De tijdsduur van deze aanwezigheid, bepaalt de klasse van de ATEX zone (20 of 21 of 22).

Bij de voorbereiding van het poeder, het storten van nieuw poeder en het mengen met gerecycled poeder hebben we in de menger te maken stoflagen en incidenteel stofwolken (afhankelijk van de frequentie van storten en aard van het mengproces). Een zone 21 in de menger is daar zeker op zijn plaats. Het storten van poeder dient met gebruikmaking van puntafzuiging te geschieden. Hierdoor wordt de ATEX zone buiten de menger beperkt, maar nog veel belangrijker, het poeder dient adequaat te worden afgezogen om inademing te voorkomen.

Het transport van poeder vanuit de menger naar de 3D-printmachine is doorgaans inwendig gezoneerd, afhankelijk van het type transport zal hier een zone 20 of 21 aanwezig zijn. Bij het transport middels schroeven of spiralen in slangen dient ook met name gekeken te worden naar flexibele verbindingen. De NPR 7910-2 beschouwt flexibele verbindingen als een secundaire gevarenbron en dus zone 22, zie NPR 7910-2 par. 5.4.3.2.: gebieden in de omgeving van flexibele verbindingen tussen installatieonderdelen die incidenteel kunnen scheuren of doorslijten.

In de 3D-rinter zelf is doorgaans geen zonering aanwezig, omdat in de machine met een inerte atmosfeer (stikstof) wordt gewerkt. Bij een voldoende lage zuurstofconcentratie is er geen sprake meer van een explosief mengsel. De fabrikant van de 3D-printer zal middels een analyse moeten vaststellen hoe de lage zuurstofconcentratie kan worden gewaarborgd.

Vanuit de 3D-printer wordt de vorm, met daarin het 3D-model naar een uitpakstation gebracht. Hier wordt het overtollige poeder gescheiden van het 3D-model. Hier zullen weer stoflagen en stofwolken kunnen ontstaan, zodat bij het uitpakstation weer sprake zal zijn van een ATEX zonering. Doorgaans wordt het overtollige poeder gezeefd en getransporteerd naar het mengstation. Ook hierbij zullen ATEX zones aanwezig zijn.

Tot slot kan er nog een nabewerking plaats vinden op het 3D-model, denk aan stralen in een straalcabine. Ook hier zal beoordeeld moeten worden of er voldoende brandbaar poeder in de cabine aanwezig kan zijn om een explosief mengsel te kunnen vormen. Straalcabines in Ex-uitvoering zijn beschikbaar en worden toegepast in het kader van 3D-printing.

Tot slot, de hier boven geschetste situatie is slechts een voorbeeld. Bij iedere 3D-print situatie zal het stappenplan van de ATEX zonering gevolgd moeten worden. Meer hierover vindt u in de NPR 7910-2.

Meer leren over het vaststellen van ATEX zones? Volg dan onze ATEX training Ex 002. Lees meer >>>>

ATEX gaszones: geen of beperkte ventilatie in een gesloten gebouw

Leestijd: 4 minuten

Leestijd: 4 minuten In een gebouw, dat geen open gebouw is, is geen ventilatie aanwezig, tenzij er sprake is van beperkte ventilatie (inclusief groot gebouw) of kunstmatige ventilatie. Indien er geen ventilatie aanwezig is, moet er rekening worden gehouden met een zogenaamde zone-verzwaring.

15 juni: Andries Brakke spreekt op Prenne 42

Leestijd: < 1 minuut

Hoe ver staan we met de Explosieveiligheidsdocumenten? Zijn alle Explosieveiligheidsdocumenten/ATEX-dossiers opgesteld en in orde met het K.B. van 4 december 2012? Wat moet de preventieadviseur hier inbrengen?

Tijdens Prenne 42 in Gent spreekt Andries Brakke over bovenstaande onderwerpen.

Datum: 15 juni 2017
Tijd: 11.05-11.55 (Module 3)
Kosten: € 25,- per sessie, € 249,- all-in
Plaats: Flandres Expo, Gent

Download de folder (PDF) van Prenne 42 voor meer informatie en inschrijven.

ATEX gaszones: ventilatie in de buitenlucht en een open gebouw

Leestijd: 4 minuten

Leestijd: 4 minuten Bij installaties die in de buitenlucht zijn opgesteld wordt er meestal van uitgegaan dat er voldoende luchtbeweging is, waarbij de luchtsnelheid zelden kleiner is dan 0,5 m/s. Belangrijk hierbij is dat er geen wezenlijke hindernissen aanwezig zijn.

Nieuw: ATEX basiscursus IEC Ex 001

Leestijd: < 1 minuut

Vanaf juni 2017 kunt u bij IAB Ingenieurs de ATEX basiscursus IEC Ex 001 volgen. Deze 2-daagse cursus werd al gegeven als onderdeel van de 4-daagse cursus ATEX 153 Explosieveiligheidsdocument. Wij kregen echter dusdanig veel verzoeken voor een cursus waarin met name de basisprincipes van ATEX worden behandeld, dat wij hebben besloten deze cursus apart aan te bieden.

De cursus ATEX Ex 001 duurt twee dagen en is apart te volgen, maar ook nog steeds als onderdeel van de 4-daagse ATEX 153 training (explosieveiligheidsdocument). De ATEX 153 EVD training is een combinatie van Ex 001 (basisprincipes) + Ex 002 (zones bepalen). Ex 001 en Ex 002 zijn dus zowel apart als in combinatie te volgen.

