Ongeval door een heggenschaar met CE-markering

De heggenschaar is een veelgebruikte machine voor het maken van een risicobeoordeling. Hij moet kunnen snijden, maar tegelijkertijd moeten we afstand houden tot het mes. Het is een relatief eenvoudig apparaat, maar met aanzienlijke gevaren en risico’s. Dit blijkt ook uit het ongeval door een heggenschaar dat laatst plaatsvond. De medewerker verloor hierbij drie vingers.

Hoe is dit ongeval door een heggenschaar ontstaan?

Een jonge medewerker staat op een ladder, de ladder wankelt en in een reflex laat hij de beugel van de schaar los. Tegelijkertijd wordt met de andere hand de heggenschaar nog aangedreven. Hierdoor komt de linkerhand in de bewegende heggenschaar terecht. De leidinggevend komt snel aangerend, maar het is al te laat. Het voorval leidt tot ernstige snijwonden en de amputatie van drie vingers.

ongeval door een heggenschaar

Voorbeeld van een heggenschaar op steel

Voldeed de heggenschaar dan niet aan CE?

Heggenscharen zijn er in veel soorten en maten. Een gemotoriseerde heggenschaar zonder verlengde steel veroorzaakte dit ongeluk. De heggenschaar had CE-markering en een meegeleverde gebruiksaanwijzing. Maar ja: wie leest nu de gebruiksaanwijzing? En als je hem al leest, hou je je dan vervolgens aan de gebruiksadviezen?

Ongeval door een heggenschaar sluit je niet uit door CE-markering

De gebruiksaanwijzing gaf duidelijk aan dat men niet op een onstabiele plaats of op een ladder mocht werken. Een duidelijke boodschap.

Uit onderzoek van de machine bleek dat deze aan de voorschriften voor CE-markering voldeed. Maar het ongeval door een heggenschaar ontstond in dit geval door een onjuiste werkmethode. In de voorbereiding van dit werk was onvoldoende aandacht besteed aan de risico’s. Derhalve waren niet de juiste maatregelen genomen. In dit soort situaties kan het gebruik van een heggenschaar op steel veel ellende voorkomen. Maar ook bij deze machines dien je de risico’s voorafgaand goed in te schatten, waarna vervolgens de juiste maatregelen moeten worden genomen.

gebruiksaanwijzing

gebruiksaanwijzing

ongeval door heggenschaar met CE-markering

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alles leren over CE-markering? Wordt CESE® CE Safety Expert

CESE® is een TÜV gecertificeerd persoonscertificaat waarmee kennis en deskundigheid op het gebied van CE-markering kan worden aangetoond. De bijbehorende opleiding, CE Masterclass Machinebouw, is een opleiding van 12 dagen die wordt afgesloten met de CE-Masterproef. Je wordt dan opgeleid tot CE Safety Expert.

De CE Safety Expert is onmisbaar bedrijven die machines, installaties of apparatuur bouwen en ze op de markt brengen of gebruiken voor eigen gebruik.
Het gehele CE-traject inclusief een persoonscertificering bieden we modulair aan. De eerstvolgende 12-daagse opleiding start op 30 januari 2019 in Appingedam.

Wat doet een CE Safety Expert?

De CE Safety Expert:

  • bewaakt, coördineert en voert de werkzaamheden op een zodanige wijze uit dat alleen veilige producten worden gebouwd en gebruikt in overeenstemming met de toepasselijke EU-richtlijnen / verordeningen.
  • zorgt er tevens voor dat alle noodzakelijke afdelingen op de hoogte zijn van de CE-voorschriften en up-to-date zijn met de huidige Europese richtlijnen en verordeningen, nationale wetten, normen en voorschriften.
  • controleert en is verantwoordelijk voor een juiste conformiteitsbeoordeling en de overeenstemming van machines, installaties of apparatuur die op de markt worden gebracht of voor eigen gebruik in bedrijf worden genomen.

De CE Masterclass is modulair opgebouwd. U volgt de verschillende modules en sluit de opleiding af met de CE Masterproef. Bij een succesvolle CE Masterproef ontvangt u een TÜV-persoonscertificaat en een digitaal logo voor eigen gebruik. Het persoonscertificaat is 3 jaar geldig en na het volgen van de CESE® bijscholing en een nieuwe CESE® Masterproef kan het certificaat worden verlengd.

De opleiding tot CE Safety Expert is de meest volledige opleiding voor CE-markering en uniek in Nederland.

Ga naar onze webshop voor meer informatie over het programma, de cursusdata en prijzen van de CE Masterclass Machinebouw. Je kunt je daar ook inschrijven voor het eerstvolgende traject dat start in januari 2019.

Lasrook is kankerverwekkend – 6 aandachtspunten voor afzuiginstallaties

In veel werkplaatsen komen we bij het maken van een RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie) Arbeidsmiddelen ook elektrische lastoestellen tegen. De risico’s van het lastoestel zijn hoofdzakelijk elektrisch van aard. Maar het lasproces op zich is een heel ander verhaal. Sinds maart 2017 is lasrook en laslicht door het IARC (International Agency for Research on Cancer) ingedeeld in groep 1: zeker kankerverwekkend voor de mens.

Bij het ontstaan van lasrook is het dus erg belangrijk dat de bronafzuiging goed werkt. Daarom hebben wij 6 aandachtspunten voor afzuiginstallaties op een rij gezet.

Aandachtspunten bij het controleren van afzuiginstallaties voor lasrook

  1. basisvoorwaarde: is er überhaupt een afzuiging aanwezig?

    lasrook afzuiging

    lasrook afzuiging

  2. gebruiken de lassers daadwerkelijk wel de afzuiging: in werkplaatsen waar af en toe iets gelast wordt, wordt de afzuiging soms niet gebruikt
  3. de capaciteit van de afzuiging dient minimaal 1000 m3/uur te zijn
  4. de luchtsnelheid dient minimaal 0,5 m/s te zijn bij het lasproces
  5. goede afzuigkap of afzuigopening, deze moet onder een hoek van 30 -45 graden zijn geplaatst
  6. afstand van de afzuiging tot aan de las is maximaal de diameter van de afzuigopening

Er zijn diverse hulpmiddelen (checklists) beschikbaar rondom dit thema:

Wanneer spreek je van een voltooide of niet-voltooide machine?

krooshekreiniger

krooshekreiniger

Wanneer spreek je van een voltooide of niet-voltooide machine? De definitie van een voltooide of niet-voltooide machine geeft in de praktijk veel aanleiding tot discussie en verwarring. De volgende situatie komt namelijk regelmatig voor:

Een gebruiker bestelt een machine in 2 delen:

  1. Het machinedeel wordt geleverd door een machinefabriek.
  2. De besturingskast wordt geleverd door een kastenbouwer.

Levert de machinefabriek nu een voltooide of niet-voltooide machine?

Het ontbreken van een besturingskast kan worden beschouwd als het ontbreken van een zogenaamd “constitutional” deel van de machine. Hiermee moet het machinedeel worden beschouwd als een niet-voltooide machine. Heel belangrijk hierbij is de II.1.B verklaring, want daarop moet de machinefabriek aangeven aan welke eisen van de machinerichtlijn het machinedeel wel of niet voldoet.

Zelf CE-certificering door gebruiker na samenbouw

Wanneer het machinedeel en de besturingskast is samengebouwd, dient de gebruiker zelf de CE-certificering uitvoeren van het samenstel en een II.1.A verklaring opstellen. Dit betekent dat de gebruiker kennis moet hebben van CE-certificeren of hierbij hulp moet inschakelen. Kennis vergaren over CE-certificeren kan onder ander door het volgen van een gedegen opleiding over CE, zoals de CE Masterclass Machinebouw, (CESafetyExpert CESE®).

