ATEX gaszones en ventilatie in een groot gebouw

Leestijd: 4 minuten

Leestijd: 4 minuten In het 5e deel van de serie ATEX en gaszones bespreken we ventilatie in een groot gebouw.

Update gids machinerichtlijn beschikbaar (versie 2.1 juli 2017)

Leestijd: 6 minuten

Leestijd: 6 minuten Er is een update voor de gids machinerichtlijn gepubliceerd. Wij hebben de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij gezet.

ATEX gaszones en ventilatie: kunstmatige plaatselijke ventilatie

Leestijd: 6 minuten

Leestijd: 6 minuten In deel 4 van de 7-delige serie: hoe bereken je de juiste capaciteit van kunstmatige plaatselijke ventilatie?

Cursussen CE-cöordinator en CE Masterclass TÜV-gecertificeerd

Leestijd: < 1 minuut

logo CESE TUV persoonscertificering smallMet ingang van het cursusjaar 2017-2018, zijn de cursussen CE-cöordinator en CE Masterclass TÜV-gecertificeerd. Als je nu onze CE Masterclass Machinebouw volgt, word je een TÜV-gecertificeerde CE-Safety Expert (CESE®).

Na het volgen van onze 12-daagse CE Masterclass én bij het succesvol voltooien van de CE Masterproef, mag u zich een TÜVgecertificeerde CE Safety Expert nomen (CESE®). U ontvangt hiervoor een persoonscertificaat van de TÜV. Het certificaat is een bewijs van voldoende kennis en kunde op het gebied van CE-markering van machines. Hiermee kan naar auditerende instanties worden aangetoond dat naar eer en geweten de juiste procedure is toegepast voor CE-markering van machines.

Uiteraard staan het examen en de CE-Masterproef onder toezicht van de TÜV.

Nieuwe verordening medische hulpmiddelen

Leestijd: < 1 minuut

Na ruim 4 jaar onderhandelen, is er de nieuwe verordening medische hulpmiddelen. De nieuwe verordening voor medische hulpmiddelen zal in mei 2020 volledig van kracht worden.
De verordening is fors uitgebreid ten opzichte van de huidige Medische hulpmiddelen richtlijn (93/42/EEG). Bijna 3x zoveel pagina’s telt de nieuwe verordening ten opzichte van de huidige richtlijn.

Er is een strenger beleid op medische implantaten,zoals heup of borst implantaten. Met name de traceability is erg belangrijk. Na een overgangstermijn van bijna 3 jaar, zal de verordening volledig van kracht zijn. Ook zijn er nog wel wat uitzonderingen voor medische hulpmiddelen die onder de huidige richtlijn zijn gecertificeerd.

Een overgangstermijn van 3 jaar lijkt lang, maar er zijn veel nieuwe eisen ten aanzien van bijvoorbeeld Notified Bodies; klinisch onderzoek; er komt een nieuw database systeem (EUDAMED/UDI), etc. etc., dus al met al veel veranderingen die de nodige tijd gaan kosten.

Download de nieuwe verordening medische hulpmiddelen via ons download-archief.

SKO-punten voor alle opleidingen van IAB Ingenieurs

Leestijd: 2 minuten

Leestijd: 2 minuten Vanaf juli 2017 zijn er SKO-punten toegekend aan alle opleidingen van IAB Ingenieurs.

ATEX gaszones en ventilatie: kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw

Leestijd: 6 minuten

Leestijd: 6 minuten In deel 3 van de serie ATEX gaszones en ventilatie bespreken we kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw aan de hand van praktijkvoorbeelden.

Nieuw: overnachten in Appingedam bij IAB B&B

Leestijd: < 1 minuut

Leestijd: < 1 minuut Vanaf juni 2017 is het mogelijk om op de cursuslocatie van IAB Ingenieurs te overnachten in Appingedam.

3D-printers en ATEX

Leestijd: 3 minuten

Industriële 3D-print technologie wordt steeds vaker toegepast. Deze moderne industriële machines brengen echter een aantal gevaren en risico’s met zich mee, waaronder explosiegevaar, blootstelling aan chemische agentia, mechanische gevaren. 3D-printers en ATEX zijn daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden.

ATEX zones zijn met name bij het mengen van poeder, transport van poeder en het uitpakken van 3D-modellen aanwezig. Een industriële 3D-printer behoort dan ook zeker te worden beschreven in het explosieveiligheidsdocument.