Na de cursus nemen wij een toets af, waarmee u het officiële IEC Ex 001 examen bij DEKRA kunt volgen.

De eerste volgende Ex 001 training is op 22 en 23 juni 2017 in Appingedam.

ATEX basiscursus IEC Ex 001

demo stofexplosie in 1 m3 vat met breekplaat

 

Toetsing van het Explosieveiligheidsdocument

Leestijd: 2 minuten

In de praktijk worden vaak de volgende vragen gesteld:

Wie mag een explosieveiligheidsdocument opstellen?

Is toetsing van het explosieveiligheidsdocument verplicht?

Het explosieveiligheidsdocument kan worden gezien als een onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf. Zie artikel 3.5c van het Arbobesluit:

De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico’s die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en evaluatiebedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.

Iedereen mag een RI&E en dus ook een explosieveiligheidsdocument opstellen. In de Arbowet worden geen deskundigheidseisen genoemd. De RI&E en ook het EVD moet echter wel worden getoetst, dit kan door een kerndeskundige, zoals een gecertificeerde hogere veiligheidskundige, arbeidshygiënist, arbeids- en organisatiedeskundige, bedrijfsarts of een gecertificeerde arbodienst. Indien een kerndeskundige zelf de RI&E heeft opgesteld, kan het toetsen achterwege blijven, hoewel dit laatste niet wenselijk is.

Toetsing  van het explosieveiligheidsdocument: waar kijk je naar?

Bij een toetsing van de RI&E in het algemeen of een EVD in het bijzonder wordt met name gekeken naar:

  • volledigheid: check het EVD middels een controlelijst of deze compleet is
  • betrouwbaarheid: komt het EVD overeen met de werkelijkheid
  • actualiteit: wordt de actuele situatie weergegeven en zijn de nieuwste voorschriften toegepast

Een explosieveiligheidsdocument kan worden beschouwd als een verdiepende RI&E en ook deze moet worden getoetst. Er bestaan echter verschillende soorten toetsingen. Voor bedrijven met ten hoogste 40 uur arbeid per week en ten hoogste 25 werknemers zijn er uitzonderingen.

De toetsing van het explosieveiligheidsdocument dient te geschieden door een hierboven genoemde kerndeskundige die op het gebied van explosieveiligheid voldoende kennis heeft. In de Leidraad RIE-Toets  (zie download) staat dit nader omschreven. De aantoonbaarheid van voldoende kennis op het gebied van explosieveiligheid kan bijvoorbeeld doordat de kerndeskundige in het bezit is van IECEx persoonscertificaten.

Zelfstandig gecertificeerde deskundigen staan geregistreerd in het register van Hobéon SKO (Hoger Veiligheidskundige, Arbeidshygiënist en Arbeids- & Organisatiedeskundige),

Beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones

Leestijd: 3 minuten

Het beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones is soms een lastige zaak. Toch kunnen we op voorhand al wat zaken op een rijtje zetten om deze beoordeling wat overzichtelijker en eenvoudiger te maken.
In eerste instantie is een inventarisatie noodzakelijk van de aanwezige mechanische apparatuur in de diverse ATEX zones en het bouwjaar van deze apparatuur.
Daarna moet worden bekeken of de mechanische apparatuur zelf middels een ontstekingsanalyse moet worden beoordeeld, of dat de fabrikant van de mechanische apparatuur al een ontstekingsanalyse heeft gemaakt. Dit laatste is dan te herkennen aan de Ex-markering op de apparatuur, welke voor mechanische apparaten met een bouwjaar na 2003 verplicht is.

Beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones (bouwjaar voor 2003)

In het overzicht hieronder is te zien (samenvatting uit het ATEX vouwboekje, zie download), dat oude mechanische apparatuur (bouwjaar voor 2003) door de gebruiker zelf beoordeeld moet worden op basis van een ontstekingsanalyse.

IAB

mechanische apparatuur en atex

Nieuwe mechanische apparatuur (bouwjaar na 2003) heeft een ATEX codering, de fabrikant heeft dan de ontstekingsanalyse gemaakt. De gebruiker moet enkel nagaan of het apparaat goed is geïnstalleerd en onderhouden. De gebruiksaanwijzing en de certificaten moeten worden geraadpleegd om te zien of de apparatuur goed is geïnstalleerd en of het juiste onderhoud wordt uitgevoerd.

Apparatuur met een bouwjaar voor 2003 moet door de gebruiker middels een ontstekingsanalyse zelf worden beoordeeld. Het is natuurlijk ook mogelijk om de oorspronkelijke fabrikant hiervoor te raadplegen. Er zijn een aantal normen waarin een dergelijke ontstekingsanalyse als voorbeeld is opgenomen, dat zijn:

  • EN 15198: Methodiek voor de risicobeoordeling van niet-elektrisch materieel en onderdelen bedoeld voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen
  • ISO 80079-36 / -37: Explosieve atmosferen – Deel 36: Niet-elektrische uitrusting voor gebruik in explosieve atmosferen / Deel 37: Niet-elektrische uitrusting voor gebruik in explosieve atmosferen – Niet-elektrisch beveiligingstype voor constructieveiligheid ‘c’, beheersing van ontstekingsbronnen ‘b’, onderdompeling in vloeistof ‘k

Hoe maak je een ontstekingsanalyse?

