Beschrijven methode inertiseren EVD

Leestijd: 3 minuten

Naar aanleiding van een inspectie maakt ISZW (Arbeidsinspectie) de volgende opmerking:

“Het EVD biedt onvoldoende informatie rondom het inertiseren van de tank.”

Situatieschets van de tank

In een reactor worden producten verwerkt, waarvan het vlampunt minder dan 5 °C boven de procestemperatuur ligt. Om explosierisico’s te voorkomen is besloten om de verwerking in de reactor onder een inerte atmosfeer uit te voeren. In het explosieveiligheidsdocument is zonder meer aangenomen dat er in de reactor dan geen explosieve atmosfeer meer aanwezig is.

Beschrijven methode van inertiseren
Voorbeeld van een een geïnertiseerde ruimte.

Definitie vlampunt

Het vlampunt van een vloeistof is als volgt gedefinieerd:

Vlampunt
Laagste vloeistoftemperatuur waarbij onder zekere genormaliseerde omstandigheden uit een vloeistof dampen in een zodanige hoeveelheid worden afgegeven dat een brandbaar gasmengsel van damp en lucht kan worden gevormd (IEC 60079‐10‐1).

Voorbeeld: een vloeistof met een vlampunt van 65 °C, zal in een reactorvat bij een temperatuur van 80 °C voldoende damp geven om een explosieve atmosfeer te kunnen vormen.


Een beschrijving van de methode van inertiseren en de beveiliging ontbrak in het explosieveiligheidsdocument, dit moet uiteraard wel worden beschreven. Je kunt deze beschrijving volledig in het EVD opnemen of ernaar verwijzen in een apart document.

Het al of niet aanwezig zijn van een inerte atmosfeer in een vat of reactor dient op een bepaalde manier te worden bewaakt. Hiertoe biedt de praktijkrichtlijn NPR-CEN/TR 15281 de nodige handvaten.

In het EVD dient dus een beschrijving aanwezig te zijn over de manier van inertiseren, maar vooral ook van de beveiligingen om de inerte atmosfeer daadwerkelijk te waarborgen.

Controleren en monitoren inerte atmosfeer

Monitoring en controle is essentieel voor het opzetten en onderhouden van een inerte atmosfeer. Indien het zuurstofniveau wordt gemeten, is het bewakings- en/of controlesysteem direct. Aan de betrouwbaarheid van deze zuurstofmeting worden de nodige eisen gesteld.

Indien er geen zuurstofmeting aanwezig is, is het bewakingssysteem een afgeleide referentiewaarde. Dus door meting van bijvoorbeeld flow of druk wordt een inerte atmosfeer gegarandeerd. Toepassing van andere methoden dan directe zuurstofmeting vereist een grondige analyse van de relatie tussen de zuurstofconcentratie en de controleparameters.

De referentiemethoden moeten worden geverifieerd met behulp van een werkelijke zuurstofmeting vóór het eerste gebruik en periodiek worden bevestigd.

Een goede vraag:

“Controleren we met een daadwerkelijke zuurstofmeting of de inertisering in orde is en doen we dit periodiek?”

Het is noodzakelijk om veilige grenzen van variabelen te bepalen, zoals flow, druk of zuurstofconcentratie. Deze zijn afhankelijk van de gebruikte methode van inertisatie. Ook de methode van bewaking is afhankelijk van de methode van inertisatie. Het bewakingssysteem heeft kritieke elementen die moeten worden gedefinieerd.

De bewakings-, controle- en analysesystemen moeten beschikken over de juiste certificatie in relatie tot de aanwezige ATEX zone. De praktijkrichtlijn NPR-CEN/TR 15281 geeft meer informatie over de beveiligingssystemen.

Dode door explosie door o.a. falen inerte atmosfeer

Het borgen van een inerte atmosfeer blijkt in de praktijk best nog wel lastig te zijn. Hoe dit helemaal mis heeft kunnen gaan blijkt uit de beschrijving van de explosie bij CP Kelco in Nijmegen in 2009. Hier ontstond een explosie door o.a. het falen van de inerte atmosfeer. Deze ramp, waarbij 1 dode viel te betreuren is onderzocht door de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Download het volledige verslag van de Onderzoeksraad via ons downloadarchief.

NPR 7910:2018 – nieuwe “zone” inert gebied

In het ontwerp van de nieuwe NPR 7910-1:2018 wordt gesproken over een nieuwe “zone”, het zogenaamde inert gebied IG. Eigenlijk een beetje overbodig, immers met inertisering kunnen we een zone verlichting krijgen, bijvoorbeeld van zone 0 naar zone 1 of zone 2, of van zone 2 naar NGG (niet gevaarlijk gebied). Eigenlijk is dit geen reden om een nieuwe zone-aanduiding IG te introduceren, misschien enkel om deze aan te duiden. Indien er sprake is van een IG-gebied, dan dient er ook een uitgebreid verslag te zijn van de inertisatie volgens o.a. de NPR-CEN/TR 15281.

De componentenlijst

Leestijd: 3 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

“De componentenlijsten waarin de apparatuur in de gevarenzones zijn opgenomen zijn nog niet volledig. Tijdens de inspectie zijn apparaten aangetroffen die A. niet in de componentenlijst waren opgenomen en B. niet waren voorzien van markeringen waaruit blijkt dat deze geschikt waren voor de gevarenzone.”

Wanneer mag een installatie in gebruik worden genomen?

Een installatie mag pas in gebruik worden genomen wanneer is aangetoond dat aan het gebruik van apparatuur geen explosiegevaar is verbonden. In de wetgeving vinden we dit terug in het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5e onder c:

“installaties, apparaten, beveiligingssystemen en het installatiemateriaal, worden, met inachtneming van onderdeel e, slechts in gebruik genomen indien uit het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat aan het gebruik ervan geen explosiegevaar is verbonden;

Wat betekent dit nu praktisch gezien?

Nadat de gevarenzones zijn vastgesteld, wordt er een zogenaamde componentenlijst opgesteld. Deze lijst bevat een overzicht van alle apparatuur die in een ATEX zone aanwezig is. Concreet betekent dit dat van ieder apparaat de relevante gegevens die op het typeplaatje staan worden overgenomen in een lijst. Bij grote aantallen is dit een omvangrijk karwei. Hiervoor wordt bij voorkeur een foto gemaakt van het typeplaatje, waarna de gegevens op een later moment kunnen worden verwerkt.

LET OP! Het maken van foto’s in een gevarenzone moeten worden uitgevoerd met een ATEX camera, tenzij er redenen zijn waarbij dit technisch niet uitvoerbaar is. In dat geval kan er middels passende maatregelen (werkvergunning / gasdetectie / etc.) gewerkt worden met een normale camera.

De componentenlijst dient zowel de elektrische als ook de mechanische apparatuur te bevatten. Tijdens het opstellen wordt in de praktijk al snel ontdekt wanneer bepaalde apparaten niet geschikt zijn voor een gevarenzone, omdat de relevante Ex-markeringen ontbreken.

Naast het invullen van de componentenlijst dient de apparatuur in de gevarenzone ook voor eerste ingebruikname te worden geïnspecteerd. De stand der techniek op dit punt is voor elektrische apparatuur vastgelegd in de NEN EN IEC 60079-17. Voor de eerste ingebruikname dient er van de elektrische apparatuur een gedetailleerde inspectie te worden uitgevoerd.

Uitvoeren gedetailleerde inspectie na ingebruikname installatie

Is de installatie echter al in bedrijf genomen, dan dient achteraf nog steeds een gedetailleerde inspectie te worden uitgevoerd. Uiteraard is dit achteraf erg lastig, want alle aansluitdozen moeten open en dit kan alleen in spanningsloze toestand (enkele uitzonderingen daargelaten).

Voorbeelden van typeplaatjes zoals deze worden opgenomen in een componentenlijst

Ook mechanische apparatuur dient voor de eerste ingebruikname te worden geïnspecteerd. Hiervoor is echter geen norm beschikbaar. Voor deze inspectie gebruikt u onder andere de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. In deze gebruiksaanwijzing staan de nodige aanwijzing voor een veilig gebruik van de mechanische apparatuur.

De componentenlijst kan ook goed worden gebruikt voor de inspectie van de apparatuur in de ATEX zones. Eventuele gebreken kunnen dan in een aparte kolom bij de betreffende apparatuur worden aangeven.

Ook het vermelden van de nodige certificaten van de Ex-apparatuur kan middels een hyperlink bij ieder component worden aangegeven.

Vermelden van apparatuur die niet in de ATEX zone is opgesteld

Naast de apparatuur in de gevarenzones hebben we ook te maken met associated apparatus, ofwel apparatuur die niet in de ATEX zone is opgesteld, maar wel van belang is voor explosieveiligheid. Denk hierbij aan barriers voor intrinsiek veilige circuits of motorbeveiligingen voor Ex e motoren of PTC-controllers.

Dus in een componentenlijst waarin een intrinsiek veilige niveaumeter is beschreven, volgt ook een verwijzing naar de barrier waarmee deze niveaumeter is verbonden. Van deze intrinsiek veilige kring dient ook de zogenaamde loop-berekening aanwezig te zijn.

Het mag duidelijk zijn dat het samenstellen van een componentenlijst bij een omvangrijke installatie veel werk is om achteraf samen te stellen. En nog veel belangrijker, als deze componentenlijst er is, deze up to date te houden.

Een voorbeeld van een componentenlijst kunt u downloaden via onze website.