In het kader van explosiegevaar kijken we met name naar de grondstoffen die worden gebruikt. Als grondstof wordt bijvoorbeeld Polyamide 12 (PA12) veel gebruikt. Deze grondstof wordt in fijn verdeelde vorm gebruikt, met een korrelgrootte verdeling van 30 – 100 μm. Dit is veel kleiner dan de grens van 0,5 mm, zodat we kunnen spreken over een poeder die in de juiste mengverhouding een explosief mengsel kan vormen. De grens van 0,5 mm is o.a. terug te vinden in de NPR 7910-2 (par. 3.2: brandbaar stof = fijn verdeelde vaste deeltjes, van een nominale afmeting van 500 km of minder, die in de lucht kunnen blijven hangen, kunnen neerslaan uit de atmosfeer door hun eigen gewicht, kunnen branden of gloeien en onder atmosferische druk en bij normale temperatuur met lucht een explosief mengsel kunnen vormen).

Zodra we dus fijn verdeeld poeder tegenkomen en voldoende lucht, dan is er sprake van een explosieve atmosfeer. Voor het inwendige van apparaten ligt de grens op 0,1 kg, dat wil zeggen, indien er in het inwendige van apparatuur meer dan 100 gram brandbaar stof aanwezig is, er sprake zal zijn van een explosieve atmosfeer. Dit stof kan dan in de vorm van stofwolken en/of stoflagen voorkomen. De tijdsduur van deze aanwezigheid, bepaalt de klasse van de ATEX zone (20 of 21 of 22).

Bij de voorbereiding van het poeder, het storten van nieuw poeder en het mengen met gerecycled poeder hebben we in de menger te maken stoflagen en incidenteel stofwolken (afhankelijk van de frequentie van storten en aard van het mengproces). Een zone 21 in de menger is daar zeker op zijn plaats. Het storten van poeder dient met gebruikmaking van puntafzuiging te geschieden. Hierdoor wordt de ATEX zone buiten de menger beperkt, maar nog veel belangrijker, het poeder dient adequaat te worden afgezogen om inademing te voorkomen.

Het transport van poeder vanuit de menger naar de 3D-printmachine is doorgaans inwendig gezoneerd, afhankelijk van het type transport zal hier een zone 20 of 21 aanwezig zijn. Bij het transport middels schroeven of spiralen in slangen dient ook met name gekeken te worden naar flexibele verbindingen. De NPR 7910-2 beschouwt flexibele verbindingen als een secundaire gevarenbron en dus zone 22, zie NPR 7910-2 par. 5.4.3.2.: gebieden in de omgeving van flexibele verbindingen tussen installatieonderdelen die incidenteel kunnen scheuren of doorslijten.

In de 3D-rinter zelf is doorgaans geen zonering aanwezig, omdat in de machine met een inerte atmosfeer (stikstof) wordt gewerkt. Bij een voldoende lage zuurstofconcentratie is er geen sprake meer van een explosief mengsel. De fabrikant van de 3D-printer zal middels een analyse moeten vaststellen hoe de lage zuurstofconcentratie kan worden gewaarborgd.

Vanuit de 3D-printer wordt de vorm, met daarin het 3D-model naar een uitpakstation gebracht. Hier wordt het overtollige poeder gescheiden van het 3D-model. Hier zullen weer stoflagen en stofwolken kunnen ontstaan, zodat bij het uitpakstation weer sprake zal zijn van een ATEX zonering. Doorgaans wordt het overtollige poeder gezeefd en getransporteerd naar het mengstation. Ook hierbij zullen ATEX zones aanwezig zijn.

Tot slot kan er nog een nabewerking plaats vinden op het 3D-model, denk aan stralen in een straalcabine. Ook hier zal beoordeeld moeten worden of er voldoende brandbaar poeder in de cabine aanwezig kan zijn om een explosief mengsel te kunnen vormen. Straalcabines in Ex-uitvoering zijn beschikbaar en worden toegepast in het kader van 3D-printing.

Tot slot, de hier boven geschetste situatie is slechts een voorbeeld. Bij iedere 3D-print situatie zal het stappenplan van de ATEX zonering gevolgd moeten worden. Meer hierover vindt u in de NPR 7910-2.