Het maken van een ontstekingsanalyse voor oude apparatuur is voor zone 2 en 22 relatief eenvoudig. Conform “de geest van ATEX” mogen in zone 2 en 22 tijdens normaal functioneren van het apparaat geen ontstekingsbronnen aanwezig zijn. Dit is in de praktijk vaak ook niet het geval, met uitzondering van statische elektriciteit. Hier moet altijd goed op worden gelet, aangezien dit een ontstekingsbron is die juist bij normaal functioneren wel aanwezig kan zijn. Het aanwezig zijn van hete oppervlakken, mechanische vonken, etc. is bij normaal functioneren van apparatuur meestal uitzonderlijk.

Een ontstekingsanalyse voor zone 1 en 21 of 0 en 20 is een complexe zaak, omdat we dan ook rekening moeten houden met verwachte of abnormale storingen in een apparaat. Bij deze analyse kunnen we o.a. gebruik maken van de ISO 80079-36 / -37. Nu zal een inschatting moeten worden gemaakt welke storingen er allemaal mogelijk zijn en wanneer deze zich kunnen voordoen.

Op basis van bovengenoemde indeling kunt u in de praktijk alvast een selectie maken van apparatuur en zich daarna concentreren op de lastige situaties.
In onze training ATEX mechanische apparatuur en ontstekingsanalyse behandelen we bovengenoemde thema’s en maken we aan de hand van praktijkvoorbeelden diverse analyses. Meer info >>>>

 

IAB

magneet gekoppelde pomp (cursus ATEX mechanisch / ontstekingsanalyse)

Op de foto zien we een gedeeltelijk gedemonteerde pomp in het kader van een ontstekingsanalyse van een magneetgekoppelde pomp tijdens de cursus ATEX Mechanische apparatuur. Om inzichtelijk te maken met welke aspecten we te maken te krijgen bij de ontstekingsanalyse gaan we na welke ontstekingsbronnen er mogelijk zijn en wanneer deze zich kunnen voordoen.

Een goed inzicht in de werking maakt het mogelijk om een juiste ontstekingsanalyse te maken. Dit betekent natuurlijk niet dat u in de praktijk alles moet los draaien!

Door te werken met bepaalde typicals kunt u in de praktijk doorgaans snel te werk gaan met de beoordeling van mechanische apparatuur.

Nieuwe ontstekingsbronnen na reparaties

Bij reparaties aan mechanische apparatuur moet altijd middels een ontstekingsanalyse worden nagegaan of er nieuwe ontstekingsbronnen mogelijk zijn. Bij substantiële wijzigingen is er sprake van een nieuw apparaat, dat eerst volgens ATEX gecertificeerd moet worden.

Veel fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones

Leestijd: 2 minuten

We zien met regelmaat fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones. De beschermingswijze Ex d is een methode waarbij vonkende apparatuur in een zodanig sterke omkasting wordt geplaatst, dat bij een eventuele explosie in de kast, deze niet kapot gaat en er geen vlammen en vonken naar buiten komen. Dit betekent dat drukvaste kasten goed gesloten moeten zijn. Dus een drukvaste kast openen terwijl de spanning er nog op staat is uit den boze. Een drukvaste kast met een UTP aansluiting er in, is daarom vragen om moeilijkheden. Dit gaat dus al fout in de engineeringsfase. Vaak worden ook de verkeerde wartels toepast. Een Ex e wartel in een Ex d behuizing kan niet, wel als een Ex d behuizing een Ex e aansluitcompartiment heeft.

fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones

vlamspleet dicht gekit

Voorbeelden van fouten bij drukvaste behuizingen

Andere voorbeelden van problemen bij Ex d behuizingen zijn:

  • de Ex d behuizing is veel te vol, doordat er apparatuur bij in is geplaatst
  • de Ex d behuizing is te dicht op andere apparatuur geplaatst, waardoor er onvoldoende vrije ruimte voor de vlamspleten aanwezig is (voor Ex d flenzen)
  • de pasvlakken van een Ex d behuizing zijn beschadigd, waardoor de vlamspleten te groot zijn geworden
  • doordat vet in de boutgaten is gekomen, zijn de bouten niet meer volledig in het schroefdraad gedraaid, hierdoor zijn de vlamspleten weer te groot
  • het draad is beschadigd, zodat de bouten niet volledig konden worden aangedraaid
  • het plaatsten van motorbeveiligingen in een Ex d behuizing is vragen om problemen. Als deze motorbeveiliging regelmatig moet worden gereset, moeten de bouten regelmatig uit de drukvaste behuizing, dat is vragen om problemen. Betere oplossing was geweest: een Ex d motorbeveiliging in een Ex e behuizing, standaard te verkrijgen.
  • siliconenkit tussen de pasvlakken
  • verven van de naden
  • verlopen gebruikt bij het toepassen van blindstoppen
  • 2 verlopen gebruikt bij het toepassen van wartels
  • Ex e blindstoppen.

LET OP!: het openen van Ex d behuizingen valt onder de gedetailleerde inspectie volgens IEC 60079-17. Alvorens men behuizingen in ATEX zones kan openen, dient de situatie gasvrij en elektrisch veilig te zijn verklaard en te zijn vrijgegeven.