De nieuwe NPR 3299:2019 voor acculaadstations

Leestijd: 5 minuten

In mei 2019 is er een nieuwe versie verschenen van de NPR 3299. In het kader van ATEX komt in bijna ieder bedrijf de NPR 3299 ook aan de orde. Immers in veel bedrijven zijn elektrische voertuigen, zoals heftrucks, veegmachines, stapelaars, etc. aanwezig en de accu’s in deze voertuigen moeten worden opgeladen.

Tijdens het opladen van accu’s (let op: niet alle typen accu’s) komt er waterstofgas vrij. Hierdoor is er explosiegevaar bij acculaadstations. In een explosieveiligheidsdocument moeten de laadplekken en/of laadruimten dan ook worden beschreven en tevens moet worden bepaald of er sprake is van een ATEX zone.

Wat zijn de veranderingen in de nieuwe NPR 3299?

De nieuwe NPR 3299:2019 is meer in lijn gebracht met de internationale norm voor tractiebatterijen, de NEN EN IEC 62485-3:2014. Hieronder een overzicht van de meest belangrijkste veranderingen in het kader van explosieveiligheid:

  • de veiligheidszone boven de batterij is vergroot van 0,5 m naar 0,6 m
  • aanpassing van de formule voor het berekenen van de ventilatie
  • aanpassing voor het bepalen van de laadstroom tijdens de gasfase
  • ter voorkoming van statische elektriciteit dienen de voorschriften uit de NPR-CLC-IEC/TR 60079-32-1 te worden opgevolgd (meer leren hierover zie: online training statische elektriciteit)
  • werkzaamheden zijn alleen toelaatbaar indien is vastgesteld dat de acculader is uitgeschakeld en geborgd tegen onbedoeld inschakelen (LoToTo) (opmerking IAB: in de vorige editie stond dat werkzaamheden alleen worden toegelaten indien de directe omgeving niet explosiegevaarlijk is, het was beter geweest dit te laten staan, immers direct na het uitschakelen en in LoToTo zetten van een acculader is er nog steeds explosiegevaar)

De wijzigingen in de nieuwe NPR 3299 dienen te worden doorgevoerd bij de volgende revisie of in elk nieuw explosieveiligheidsdocument (EVD).

Alle* wijzigingen op een rijtje (* kleine details zijn niet in onderstaand overzicht opgenomen):

  • Voorwoord
    • aanpassing: verwijzing naar de ATEX 153 (was ATEX 137) / 1ste alinea
    • nieuw: NiCd batterijen worden ook genoemd bij de voorbeelden en het probleem van blussen bij lithiumbatterijen / 3de alinea
    • aanpassing: personen die hebben meegewerkt aan de norm worden niet meer expliciet genoemd
  • Hoofdstuk 1 Onderwerp en toepassingsgebied
    • nieuw: de uitzondering voor laadinrichtingen voor elektrische volgens NEN 1010-7-722 / 2de alinea
    • aanpassing: verwijzing naar de NPR 5310 is weg
    • nieuw: de uitzondering voor niet-industriële toepassingen, zoals batterijen voor rolstoelen en dergelijke / 2de alinea
  • Hoofdstuk 2 Verwijzingen
    • aanpassing: de normen voor hijskranen (NEN 2017, etc.) zijn verwijderd, staat nu een nieuwe referentie in de bibliografie
    • aanpassing: de NPR 5310 is verwijderd en staat nu in de bibliografie
    • aanpassing: de nieuwe norm NPR-CLC-IEC/TR 60079-32-1 voor statische elektriciteit is vermeld (was NPR-CLC/TR 50404)
    • nieuw: vermelding van de normen voor nood- en oogdouches NEN-EN 15154 serie
    • aanpassing: vermelding nieuwe norm NEN-EN-IEC 62485-3 (vervangt de NEN-EN 50272-3)
    • nieuw: vermelding van richtlijn 93/43/EEG inzake levensmiddelenhygiëne
    • nieuw: vermelding van de ATEX 153 richtlijn (1999/92/EG)
    • aanpassing: richtlijn 89/391/EEG (algemene kaderrichtlijn voor veilig werken) is verplaatst naar bibliografie
    • aanpassing: verwijzingen naar IEC 60079-0 / IEC 60079-10-1 / IEC 60079-10-2 verwijderd
  • Hoofdstuk 3 Termen en definities
    • aanpassing: definitie van elektrisch arbeidsmiddel verwijderd
    • aanpassing: diverse kleine tekstaanpassingen en verwijzingen toegevoegd
  • Hoofdstuk 4 Risico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 4.1 Explosierisico
    • verwijderd: vrijkomen van zuurstof (1ste alinea)
    • aanpassing: de ontstekingsenergie van waterstof is nu correct weergegeven, 0,019 mJ (stond in de oude versie 0,019 J)
    • nieuw: verwijzing naar de NEN-EN 1127-1 (ontstekingsbronnen)
    • aanpassing: voorbeelden van ontstekingsbronnen door o.a. schakelhandelingen, kortsluiting, etc.
    • aanpassing: nieuwe norm voor statische elektriciteit (NPR-CLC-IEC/TR 60079-32-1)
  • Hoofdstuk 4.2 Elektrische risico’s
    • nieuw: de max. aanraakspanning bij goed geleidende omstandigheden (60 VDC) en water (30 VDC) vermeld
    • nieuw: de gevaren van vlambogen zijn vermeld
  • Hoofdstuk 4.3 Milieurisico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 4.4 Gezondheidsrisico’s
    • aanpassing: de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen wordt niet meer genoemd, wel HACCP en de verordening 852/2004.
  • Hoofdstuk 4.5 Brandrisico’s
    • nieuw: paragraaf omtrent brandgevaar door overbelasting van een elektrisch circuit
  • Hoofdstuk 4.6 Overige risico’s
    • aanpassingen: nieuwe verwijzing naar de NEN-EN-IEC 62485-3
  • Hoofdstuk 5 Risico-inventarisatie en -evaluatie (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.1 Algemeen (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.2 Explosierisico
    • aanpassing: de ontstekingsenergie van waterstof is nu correct weergegeven, 0,019 mJ (stond in de oude versie 0,019 J)
    • aanpassing: de veiligheidszone boven de accu is nu 0,6 m (was 0,5 m)
    • nieuw: voorschrift voor het open laten van deksels tijdens het laden (7de alinea)
    • verwijzing naar de NEN-EN 50272-3 is weg (8ste alinea)
    • nieuw: formule voor de berekeningen (ook niet helemaal nieuw, maar wel iets anders) (formule 1)
    • nieuw: bepaling van Igas (overgenomen uit de NEN-EN-IEC 62485-3)
    • verwijderd: advies over plaatsing van ventilator en toepassing van explosieveilige ventilator
    • verwijderd: bussen en trechters voor vullen van batterijen dienen van kunststof te zijn
    • nieuw: aanvulling bij verlichting dat zich in het armatuur geen gas op kan hopen
    • nieuw: indien statische oplading mogelijk is, behoort het voertuig eerst te worden vereffend
    • verwijderd: elk apparaat in een laadruimte dient explosieveilig te zijn
    • aangepast: werkzaamheden zijn alleen toelaatbaar indien is vastgesteld dat de acculader is uitgeschakeld en geborgd tegen onbedoeld inschakelen (LoToTo)
  • Hoofdstuk 5.3 Risico’s van elektrische oorsprong (titel aangepast)
    • nieuw: verwijzing naar de NEN 1010
    • aanpassing: voorschriften voor hijsgereedschap nu in een andere paragraaf
    • nieuw: aanvulling om periodieke keuringen te laten uitvoeren van de elektrische installatie, gelijkrichters en batterijen
  • Hoofdstuk 5.4 Milieurisico’s
    • aanpassing: vloeren dienen vloeistofwerend te zijn (was vloeistofdicht)
    • nieuw: tijdens neutraliseren van elektrolyt met soda ontstaat CO2 en er dient voldoende ventilatie te zijn om CO2 af te voeren
  • Hoofdstuk 5.5 Gezondheidsrisico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6 Overige risico’s (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.1 Werken met elektrolyt (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.2 Werkprocedures en adequate trainingen (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.3 Veilige indeling van de laadruimte
    • nieuw: de veiligheidsafstand tussen batterij en laadinrichting dient min. 0,6 m te zijn
    • aanpassing: bij het laden van een intern transportmiddel (was heftruck) dient voldoende vrije ruimte te zijn (was 0,8 m)
  • Hoofdstuk 5.6.4 Persoonlijke beschermingsmiddelen (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 5.6.5 Voorzieningen om bij ongevallen letsel te beperken
    • nieuw: verwijzing naar normen voor nooddouches en oogdouches NEN-EN 15154 serie
    • nieuw: voorbeelden van gebodsborden en waarschuwingsborden
  • Hoofdstuk 5.6.6 Het wisselen van batterijen
    • aanpassing: voorschriften voor hijsen en verplaatsen van batterijen (stond eerst in hoofdstuk 5.3)
    • nieuw: verwijzing naar de nieuwe norm voor hijsgereedschap NEN-EN 13001 reeks
    • nieuw: voorschrift voor zijdelings wisselen
  • Hoofdstuk 5.6.7 Vloeren van de laadruimte (geen aanpassingen)
  • Hoofdstuk 6 Beheer van laadruimte en laadplekken
    • aanpassing: laders vervangen door gelijkrichters
  • Bijlage A Voorbeeld van een berekening
    • aanpassing: A.1: nieuwe formule gebruikt, waardoor ventilatie iets hoger is
    • aanpassing: A.2: nieuwe verwijzing naar NEN-EN-IEC 62485-3
    • onjuistheid: de berekening van Vr klopt niet, hier had moeten staan: 2,5 x 19,8 = 49,5 m3
  • Bijlage B Voorbeelden van een inrichting van een laadruimte
    • aanpassing: legenda nr.1 lader vervangen door tractiegelijkrichter
    • nieuw: voorbeelden B.2 laadruimte
  • Bibliografie
    • verschuiving van een aantal normen vanuit hoofdstuk 2 naar bibliografie v.v.