Meer leren over het vaststellen van ATEX zones? Volg dan onze ATEX training Ex 002. Lees meer >>>>

Verantwoordelijkheid voor CE-markering machinelijnen vaak onduidelijk

Leestijd: 2 minuten

Verantwoordelijkheid voor CE-markering op machinelijnen is vaak niet goed geregeld. In de praktijk komt het met grote regelmaat voor, dat grote machinelijnen of installaties met machines worden opgeleverd, terwijl niet duidelijk is wie nu de CE-markering heeft geregeld van het samenstel. Gelukkig zien we steeds vaker in bestekken of projectspecificaties het begrip “CE-coördinator“. De bedoeling van “het CE-coördineren” is in hoofdzaak de CE-certificering zodanig te regelen, dat een ieder zijn of haar deel van de CE-certificering uitvoert, zodat uiteindelijk, voor ingebruikname, de CE-certificering in orde is.

CE-markering in de praktijk

Helaas is het in de praktijk vaak anders geregeld. Onlangs zagen we nog een grote productielijn voor houten frames. Losse balken gingen in de machine en aan het eind werden de frames in een soort palletiser gestapeld, Niemand had echt serieus omgekeken naar de CE-markering en de gebruiker van de machine had (onbewust) aangegeven dat hij de CE-certificering van de totale lijn wel zou regelen. Tijdens het gebruik van de machine werd al snel duidelijk dat de veiligheid sterk te wensen over liet. Veel toeleveranciers hadden hun machines geleverd als een niet voltooide machine (met een zogenaamde II.1.B verklaring). Om een lang verhaal kort te maken, uiteindelijk moesten er nog veel extra beveiligingen worden aangebracht met een behoorlijke extra kostenpost. Door in een vroeg stadium een CE-coördinator aan te stellen en deze bij een project te betrekken, kan veel ergernis en kosten voorkomen.

Welk kennisniveau heeft een CE-coördinator?

Het kennisniveau van een CE-coördinator moet zodanig zijn, dat hij/zij een voldoende goed overzicht heeft in de van toepassing zijnde CE-richtlijnen en de noodzakelijke beoordelingen die moeten worden gedaan. Een CE-coördinator behoeft niet alle technische details te kunnen beoordelen, hiervoor zijn weer anderen verantwoordelijk, denk aan engineers, ontwerpers, etc.

Kortom: bij grote projecten, denk vroegtijdig na over de CE-certificering en de coördinatie ervan.

CE-markering op kabels verplicht vanaf 1 juli 2017

Leestijd: 2 minuten

Na 1 juli 2017 is CE-markering op kabels die in Europa in bouwwerken worden geïnstalleerd verplicht, inclusief bijbehorende documenten waarin hun brandklasse wordt aangegeven.

Op 1 juli 2017 loopt de overgangstermijn af voor de norm EN 50575. Deze norm geldt voor kabels die onder de bouwproducten-verordening vallen (ook wel CPR genoemd = Construction Products Regulation). De EN 50575 geeft de eisen waar kabels aan moeten voldoen voor vaste elektrotechnische installaties in bouwwerken.
Kabels moeten worden getest volgens een methode beschreven in de EN 50399. Op basis van de uitkomsten van deze testen worden de kabels ingedeeld volgens de nieuwe CPR Euroklassen.

NEN 8012

Elektrische leidingen worden hierbij geclassificeerd in verschillende (brand)klassen. Wanneer welke (brand)classificatie moet worden toegepast is de verantwoordelijkheid van Europese lidstaten zelf. In Nederland is hiervoor NEN 8012 opgesteld.

Kabels die niet met een brandklasse zijn gemarkeerd en nog vóór 1 juli 2017 op de markt worden gebracht, mogen ook na deze datum nog in gebouwen worden geïnstalleerd.
De Nederlandse norm NEN 8012 geeft in Bijlage D de brandveiligheidseigenschappen van de kabels aan die horen bij de verschillende CE-markeringsklassen.

Bouwbesluit

Het verschilt per Europees land welke eisen er worden gesteld aan de brandklasse van bekabeling in een gebouw of ruimte. Dit is mede afhankelijk van de gebruiksfunctie. In Nederland zijn deze eisen vastgelegd in het Bouwbesluit.

Moeten kabels bij machines ook aan de CPR eisen voldoen?

Machinekabels vallen niet onder CPR, in principe ook wanneer machines een groot deel van het gebouw innemen. De kabels voor de gebouwgebonden (permanente) installaties zoals bijvoorbeeld verwarmingsinstallaties, ventilatie-installaties, koelinstallaties en vaste verlichting vallen wel onder het toepassingsgebied van CPR. Hiervoor is de NEN 8012 beschikbaar voor het vaststellen van de classificatie.