Nog beter is om bovenstaande situatie te vermijden, door als gebruiker een complete machine aan te schaffen, dus het machinedeel inclusief de besturingskast. De samenbouwer levert dan een complete machine incl. een II.1.A verklaring.

Moet de gebruiker dan niets meer doen? Nee, de gebruiker moet nog steeds een risico-inventarisatie en -evaluatie maken van de complete machine. Dit is verplicht op basis van de Arbowet (NL) / Codex (B).

CE-coördinator: TÜV gecertificeerde CE cursus

De start van een CE-markering van een product is altijd de zogenaamde CE-scan of CE audit. Hiermee wordt bepaald welke CE-richtlijnen en/of verordeningen van toepassing zijn op een product. In veel situaties zijn meerdere CE-richtlijnen / verordeningen van toepassing.

Bij het doorlopen van een CE-certificering is overzicht behouden erg belangrijk. In veel gevallen mag de fabrikant zijn producten zelf CE-certificeren. Binnen de richtlijnen/verordeningen wordt dit “interne fabricage controle” genoemd. Bij machines is deze certificeringsprocedure mogelijk, maar ook bij explosieveilige apparatuur van categorie 3.

Kennis aantonen door het volgen van een gecertificeerde CE cursus

15 audit vragen over CE-certificering

Vaak wordt de vraag gesteld welke kennis er noodzakelijk is of wie is gemachtigd om een CE-certificering uit te voeren? Voor de CE-certificering is voldoende gekwalificeerd personeel noodzakelijk. Daarom ligt het voor de hand om aantoonbare kennis te hebben. Dit kan bijvoorbeeld door het volgen van een gecertificeerde CE cursus.

Meer leren over het CE-certificeringsproces? Zie bijvoorbeeld de training CE-coördinator, eerstvolgende startdatum: 3 september 2018.

 

Machinerichtlijn, ATEX richtlijn of beide toepassen?

De machinerichtlijn (2006/42/EG) en de ATEX richtlijn (2014/34/EU) sluiten elkaar niet uit en moeten soms beide op machines worden toegepast. Wanneer beide richtlijnen moeten worden toegepast is soms niet zo duidelijk. In dit artikel hebben we dit nader toegelicht. In de praktijk roepen deze situaties veel vragen op. Uiteindelijk is de meest belangrijkste doelstelling: het voorkomen van een explosie.

De machinerichtlijn heeft in bijlage 1 punt 1.5.7 de volgende bepaling:

1.5.7. Risico’s door ontploffing
De machine moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat de machine zelf en de gassen, vloeistoffen, stofdeeltjes, dampen en andere door de machine geproduceerde of gebruikte stoffen geen risico van ontploffing opleveren.
De machine moet, wat betreft de risico’s van ontploffing door gebruik in een omgeving met ontploffingsgevaar,  in overeenstemming zijn met de specifieke communautaire richtlijnen.

Bij machines kan ontploffingsgevaar aanwezig zijn in het binnenste van een machine of in de omgeving of beide. De plaats van ontploffingsgevaar is van belang, om dat hiermee al of niet de toepassing van de ATEX richtlijn 92014/34/EU) wordt bepaald. We geven een 4-tal voorbeelden.

Voorbeelden van explosiegevaar in een machine

Pomp met ATEX certificering

Pomp met ATEX certificering

Situatie 1 – de machine staat in zijn geheel in een ATEX zone

De machine staat in zijn geheel in een ATEX zone, dus een gebied met ontploffingsgevaar. Dit kan zijn een ATEX zone 0, 1, 2, 20, 21 of 22. De machine moet aan zowel de machinerichtlijn als de ATEXrichtlijn voldoen.

Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: pomp, tandwielkast

IAB

vulmachine met gedeeltelijke ATEX zone

Situatie 2 – de machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone

De machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone. De machine moet aan de machinerichtlijn voldoen en het gedeelte van de machine dat in de ATEX zone is opgesteld moet aan de ATEX richtlijn voldoen. Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: een vulmachine met transportsystemen, waarbij alleen het vulgedeelte in een ATEX zone staat.

In de praktijk zal het waarschijnlijk voor de hand liggen om de gehele machine onder het ATEX certificaat te laten vallen, waarbij de technische ATEX maatregelen zich beperken tot de gebieden die zich in een ATEX zone bevinden.

De ATEX zones worden meestal beperkt door een omkasting die is voorzien van afzuiging.

IAB

houtstof filterinstallatie

Situatie 3 – de machine staat niet in een ATEX zone

Machine staat niet in een ATEX zone, maar het explosierisico bevindt zich uitsluitend in het inwendige van de machine.

De machine valt als geheel alleen onder de machinerichtlijn. Middels de bepaling 1.5.7. van de machinerichtlijn moeten de risico’s voor een ontploffing voldoende worden beheerst. Apparaten die in deze inwendige zone zijn ingebouwd, moeten wel aan de ATEX richtlijn voldoen. Denk aan een niveaumeter, een klopmechanisme, etc.

Voorbeelden van dergelijke machines: droogovens,  vulmachines, filterkasten

Voor dit soort filterinstallaties zijn geharmoniseerde normen beschikbaar, de EN 12779

EN 12779:2015
Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Vast opgestelde installaties met afzuigsystemen voor zaagsel en spaanders — Veiligheidseisen

IAB

transportschroef

Situatie 4 de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone

De machine staat niet in een ATEX zone, het explsoierisico bevindt zich in het inwendige van de machine, maar de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone. Deze externe ATEX zone kan een omgeving zijn, maar ook weer het inwendige van een ander apparaat, denk aan een silo of een buffervat.

Deze machine moet aan de machinerichtlijn en de ATEX richtlijn voldoen. Indien in het inwendige van deze machine een zone 0 of 20 aanwezig is, dan zal een EU-typeonderzoek moeten worden uitgevoerd door een Notified Body. Bij een zone 1 of 21 wordt er een technisch dossier opgestuurd naar een Notified Body en bij een zone 2 of 22 mag de fabrikant de certificering in eigen beheer uitvoeren.

Voorbeelden van dergelijke machines: een transportschroef met een verbinding naar een silo, een ventilator waarin een explosief mengsel aanwezig kan zijn, etc.

In alle bovenstaande situaties is de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU) pas van toepassing indien er een inherente potentiële ontstekingsbron aanwezig is. Is dat niet het geval, dan is de ATEX 114 richtlijn niet van toepassing.

Meer leren over ATEX en inherente potentiële ontstekingsbronnen? Volg dan de training ATEX Mechanische apparatuur Ontstekingsanalyse

Performance Level en SIL als beveiliging bij ATEX machines

Performance Level en SIL zijn betrouwbare meetmethoden als beveiliging bij ATEX-machines. We gebruiken deze methoden voor de beschermingswijze ‘bewaking van ontstekingsbronnen’.

Nieuwe Gids EMC richtlijn maart 2018

Voor de EMC richtlijn is onlangs een nieuwe versie van de gids gepubliceerd.De nieuwe gids EMC richtlijn is een handig document om diverse zaken beter te interpreteren.