Voor aanschaf van de nieuwe NPR 3299:2019 zie www.nen.nl

De indeling van gevarenbronnen: primair of continu?

Leestijd: 3 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

“Rond de opening van de IBC met daarin de pijp van een vatenpomp is geen primaire bron maar een continue bron aanwezig.”

In een tapplaats wordt een brandbare vloeistof met een vlampunt van -4 °C uit een IBC gepompt. De vatenpomp steekt door de ruime opening van de IBC. Zie de foto in dit artikel voor een vergelijkbare opstelling.

Is een vatenpomp een primaire of continue gevarenbron?

vatenpomp in IBC met open verbinding: een continue gevarenbron
Vatenpomp in IBC met open verbinding: een continue gevarenbron

In het EVD van onze casus is de opening van de IBC als een primaire bron aangemerkt. In eerste instantie ook een redelijke aanname. Want in de NPR 7910-1 wordt in hoofdstuk 7.2 bemonsterings-, doseer- of tappunten vermeldt als voorbeelden van primaire bronnen.

Wanneer de vatenpomp goed zou zijn afgesloten in de opening van de IBC, zou inderdaad een primaire bron hier op zijn plaats zijn. Met enige regelmaat dient de vatenpomp uit de IBC te worden gehaald en is er herhaaldelijk een explosieve atmosfeer aanwezig: een primaire gevarenbron dus.

Maar wanneer de vatenpomp niet goed is afgesloten op de IBC, zoals te zien is op de foto, ontstaat er door de grote opening een continue gevarenbron. Deze continue bron geeft een ATEX zone 0.

Omschrijving continue gevarenbron volgens NPR 7910-1

In de NPR 7910-1 vinden we in hoofdstuk 7.2 de omschrijving van een continue gevarenbron:

“Continue gevarenbronnen zijn bronnen op plaatsen waar tijdens het normale proces het inwendige van de installatie in min of meer open verbinding met de omgeving staat. Deze gevarenbronnen lekken vrijwel voortdurend.”

Voorbeelden van continue gevarenbronnen zijn :

  • ontluchtingsopeningen
  • open vaten

De grote opening in de IBC staat in open verbinding met de omgeving. Daarom is de opmerking van ISZW is terecht. Dit heeft vervolgens consequenties voor de zonering.

Ventilatietabel speelt rol bij bepalen uiteindelijke ATEX-zone

In het explosieveiligheidsdocument dient een argumentatie van de ATEX-zones te worden opgenomen. Vanuit de redenatie van een gevarenbron, wordt in combinatie met de ventilatie, de uiteindelijke gevarenzone bepaald. Hierbij speelt de ventilatietabel (NPR 7910-1 tabel 7: Zonesoort en -afmetingen in relatie tot de ventilatieomstandigheden) een zeer belangrijke rol.

Stel dat de IBC met de vatenpomp in een ruimte staat opgesteld, waarin ruimtelijke ventilatie met voldoende beschikbaarheid en voldoende capaciteit aanwezig is, dan ontstaat bij de IBC een zone 0 met een R = 1m volgens het hoedjesmodel (dampen zijn zwaarder dan lucht) en een zone 2 voor het overige deel van de ruimte. (volg tabel 7 van de NPR 7910-1)

Deze zonering zorgt best wel voor wat problemen, de vatenpomp die in de IBC is gestoken heeft doorgaans een categorie 2G certificering en is daarmee niet geschikt voor deze gevarenzone indeling.

De gebruikelijke oplossing voor dit soort situaties moet worden gezocht het maken van de juiste afdichting van vatenpomp en IBC en in het toepassen van plaatselijke afzuiging.

De zonering verandert door een plaatselijke afzuiging in een verwaarloosbare zone 0 en een zone 1 in het afzuiggebied. Dit geeft een veel betere werksituatie, niet alleen in het kader van ATEX, maar zeker ook wat betreft de arbeidshygiëne.

Let op: alle soorten kunstmatige ventilatie / afzuiging dienen te worden bewaakt, zodat bij uitval van ventilatie er een alarm wordt gegeven.

Wanneer mag je volgens de wet ATEX inspecties uitvoeren?

Leestijd: 2 minuten

Er is veel onduidelijk over het inspecteren van ATEX apparatuur. Wanneer ben je nou als inspecteur bevoegd om ATEX apparatuur te inspecteren? Wij krijgen hier regelmatig vragen over. De belangrijkste vragen over ATEX inspecties uitvoeren zetten we op een rij.

1. Zijn er wettelijk gezien eisen gesteld AAN ATEX inspecties uitvoeren?

Ja, de inspecteur moet deskundig zijn. Hoe deze deskundigheid moet worden aangetoond geeft de wet niet aan. Wel is er een soort goed vakmanschap en dan komen we bij de norm NEN EN IEC 60079-17 terecht. Wanneer kan worden aangetoond dat de inspecteur voldoende kennis heeft, bijvoorbeeld door een training volgens IEC 60079-17 te hebben gedaan, dan hebben we aantoonbaarheid.

2. Als er na installatie een inspectie heeft plaatsgevonden en er geen storing/defect/wijziging aan apparatuur is geweest, wat voor type herinspectie moet er dan conform NEN EN IEC 60079-17 plaats vinden?

Het gaat hierbij dan om een visuele/nauwkeurige inspectie, immers bij de eerste installatie moet er een gedetailleerde inspectie hebben plaats gevonden.

3. Ik zie dat IAB ingenieurs een 3-daagse training aanbieden voor ATEX inspecteur. Wordt er na een met goed resultaat gevolgde cursus ATEX inspecteur voldaan aan de wettelijke eisen?

Ja, indien een cursist de cursus tot ATEX inspecteur volgt en slaagt voor het examen, hebben we wettelijk bewijs van deskundigheid.

4. Voldoet die persoon ook aan eisen om inspectie uit te voeren na installatie (bijvoorbeeld nadat een onderdeel extern door een ATEX-deskundige is gerepareerd?

Ja, de 3-daagse IAB training leidt op tot volwaardig ATEX inspecteur. Dus voor visuele, nauwkeurige en gedetailleerde inspectie. Een onderdeel dat is gerepareerd en weer wordt aangesloten, kan dan door de inspecteur gedetailleerd worden geïnspecteerd.

LET OP!
De training ATEX inspecteur veronderstelt dat de cursist voldoende kennis heeft omtrent de juiste manier van installatie. Is dat niet het geval, dan dient de cursist eerst de Ex 003 training ATEX Elektrische Installaties te volgen. Hier wordt geleerd hoe alles geïnstalleerd zou moeten zijn. Pas daarna kun je beginnen met inspecteren.

Bepalen van ATEX-zonering met verschillende normen en praktijkrichtlijnen

Leestijd: 4 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

‘Het is niet de bedoeling de zonering vast te stellen met verschillende normen en praktijkrichtlijnen.’

Bij het vaststellen van een ATEX-zone bij een tank waren zowel de NPR 7910-1 als de NEN EN IEC 60079-10-1 gebruikt. Los van de conclusie van de zonering stelt ISZW dat het niet de bedoeling is om de NPR en de NEN-norm naast elkaar toe te passen.

In de wetgeving vinden we nergens terug dat we bepaalde normen of praktijkrichtlijnen niet naast elkaar mogen toepassen. De opmerking is dan ook niet gepast.

Sterker nog, in de NPR 7910-1 wordt bijvoorbeeld in hoofdstuk 9.2 verwezen naar de NEN EN IEC 60079-10-1 voor het bepalen van het zogenaamd hypothetisch volume.

Wat geeft de wetgeving aan over het vaststellen van ATEX-zones?

Bij het vaststellen van een ATEX-zone brengen we wettelijk gezien de gebieden in kaart waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen. In het Arbobesluit vinden we hierover het volgende terug:

‘Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5d lid 5

Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat er explosieve atmosferen kunnen voorkomen, worden gebieden waar deze atmosferen kunnen heersen ingedeeld in gevarenzones* als bedoeld in bijlage I bij richtlijn nr. 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1999 (PbEG 2000, L 23) betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (vijftiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, eerste lid, van richtlijn nr. 89/391/EEG).”

Blijkbaar wordt er voor de indeling in gevarenzones verwezen naar de zogenaamde ATEX 153 richtlijn, 1999/92/EG. Hierin staat het volgende:

‘1999/92/EG: Artikel 7 Plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen
Lid 1. De werkgever deelt de plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen overeenkomstig bijlage I in in zones.


1999/92/EG: Bijlage 1

Indeling van gevaarlijke plaatsen
Gevaarlijke plaatsen worden op grond van de frequentie en duur van het optreden van een explosieve atmosfeer in zones onderverdeeld.
De omvang van de overeenkomstig bijlage II, deel A, te nemen maatregelen wordt op deze indeling gebaseerd.