Veelgestelde vragen over CE-markering op kabels

De Nederlandse kabelfabrikanten, verenigd in Fedet, hebben een lijst met veelgestelde vragen op de website geplaatst, omdat zij merkten dat er, ook in Nederland, nog veel onduidelijkheid is over dit onderwerp.

ATEX gaszones: geen of beperkte ventilatie in een gesloten gebouw

Leestijd: 4 minuten

Leestijd: 4 minuten In een gebouw, dat geen open gebouw is, is geen ventilatie aanwezig, tenzij er sprake is van beperkte ventilatie (inclusief groot gebouw) of kunstmatige ventilatie. Indien er geen ventilatie aanwezig is, moet er rekening worden gehouden met een zogenaamde zone-verzwaring.

15 juni: Andries Brakke spreekt op Prenne 42

Leestijd: < 1 minuut

Hoe ver staan we met de Explosieveiligheidsdocumenten? Zijn alle Explosieveiligheidsdocumenten/ATEX-dossiers opgesteld en in orde met het K.B. van 4 december 2012? Wat moet de preventieadviseur hier inbrengen?

Tijdens Prenne 42 in Gent spreekt Andries Brakke over bovenstaande onderwerpen.

Datum: 15 juni 2017
Tijd: 11.05-11.55 (Module 3)
Kosten: € 25,- per sessie, € 249,- all-in
Plaats: Flandres Expo, Gent

Download de folder (PDF) van Prenne 42 voor meer informatie en inschrijven.

Per 1 juli 2017 CE-markering op kabels verplicht

Leestijd: 2 minuten

Nog ruim een maand en dan wordt CE-markering op kabels verplicht. Alle kabels die in Europa in bouwwerken worden geïnstalleerd moeten dan zijn voorzien van een CE-markering met bijbehorende documenten waarin hun brandklasse wordt aangegeven. Op 1 juli 2017 wordt namelijk de Europese Bouwproducten Verordening (Construction Products Regulation, CPR) van kracht.  Voor het bepalen van deze classificatie dienen fabrikanten hun gebouwbekabeling te laten testen en CE-markeren volgens de Europese norm NEN-EN 50575.

NEN 8012

Kabels die niet met een brandklasse zijn gemarkeerd en nog vóór 1 juli op de markt worden gebracht, mogen ook na deze datum nog in gebouwen worden geïnstalleerd.
De Nederlandse norm NEN 8012 geeft in Bijlage D aan welke kabels de brandveiligheidseigenschappen hebben die horen bij de verschillende CE-markeringsklassen.

Bouwbesluit

Het verschilt per Europees land welke eisen er worden gesteld aan de brandklasse van bekabeling in een gebouw of ruimte. Dit is mede afhankelijk van de gebruiksfunctie. In Nederland zijn deze eisen vastgelegd in het Bouwbesluit.

Uitzondering voor machinekabels

Machinekabels vallen niet onder CPR, in principe ook wanneer machines een groot deel van het gebouw innemen. De kabels voor de gebouw-gebonden (permanente) installaties zoals bijv. verwarmingsinstallaties, ventilatie installaties, koelinstallaties en vaste verlichting vallen wel onder het toepassingsgebied van CPR en hiervoor is de NEN 8012 beschikbaar voor het vaststellen van de classificatie.

Veelgestelde vragen over CE-markering op kabels

De Nederlandse kabelfabrikanten, verenigd in Fedet, hebben een lijst met veelgestelde vragen op de website geplaatst, omdat zij merkten dat er, ook in Nederland, nog veel onduidelijkheid is over dit onderwerp.

Bron: dit bericht verscheen eerder op de website van NEN

Cursus CE-coördinator

Meer leren over CE-markering op kabels? De  3-daagse training CE-coördinator legt de basis voor de CE-markering voor producten en/of projecten. Deze training is bedoeld om u het overzicht te geven en op de hoogte te brengen van de voorschriften in het kader van CE-markering. We behandelen de verplichting tot het CE-markering van producten in de breedste zin, dus van speelgoed tot machines en van rolstoel tot explosieveilige lamp. Ook de nieuwe verordening over CE-markering op kabels wordt behandeld.