Elektrische apparaten of installaties kunnen elkaar beïnvloeden wanneer ze onderling verbonden of dicht bij elkaar staan. Dit is bijvoorbeeld het geval bij interferentie tussen TV-toestellen, GSM-toestellen, radio’s en nabijgelegen wasmachine of elektriciteitsleidingen. De elektromagnetische compatibiliteit (EMC) richtlijn stelt eisen aan de emissie en immuniteit van apparatuur. Door het nemen van de juiste maatregelen bij apparatuur worden storingen verminderd en de immuniteit versterkt.

EMC richtlijn beperkt elektromagnetische emissies

De EMC richtlijn 2014/30/EU beperkt elektromagnetische emissies van apparatuur om ervoor te zorgen dat apparatuur  overige apparatuur niet zal storen. Uiteraard dient de apparatuur te worden gebruikt zoals bedoeld. De richtlijn regelt ook de immuniteit van apparatuur door interferentie en beoogt ervoor te zorgen dat apparatuur niet verstoord wordt door radio-emissies, indien gebruikt als bedoeld.

De belangrijkste doelstellingen van de richtlijn zijn het reguleren van de verenigbaarheid van apparatuur met betrekking tot EMC:

  1. Apparatuur (apparaten en vaste installaties) moeten voldoen aan de EMC-eisen wanneer deze in de handel worden gebracht en/of in gebruik genomen.
  2. De toepassing van goede techniek praktijk is vereist voor vaste installaties, met de mogelijkheid dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten maatregelen kunnen treffen in gevallen van non-conformiteit.

Download de nieuwe gids via ons Membersgedeelte

Nieuwe normenlijst voor machines 09-03-2018

Op 9 maart 2018 is weer een nieuwe lijst met geharmoniseerde normen voor de machinerichtlijn gepubliceerd. Klik hier voor download: NL / ENG

Een overzicht van de eerste bekendmakingen:

B-normen

  • EN ISO 3745:2012 Akoestiek — Bepaling van geluidvermogenniveaus en geluidenergieniveaus van geluidbronnen bij gebruik van geluiddruk — Precisiemethoden die gebruik maken van een echovrije of semiechovrije ruimte (ISO 3745:2012) EN ISO 3745:2012/A1:2017

C-normen

  • EN 115-1:2017 Veiligheid van roltrappen en rolpaden — Deel 1: Constructie en installatie
  • EN 1459-1:2017 Transportwerktuigen voor ruw terrein — Veiligheidseisen en verificatie — Deel 1: Transportwerktuigen met variabele reikwijdte
  • EN ISO 4254-12:2012 Landbouwmachines — Veiligheid — Deel 12: Cirkelmaaiers en klepelmaaiers — Veiligheid (ISO 4254-12:2012) EN ISO 4254-12:2012/A1:2017
  • EN ISO 5395-2:2013 Tuingereedschap — Veiligheid van aangedreven grasmaaiers — Deel 2: Aangedreven grasmaaiers met meelopende bestuurder (ISO 5395-2:2013) EN ISO 5395-2:2013/A2:2017
  • EN ISO 11554:2017 Optica en optische instrumenten — Lasers en aanverwante apparatuur — Beproevingsmethoden voor vermogen, energie en tijdelijke kenmerken van laserstralen (ISO 11554:2017)
  • EN ISO 11681-2:2011 Bosbouwmachines — Veiligheidseisen en beproevingen van draagbare kettingzagen — Deel 2: Kettingzagen voor boomonderhoud (ISO 11681- 2:2011) EN ISO 11681-2:2011/A1:2017
  • EN 12312-12:2017 Grondafhandelingsapparatuur voor vliegtuigen — Bijzondere eisen — Deel 12: Drinkwateruitrusting
  • EN 12312-13:2017 Grondafhandelingsapparatuur voor vliegtuigen — Bijzondere eisen — Deel 13: Toiletuitrusting
  • EN 14033-3:2017 Railtoepassingen — Bovenbouw — Railgebonden constructie- en onderhoudsmachines — Deel 3: Algemene veiligheidseisen
  • EN 15695-1:2017 Landbouwtrekkers en zelfrijdende machines — Bescherming tegen gevaarlijke stoffen — Deel 1: Classificatie van de cabine, eisen en beproevingsprocedures
  • EN 15695-2:2017 Landbouwtrekkers en zelfrijdende machines — Bescherming tegen gevaarlijke stoffen — Deel 2: Filters, eisen en testprocedures
  • EN ISO 16093:2017 Gereedschapsmachines — Veiligheid — Zaagmachines voor koud metaal (ISO 16093:2017)
  • EN ISO 19085-1:2017 Houtbewerkingsmachines — Veiligheid — Deel 1: Algemene eisen (ISO 19085-1:2017)
  • EN ISO 19085-2:2017 Houtbewerkingsmachines — Veiligheid — Deel 2: Horizontale balk cirkelzaagmachines voor panelen (ISO 19085-2:2017)
  • EN ISO 19085-5:2017 Houtbewerkingsmachines — Veiligheid — Deel 5: Panelenzagen (ISO 19085-5:2017)
  • EN ISO 28927-1:2009 Draagbare handgereedschappen — Beproevingsmethoden voor de evaluatie van de trillingsemissie — Deel 1: Hoek- en verticale slijpmachines (ISO 28927-1:2009) EN ISO 28927-1:2009/A1:2017
  • EN 60335-2-89:2010 Huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen — Veiligheid — Deel 2-89: Bijzondere eisen voor commerciële diepvriestoestellen met ingebouwde of gescheiden opgestelde koeleenheden IEC 60335-2-89:2010 EN 60335-2-89:2010/A2:2017
  • EN 62841-2-10:2017 Elektrisch aangedreven handgereedschap, verplaatsbaar gereedschap en gras- en tuinmachines — Veiligheid — Deel 2-11: Bijzondere eisen voor handmixers IEC 62841-2-10:2017 (Gewijzigd)
  • EN 62841-3-13:2017 Elektrisch aangedreven handgereedschap, verplaatsbaar gereedschap en gras- en tuinmachines — Veiligheid — Deel 3-13: Bijzondere eisen voor verplaatsbare boren IEC 62841-3-13:2017 (Gewijzigd)

IEC 60204-1 voor machines ook van toepassing bij ATEX

De IEC 60204-1 is een belangrijke norm voor elektrische installaties bij machines. In ATEX gebieden worden ook regelmatig machines geplaatst, denk aan ventilatoren, pompen, transportschroeven, draaisluizen, etc. Naast de ATEX installatievoorschriften, volgens de IEC 60079-14, is voor machines ook de IEC 60204-1 van toepassing. Dit betekent dus ook een controle volgens IEC 60204-1.

In ATEX gebieden maken we voor het installeren van elektrische apparatuur gebruik van de IEC 60079-14. Dit is een soort “NEN 1010”, maar dan anders en is specifiek bedoeld voor elektrische apparatuur in ATEX zones. In België is het iets anders geregeld, daar bevat het AREI ook al een groot gedeelte van de IEC 60079-14 met her en der wat verschillen.

De IEC 60079-14 is er vooral op gericht om te voorkomen dat er ontstekingsbronnen kunnen ontstaan. Dit wordt bereikt door de juiste keuze van explosieveilige apparatuur en de juiste methode van installeren.

In de inleiding van de IEC 60079-14 wordt vermeld: Deze eisen vormen een aanvulling op de eisen te stellen aan installaties in niet-gevaarlijke gebieden. Met andere woorden, naast de IEC 60079-14 is voor machines ook de IEC 60204-1 van toepassing. Dit betekent dat bij installaties in Ex-gebieden, waarbij er sprake is van machines, ook de IEC 60204-1 gehanteerd en gecontroleerd moet worden.