Zone 0
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.

Zone 1
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf waarschijnlijk af en toe aanwezig kan zijn.

Zone 2
Een plaats waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en waar, wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is.

Zone 20
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een wolk brandbaar stof in lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.

Zone 21
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht, in normaal bedrijf af en toe aanwezig kan zijn.

Zone 22
Een plaats waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is.


Noten:
1. Lagen, afzettingen en hopen brandbaar stof worden op dezelfde wijze behandeld als alle andere mogelijke bronnen die een explosieve atmosfeer kunnen veroorzaken.
2. Onder normaal bedrijf wordt verstaan: een situatie waarin installaties binnen de ontwerpparameters worden gebruikt.’

Nergens lezen we in de wetgeving of we een bepaalde norm of praktijkrichtlijn moeten gebruiken. Uiteraard is het verstandig om aan de hand van normen of praktijkrichtlijnen de zonering te bepalen. Enerzijds omdat het gebruikelijk is om dat op deze manier te doen en anderzijds omdat het anders knap lastig is om zoneringen te bepalen. Immers wat wordt bedoeld met begrippen als: niet waarschijnlijk, korte duur, herhaaldelijk, etc. Normen en praktijkrichtlijnen geven, voor zover mogelijk, een nadere aanvulling aan deze begrippen.

Waar gaat het uiteindelijk om bij het vaststellen van de ATEX-zones?

Het is de bedoeling om zo realistisch mogelijke ATEX-zones vast te stellen. Op basis van de ATEX-zones worden er immers gepaste maatregelen genomen, waarbij geldt dat hoe lager het cijfergetal van de zone, des te meer maatregelen we moeten nemen om ontsteking te voorkomen.

Dus voor bijvoorbeeld een zone 0 nemen we meer maatregelen tegen ontsteking dan voor een zone 1 of 2. Idem voor zone 20 en 21 of 22.

Een flensverbinding is een secundaire gevarenbron. Hier dien je rekening mee te houden bij het bepalen van ATEX-zones
Een flensverbinding is een secundaire gevarenbron

Hoe stel je ATEX-zones in de praktijk vast?

We beginnen doorgaans eerst met de NPR 7910-1 (gas) of NPR 7910-2 (stof) de zoneringen te bepalen. Op het moment dat er onrealistische zones ontstaan of wanneer er twijfels zijn omtrent de zonering, gaan we de NEN EN IEC 60079-10-1 (gas) of NEN EN IEC 60079-10-2 (stof) gebruiken. Bij zeer grote lekdebieten zullen we de zones moeten gaan berekenen.

Ook zijn voor het bepalen van veel ATEX-zones branchedocumenten beschikbaar, waar op basis van praktijkervaring en branche-studies al zoneringen zijn vastgesteld.

* In de wetteksten wordt over gevarenzones gesproken. In de praktijk spreekt men meestal over ATEX-zones. In dit artikel hebben deze termen dezelfde betekenis.

Vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring

Leestijd: < 1 minuut

Bestaat een vereenvoudigde EU conformiteitsverklaring?

In de richtlijn radioapparatuur 2014/53/EU (RED = radio equipment directive) wordt de fabrikant de mogelijkheid geboden om een vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring af te geven. Via een internetadres kan dan de volledige EU-conformiteitsverklaring worden opgezocht.

Voorbeeld Vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring

In artikel 10 lid 9 van de RED is het volgende opgenomen:
“Fabrikanten zorgen ervoor dat elk stuk radioapparatuur vergezeld gaat van een kopie van de EU-conformiteitsverklaring of een vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring. Als een vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring wordt verstrekt, bevat deze het juiste internetadres waar de volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring te vinden is.”

Voorbeeld vereenvoudigde EU conformiteitsverklaring

Download een voorbeeld van de vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring via ons archief.

De toegevoegde waarde van een praktijkgerichte ATEX training

Leestijd: < 1 minuut

Albert Schuiling is een van de vaste docenten bij IAB Ingenieurs. Hij heeft een elektrotechnische achtergrond en is gespecialiseerd in ATEX. In bovenstaande video legt hij uit hoe we tijdens onze trainingen de theorie vertalen naar de praktijk.

Wij willen onze cursisten zoveel mogelijk handvatten te geven voor hun dagelijkse werksituatie, daarom hebben wij een praktijklokaal ingericht. Hier kunnen cursisten op alle niveaus oefenen met het installeren en inspecteren van situaties zoals zij deze ook in hun werk kunnen tegenkomen.

Benieuwd hoe een praktijkgerichte ATEX training eruit ziet? Bekijk de Youtube video.

Methoden voor het bepalen van ATEX zonering

Leestijd: 2 minutenBepalen van ATEX zonering is soms erg lastig. De wet schrijft namelijk niet voor welke methode er gebruikt moet worden, wel dat de risico’s zo goed mogelijk moeten worden bepaald. Er zijn verschillende methoden, normen en tabellen voorhanden. Maar welke kies je? We vergeleken een aantal beschikbare methoden.

Bepalen van ATEX zonering volgens ATEX 153 richtlijn

Explosiegevaarlangdurig of vaakregelmatigzelden of kortstondig
door dampen, gassen of nevelszone 0zone 1zone 2
door brandbare stoffenzone 20zone 21zone 22
door stoflagenzone 21zone 22NGG

Bovenstaande tabel laat een algemene indeling zien zoals ook in de ATEX 153 richtlijn is opgenomen.

De NPR 7910-1 en -2 introduceren de percentages van de bedrijfsduur of de percentage van de duur van een activiteit. In de praktijk starten we altijd met het maken van de zoneringen volgens de NPR 7910-1/-2. Uiteraard is het mogelijk om ook andere praktijkrichtlijnen te gebruiken, zoals bijvoorbeeld de IEC 60079-10-1 / -2 of de EI15.

Samenvatting van ATEX zoneringen volgens NPR 7910

In het ATEX vouwboekje, dat te bestellen is via de IAB webshop, hebben we een samenvatting opgenomen van ATEX zoneringen volgens NPR 7910.

Bepalen van ATEX zonering volgens NPR 7910

Indicaties voor het bepalen van ATEX zonering uit de Duitse literatuur

Ook in de Duitse literatuur komen we indicaties tegen voor het vaststellen van ATEX zones zoals bijvoorbeeld de indicaties in onderstaande tabel.

zoneklasseoptreden van een gevaarlijke atmosfeer (jaarlijks)optreden van een gevaarlijke atmosfeertijdsduur van een gevaarlijke atmosfeer
zone 0hoger dan bij zone 1, bijvoorbeeld meer dan 1000 keerhoger dan bij zone 1, bijvoorbeeld meer dan 3x per daglanger dan bij zone 1
zone 1>= 10 keer – <= 1000 keer>= 1 keer / maand – < 3 keer per dag0,5 uur tot 10 uur
zone 2>= 1 keer – < 10 keer>= 1 keer per jaar – < 1 keer per maandminder dan een 0,5 uur

Conclusie

In dit verhaal is er geen goede of foute methode. Alle methodes kunnen worden gezien als een hulpmiddel voor het vaststellen van een realistische ATEX zonering. De wet schrijft niet voor welke methode er gebruikt moet worden, wel dat de risico’s zo goed mogelijk moeten worden bepaald.

Meer leren over het bepalen van ATEX zonering? Volg dan onze 2-daagse cursus ATEX Ex 002 zonering.

 

Ongeval door een heggenschaar met CE-markering

Leestijd: 2 minutenDe heggenschaar is een veelgebruikte machine voor het maken van een risicobeoordeling. Hij moet kunnen snijden, maar tegelijkertijd moeten we afstand houden tot het mes. Het is een relatief eenvoudig apparaat, maar met aanzienlijke gevaren en risico’s. Dit blijkt ook uit het ongeval door een heggenschaar dat laatst plaatsvond. De medewerker verloor hierbij drie vingers.

Hoe is dit ongeval door een heggenschaar ontstaan?

Een jonge medewerker staat op een ladder, de ladder wankelt en in een reflex laat hij de beugel van de schaar los. Tegelijkertijd wordt met de andere hand de heggenschaar nog aangedreven. Hierdoor komt de linkerhand in de bewegende heggenschaar terecht. De leidinggevend komt snel aangerend, maar het is al te laat. Het voorval leidt tot ernstige snijwonden en de amputatie van drie vingers.

ongeval door een heggenschaar

Voorbeeld van een heggenschaar op steel

Voldeed de heggenschaar dan niet aan CE?

Heggenscharen zijn er in veel soorten en maten. Een gemotoriseerde heggenschaar zonder verlengde steel veroorzaakte dit ongeluk. De heggenschaar had CE-markering en een meegeleverde gebruiksaanwijzing. Maar ja: wie leest nu de gebruiksaanwijzing? En als je hem al leest, hou je je dan vervolgens aan de gebruiksadviezen?

Ongeval door een heggenschaar sluit je niet uit door CE-markering

De gebruiksaanwijzing gaf duidelijk aan dat men niet op een onstabiele plaats of op een ladder mocht werken. Een duidelijke boodschap.