Cursus ATEX Inspecteur

Meer leren over ATEX Inspecties? Volg dan onze 3-daagse cursus ATEX Inspecteur.

bouten verschillend aangedraaid in een Ex d kast

bouten verschillend aangedraaid in een Ex d kast

Ageing en Explosieveilige apparatuur

Leestijd: 2 minuten

Ageing of veroudering van explosieveilige apparatuur is een aspect waar zeker rekening mee moet worden gehouden. Ageing omvat niet alleen de veroudering van apparatuur, maar ook alle aspecten die de beschermingswijze tegen ontsteking aan kan tasten. Denk hierbij aan slijtage, corrosie, onjuist gebruik (omgevingsfactoren) of onvoldoende onderhoud.
Bij de BRZO inspecties (Seveso bedrijven) gaat ageing een inspectie-onderdeel worden, aangezien diverse installaties met onder andere ATEX zones en explosieveilige apparatuur al vanaf de jaren “60 in bedrijf zijn. Een gedetailleerde inspectie volgens de IEC 60079-17 is zeker noodzakelijk indien de “oudere” Ex apparatuur al langere tijd niet is geïnspecteerd.

De Ex-inspecteur zal voldoende kennis moeten hebben van de diverse beschermingswijzen tegen ontsteking, om als zodanig een oordeel te kunnen geven over oude explosieveilige apparatuur. Naast de inspectielijsten, zoals deze in de IEC 60079-17 worden genoemd, zal ook praktisch gezien naar de veroudering van de apparatuur moeten worden gekeken.

Voorbeelden van veroudering die de beschermingswijzen direct of indirect kunnen aantasten zijn o.a.:

  • gescheurde pakkingen (uitgedroogd / gebroken / verpulverd)
  • scheuren in kunststof behuizingen, waardoor vocht binnen kan treden
  • afgebroken bouten of deksels, die vanwege corrosie niet meer normaal los te krijgen zijn
  • gecorrodeerde vlamspleten van drukvaste behuizingen (Ex d)
  • sterk gecorrodeerde behuizingen
  • gebroken wartels doordat deze door UV-straling en kabelspanning gescheurd zijn

Bovengenoemde gebreken dienen in relatie tot de ATEX zone volgens een plan van aanpak te worden aangepakt. Vervanging van de apparatuur is lang niet altijd noodzakelijk, reparaties kunnen worden uitgevoerd aan explosieveilige apparatuur, mits ook hier weer voldoende deskundigheid aanwezig is. De norm IEC 60079-19 behandelt het aspect van reparatie van explosieveilige apparatuur.

De deskundigheid van de ATEX inspecteur kan worden aangetoond met een afgelegd IECEx examen volgens module 007/008. Indien gewenst kan de inspecteur ook een persoonscertificaat aanvragen. Dergelijke IECEx competenties zijn niet wettelijk verplicht, maar worden ten zeerste aanbevolen.

Meer informatie over onze 3-daagse, praktijkgerichte ATEX inspectietraining.

Verificatiedossier ATEX

Leestijd: 2 minuten

Bij de installatie van elektrische apparatuur in explosiegevaarlijke gebieden hoort ook het opstellen van een verificatiedossier. De IEC 60079-14 beschrijft wat er allemaal in dat dossier aanwezig dient te zijn. Is dit verificatiedossier dan hetzelfde als een explosieveiligheidsdocument?
Nee, een explosieveiligheidsdocument omvat meer, o.a. de zonering en het organisatorische aspect dient veel breder te worden beschreven in het explosieveiligheidsdocument.

Het verificatiedossier, zoals dat is beschreven in de IEC 60079-14 is gericht op elektrische installaties in explosiegevaarlijke gebieden. Naast de documentatie, zoals deze verplicht is voor niet-gevaarlijke gebieden, dient het verificatiedossier de volgende informatie te bevatten, voor zover van toepassing (bron: IEC 60079-14 §4.2):
A. Omgeving

  1. documenten met betrekking tot de gevarenzone-indeling (zie IEC 60079-10-1 en IEC 60079-10-2) met situatieschetsen waarop de gevarenzone-indeling en de omvang van de gevaarlijke gebieden zijn weergegeven, met inbegrip van de zone-indeling (en de maximale toegelaten dikte van de stoflagen indien het gevaar het gevolg is van stof);
  2. beoordeling van de gevolgen van het optreden van ontsteking;
  3. gasgroepen en stofgroepen;
  4. temperatuurklasse of ontstekingstemperatuur van het desbetreffende gas of de desbetreffende damp;
  5. de materiële kenmerken, zoals elektrische weerstand, de minimale ontstekingstemperatuur van de stofwolk, de minimale ontstekingstemperatuur van de stofafzetting en de minimale ontstekingsenergie van de stofwolk;
  6. uitwendige invloeden en omgevingstemperatuur.

B. Apparatuur

  1. handleidingen van de fabrikant voor de keuze, installatie en inspectie voor eerste inbedrijfstelling;
  2. documenten voor elektrisch materieel met voorwaarden voor het gebruik, bijvoorbeeld materieel waarvan de certificaatnummers zijn voorzien van het achtervoegsel ‘X’;
  3. een document dat het intrinsiek veilige systeem beschrijft;
  4. details van elke relevante berekening, bijvoorbeeld van spoeltijden voor instrumenten of analyseruimten;
  5. verklaring van de fabrikant of deskundige persoon.