In hoofdstuk 4 van de IEC 60079-14 wordt het volgende vermeld: Elektrische installaties in gevaarlijke gebieden moeten ook voldoen aan de passende eisen voor elektrische installaties in niet-gevaarlijke gebieden. Voor installaties in gevaarlijke gebieden kunnen de eisen voor niet-gevaarlijke gebieden echter onvoldoende zijn. (opmerking IAB: deze eisen zijn inderdaad onvoldoende)

In de IEC 60204-1 worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan netscheiders, schakelaars ter voorkoming van onbedoeld inschakelen, uitschakeltijden ter bescherming tegen een elektrische schok, overstroombeveiligingen, beschermingsleidingen (PE), noodstops, installatiemethoden, etc. etc.

Het beste wordt naast een ATEX inspectie (verplicht bij nieuwe of gewijzigde installaties volgens IEC 60079-14: gedetailleerde inspectie), ook een inspectie volgens IEC 60204-1 uitgevoerd. Uiteraard ligt de IEC 60204-1 inspectie binnen het domein van de machinerichtlijn.

Voor meer informatie over de IEC 60204-1 of het uitvoeren van inspecties, zie onze IEC 60204-1 training.

Nieuwe norm voor het schrijven van gebruiksaanwijzingen voor machines

Onlangs is de ISO/DIS 20607, een nieuwe norm voor het schrijven van gebruiksaanwijzingen voor machines gepubliceerd. De ISO/DIS 20607 (Safety of machinery — Instruction handbook — General drafting principles)  is nog een concept, maar zal mogelijk in 2018 definitief worden uitgebracht en wordt wellicht geharmoniseerd voor de machinerichtlijn.

Tot dusver kunnen we voor het schrijven van gebruiksaanwijzingen gebruik maken van de ISO 82079-1 en de NEN 5509. Uiteraard zijn de voorschriften uit de machinerichtlijn in bijlage 1 punt 1.7.4 de wettelijke basis voor de inhoud van een gebruiksaanwijzing. Daar komt dus straks de nieuwe ISO 20607 bij.

De norm zal inhoudelijk geen wezenlijk nieuwe zaken aangeven, maar wel op den rijtje gaan zetten wat allemaal belangrijk is in een gebruiksaanwijzing.

Het schrijven van een goede gebruiksaanwijzing is een vak apart. Wilt u hierover meer leren, volg dan de Cursus Gebruiksaanwijzingen schrijven. Uiteraard behandelen we in de cursus ook de nieuwe ISO 20607.

 

Eerste cursisten CE-coördinator ontvangen TÜV-certificaat

Sinds september 2017 zijn de cursussen CE-cöordinator en de CE Masterclass Machinebouw TÜV gecertificeerd. De Masterclass loopt nog, maar de eerste cursisten van september die de module CE-coördinator hebben gevolgd, hebben de cursus met succes afgerond. De cursisten hebben inmiddels hun certificaat ontvangen. Langs deze weg willen wij hen van harte feliciteren met het behaalde resultaat.

eerste CE-coördinatoren met TÜV-certificaat

V.l.n.r.: Rik Brebels, Jan Schoonhoven en Evert Jan van Dijken

Update gids machinerichtlijn beschikbaar (versie 2.1 juli 2017)

Er is een update voor de gids machinerichtlijn gepubliceerd. Wij hebben de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij gezet.

Cursussen CE-cöordinator en CE Masterclass TÜV-gecertificeerd

logo CESE TUV persoonscertificering smallMet ingang van het cursusjaar 2017-2018, zijn de cursussen CE-cöordinator en CE Masterclass TÜV-gecertificeerd. Als je nu onze CE Masterclass Machinebouw volgt, word je een TÜV-gecertificeerde CE-Safety Expert (CESE®).

Na het volgen van onze 12-daagse CE Masterclass én bij het succesvol voltooien van de CE Masterproef, mag u zich een TÜVgecertificeerde CE Safety Expert nomen (CESE®). U ontvangt hiervoor een persoonscertificaat van de TÜV. Het certificaat is een bewijs van voldoende kennis en kunde op het gebied van CE-markering van machines. Hiermee kan naar auditerende instanties worden aangetoond dat naar eer en geweten de juiste procedure is toegepast voor CE-markering van machines.

Uiteraard staan het examen en de CE-Masterproef onder toezicht van de TÜV.

Nieuwe verordening medische hulpmiddelen

Na ruim 4 jaar onderhandelen, is er de nieuwe verordening medische hulpmiddelen. De nieuwe verordening voor medische hulpmiddelen zal in mei 2020 volledig van kracht worden.
De verordening is fors uitgebreid ten opzichte van de huidige Medische hulpmiddelen richtlijn (93/42/EEG). Bijna 3x zoveel pagina’s telt de nieuwe verordening ten opzichte van de huidige richtlijn.

Er is een strenger beleid op medische implantaten,zoals heup of borst implantaten. Met name de traceability is erg belangrijk. Na een overgangstermijn van bijna 3 jaar, zal de verordening volledig van kracht zijn. Ook zijn er nog wel wat uitzonderingen voor medische hulpmiddelen die onder de huidige richtlijn zijn gecertificeerd.

Een overgangstermijn van 3 jaar lijkt lang, maar er zijn veel nieuwe eisen ten aanzien van bijvoorbeeld Notified Bodies; klinisch onderzoek; er komt een nieuw database systeem (EUDAMED/UDI), etc. etc., dus al met al veel veranderingen die de nodige tijd gaan kosten.

Download de nieuwe verordening medische hulpmiddelen via ons download-archief.

SKO-punten voor alle opleidingen van IAB Ingenieurs

Vanaf juli 2017 zijn er SKO-punten toegekend aan alle opleidingen van IAB Ingenieurs.

Verantwoordelijkheid voor CE-markering machinelijnen vaak onduidelijk

Verantwoordelijkheid voor CE-markering op machinelijnen is vaak niet goed geregeld. In de praktijk komt het met grote regelmaat voor, dat grote machinelijnen of installaties met machines worden opgeleverd, terwijl niet duidelijk is wie nu de CE-markering heeft geregeld van het samenstel. Gelukkig zien we steeds vaker in bestekken of projectspecificaties het begrip “CE-coördinator“. De bedoeling van “het CE-coördineren” is in hoofdzaak de CE-certificering zodanig te regelen, dat een ieder zijn of haar deel van de CE-certificering uitvoert, zodat uiteindelijk, voor ingebruikname, de CE-certificering in orde is.

CE-markering in de praktijk

Helaas is het in de praktijk vaak anders geregeld. Onlangs zagen we nog een grote productielijn voor houten frames. Losse balken gingen in de machine en aan het eind werden de frames in een soort palletiser gestapeld, Niemand had echt serieus omgekeken naar de CE-markering en de gebruiker van de machine had (onbewust) aangegeven dat hij de CE-certificering van de totale lijn wel zou regelen. Tijdens het gebruik van de machine werd al snel duidelijk dat de veiligheid sterk te wensen over liet. Veel toeleveranciers hadden hun machines geleverd als een niet voltooide machine (met een zogenaamde II.1.B verklaring). Om een lang verhaal kort te maken, uiteindelijk moesten er nog veel extra beveiligingen worden aangebracht met een behoorlijke extra kostenpost. Door in een vroeg stadium een CE-coördinator aan te stellen en deze bij een project te betrekken, kan veel ergernis en kosten voorkomen.

Welk kennisniveau heeft een CE-coördinator?