Uit onderzoek van de machine bleek dat deze aan de voorschriften voor CE-markering voldeed. Maar het ongeval door een heggenschaar ontstond in dit geval door een onjuiste werkmethode. In de voorbereiding van dit werk was onvoldoende aandacht besteed aan de risico’s. Derhalve waren niet de juiste maatregelen genomen. In dit soort situaties kan het gebruik van een heggenschaar op steel veel ellende voorkomen. Maar ook bij deze machines dien je de risico’s voorafgaand goed in te schatten, waarna vervolgens de juiste maatregelen moeten worden genomen.

gebruiksaanwijzing

gebruiksaanwijzing

ongeval door heggenschaar met CE-markering

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Explosie door een instortende graansilo

Leestijd: < 1 minuutIn Indianapolis (USA) is in 2017 een explosie door een instortende graansilo ontstaan. De silo stortte in doordat de constructie niet sterk genoeg was. In een video is te zien hoe de silo langzaam omvalt, waarbij veel stof vrijkomt en ook een ontstekingsbron aanwezig is. Alles speelt zich buiten af. Een grote explosie blijft min of meer uit.

Hoe kan een explosie door een instortende graansilo ontstaan?

De ontstekingsbron van de explosie is waarschijnlijk een elektrische vonk doordat elektrische kabels stuk gaan. Een explosie volgt, maar doordat de drukopbouw min of meer uitblijft, blijft de vervolgschade door de explosie is beperkt. Er is wel veel schade, maar gelukkig is er geen menselijk letsel. Over stofexplosiegevaar gaan diverse verhalen te ronde. Zonder moeite kunnen we vele mythen gaan vertellen. In een eerder artikel beschreven we de 5 bekendste mythen over stofexplosiegevaar.

Bekijk de video van de explosie door een instortende graansilo hieronder of op Youtube

 

Alles leren over CE-markering? Wordt CESE® CE Safety Expert

Leestijd: < 1 minuutCESE® is een TÜV gecertificeerd persoonscertificaat waarmee kennis en deskundigheid op het gebied van CE-markering kan worden aangetoond. De bijbehorende opleiding, CE Masterclass Machinebouw, is een opleiding van 12 dagen die wordt afgesloten met de CE-Masterproef. Je wordt dan opgeleid tot CE Safety Expert.

De CE Safety Expert is onmisbaar bedrijven die machines, installaties of apparatuur bouwen en ze op de markt brengen of gebruiken voor eigen gebruik.
Het gehele CE-traject inclusief een persoonscertificering bieden we modulair aan. De eerstvolgende 12-daagse opleiding start op 30 januari 2019 in Appingedam.

Wat doet een CE Safety Expert?

De CE Safety Expert:

  • bewaakt, coördineert en voert de werkzaamheden op een zodanige wijze uit dat alleen veilige producten worden gebouwd en gebruikt in overeenstemming met de toepasselijke EU-richtlijnen / verordeningen.
  • zorgt er tevens voor dat alle noodzakelijke afdelingen op de hoogte zijn van de CE-voorschriften en up-to-date zijn met de huidige Europese richtlijnen en verordeningen, nationale wetten, normen en voorschriften.
  • controleert en is verantwoordelijk voor een juiste conformiteitsbeoordeling en de overeenstemming van machines, installaties of apparatuur die op de markt worden gebracht of voor eigen gebruik in bedrijf worden genomen.

De CE Masterclass is modulair opgebouwd. U volgt de verschillende modules en sluit de opleiding af met de CE Masterproef. Bij een succesvolle CE Masterproef ontvangt u een TÜV-persoonscertificaat en een digitaal logo voor eigen gebruik. Het persoonscertificaat is 3 jaar geldig en na het volgen van de CESE® bijscholing en een nieuwe CESE® Masterproef kan het certificaat worden verlengd.

De opleiding tot CE Safety Expert is de meest volledige opleiding voor CE-markering en uniek in Nederland.

Ga naar onze webshop voor meer informatie over het programma, de cursusdata en prijzen van de CE Masterclass Machinebouw. Je kunt je daar ook inschrijven voor het eerstvolgende traject dat start in januari 2019.

Lasrook is kankerverwekkend – 6 aandachtspunten voor afzuiginstallaties

Leestijd: < 1 minuutIn veel werkplaatsen komen we bij het maken van een RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie) Arbeidsmiddelen ook elektrische lastoestellen tegen. De risico’s van het lastoestel zijn hoofdzakelijk elektrisch van aard. Maar het lasproces op zich is een heel ander verhaal. Sinds maart 2017 is lasrook en laslicht door het IARC (International Agency for Research on Cancer) ingedeeld in groep 1: zeker kankerverwekkend voor de mens.

Bij het ontstaan van lasrook is het dus erg belangrijk dat de bronafzuiging goed werkt. Daarom hebben wij 6 aandachtspunten voor afzuiginstallaties op een rij gezet.

Aandachtspunten bij het controleren van afzuiginstallaties voor lasrook

  1. basisvoorwaarde: is er überhaupt een afzuiging aanwezig?

    lasrook afzuiging

    lasrook afzuiging

  2. gebruiken de lassers daadwerkelijk wel de afzuiging: in werkplaatsen waar af en toe iets gelast wordt, wordt de afzuiging soms niet gebruikt
  3. de capaciteit van de afzuiging dient minimaal 1000 m3/uur te zijn
  4. de luchtsnelheid dient minimaal 0,5 m/s te zijn bij het lasproces
  5. goede afzuigkap of afzuigopening, deze moet onder een hoek van 30 -45 graden zijn geplaatst
  6. afstand van de afzuiging tot aan de las is maximaal de diameter van de afzuigopening

Er zijn diverse hulpmiddelen (checklists) beschikbaar rondom dit thema:

Wanneer spreek je van een voltooide of niet-voltooide machine?

Leestijd: 2 minuten

krooshekreiniger

krooshekreiniger

Wanneer spreek je van een voltooide of niet-voltooide machine? De definitie van een voltooide of niet-voltooide machine geeft in de praktijk veel aanleiding tot discussie en verwarring. De volgende situatie komt namelijk regelmatig voor:

Een gebruiker bestelt een machine in 2 delen:

  1. Het machinedeel wordt geleverd door een machinefabriek.
  2. De besturingskast wordt geleverd door een kastenbouwer.

Levert de machinefabriek nu een voltooide of niet-voltooide machine?

Het ontbreken van een besturingskast kan worden beschouwd als het ontbreken van een zogenaamd “constitutional” deel van de machine. Hiermee moet het machinedeel worden beschouwd als een niet-voltooide machine. Heel belangrijk hierbij is de II.1.B verklaring, want daarop moet de machinefabriek aangeven aan welke eisen van de machinerichtlijn het machinedeel wel of niet voldoet.

Zelf CE-certificering door gebruiker na samenbouw

Wanneer het machinedeel en de besturingskast is samengebouwd, dient de gebruiker zelf de CE-certificering uitvoeren van het samenstel en een II.1.A verklaring opstellen. Dit betekent dat de gebruiker kennis moet hebben van CE-certificeren of hierbij hulp moet inschakelen. Kennis vergaren over CE-certificeren kan onder ander door het volgen van een gedegen opleiding over CE, zoals de CE Masterclass Machinebouw, (CESafetyExpert CESE®).

Nog beter is om bovenstaande situatie te vermijden, door als gebruiker een complete machine aan te schaffen, dus het machinedeel inclusief de besturingskast. De samenbouwer levert dan een complete machine incl. een II.1.A verklaring.

Moet de gebruiker dan niets meer doen? Nee, de gebruiker moet nog steeds een risico-inventarisatie en -evaluatie maken van de complete machine. Dit is verplicht op basis van de Arbowet (NL) / Codex (B).

CE-coördinator: TÜV gecertificeerde CE cursus

Leestijd: < 1 minuutDe start van een CE-markering van een product is altijd de zogenaamde CE-scan of CE audit. Hiermee wordt bepaald welke CE-richtlijnen en/of verordeningen van toepassing zijn op een product. In veel situaties zijn meerdere CE-richtlijnen / verordeningen van toepassing.

Bij het doorlopen van een CE-certificering is overzicht behouden erg belangrijk. In veel gevallen mag de fabrikant zijn producten zelf CE-certificeren. Binnen de richtlijnen/verordeningen wordt dit “interne fabricage controle” genoemd. Bij machines is deze certificeringsprocedure mogelijk, maar ook bij explosieveilige apparatuur van categorie 3.

Kennis aantonen door het volgen van een gecertificeerde CE cursus

15 audit vragen over CE-certificering

Vaak wordt de vraag gesteld welke kennis er noodzakelijk is of wie is gemachtigd om een CE-certificering uit te voeren? Voor de CE-certificering is voldoende gekwalificeerd personeel noodzakelijk. Daarom ligt het voor de hand om aantoonbare kennis te hebben. Dit kan bijvoorbeeld door het volgen van een gecertificeerde CE cursus.

Meer leren over het CE-certificeringsproces? Zie bijvoorbeeld de training CE-coördinator, eerstvolgende startdatum: 3 september 2018.

 

Machinerichtlijn, ATEX richtlijn of beide toepassen?

Leestijd: 4 minutenDe machinerichtlijn (2006/42/EG) en de ATEX richtlijn (2014/34/EU) sluiten elkaar niet uit en moeten soms beide op machines worden toegepast. Wanneer beide richtlijnen moeten worden toegepast is soms niet zo duidelijk. In dit artikel hebben we dit nader toegelicht. In de praktijk roepen deze situaties veel vragen op. Uiteindelijk is de meest belangrijkste doelstelling: het voorkomen van een explosie.