C. Installatie

  1. informatie die noodzakelijk is voor een correcte installatie van het geleverde materieel in een vorm die geschikt is voor het personeel dat voor deze activiteit verantwoordelijk is (zie de aanwijzingen in IEC 60079-0);
  2. documentatie met betrekking tot de geschiktheid van het materieel voor het gebied en de omgevingsomstandigheden waaraan het wordt blootgesteld, bijvoorbeeld temperatuurwaarden, beschermingswijze, IP-waarde, corrosievastheid;
  3. schema’s waarop de typen en nadere gegevens van elektrische leidingen en toebehoren zijn weergegeven;
  4. documenten met selectiecriteria voor kabelinvoersystemen die aantonen dat wordt voldaan aan de eisen voor de desbetreffende beschermingswijze;
  5. tekeningen en schema’s met betrekking tot de identificatie van stroomketens;
  6. verslagen van de inspectie voor eerste inbedrijfstelling;
  7. verklaring van installateur/erkend persoon, waaruit de kwalificatie blijkt van de bekwaamheid van de personen met betrekking tot het ontwerp, keuze en opstelling van het materieel.

Het verificatiedossier kan worden beschouwd als een technisch dossier van de installatie. Het verificatiedossier kan beter worden gezien als een onderdeel van het explosieveiligheidsdocument. Het explosieveiligheidsdocument omvat meer zaken, denk aan:

  1. beschrijving van de arbeidsplaats en de aanwezige werkplekken
  2. beschrijving van de procédé’s en activiteiten van het bedrijf
  3. beschrijving van de gebruikte stoffen
  4. weergave van de resultaten van de risicobeoordeling
  5. weergave van de technische maatregelen ter voorkoming van explosiegevaar
  6. weergave van de organisatorische maatregelen ter voorkoming van explosiegevaar
  7. verantwoordelijkheden
  8. coördinatieverplichting

Het verificatiedossier geeft hoofdzakelijk een weergave van de technische maatregelen ter voorkoming van explosiegevaar.

Installaties worden volgens ATEX niet beschouwd als een nieuw product dat onder de ATEX 114 richtlijn valt. Dit in tegenstelling tot machines, een samenstel van machines kan in sommige gevallen weer als een nieuwe machine worden beschouwd. ATEX 114 kent dat principe niet.

Onder IECEx is het mogelijk om een certificaat voor een installatie te verkrijgen. De Certificatie Body zal dan uiteraard het verificatiedossier willen beoordelen.

Preventiemedewerker en ATEX

Leestijd: 2 minuten

Op 13 september 2016 is door de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangenomen voor een wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in 2017. Een van de wijzigingen is onder andere de rol van de preventiemedewerker. De preventiemedewerker krijgt onder andere als taak om te adviseren aan en samen te werken met de bedrijfsarts en de andere arbodienstverleners. Het is belangrijk dat een preventiemedewerker ook mee kan denken en adviseren op het gebied van explosierisico’s. Voor een bedrijf met significante explosierisico’s zou het kennisniveau van de preventiemedewerker moeten liggen op dat van de IECEx05 module 001 en 002.

ATEX in de praktijk

Het hebben van IECEx certificeringen is geen wettelijke verplichting. De kennis kan ook zijn verkregen door praktijkervaring of anders gevolgde trainingen. Aan de andere kant geeft een IECEx certificering wel de zekerheid en aantoonbaarheid dat het juiste kennisniveau is behaald, want achter de IECEx certificeringen zit een systeem met vastgestelde eindtermen en onafhankelijke procedures voor examinering.

Module 001 is de zogenaamde basismodule. In deze module wordt het gehele spectrum van explosieveiligheid belicht. Zowel de ATEX zoneringen, de apparatuur, ventilatie, inspectie, onderhoud, etc. komt aan de orde.

Module 002 gaat specifiek in op het vaststellen van ATEX zones. Voor de preventiemedewerker wordt de 002 module als zeer belangrijk geacht. In de praktijk komen we soms overmatige ATEX zoneringen tegen, waardoor er onwerkbare situaties ontstaan. De preventiemedewerker kan meedenken en adviseren is de keuze van ATEX zones en de omvang van de zones.

Meer informatie over de ATEX training Ex001 en Ex002 >>>>

Nieuwe ATEX 114 gids

Leestijd: 2 minuten

In april 2016 is de nieuwe gids voor de ATEX 114 richtlijn gepubliceerd. Deze gids is met name bedoeld voor fabrikanten, importeurs en distributeurs van explosieveilige apparatuur. Er zijn veel toelichtingen bijgekomen, de oude gids telde 76 pagina’s, terwijl de nieuwe gids 236 pagina’s heeft. Ook een aantal technisch inhoudelijke zaken zijn aangepast, waarover later meer in andere berichten. In de nieuwe gids is ook de ATEX 114 richtlijn opgenomen. We hebben de belangrijkste wijzigingen op een rijtje gezet.

De vorige versie van de gids, december 2013, was gebaseerd op de oude ATEX 95 richtlijn (94/9/EG). De nieuwe gids is aangepast aan de nieuwe ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU). De opzet van de gids is nu gelijkaardig als die van bijvoorbeeld de machinerichtlijn. Per artikel van de richtlijn, weergegeven in een rood kader, wordt in paragrafen een toelichting gegeven.