Het kennisniveau van een CE-coördinator moet zodanig zijn, dat hij/zij een voldoende goed overzicht heeft in de van toepassing zijnde CE-richtlijnen en de noodzakelijke beoordelingen die moeten worden gedaan. Een CE-coördinator behoeft niet alle technische details te kunnen beoordelen, hiervoor zijn weer anderen verantwoordelijk, denk aan engineers, ontwerpers, etc.

Kortom: bij grote projecten, denk vroegtijdig na over de CE-certificering en de coördinatie ervan.

CE-markering op kabels verplicht vanaf 1 juli 2017

Na 1 juli 2017 is CE-markering op kabels die in Europa in bouwwerken worden geïnstalleerd verplicht, inclusief bijbehorende documenten waarin hun brandklasse wordt aangegeven.

Op 1 juli 2017 loopt de overgangstermijn af voor de norm EN 50575. Deze norm geldt voor kabels die onder de bouwproducten-verordening vallen (ook wel CPR genoemd = Construction Products Regulation). De EN 50575 geeft de eisen waar kabels aan moeten voldoen voor vaste elektrotechnische installaties in bouwwerken.
Kabels moeten worden getest volgens een methode beschreven in de EN 50399. Op basis van de uitkomsten van deze testen worden de kabels ingedeeld volgens de nieuwe CPR Euroklassen.

NEN 8012

Elektrische leidingen worden hierbij geclassificeerd in verschillende (brand)klassen. Wanneer welke (brand)classificatie moet worden toegepast is de verantwoordelijkheid van Europese lidstaten zelf. In Nederland is hiervoor NEN 8012 opgesteld.

Kabels die niet met een brandklasse zijn gemarkeerd en nog vóór 1 juli 2017 op de markt worden gebracht, mogen ook na deze datum nog in gebouwen worden geïnstalleerd.
De Nederlandse norm NEN 8012 geeft in Bijlage D de brandveiligheidseigenschappen van de kabels aan die horen bij de verschillende CE-markeringsklassen.

Bouwbesluit

Het verschilt per Europees land welke eisen er worden gesteld aan de brandklasse van bekabeling in een gebouw of ruimte. Dit is mede afhankelijk van de gebruiksfunctie. In Nederland zijn deze eisen vastgelegd in het Bouwbesluit.

Moeten kabels bij machines ook aan de CPR eisen voldoen?

Machinekabels vallen niet onder CPR, in principe ook wanneer machines een groot deel van het gebouw innemen. De kabels voor de gebouwgebonden (permanente) installaties zoals bijvoorbeeld verwarmingsinstallaties, ventilatie-installaties, koelinstallaties en vaste verlichting vallen wel onder het toepassingsgebied van CPR. Hiervoor is de NEN 8012 beschikbaar voor het vaststellen van de classificatie.

Veelgestelde vragen over CE-markering op kabels

De Nederlandse kabelfabrikanten, verenigd in Fedet, hebben een lijst met veelgestelde vragen op de website geplaatst, omdat zij merkten dat er, ook in Nederland, nog veel onduidelijkheid is over dit onderwerp.

Per 1 juli 2017 CE-markering op kabels verplicht

Nog ruim een maand en dan wordt CE-markering op kabels verplicht. Alle kabels die in Europa in bouwwerken worden geïnstalleerd moeten dan zijn voorzien van een CE-markering met bijbehorende documenten waarin hun brandklasse wordt aangegeven. Op 1 juli 2017 wordt namelijk de Europese Bouwproducten Verordening (Construction Products Regulation, CPR) van kracht.  Voor het bepalen van deze classificatie dienen fabrikanten hun gebouwbekabeling te laten testen en CE-markeren volgens de Europese norm NEN-EN 50575.

NEN 8012

Kabels die niet met een brandklasse zijn gemarkeerd en nog vóór 1 juli op de markt worden gebracht, mogen ook na deze datum nog in gebouwen worden geïnstalleerd.
De Nederlandse norm NEN 8012 geeft in Bijlage D aan welke kabels de brandveiligheidseigenschappen hebben die horen bij de verschillende CE-markeringsklassen.

Bouwbesluit

Het verschilt per Europees land welke eisen er worden gesteld aan de brandklasse van bekabeling in een gebouw of ruimte. Dit is mede afhankelijk van de gebruiksfunctie. In Nederland zijn deze eisen vastgelegd in het Bouwbesluit.

Uitzondering voor machinekabels

Machinekabels vallen niet onder CPR, in principe ook wanneer machines een groot deel van het gebouw innemen. De kabels voor de gebouw-gebonden (permanente) installaties zoals bijv. verwarmingsinstallaties, ventilatie installaties, koelinstallaties en vaste verlichting vallen wel onder het toepassingsgebied van CPR en hiervoor is de NEN 8012 beschikbaar voor het vaststellen van de classificatie.

Veelgestelde vragen over CE-markering op kabels

De Nederlandse kabelfabrikanten, verenigd in Fedet, hebben een lijst met veelgestelde vragen op de website geplaatst, omdat zij merkten dat er, ook in Nederland, nog veel onduidelijkheid is over dit onderwerp.

Bron: dit bericht verscheen eerder op de website van NEN

Cursus CE-coördinator

Meer leren over CE-markering op kabels? De  3-daagse training CE-coördinator legt de basis voor de CE-markering voor producten en/of projecten. Deze training is bedoeld om u het overzicht te geven en op de hoogte te brengen van de voorschriften in het kader van CE-markering. We behandelen de verplichting tot het CE-markering van producten in de breedste zin, dus van speelgoed tot machines en van rolstoel tot explosieveilige lamp. Ook de nieuwe verordening over CE-markering op kabels wordt behandeld.

Meer informatie en aanmelden >>

CE-coordinator audit vragen over CE-certificering

CE-certificering van producten, zoals bijvoorbeeld van machines, heeft op diverse disciplines een invloed, zoals ontwerp en ontwikkeling, inkoop, verkoop, productie, testen, transport, montage en inbedrijfname, onderhoud en reparatie.
De CE-coördinator speelt een centrale rol in het CE-certificeringsproces. In de praktijk komt het regelmatig voor dat één persoon de CE-certificering maar even moet regelen. Dat is een vrijwel ondoenlijke taak, aangezien het CE-certificeringsproces op vele disciplines binnen een bedrijf een invloed heeft. We hebben een niet uitputtende lijst gemaakt met 15 vragen om het CE-certificeringstraject te toetsen.

15 vragen om het CE-certificeringstraject te toetsen

  1. Is de CE-coördinator betrokken bij het opstellen van productiespecificaties en/of projectspecificaties?
  2. Is de CE-coördinator betrokken bij het opstellen van offertes en contracten voor wat betreft productveiligheid en CE-markeringsvoorschriften?
  3. Is de CE-coördinator betrokken bij projecten en kan de CE-coördinator een actieve rol innemen bij verschillende toeleveranciers?
  4. Wordt de CE-coördinator geïnformeerd door de ontwerpafdeling over veiligheidsgerelateerde zaken?
  5. Wordt er gestructureerd vastgesteld welke CE-richtlijnen van toepassing zijn en welke conformiteitsprocedure moet worden gevolgd voor het project of product?
  6. Wordt de risicobeoordeling uitgevoerd met medewerking van de CE-coördinator en wordt de risicobeoordeling uitgevoerd volgens een bepaalde methode en procedure?
  7. Wordt er bij projecten met meerdere machines of onderdelen ook een algehele risicobeoordeling gemaakt?
  8. Wordt door de CE-coördinator gecontroleerd of de documentatie, zoals de risicobeoordeling, gebruiksaanwijzing, montagehandleiding en technisch dossier volledig en compleet is?
  9. Is er een overleg met inkoop, zodat de ingekochte machines of onderdelen reeds aan de gestelde veiligheidsvoorschriften voldoen? Denk hierbij ook aan de inkoop van gebruikte machines.
  10. Is de CE-coördinator betrokken bij de CE-certificering van machines die uitsluitend voor eigen gebruik zijn bedoeld?
  11. Wordt bij wijzigingen of verandering en aan machines ook de CE-coördinator op de hoogte gebracht?
  12. Wordt de CE-coördinator op de hoogte gebracht van afwijkingen of problemen in het kader van veiligheid die zich tijdens het testen of inbedrijfnemen van producten voordoen?
  13. Wordt de CE-coördinator op de hoogte gebracht van ongevallen of bijna ongevallen of gevaarlijke situaties?
  14. Is er terugkoppeling vanuit de service afdeling wanneer het gaat om veiligheidsgerelateerde storingen of storingen die gevaarlijke situaties met zich meebrengen?
  15. Hebben de medewerkers van de verschillende disciplines, zoals inkoop, verkoop, ontwerp, etc. de juiste en passende (bij) scholing in het kader van CE of veiligheid gehad?