De machinerichtlijn heeft in bijlage 1 punt 1.5.7 de volgende bepaling:

1.5.7. Risico’s door ontploffing
De machine moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat de machine zelf en de gassen, vloeistoffen, stofdeeltjes, dampen en andere door de machine geproduceerde of gebruikte stoffen geen risico van ontploffing opleveren.
De machine moet, wat betreft de risico’s van ontploffing door gebruik in een omgeving met ontploffingsgevaar,  in overeenstemming zijn met de specifieke communautaire richtlijnen.

Bij machines kan ontploffingsgevaar aanwezig zijn in het binnenste van een machine of in de omgeving of beide. De plaats van ontploffingsgevaar is van belang, om dat hiermee al of niet de toepassing van de ATEX richtlijn 92014/34/EU) wordt bepaald. We geven een 4-tal voorbeelden.

Voorbeelden van explosiegevaar in een machine

Pomp met ATEX certificering

Pomp met ATEX certificering

Situatie 1 – de machine staat in zijn geheel in een ATEX zone

De machine staat in zijn geheel in een ATEX zone, dus een gebied met ontploffingsgevaar. Dit kan zijn een ATEX zone 0, 1, 2, 20, 21 of 22. De machine moet aan zowel de machinerichtlijn als de ATEXrichtlijn voldoen.

Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: pomp, tandwielkast

IAB

vulmachine met gedeeltelijke ATEX zone

Situatie 2 – de machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone

De machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone. De machine moet aan de machinerichtlijn voldoen en het gedeelte van de machine dat in de ATEX zone is opgesteld moet aan de ATEX richtlijn voldoen. Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: een vulmachine met transportsystemen, waarbij alleen het vulgedeelte in een ATEX zone staat.

In de praktijk zal het waarschijnlijk voor de hand liggen om de gehele machine onder het ATEX certificaat te laten vallen, waarbij de technische ATEX maatregelen zich beperken tot de gebieden die zich in een ATEX zone bevinden.

De ATEX zones worden meestal beperkt door een omkasting die is voorzien van afzuiging.

IAB

houtstof filterinstallatie

Situatie 3 – de machine staat niet in een ATEX zone

Machine staat niet in een ATEX zone, maar het explosierisico bevindt zich uitsluitend in het inwendige van de machine.

De machine valt als geheel alleen onder de machinerichtlijn. Middels de bepaling 1.5.7. van de machinerichtlijn moeten de risico’s voor een ontploffing voldoende worden beheerst. Apparaten die in deze inwendige zone zijn ingebouwd, moeten wel aan de ATEX richtlijn voldoen. Denk aan een niveaumeter, een klopmechanisme, etc.

Voorbeelden van dergelijke machines: droogovens,  vulmachines, filterkasten

Voor dit soort filterinstallaties zijn geharmoniseerde normen beschikbaar, de EN 12779

EN 12779:2015
Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Vast opgestelde installaties met afzuigsystemen voor zaagsel en spaanders — Veiligheidseisen

IAB

transportschroef

Situatie 4 de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone

De machine staat niet in een ATEX zone, het explsoierisico bevindt zich in het inwendige van de machine, maar de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone. Deze externe ATEX zone kan een omgeving zijn, maar ook weer het inwendige van een ander apparaat, denk aan een silo of een buffervat.

Deze machine moet aan de machinerichtlijn en de ATEX richtlijn voldoen. Indien in het inwendige van deze machine een zone 0 of 20 aanwezig is, dan zal een EU-typeonderzoek moeten worden uitgevoerd door een Notified Body. Bij een zone 1 of 21 wordt er een technisch dossier opgestuurd naar een Notified Body en bij een zone 2 of 22 mag de fabrikant de certificering in eigen beheer uitvoeren.

Voorbeelden van dergelijke machines: een transportschroef met een verbinding naar een silo, een ventilator waarin een explosief mengsel aanwezig kan zijn, etc.

In alle bovenstaande situaties is de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU) pas van toepassing indien er een inherente potentiële ontstekingsbron aanwezig is. Is dat niet het geval, dan is de ATEX 114 richtlijn niet van toepassing.

Meer leren over ATEX en inherente potentiële ontstekingsbronnen? Volg dan de training ATEX Mechanische apparatuur Ontstekingsanalyse

ATEX gaszones en ventilatie: meting, bewaking en alarmering bij ventilatie-installaties

Leestijd: 5 minutenLeestijd: 5 minuten De NPR 7910-1 spreekt van bewaking en alarmering van ventilatie bij kunstmatige ruimtelijke ventilatie en kunstmatige plaatselijke ventilatie (doorgaans noemen we dit puntafzuiging). Voor de overige vormen van ventilatie, zoals buitenlucht of beperkte ventilatie (= natuurlijke trek) wordt niet gesproken over bewaking en alarmering.

Uitspraak rechtbank: smartphones zijn toegestaan in ATEX zones

Leestijd: 3 minutenLeestijd: 3 minuten De rechtbank heeft uitgesproken dat smartphones zijn toegestaan in ATEX zones. Er zijn nog wel wat opmerkingen te plaatsen bij deze uitspraak. Hoger beroep is daarom niet uitgesloten.

10% dodelijke ongevallen door explosies

Leestijd: < 1 minuutUit een Duits onderzoek naar dodelijke ongevallen (periode 2004 – 2015) in de chemische industrie is gebleken dat 10 procent van de dodelijke ongevallen door explosies wordt veroorzaakt. Daarom is het belangrijk om goede maatregelen te nemen tegen het ontstaan van explosies. Dat kan door het nemen van technische en organisatorische maatregelen.

Van 300 dodelijke ongevallen in de chemische industrie waren 5 categorieën (% zijn afgerond) aan te wijzen:

explosiegevaar

explosiegevaar

  • voertuigen / transportmiddelen (30%)
  • machines / installaties (20%)
  • vallen van hoogte (15%)
  • vallende voorwerpen / objecten (15%)
  • explosies / vlammen (10%)
  • overig (10%)

Wanneer we focussen op explosiegevaar, stel uzelf en intern de vraag:

  1. Weet ik of er een explosiegevaar bestaat op mijn arbeidsplaats?
  2. Ken ik de risico’s en de genomen maatregelen?
  3. Ben ik voorzichtig met werkzaamheden in gebieden met brand of explosiegevaar?
  4. Meld ik gebreken die met explosiegevaar te maken hebben?
  5. Werk ik alleen na goedkeuring / werkvergunning bij het uitvoeren van onderhoud, reparatie, etc.

Indien u op 1 van de 5 vragen nee hebt geantwoord, onderneem dan passende acties.

De feiten: 32 mensen werden in 2004 – 2015 gedood door explosies en hun gevolgen.

Performance Level en SIL als beveiliging bij ATEX machines

Leestijd: 4 minutenLeestijd: 4 minuten Performance Level en SIL zijn betrouwbare meetmethoden als beveiliging bij ATEX-machines. We gebruiken deze methoden voor de beschermingswijze ‘bewaking van ontstekingsbronnen’.

Nieuwe Gids EMC richtlijn maart 2018

Leestijd: < 1 minuutVoor de EMC richtlijn is onlangs een nieuwe versie van de gids gepubliceerd.De nieuwe gids EMC richtlijn is een handig document om diverse zaken beter te interpreteren.

Elektrische apparaten of installaties kunnen elkaar beïnvloeden wanneer ze onderling verbonden of dicht bij elkaar staan. Dit is bijvoorbeeld het geval bij interferentie tussen TV-toestellen, GSM-toestellen, radio’s en nabijgelegen wasmachine of elektriciteitsleidingen. De elektromagnetische compatibiliteit (EMC) richtlijn stelt eisen aan de emissie en immuniteit van apparatuur. Door het nemen van de juiste maatregelen bij apparatuur worden storingen verminderd en de immuniteit versterkt.

EMC richtlijn beperkt elektromagnetische emissies

De EMC richtlijn 2014/30/EU beperkt elektromagnetische emissies van apparatuur om ervoor te zorgen dat apparatuur  overige apparatuur niet zal storen. Uiteraard dient de apparatuur te worden gebruikt zoals bedoeld. De richtlijn regelt ook de immuniteit van apparatuur door interferentie en beoogt ervoor te zorgen dat apparatuur niet verstoord wordt door radio-emissies, indien gebruikt als bedoeld.

De belangrijkste doelstellingen van de richtlijn zijn het reguleren van de verenigbaarheid van apparatuur met betrekking tot EMC:

  1. Apparatuur (apparaten en vaste installaties) moeten voldoen aan de EMC-eisen wanneer deze in de handel worden gebracht en/of in gebruik genomen.
  2. De toepassing van goede techniek praktijk is vereist voor vaste installaties, met de mogelijkheid dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten maatregelen kunnen treffen in gevallen van non-conformiteit.