ATEX in de praktijk

De belangrijkste wijzigingen:

  1. op alle overwegingen (de “preamble”) van de ATEX 114 richtlijn is een korte toelichting gegeven
  2. uitgebreidere toelichting op “safety devices”; o.a. een nieuwe toelichting over motor-beveiligingsschakelaars, vloeistofpompen en mechanical seals (§36)
  3. uitgebreidere toelichting over componenten (§46 – 48)
  4. nieuwe toelichtingen bij definities, zoals bedoeld gebruik (§52), beschikbaar stellen op de markt (§53), importeur, distributeur, etc. (§57 – 66)
  5. toelichting bij de verplichtingen voor de essentiële eisen (§71 – 74)
  6. uitgebreide uitleg bij producten waarop niet de originele fabrikantennaam wordt vermeld (“private label” of “De facto manufacturer”). (§77)
  7. verplichtingen voor importeurs en distributeurs (§81 – 85)
  8. toelichtingen omtrent aanwijzingen van notified bodies (§98 – 132)
  9. uitgebreidere toelichting voor markering van componenten (§149)
  10. nieuwe toelichtingen bij de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van bijlage 2 van de ATEX 114 richtlijn (§152 – 177)
  11. toelichtingen bij de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures (bijlage 3 – 9) (§178 – 226)
  12. de inhoud van de EU verklaring van overeenstemming (bijlage 10) (§227) LET OP: vanaf 20 april 2016 dient de EU-verklaring van overeenstemming te voldoen aan de eisen van bijlage 10)
  13. toelichtingen omtrent specifieke apparatuur, zoals inertisering, spuitcabines, filters, silo’s, gasturbines, stoomturbines, pompen, kabels, mechanical seals, elevatoren, heftrucks, vervoerbare overdrukcabines, automatische smeersystemen, tracing, motorbeveiliging, WiFi, opslagruimtes. Deze toelichtingen zijn niet allemaal nieuw, maar ze zijn nu toegevoegd aan de gids (§241 – 256).

Meer leren over certificering van ATEX apparatuur in grote lijnen, volg dan onze 3-daagse training CE-coördinator, meer info >>>>.

Meer leren over certificering van ATEX apparatuur in detail, volg dan onze 3 daagse training ATEX mechanische apparatuur en ontstekingsanalyse, meer info >>>>

Nieuwe ATEX normen mechanische apparatuur geharmoniseerd

Leestijd: < 1 minuut

De nieuwe ATEX normen mechanische apparatuur, de EN ISO 80079-36 en -37 zijn sinds 12-08-2016 geharmoniseerd. De normen zijn nu opgenomen in de lijst met geharmoniseerde normen voor de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU). Voor certificering van mechanische apparatuur voor explosieve omgevingen geven de toepassing van de EN ISO 80079-36/37 normen nu het vermoeden van overeenstemming.

Het gebruik van de EN 13463 normen geeft nog tot 31.10.2019 het vermoeden van overeenstemming. Na 31.10.2019 moet de ATEX certificering van mechanische apparatuur volgens de nieuwe normen zijn uitgevoerd. Vanaf 12.08.2016 is certificering reeds mogelijk, dus een overgangstermijn van ruim 3 jaar.

Begin op tijd met analyseren van de nieuwe ATEX normen mechanische apparatuur

Geadviseerd wordt om vroegtijdig te beginnen met een analyse van de wijzigingen en de nodige aanpassingen conform de nieuwe EN ISO 80079-36/-37 normen.

Cursus mechanische apparatuur in ATEX omgevingen

Wil je meer leren over de certificering van mechanische apparatuur in ATEX omgevingen (volgens de nieuwe EN ISO 80079-36/-37)? Volg dan onze 3-daagse training Mechanische apparatuur ontstekingsanalyse.

 

 

Onstekingsbronnen in ATEX zones

Leestijd: 2 minuten

explosieveilige vorkheftruckIn het eerste deel van deze driedeling serie over mechanische apparatuur en ATEX legden we onder andere uit wat “De geest van ATEX” precies inhoudt. In dit deel vertellen we meer over de verschillende ontstekingsbronnen in ATEX zones die je kunt aantreffen.

Bij het maken van een ontstekingsanalyse gaan we op zoek naar alle mogelijke ontstekingsbronnen die een explosie zouden kunnen veroorzaken. Hierbij gaan we ervan uit dat er sprake is van een ATEX zonering. De ontstekingsbronnen, twintig in aantal, zijn grotendeels ontleend aan de EN 1127-1. Een uitgebreide beschrijving van de ontstekingsbronnen is te vinden in de NEN EN 1127-1, als ook in de NPR 7910-1 en –2. In de genoemde normen zijn tevens ook de mogelijke maatregelen beschreven.

Waar kun je ontstekingsbronnen aantreffen?

Per potentiële ontstekingsbron dient te worden nagegaan of deze kan voorkomen bij een apparaat. Sommige ontstekingsbronnen kunnen zich op meerdere plaatsen in een apparaat aandienen, denk bijvoorbeeld aan lagers. De meeste mechanische apparaten hebben diverse ontstekingsbronnen.

tabel met ontstekingsbronnen

De start van een ontstekingsanalyse is het beoordelen of één of meerdere ontstekingsbronnen aanwezig kunnen zijn. Door de tabel af te lopen en aan te geven of ontstekingsbronnen relevant zijn, wordt een eerste selectie gemaakt.

Soms is 100% uitsluiting niet te geven

Sommige ontstekingsbronnen zijn vaak helemaal niet aanwezig, zonder enige discussie, andere ontstekingsbronnen zijn vaak veel lastiger te beoordelen, zoals statische elektriciteit, mechanisch opgewekte vonken door stoten, etc. Soms is een 100% uitsluiting niet te geven. Dit maakt de ontstekingsanalyse lastig. Een oud gezegde: bij twijfel niet inhalen, kan dan het beste worden gehanteerd. Bij het inventariseren van de ontstekingsbronnen is het de kunst om in dit stadium nog zo weinig mogelijk aan de maatregelen te denken.