Wordt uw CE-certificering volgens de wettelijke voorschriften uitgevoerd?

Heeft u één of meerdere vragen met “nee” beantwoord dan kan is het zeer wel mogelijk dat het CE-certificeringsproces niet volgens de wettelijke voorschriften wordt uitgevoerd. Dit zal nader bekeken moeten worden en mogelijk is er een actie noodzakelijk.

15 audit vragen over CE-certificering

Leer meer over het CE-certificeringtraject tijdens de training CE-coördinator

Het gehele CE-certificeringsproces en de implementatie in het management van CE-certificering komt uitgebreid aan de orde in onze 3-daagse training CE-coördinator.

 

Wijziging warenwetbesluit machines: machinistenliften

IAB

machinistenlift

Op  19-09-2016 vond de wijziging Warenwetbesluit machines: machinistenliften plaats. In artikel 6fa van het Warenwetbesluit machines zijn de keuringsverplichtingen voor hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenverkeer opgenomen. Hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer die deel zijn van een machine (verder te noemen: machinistenliften) worden in het zesde lid (nieuw) uitgezonderd van het eerste lid van artikel 6fa van het Warenwetbesluit machines.

Waar komen machinistenliften in de praktijk voor?

Machinistenliften komen in de praktijk voor in torenkranen. Het gebruik van machinistenliften in torenkranen is vergelijkbaar met het gebruik van deze machinistenliften in bijvoorbeeld havenkranen. Door deze uitzondering wordt de keuring van machinistenliften in torenkranen in lijn gebracht met de gangbare praktijk bij andere machinistenliften.

Wat kost het keuren van een machinistenlift?

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, die door de minister van SZW is aangewezen, blijft betrokken bij de keuring voor de ingebruikneming na elke herstelling of wijziging op de arbeidsplaats. Deze wijziging levert de sector een financieel voordeel op. De Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport (verder te noemen: TCVT) heeft aangegeven dat het gaat om ongeveer 150 machinistenliften die in een torenkraan worden toegepast. Een keuring van dergelijke machinistenlift kost volgens TCVT ongeveer € 350,– per keuring.

De wijziging Warenwetbesluit machines: machinistenliften leidt tot een theoretische besparing voor de sector per jaar van € 105.000,–, namelijk het vervallen van twee keuringen voor 150 werktuigen à € 350,– per keuring. De woorden «van die machine» beogen te voorkomen dat een (losstaande) bouwlift die mede wordt gebruikt voor onderhoud, ook onder de uitzondering valt.

Machine of geen machine?

Is een product een machine of geen machine volgens de definitie van de machinerichtlijn? Dat is een belangrijke vraag in het kader van CE-markering.

IAB Ingenieurs

stootbuffer op treinspoor

Op de foto is een stootbuffer te zien bij het einde van een spoor op een treinstation. De buffers zijn cilinders die middels een persluchtvat op een druk worden gehouden van circa 3 bar. Dit systeem is een machine, aangezien het aangedreven bewegende delen bevat. Dus CE-markering verplicht.
De machinerichtlijn (2006/42/EG) geeft in artikel 2 de definitie van een machine:

Artikel 2 (2006/42/EG) Definities:
– een samenstel, voorzien van of bestemd om te worden voorzien van een aandrijfsysteem — maar niet op basis van rechtstreeks gebruikte menselijke of dierlijke spierkracht —, van onderling verbonden onderdelen of componenten waarvan er ten minste één kan bewegen, en die samengevoegd worden voor een bepaalde toepassing.

De stootbuffers zijn bewegende delen en worden aangedreven door de trein die er tegen aan kan botsen en door de persluchtdruk in het systeem. Hiermee wordt voldaan aan de definitie van de machinerichtlijn.

Daarnaast is het natuurlijk mogelijk dat dit systeem ook onder andere richtlijnen valt. In dit voorbeeld zijn ook nog van belang:

  • drukvaten van eenvoudige vorm (2014/29/EU)
  • drukapparatuur richtlijn (2014/68/EU) (PED).

In dit voorbeeld zal de richtlijn drukvaten van eenvoudige vorm van toepassing zijn. Het vat heeft een ontwerpdruk van 5 bar en een volume van 300 liter. P x V = 1500 bar.l.  Het vat bevat perslucht als medium.

De ondergrens waarbij de richtlijn drukvaten van eenvoudige vorm van toepassing is ligt op 50 bar.l., dus is de richtlijn drukvaten van eenvoudige vorm van toepassing. Het drukvat zal bij inkoop moeten zijn voorzien van een CE-markering op basis van deze richtlijn. Zou dit vat door de bouwer van dit systeem zelf gemaakt worden, dan dient de bouwer een certificering te regelen van het drukvat volgens de richtlijn drukvaten van eenvoudige vorm. Hiervoor is een Notified Body (keuringsinstantie) noodzakelijk.

De drukapparatuur richtlijn (2014/68/EU) is niet van toepassing, aangezien het leidingwerk onder het zogenaamde artikel 4 lid 3 valt en de cilinder op basis van stijfheid, sterkte en stabiliteit buiten de werkingssfeer van de richtlijn drukapparatuur valt.

Conclusie voor dit voorbeeld:

  • drukvat: CE op basis van drukvaten van eenvoudige vorm
  • gehele systeem: CE op basis van de machinerichtlijn.

Vraagstukken wel of geen zijn CE zijn soms behoorlijk complex. De CE-scan, dat is een vragenlijst (zie download), geeft in eerste instantie een goede indicatie, maar daarna is in de meeste gevallen verdieping noodzakelijk door de tekst van de richtlijnen te bekijken.

Meer leren over CE-markering in basis of weer actueel op de hoogte gebracht worden van de CE-richtlijnen, volg dan onze training CE-coördinator. Meer info >>>>

P.s. de nieuwe richtlijn drukapparatuur (PED) (2014/68/EU) is op 19 juni 2016 definitief van kracht geworden en vervangt daarmee de versie 97/23/EG. In 1 dag weer actueel op de hoogte worden gebracht, volg dan onze PED-cursus, meer info >>>>

Nieuwe normen voor trappen, bordessen en kooiladders

De normenserie EN ISO 14122 deel 1 tot en met 4 is vernieuwd.