Download de nieuwe gids via ons Membersgedeelte

Nieuwe normenlijst voor machines 09-03-2018

Leestijd: 2 minutenOp 9 maart 2018 is weer een nieuwe lijst met geharmoniseerde normen voor de machinerichtlijn gepubliceerd. Klik hier voor download: NL / ENG

Een overzicht van de eerste bekendmakingen:

B-normen

  • EN ISO 3745:2012 Akoestiek — Bepaling van geluidvermogenniveaus en geluidenergieniveaus van geluidbronnen bij gebruik van geluiddruk — Precisiemethoden die gebruik maken van een echovrije of semiechovrije ruimte (ISO 3745:2012) EN ISO 3745:2012/A1:2017

C-normen

  • EN 115-1:2017 Veiligheid van roltrappen en rolpaden — Deel 1: Constructie en installatie
  • EN 1459-1:2017 Transportwerktuigen voor ruw terrein — Veiligheidseisen en verificatie — Deel 1: Transportwerktuigen met variabele reikwijdte
  • EN ISO 4254-12:2012 Landbouwmachines — Veiligheid — Deel 12: Cirkelmaaiers en klepelmaaiers — Veiligheid (ISO 4254-12:2012) EN ISO 4254-12:2012/A1:2017
  • EN ISO 5395-2:2013 Tuingereedschap — Veiligheid van aangedreven grasmaaiers — Deel 2: Aangedreven grasmaaiers met meelopende bestuurder (ISO 5395-2:2013) EN ISO 5395-2:2013/A2:2017
  • EN ISO 11554:2017 Optica en optische instrumenten — Lasers en aanverwante apparatuur — Beproevingsmethoden voor vermogen, energie en tijdelijke kenmerken van laserstralen (ISO 11554:2017)
  • EN ISO 11681-2:2011 Bosbouwmachines — Veiligheidseisen en beproevingen van draagbare kettingzagen — Deel 2: Kettingzagen voor boomonderhoud (ISO 11681- 2:2011) EN ISO 11681-2:2011/A1:2017
  • EN 12312-12:2017 Grondafhandelingsapparatuur voor vliegtuigen — Bijzondere eisen — Deel 12: Drinkwateruitrusting
  • EN 12312-13:2017 Grondafhandelingsapparatuur voor vliegtuigen — Bijzondere eisen — Deel 13: Toiletuitrusting
  • EN 14033-3:2017 Railtoepassingen — Bovenbouw — Railgebonden constructie- en onderhoudsmachines — Deel 3: Algemene veiligheidseisen
  • EN 15695-1:2017 Landbouwtrekkers en zelfrijdende machines — Bescherming tegen gevaarlijke stoffen — Deel 1: Classificatie van de cabine, eisen en beproevingsprocedures
  • EN 15695-2:2017 Landbouwtrekkers en zelfrijdende machines — Bescherming tegen gevaarlijke stoffen — Deel 2: Filters, eisen en testprocedures
  • EN ISO 16093:2017 Gereedschapsmachines — Veiligheid — Zaagmachines voor koud metaal (ISO 16093:2017)
  • EN ISO 19085-1:2017 Houtbewerkingsmachines — Veiligheid — Deel 1: Algemene eisen (ISO 19085-1:2017)
  • EN ISO 19085-2:2017 Houtbewerkingsmachines — Veiligheid — Deel 2: Horizontale balk cirkelzaagmachines voor panelen (ISO 19085-2:2017)
  • EN ISO 19085-5:2017 Houtbewerkingsmachines — Veiligheid — Deel 5: Panelenzagen (ISO 19085-5:2017)
  • EN ISO 28927-1:2009 Draagbare handgereedschappen — Beproevingsmethoden voor de evaluatie van de trillingsemissie — Deel 1: Hoek- en verticale slijpmachines (ISO 28927-1:2009) EN ISO 28927-1:2009/A1:2017
  • EN 60335-2-89:2010 Huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen — Veiligheid — Deel 2-89: Bijzondere eisen voor commerciële diepvriestoestellen met ingebouwde of gescheiden opgestelde koeleenheden IEC 60335-2-89:2010 EN 60335-2-89:2010/A2:2017
  • EN 62841-2-10:2017 Elektrisch aangedreven handgereedschap, verplaatsbaar gereedschap en gras- en tuinmachines — Veiligheid — Deel 2-11: Bijzondere eisen voor handmixers IEC 62841-2-10:2017 (Gewijzigd)
  • EN 62841-3-13:2017 Elektrisch aangedreven handgereedschap, verplaatsbaar gereedschap en gras- en tuinmachines — Veiligheid — Deel 3-13: Bijzondere eisen voor verplaatsbare boren IEC 62841-3-13:2017 (Gewijzigd)

Nieuwe ontwerp NPR 7910-2 2018 beschikbaar

Leestijd: 2 minutenNa de publicatie van de NPR 7910-1 is nu ook een nieuwe ontwerp NPR 7910-2 voor stofexplosiegevaar beschikbaar (februari 2018). De nieuwe ontwerpnorm bevat diverse wijzigingen waarvan we hier de belangrijkste noemen.

De NPR 7910-2 is een belangrijke norm voor het bepalen van ATEX zones bij stofexplosiegevaar. Het is van belang om u zich goed op de hoogte te stellen van de voorgenomen wijzigingen. Bij de eerst volgende revisie van het Explosieveiligheidsdocument dient ook de nieuwe versie van de norm in ogenschouw te worden genomen.

LET OP! De NPR 7910-1 en -2 zijn praktijkrichtlijnen, dus geen wetten. Het is toegestaan om ook op andere manieren en methodes de explosiegevaarlijke gebieden in kaart te brengen. Goede alternatieven zijn bijvoorbeeld de IEC 60079-10-1 / -2. In de praktijk wordt de NPR 7910 veel gebruikt.

De belangrijkste wijzigingen van de nieuwe NPR 7910-2

  • Beoordeling van explosierisico’s (nieuwe paragraaf 4.7.2)
    Op basis van een risicoanalyse kan worden bepaald of een hoger of lager beschermingsniveau van materieel kan worden toegepast in een gevarenzone. Dus er kan worden afgeweken van de standaard EPL – gevarenzone voorschriften (zone 20 = EPL Da; zone 21 = EPL Db; zone 22 = EPL Dc.
  • Arbeidshygiënische strategie (nieuwe paragraaf 5.2.1)
    In paragraaf 5.2.1 Veiligheidsprincipes wordt nader uitgelegd dat al tijdens een ontwerp van een installatie onderzocht moet worden wat de kans is op het vrijkomen van brandbare stoffen en hoe dit zoveel mogelijk kan worden vermeden. Er moet name onderzocht worden op welke plaatsen brandbare stoffen (poeders) vrij kunnen komen. Kleine lekkages kunnen leiden tot de opbouw van gevaarlijke stoflagen.
  • Overzichtelijkheid en duidelijkheid van de indeling (nieuwe paragraaf 5.2.2)
    In sommige situaties kan het handig zijn om een gebied met veel gevarenbronnen als een grote zone aan te merken. Of als er verschillende klassen van zones zijn, de zwaarste klasse te hanteren.
    (Opmerking IAB Ingenieurs: wees voorzichtig met het te groot en zwaar maken van zones. Dit brengt vaak enorme consequenties met zich mee)
  • Kwalificatie van personeel (nieuwe paragraaf 5.2.4)
    De gevarenzone-indeling dient te worden uitgevoerd door personen die kennis van zaken hebben. Er wordt gerefereerd aan de IECEx05 module Ex 002.
  • Nieuwe of aangepaste beschrijvingen van gevarenbronnen (aanpassingen in paragraaf 5.5.3.2)
    Geen gevarenbron: dubbel uitgevoerde flexibele verbindingen of filterzakken waarbij door goed ontwerp, beproeving, monitoren, goede constructie, goed onderhoud en goede bedrijfsvoorvoering de kans op het vrijkomen van een brandbare stof verwaarloosbaar klein is.
  • Een nieuwe gevarenzone: “Inert Gebied” (paragraaf 5.6.4 en 3.12.3)
    Er is een nieuwe gevarenzone gedefinieerd, het zogenaamde Inert Gebied. In een inert gebied is geen zuurstof aanwezig door de zuurstof te verdringen door stikstof, kooldioxide, etc. Afhankelijk van de uitvoeringsvorm en betrouwbaarheid van inertisering kan een zonering verlaagt worden.
    (Opmerking IAB: de toevoeging van het inert gebied is alleen maar extra ballast. Een gebied kan door inertisering een andere zoneklasse krijgen of zelfs NGG. Een nieuwe aanduiding IG voegt niets toe.)
  • Stoflagen (paragraaf 5.7.2.2 verder uitgebreid)
    De gevaren van stoflagen worden verder uitgewerkt. De gevaren van secundaire explosie, brand en een explosie van een opgewervelde stofwolk worden uitgelegd.
  • Presentatie en rapportage van de zone-indeling (paragraaf 7.1.uitbreiding)
    Er worden stapsgewijs diverse punten genoemd die gedocumenteerd moeten worden bij een gevarenzone-indeling. Ten opzichte van de vorige norm zijn vele extra punten nu benoemd.
  • Bepalen van de afmetingen van de gevarenzone (aanpassing Bijlage B)
    De berekening van de afmetingen van de gevarenzone met stuifgetallen, etc. is niet meer opgenomen. Alleen de praktijkinspectie wordt beschreven.

Door de gehele norm heen zijn op diverse plaatsen kleine aanpassingen gedaan, zoals het actualiseren van referenties van normen.

Commentaar op de norm kan worden ingediend bij het NEN voor 15-04-2018.

nieuwe ATEX 114 normenlijst 09-03-2018

Leestijd: 2 minutenOp 9 maart 2018 is er weer een nieuwe lijst met geharmoniseerde normen gepubliceerd voor de ATEX 114 richtlijn. Deze normenlijsten zijn weergaven van de zogenaamde geharmoniseerde normen. Dit betekent dat het toepassen van deze normen het vermoeden van overeenstemming geven met de richtlijn, dus in dit geval de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU).

Nieuwe vermeldingen zijn:

  • EN ISO/IEC 80079-20-2:2016
  • EN 60079-18:2015/A1:2017 – IEC 60079-18:2014/A1:2017

Download de lijst via het IAB Members downloadarchief.