Kunnen ontstekingsbronnen mogelijk aanwezig zijn, dan nemen we deze bronnen over in de ontstekingsanalyse, die we behandelen in het derde en laatste deel van deze serie artikelen over Mechanische apparaten in ATEX zones.

Dit was het tweede deel in onze serie over Mechanische apparaten in ATEX zones

Deel 1: Inleiding, wetgeving en “de geest van ATEX”
Deel 2: Ontstekingsbronnen
Deel 3: Ontstekingsanalyse

Wilt u meer leren over het beoordelen van mechanische apparatuur?

Volg dan onze 3-daagse training “ATEX en mechanische apparatuur”

Mechanische apparaten in ATEX-zones: wel of geen ontstekingsbron?

Leestijd: 4 minuten

In de zogenaamde ATEX zones (gebieden waar explosierisico’s aanwezig zijn) dient elektrische apparatuur én mechanische apparatuur te worden beoordeeld op mogelijke ontstekingsbronnen.

In het eerste deel van drie artikelen  vertellen wij u meer over de ATEX wetgeving en de geest van ATEX.
Uit inspecties van de ISZW (vroegere Arbeidsinspectie) is gebleken dat veel bedrijven het lastig vinden om de risico’s van mechanische apparatuur te beoordelen. Bedrijven waar ATEX een rol speelt zullen vrijwel altijd met mechanische apparatuur te maken krijgen in de ATEX zones. Tijdens de inspecties in deze zones is het vaak lastig om oude mechanische apparatuur, zonder Ex-codes, zorgvuldig te toetsen. Eveneens is het niet gemakkelijk om mechanische apparatuur met Ex codes correct te interpreteren.

Atex wetgeving

Sinds 2003 zijn de zogenaamde ATEX 114 (vroeger ATEX 95) en ATEX 153 (vroeger ATEX 137) richtlijnen van toepassing. De ATEX richtlijnen stellen wettelijke voorschriften aan apparatuur welke in explosiegevaarlijke gebieden wordt toegepast. Vanuit het verleden zijn de explosieveiligheidsvoorschriften met name gericht op elektrische apparatuur. Dit roept meestal ook geen vragen op. Anders ligt het bij het toepassen van de ATEX voorschriften op mechanische apparatuur. Vaak is het onduidelijk hoe de ATEX voorschriften moeten worden toegepast bij oude en/of gewijzigde mechanische apparatuur.

Bij de risico’s van mechanische apparatuur in het kader van ATEX moeten we met name denken aan het veroorzaken van een explosie, doordat een mechanisch apparaat een ontstekingsbron is.

De ATEX 114 richtlijn (richtlijn nummer: 94/9/EG of 2014/34/EU) is een zogenaamde Europese productrichtlijn die leidt tot een CE-markering op een product dat bedoeld is voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen. Fabrikanten van dergelijke producten dienen rekening te houden met de ATEX 114 wanneer zij producten in de handel brengen. Producten voor eigen gebruik vallen ook onder de ATEX 114 richtlijn. Naast de ATEX 114 zijn er op dit moment nog 24 andere richtlijnen die leiden tot een CE-markering (dus totaal 25 CE-richtlijnen).

Sinds 30 juni 2003 dienen alle in de handel gebracht producten¹, die worden gebruikt in een explosieve omgeving, te voldoen aan de zogenaamde ATEX 114 richtlijn. De ATEX 114 is niet alleen van toepassing op elektrische apparatuur, maar ook op mechanische apparatuur.
Voor fabrikanten en ontwerpers van mechanische apparatuur betekent dit dat de mechanische apparatuur dus ook aan de ATEX 114 moet voldoen. Mechanische apparatuur welke voor 2003 is geleverd valt niet onder de ATEX 114 richtlijn en is derhalve niet voorzien van een Ex-markering volgens de ATEX 114 richtlijn, maar moet wel veilig kunnen functioneren.

Een goede ontstekingsanalyse is belangrijk voor het beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones.

Apparatuur die reeds voor 30 juni 2003 in gebruik was, dient door de gebruiker zelf op de aanwezigheid van ontstekingsbronnen te worden gecontroleerd. Hiervoor maakt de gebruiker een ontstekingsanalyse. Dit is soms lastig uit te voeren, omdat de gebruiker niet alle specificatie van de apparatuur beschikbaar heeft.

Voorbeeld

mechanische ontstekingsbronnen bij een draaisluis

mechanische ontstekingsbronnen bij een draaisluis

CE-teken met epsilon x

 

 

 

Belangrijk voor de ontstekingsanalyse is het principe te kennen dat achter de ATEX categorieën schuil gaat. Het wordt hier de “geest van ATEX” genoemd. Zie kader.
Het principe van de categorieën is ZEER belangrijk om te begrijpen. Voor zowel nieuwe, als ook bestaande installaties kan hiermee de geschiktheid van een apparaat voor een bepaalde categorie en zone worden beoordeeld.
[box size=”large”]

“DE GEEST VAN ATEX”

categorie 1 zeer hoog beschermingsniveau

Zelfs tijdens een uitzonderlijke storing moet het apparaat het vereiste veiligheidsniveau kunnen waarborgen. Ofwel in termen van apparatuur, mag het apparaat tijdens uitzonderlijke storingen geen ontstekingsbron kunnen zijn.

categorie 2 hoog beschermingsniveau

Bij frequente storingen of bij gebreken waarbij gewoonlijk rekening moet worden gehouden moet het apparaat het vereiste veiligheidsniveau kunnen waarborgen. Ofwel in termen van apparatuur mag het apparaat tijdens te verwachte storingen geen ontstekingsbron kunnen zijn.

categorie 3 normaal beschermingsniveau

Bij normaal bedrijf wordt het vereiste veiligheidsniveau gewaarborgd. Ofwel in termen van apparatuur mag het apparaat tijdens normaal bedrijf [/box]

Pomp met ATEX certificering

Pomp met ATEX certificering groep 2, categorie 2, G = gas, c = constructief veilig, T4 is maximale temperatuur pomp (onder voorgeschreven condities).