De nieuwe versies zijn 5-7-2016 gepubliceerd, maar nog niet opgenomen in de lijst met geharmoniseerde normen voor de machinerichtlijn(versie 13-05-2016) (zie ander bericht hierover). Dat zal op korte termijn gebeuren, waarbij er een overgangstermijn zal zijn voor het gebruik van de huidige EN ISO 14122 normen.

Vragen over de hoogte van relingen, klaphekjes bij kooiladders, tredeafstanden van trappen, etc. komen aan de orde in deze normen. De gehele serie is in het Engels te verkrijgen via www.nen.nl of via www.evs.ee (€50,–).

Voor bouwers van trappen, kooiladders en bordessen rondom machines is het toepassen van deze normen belangrijk. Helaas moeten we in de praktijk best wel veel opmerkingen maken over te lage relingen, relingen met nauwe openingen tussen de leuningen, ontbreken van hekjes bij de uitloop van kooiladders. Het naderhand herstellen van dit soort zaken is lastig en tijdrovend, terwijl het direct goed had gekund. Dus neem deze normen een keer door.

De oude versie van de EN ISO 14122 (2001, 2004, A1:2010) geven nog steeds het vermoeden van overeenstemming. De nieuwe versies zullen binnenkort geharmoniseerd worden, dan wordt ook de overgangstermijn bekend.

In een volgende nieuwsbrief zullen we de verschillen tussen de oude en nieuwe versie van de EN ISO 14122 nader toelichten.

Blijf automatisch op de hoogte via onze nieuwsbrief

Automatisch op de hoogte blijven van het laatste CE-nieuws? IAB stuurt maximaal elke 14 dagen een e-mail met het laatste nieuws over CE. We delen geen gegevens met derden, en uitschrijven kan op elk gewenst moment.

Veel oudere normen voor veiligheidsbesturingen niet meer geharmoniseerd

Medio 2016 zijn diverse oudere normen voor veiligheidsbesturingen niet meer geharmoniseerd. Dit betekent dat de nieuwe versies van de normen moeten worden gebruikt en deze dienen ook op de EU-verklaring van overeenstemming te worden vermeld. Geharmoniseerde normen geven immers het vermoeden van overeenstemming met de betreffende CE-richtlijn.

Een aantal voorbeelden:

  • EN ISO 13849-1:2008 voor veiligheidsbesturingen op machines (PL) > het vermoeden van overeenstemming is vervallen op 30-06-2016 vanaf die datum moet de EN ISO 13849-1:2015 worden gebruikt.
  • EN ISO 13850:2008 voor noodstops > het vermoeden van overeenstemming is vervallen op 31-05-2016, vanaf die datum moet de EN ISO 13850:2015 worden gebruikt.
  • EN 953:1997 voor afschermingen > het vermoeden van overeenstemming is vervallen op 31-05-2016, vanaf die datum moet de EN ISO 14120:2015 worden gebruikt.

Het bijhouden van normen en zorgen dat de actuele versies worden toegepast en op de certificaten worden genoemd is typisch een taak van de CE-coördinator. Hiervoor moet de lijst met normen worden geraadpleegd, klik hier voor download.

In deze lijst zien we achter de normen een drietal kolommen:

  1. de eerste kolom geeft aan vanaf welke datum de nieuwe versie geharmoniseerd is,
  2. de tweede kolom geeft de oude norm weer
  3. de derde kolom geeft aan tot welke datum de oude norm nog het vermoeden van overeenstemming geeft.

Ook kan worden gekeken via de websites van de normalisatie-instituten of de laatste versies van de normen worden gebruikt. Sommige normalisatie-instituten geven een automatische melding wanneer een norm is vervallen.

Een nieuwe versie van de norm is niet direct geharmoniseerd, zie het voorbeeld van de EN ISO 14122 >>>>

Weer actueel op de hoogte worden gebracht op het gebied van veiligheidsheidsbesturingen voor machines (PL/SIL), volg dan onze 2-daagse training, meer info >>>>

Nieuwe CE-richtlijnen vanaf 20 april 2016

In 2014 zijn een tiental nieuwe CE-richtlijnen gepubliceerd, waarvan de meeste op 20 april 2016 definitief van kracht zijn geworden. Bij de meeste nieuwe CE-richtlijnen is er technisch inhoudelijk niet zoveel veranderd, maar gaat het meer om een herschikking of betere afstemming van de teksten. Wat wel is veranderd, zijn de verantwoordelijkheden van de verschillende marktdeelnemers, zoals fabrikant, importeur en distributeur.

In grote lijnen lijken de nieuwe CE-richtlijnen sterk op elkaar wat betreft de verschillende definities van de marktdeelnemers. Een distributeur is gedefinieerd als ‘een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de fabrikant of de importeur, die een product op de markt aanbiedt’. ‘een product’ wordt naargelang de richtlijn ingevuld als “elektrisch materieel”, “een explosieveilig apparaat”, “een veiligheidscomponent voor liften”, etc. Bij specifieke richtlijnen zijn er verschillen, zoals bijvoorbeeld de richtlijn liften, welke behalve de fabrikant, de gemachtigde, de importeur en de distributeur ook de installateur als marktdeelnemer definieert.

De overeenstemmingsbeoordelingsprocedures  zijn voor zover mogelijk ook geharmoniseerd. De verplichtingen van de verschillende marktdeelnemers (fabrikant, importeur, distributeur, gemachtigde) en de eisen voor aangemelde instanties zijn op een meer uniforme manier vastgelegd. De essentiële eisen waaraan producten moeten voldoen, zijn vrijwel onveranderd.

De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de marktdeelnemers. Markttoezicht is strenger geregeld en er zijn ook meer eisen voor de traceerbaarheid van producten.

De wijzigingen zijn vooral belangrijk voor importeurs en distributeurs: wanneer ze een product onder hun eigen naam of merknaam in de handel brengen, worden ze immers als fabrikant beschouwd, met alle verplichtingen van dien.

De volgende richtlijnen zijn nieuw:

  • explosieven voor civiel gebruik (2014/28/EU)
  • drukvaten van eenvoudige vorm (2014/29/EU)
  • elektromagnetische compatibiliteit (2014/30/EU)
  • niet-automatische weegwerktuigen (2014/31/EU)
  • meetinstrumenten (2014/32/EU)
  • liften en veiligheidscomponenten voor liften (2014/33/EU)
  • apparaten en beveiligingssystemen voor gebruik op plaatsen met ontploffingsgevaar (2014/34/EU)
  • laagspanningsrichtlijn (2014/35/EU)
  • radioapparatuur (2014/53/EU)
  • drukapparatuur (2014/68/EU).

De richtlijn radioapparatuur is op 13 juni 2016 van kracht geworden en is inhoudelijk ook aangepast.

De richtlijn drukapparatuur (PED) is op 19 juli 2016 van kracht geworden, terwijl een deel van de richtlijn drukapparatuur (indeling in groepen, al of niet gevaarlijke stoffen) is al van kracht vanaf 1 juni 2015. Meer leren over de laatste wijzigingen in de PED richtlijn, volg dan onze cursus PED, meer informatie >>>>

 

nieuwe Blue Guide voor CE-markering

In juli 2016 is een nieuwe versie van de zogenaamde Blue Guide verschenen (Publicatieblad EU C272 26 juli 2016). In 2015 was ook al een nieuwe versie gepubliceerd, dit als vervanging van de versie van 2000. In de jongste versie van de Blue Guide (juli 2016) zijn een aantal kleine zaken aangepast ten opzichte van de versie van 2015, waarvan hieronder een overzicht.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de Blue Guide het aangewezen document is om in basis de CE-markering te leren kennen. Veel basisbegrippen worden uitgelegd in de Blue Guide en in veel gevallen wordt de gids ook gebruikt om diverse bepalingen uit de CE-richtlijnen juist te interpreteren. Onderwerpen, zoals: wie is de fabrikant?, wat is in de handel brengen?, wanneer is CE-markering verplicht?, hoe verloopt een CE-certificering? etc. komen uitgebreid aan bod in de gids.