EN ISO/IEC 80079-20-2:2016
Explosieve atmosferen — Deel 20-2: Materiaaleigenschappen — beproevingsmethoden voor ontvlambare stoffen (ISO/IEC 80079-20-2:2016)

Explosive atmospheres – Part 20-2: Material characteristics – Combustible dusts test methods

Deze norm beschrijft de methoden om ontvlambare stoffen te onderzoeken. In de norm worden o.a. de volgende testen beschreven:

  • Modified Hartmann tube / gemodificeerde Hartmann buis
  • 20-litre sphere / 20 liter bol
  • MIT of a dust cloud / minimum ontstekingstemperatuur van een stofwolk
  • MIT of dust layer / miniumum ontstekingstemperatuur van een stoflaag
  • Minimum ignition energy of dust/air mixtures / minimum ontstekingsenergie van een stof / lucht mengsel.

Naast de methode van testen en de gebruikte apparatuur geeft de norm ook aan wat er minimaal in een testverslag dient te staan.

Het toepassen van deze norm geeft invulling aan diverse essentiële eisen van bijlage II van de ATEX 114 richtlijn en is dus bedoeld voor fabrikanten van apparatuur of beveiligingssystemen en voor testlaboratoria. In bijlage ZA van de IEC 80079-20-2 wordt aangegeven met welke essentiële eisen het vermoeden van overeenstemming kan worden verkregen.

De norm is “verplicht” vanaf 30-09-2018.


EN 60079-18:2015/A1:2017 – IEC 60079-18:2014/A1:2017

Explosieve atmosferen — Deel 18: Bescherming van materieel door ingiet bescherming „m”

Deze norm betreft een aanvulling op de reeds bestaande versie van de EN 60079-18:2015. Deze norm geeft de eisen weer die worden gesteld aan explosieveilige apparatuur die gebruikt maakt van het beschermingsprincipe “moulding” of gietmassa. In de ATEX codering van een apparaat is de beschermingswijze te herkennen aan Ex “m”. Tegenwoordig kennen we 3 soorten Ex m: ma, mb en mc.

Fabrikanten van Ex-apparatuur die gebruik maken van Ex m dienen de certificatie te vernieuwen op basis van de nieuwe norm. Vanaf 16-01-2018 is de EN 60079-18:2015 “verplicht” om toe te passen, de aanvulling A1 dient vanaf 28-09-2020 te worden toegepast.

Machinefabrikant en gebruiker beide veroordeeld na stofexplosie

Leestijd: 2 minutenIn 2011 vond een grote stofexplosie plaats bij een recycling bedrijf van toner in Engeland. Hierbij raakten 8 mensen gewond, waarvan meerdere ernstig.

De Engelse Health and Safety Executive (HSE) kwam tot de conclusie dat het recyclingbedrijf onvoldoende maatregelen had genomen om explosies en brand te voorkomen.

Daarnaast werd ook de machinefabrikant veroordeeld, omdat het geen rekening had gehouden met te verwachten misbruik van de machine. De machinefabrikant had een machine ontworpen voor het versnipperen en verwerken van tonercartridges. Hierbij was geen rekening gehouden met het ontstaan van een explosieve atmosfeer, doordat er meer toner in de machine kon worden gedaan. Dus de LEL (lower explosion limit) kon eenvoudig worden bereikt. Tonerpoeder is uitermate explosiegevoelig, sommige toners hebben een minimum ontstekingsenergie kleiner dan 1 mJ.

In de praktijk komen we regelmatig installaties tegen waarbij de explosieve atmosferen (ATEX zones) en de omvang ervan door de machinefabrikant tot een minimum worden beperkt. Door het beperken van de zogenaamde ATEX zones behoeft er geen ATEX gecertificeerde apparatuur te worden gebruikt. Dit is dan in eerste instantie financieel voordelig.

Bij het vaststellen van ATEX zones bij machines en installaties dient de fabrikant van deze installaties dus rekening te houden met het reëel te verwachten gebruik.
Aan bovenstaande rechtspraak kunnen we zien dat dus niet alleen de gebruiker, maar ook de machinebouwer een verantwoordelijkheid heeft.
Bij de bouw van een machine dient dus rekening te worden gehouden met voorzienbaar gebruik.

IAB

filterkast na explosie

De nieuwe NPR 7910-1 2018 nu in ontwerp beschikbaar

Leestijd: 3 minutenLeestijd: 3 minuten Begin februari 2018 is het nieuwe ontwerp van de NPR 7910-1 versie 2018 gepubliceerd. We hebben de belangrijkste wijzigingen van de nieuwe NPR 7910-1 voor je op een rij gezet.

Nieuwe norm voor het schrijven van gebruiksaanwijzingen voor machines

Leestijd: < 1 minuutOnlangs is de ISO/DIS 20607, een nieuwe norm voor het schrijven van gebruiksaanwijzingen voor machines gepubliceerd. De ISO/DIS 20607 (Safety of machinery — Instruction handbook — General drafting principles)  is nog een concept, maar zal mogelijk in 2018 definitief worden uitgebracht en wordt wellicht geharmoniseerd voor de machinerichtlijn.

Tot dusver kunnen we voor het schrijven van gebruiksaanwijzingen gebruik maken van de ISO 82079-1 en de NEN 5509. Uiteraard zijn de voorschriften uit de machinerichtlijn in bijlage 1 punt 1.7.4 de wettelijke basis voor de inhoud van een gebruiksaanwijzing. Daar komt dus straks de nieuwe ISO 20607 bij.

De norm zal inhoudelijk geen wezenlijk nieuwe zaken aangeven, maar wel op den rijtje gaan zetten wat allemaal belangrijk is in een gebruiksaanwijzing.

Het schrijven van een goede gebruiksaanwijzing is een vak apart. Wilt u hierover meer leren, volg dan de Cursus Gebruiksaanwijzingen schrijven. Uiteraard behandelen we in de cursus ook de nieuwe ISO 20607.

 

ATEX gaszones en ventilatie: zoneafmetingen

Leestijd: 5 minutenLeestijd: 5 minuten In het zesde deel van de 7-delige serie ATEX en gaszones bespreken we de ATEX zoneafmetingen in relatie tot de ventilatieomstandigheden.

In 7 stappen naar een ATEX gaszonering

Leestijd: 2 minutenHet is vaak lastig om de juiste ATEX gaszonering vast te stellen. De NPR 7910-1 geeft standaard oplossingen, waarmee we in veel gevallen wel uit de voeten kunnen. In veel situaties is er echter een zorgvuldige afweging noodzakelijk voor het uiteindelijk vaststellen van een ATEX zone. Tevens komen we in de praktijk vaak verschillende inzichten tegen. Mocht volgens u een ATEX zone niet kloppen, dan is het zeker de moeite waard om dit nog eens te controleren.

We hebben in dit bericht een kort overzicht gegeven, gebaseerd op de NPR 7901-1. Met het doorlopen van dit stappenplan kan een ieder in de basis een zonering maken.

In 7 stappen naar ATEX gaszonering

STAP 1
Is er een brandbare vloeistof of gas aanwezig? (bekijk de veiligheidsbladen of MSDS)

STAP 2
Worden de minimale hoeveelheden overschreden of is op basis van risico een zonering zinvol? (controleer dit aan de tabel met de minimale hoeveelheden uit de NPR 7910-1)

STAP 3
Welke soorten gevarenbronnen zijn er aanwezig? (een gevarenbron is een mogelijke bron van lekkage of vrijkomen, we kennen: continue, primaire en secundaire gevarenbronnen)

STAP 4
Welke vorm van ventilatie of afzuiging is aanwezig? (kijk naar natuurlijke of geforceerde ventilatie en stel de capaciteiten vast)

STAP 5
Stel de zoneklasse vast, op basis van gevarenbron en ventilatie: gebruik tabel 7 van de NPR 7910-1. (pas tabel 7 toe van de NPR 7910-1)

STAP 6
Bepaal het lekdebiet. (ga na welke hoeveelheid er bij de gevarenbron vrij kan komen)

STAP 7
Bepaal de afmetingen van de ATEX zone. (pas tabel 7 toe op basis van het vastgestelde lekdebiet)

In veel situaties werkt de standaard uitwerking volgens de NPR 7910-1. Helaas zijn er ook veel situaties die een andere benadering behoeven. Hierbij moeten we denken aan het toepassen van zogenaamde branche-typicals. Standaard voorbeelden die in een bepaalde tak van industrie zijn aanvaard. Ook kan het nodig zijn om berekeningen uit te voeren voor het bepalen van de juiste ATEX zone. Tevens kan hierbij gebruik worden gemaakt van software.

Meer leren over zonering? Volg dan onze 4-daagse ATEX 153 training.

Eerste cursisten CE-coördinator ontvangen TÜV-certificaat

Leestijd: < 1 minuutSinds september 2017 zijn de cursussen CE-cöordinator en de CE Masterclass Machinebouw TÜV gecertificeerd. De Masterclass loopt nog, maar de eerste cursisten van september die de module CE-coördinator hebben gevolgd, hebben de cursus met succes afgerond. De cursisten hebben inmiddels hun certificaat ontvangen. Langs deze weg willen wij hen van harte feliciteren met het behaalde resultaat.

eerste CE-coördinatoren met TÜV-certificaat

V.l.n.r.: Rik Brebels, Jan Schoonhoven en Evert Jan van Dijken