De ontstekingsanalyse wordt bij voorkeur uitgevoerd volgens het voorbeeld van de norm NEN-EN 13463 voor niet elektrisch materiaal en volgens de methodiek van NEN-EN 15198² .
De NEN-EN 15198 beschrijft de methodiek van de ontstekingsanalyse specifiek voor niet-elektrisch materieel.

De normen NEN-EN 13463 en NEN-EN 15198 zijn zogenaamde geharmoniseerde normen onder de ATEX 114 richtlijn. Het voldoen aan deze normen geeft het zogenaamde vermoeden van overeenstemming met de ATEX 114. Let wel, de normen zijn niet wettelijk verplicht, maar we beschouwen ze als wetgeving.

In paragraaf 5.2.8 van NEN EN 13463-1 wordt een model aangereikt voor het rapport van de ontstekingsanalyse. Dit model moet als een basis worden gezien. De uitgebreide tabel die we in de praktijk gebruiken bevat aanvullende informatie, waarbij met name wordt gekeken naar de ontstekingsanalyse, nadat de maatregelen zijn genomen, want dit bepaalt uiteindelijk de bereikte categorie van een apparaat.

[1] Hierop is een uitzondering en dat zijn componenten, deze krijgen geen CE, maar wel het Ex symbool en een extra aanduiding “U”.

[2] Zie lijst met geharmoniseerde normen volgens de ATEX 114 richtlijn.

 

Dit was het eerste deel in onze serie over Mechanische apparaten in ATEX zones

Deel 1: Inleiding, wetgeving en “de geest van ATEX”
Deel 2: Ontstekingsbronnen
Deel 3: Ontstekingsanalyse

Wilt u meer leren over het beoordelen van mechanische apparatuur?

Volg dan onze training “ATEX en mechanische apparatuur”

 

De 5 meest gemaakte fouten bij ATEX-installaties

Leestijd: 2 minuten

Fouten bij ATEX installaties kunnen grote gevolgen hebben. De eerste stap is om fouten te herkennen. Pas dan kun je leren ze te voorkomen. We noemen hier de 5 meest gemaakte fouten bij ATEX installaties, en hoe u ze kunt voorkomen.

1. Vervangen Ex d wartel

Bij het installeren van ATEX-apparatuur worden helaas veel fouten gemaakt. Gelukkig komen deze aan het licht tijdens de (verplichte) ATEX-inspectie. Het nawerk is in sommige situaties echter aanzienlijk. Neem bijvoorbeeld het vervangen van enkele tientallen kabelwartels voor een Ex d wartel (drukvaste wartel). Overigens zijn de voorschriften voor het toepassen van Ex d wartels gewijzigd in de nieuwe installatienorm IEC 60079-14:2013.

2. Niet aansluiten van de externe aardsluiting

Het komt in vrijwel iedere training aan bod: moet de externe aardaansluiting ook worden gebruikt? In de meeste gevallen is het antwoord hierop een volmondig ja. Doorgaans geeft de fabrikant aan dat de externe aardaansluiting moet worden gebruikt en aangesloten. Kijk dus goed in de gebruiksaanwijzing. Deze aardaansluiting zit er tenslotte niet voor niets.

3. Het gebruiken van potentiaalvereffeningen die een te kleine doorsnede hebben

In de IEC 60079-14:2013 staat duidelijk aangeven wat de minimale doorsnede moet zijn van de externe vereffening (minimaal 4 mm2 van apparaat naar HAR, maar ook hier geldt: kijk ook in de gebruiksaanwijzing).

4. Onjuiste keuze van ATEX-categorie apparatuur

Het komt voor dat een ATEX-verlichtingsarmatuur (“de welbekende TL-bak”) met Ex II 3D in een ATEX-zone 2 wordt gemonteerd. Helaas is dit niet correct; het is één van de basiszaken die van te voren moet worden gecontroleerd. Dit betekent dat de TL-bak vervangen moet worden door een Ex II 3G-exemplaar. Uiteraard moeten de overige ATEX-specificaties ook worden gecontroleerd.

5. Ongecertificeerde combinatie motor/regelaar

We zien nog wel eens dat een Ex e motor wordt aangesloten op een frequentieregelaar waarbij de combinatie motor/frequentieregelaar niet gecertificeerd is. Vaak wordt gedacht dat de frequentieregelaar niets met ATEX te maken heeft, omdat deze niet in de ATEX-zone is gemonteerd. In combinatie met een Exe-motor is dit onjuist.

Leer fouten voorkomen

Wil u weten hoe u deze en andere fouten in de toekomst kunt voorkomen en daarmee aanzienlijk kosten kunt besparen doordat u nawerk voorkomt? Schrijf u dan meteen in voor de 3-daagse ATEX-training elektrische installaties. De eerstvolgende start op donderdag 8 juni 2017 in Herentals (België).