In de training CE-coördinator komen we op een praktische wijze uitgebreid op de begrippen van de Blue Guide terug. Meer informatie over de training CE-coördinator vind u hier.

De belangrijkste wijzigingen Blue Guide versie juli 2016 ten opzicht van de versie van 2015

  • Paragraaf 2.3: uitbreiding in het kader van online verkoop van producten
  • Paragraaf 2.4: uitbreiding voor invoeren van producten uit landen buiten de EU
  • Paragraaf 2.10: nieuw toegevoegd over de EU-verklaring van overeenstemming
  • Paragraaf 3.1: toevoegingen in het kader van de definitie van fabrikant bij invoer van producten en toevoeging van definitie van installateur bij liften
  • Paragraaf 3.1: toelichting uitgebereid voor instructies en veiligheidsinformatie
  • Paragraaf 3.4: nieuwe toelichting voor bestelhuizen (in het kader van online verkopen)
  • Paragraaf 3.5: nieuwe toegevoegde paragraaf over elektronische handel
  • Paragraaf 4.1.2.5 / 6: uitbreiding van de toelichting bij bezwaar of intrekking van geharmoniseerde normen
  • Paragraaf 4.4: toevoeging voor ondertekening van EU-verklaring van overeenstemming bij vertalingen
  • Paragraaf 5.2.7: is komen te vervallen, ging over instellingen en keuringsdiensten van gebruikers
  • Paragraaf 5.3.2.2: uitbreiding in het kader van accreditatie
  • Paragraaf 5.3.4: toevoeging in het kader van monitoring van aangemelde instanties
  • Paragraaf 6.2 / 6.4.1 / 6.4.2: toevoeging in het kader van accreditatie
  • Pargraaf 7.2.: aanvullingen in het kader van toezicht door markttoezichtautoriteiten
  • Paragraaf 7.3 en volgende: nieuw toegevoegde paragraaf over douanecontroles van producten afkomstig uit derde landen (deze informatie stond in al in de gids in een andere paragraaf), nieuwe nummering van de paragrafen en herschikking
  • Bijlage 1: diverse aanpassingen bij de verwijzingen naar richtlijnen

Verder bevat de nieuwe versie van de Blue Guide vele kleine aanpassingen en wijzigingen, zoals toevoeging van voetnoten, aanpassingen in website vermeldingen, etc.

De gids kunt u via deze link downloaden: NL  /  ENG  /  Duits

5 Vragen en antwoorden over ‘CE-certificaten’ bij machines

Uit de hoeveelheid vragen die IAB ingenieurs krijgt, blijkt dat er nog veel onduidelijkheid heerst over CE-certificaten bij machines. In dit artikel geven we een antwoord op de 5 meest gestelde vragen.

1. Welke soorten ‘CE-certificaten’ zijn er voor machines?

Er zijn 2 soorten verklaringen voor machines, de II.1.A. verklaring en de II.1.B verklaring. Bij het in de handel brengen van machines of bij het in gebruik nemen van zelfgebouwde machines dient er een verklaring te worden opgesteld. Dit kan zijn een EG-verklaring van overeenstemming voor voltooide machines (=II.1.A) of een Inbouwverklaring voor de niet voltooide machines (II.1.B). In de praktijk worden deze verklaringen vaak “CE-certificaten” genoemd, deze benaming komt in de machinerichtlijn echter niet voor.

Meer vragen en antwoorden? Volg dan de cursus machinerichtlijn/machineveiligheid, waarbij u al uw vragen kunt stellen.

2. Wanneer moet er een zogenaamde IIC verklaring worden afgegeven bij een machine?

Een IIC verklaring is sinds 2009 niet meer van toepassing, dit is gebaseerd op de oude machinerichtlijn. Op basis van de oude machinerichtlijn moest er een IIC verklaring worden afgegeven voor veiligheidscomponenten. Tegenwoordig dient er bij veiligheidscomponenten een II.1.A verklaring te worden afgegeven.

3. Wat moet er op een dergelijke ‘CE-verklaring’ voor machines staan?

De inhoud hiervan staat in bijlage II.1.A en II.1.B van de machinerichtlijn. Hier komt dan ook de benaming vandaan zijnde, II.1A of II.1.B verklaring voor respectievelijk een EG-verklaring van overeenstemming voor voltooide machines of een Inbouwverklaring betreffende niet voltooide machines.
De machinerichtlijn kunt u downloaden via downloadarchief. Let op: dit archief is alleen toegankelijk voor IAB members. Heeft u nog geen wachtwoord? Registreer dan eerst als IAB member.

CE-certificaten bij machines

CE-gemarkeerde pomp: hier hoort een II.1.A verklaring bij

4. Moet er van een samenstel van CE-gemarkeerde machines ook weer een nieuw CE-certificaat worden afgegeven?

Indien er sprake is van een samenstel van machines volgens de definitie van de machinerichtlijn dan dient er een EG-verklaring van overeenstemming te worden opgesteld van het samenstel. In de praktijk komt het regelmatig voor dat de gebruiker van het samenstel dit moet doen, aangezien hij/zij meerdere machines zelf aan elkaar heeft gebouwd of opdracht hiervoor heeft gegeven. Overigens moet hierbij goed worden bekeken of er daadwerkelijk sprake is van een samenstel volgens de machinerichtlijn. Het samenbouwen van CE-gemarkeerde machines is niet per definitie altijd een samenstel volgens de machinerichtlijn.

5. Wie moet het CE-certificaat ondertekenen?

In principe kan iedereen dat doen die een rol heeft gehad bij de CE-certificering van de machine, mits het proces van CE-certificering intern goed is geregeld en vastgelegd. In de praktijk komt het veel voor dat een directeur of een manager van de ontwerpafdeling het CE-certificaat ondertekent. Op het CE-certificaat moet ook staan wie het technische dossier van de machine kan samenstellen. Dit moet een persoon zijn die in de EU (formeel EER) gevestigd is.

Dit artikel beantwoordt uiteraard niet alle vragen die er zijn over CE-certificaten bij machines. Wilt u antwoord op uw eigen vragen over CE-certificering? Volg dan een van onze praktijkgerichte cursussen over CE-markering, bijvoorbeeld de 2-daagse cursus Machinerichtlijn/Machineveiligheid.

 

RI&E van machines beschikbaar op 5x beter

Dit bericht is bijgewerkt op : okt 11, 2018 @ 12:23

Machines en het werken met machines vormen een van de grootste risico’s in de metaal. Ongelukken met machines hebben vaak grote gevolgen en veroorzaken regelmatig blijvende schade. Met de Verbetercheck Machineveiligheid en de bijbehorende hulpmiddelen kunnen werkgevers en medewerkers eenvoudig en praktisch checken of een machine en het gebruik ervan veilig is. Zo niet, dan levert de Verbetercheck een concreet plan van aanpak op hoe veiliger gewerkt kan worden met de machine.

Gratis RI&E van machines op website 5xbeter

Op de website van 5x beter is een RI&E van machines beschikbaar voor een aantal specifieke machines, zoals kantbank, draaibank, pers, zaagmachines, etc. Dit is een handig hulpmiddel om een RI&E van machines te maken. Meer informatie op de website van 5x beter.