Meer informatie en aanmelden >>

ATEX gaszones: ventilatie in de buitenlucht en een open gebouw

Leestijd: 4 minuten

Leestijd: 4 minuten Bij installaties die in de buitenlucht zijn opgesteld wordt er meestal van uitgegaan dat er voldoende luchtbeweging is, waarbij de luchtsnelheid zelden kleiner is dan 0,5 m/s. Belangrijk hierbij is dat er geen wezenlijke hindernissen aanwezig zijn.

Nieuw: ATEX basiscursus IEC Ex 001

Leestijd: < 1 minuut

Vanaf juni 2017 kunt u bij IAB Ingenieurs de ATEX basiscursus IEC Ex 001 volgen. Deze 2-daagse cursus werd al gegeven als onderdeel van de 4-daagse cursus ATEX 153 Explosieveiligheidsdocument. Wij kregen echter dusdanig veel verzoeken voor een cursus waarin met name de basisprincipes van ATEX worden behandeld, dat wij hebben besloten deze cursus apart aan te bieden.

De cursus ATEX Ex 001 duurt twee dagen en is apart te volgen, maar ook nog steeds als onderdeel van de 4-daagse ATEX 153 training (explosieveiligheidsdocument). De ATEX 153 EVD training is een combinatie van Ex 001 (basisprincipes) + Ex 002 (zones bepalen). Ex 001 en Ex 002 zijn dus zowel apart als in combinatie te volgen.

Na de cursus nemen wij een toets af, waarmee u het officiële IEC Ex 001 examen bij DEKRA kunt volgen.

De eerste volgende Ex 001 training is op 22 en 23 juni 2017 in Appingedam.

ATEX basiscursus IEC Ex 001

demo stofexplosie in 1 m3 vat met breekplaat

 

Toetsing van het Explosieveiligheidsdocument

Leestijd: 2 minuten

In de praktijk worden vaak de volgende vragen gesteld:

Wie mag een explosieveiligheidsdocument opstellen?

Is toetsing van het explosieveiligheidsdocument verplicht?

Het explosieveiligheidsdocument kan worden gezien als een onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf. Zie artikel 3.5c van het Arbobesluit:

De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico’s die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en evaluatiebedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.

Iedereen mag een RI&E en dus ook een explosieveiligheidsdocument opstellen. In de Arbowet worden geen deskundigheidseisen genoemd. De RI&E en ook het EVD moet echter wel worden getoetst, dit kan door een kerndeskundige, zoals een gecertificeerde hogere veiligheidskundige, arbeidshygiënist, arbeids- en organisatiedeskundige, bedrijfsarts of een gecertificeerde arbodienst. Indien een kerndeskundige zelf de RI&E heeft opgesteld, kan het toetsen achterwege blijven, hoewel dit laatste niet wenselijk is.

Toetsing  van het explosieveiligheidsdocument: waar kijk je naar?

Bij een toetsing van de RI&E in het algemeen of een EVD in het bijzonder wordt met name gekeken naar:

  • volledigheid: check het EVD middels een controlelijst of deze compleet is
  • betrouwbaarheid: komt het EVD overeen met de werkelijkheid
  • actualiteit: wordt de actuele situatie weergegeven en zijn de nieuwste voorschriften toegepast

Een explosieveiligheidsdocument kan worden beschouwd als een verdiepende RI&E en ook deze moet worden getoetst. Er bestaan echter verschillende soorten toetsingen. Voor bedrijven met ten hoogste 40 uur arbeid per week en ten hoogste 25 werknemers zijn er uitzonderingen.

De toetsing van het explosieveiligheidsdocument dient te geschieden door een hierboven genoemde kerndeskundige die op het gebied van explosieveiligheid voldoende kennis heeft. In de Leidraad RIE-Toets  (zie download) staat dit nader omschreven. De aantoonbaarheid van voldoende kennis op het gebied van explosieveiligheid kan bijvoorbeeld doordat de kerndeskundige in het bezit is van IECEx persoonscertificaten.

Zelfstandig gecertificeerde deskundigen staan geregistreerd in het register van Hobéon SKO (Hoger Veiligheidskundige, Arbeidshygiënist en Arbeids- & Organisatiedeskundige),

Beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones

Leestijd: 3 minuten

Het beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones is soms een lastige zaak. Toch kunnen we op voorhand al wat zaken op een rijtje zetten om deze beoordeling wat overzichtelijker en eenvoudiger te maken.
In eerste instantie is een inventarisatie noodzakelijk van de aanwezige mechanische apparatuur in de diverse ATEX zones en het bouwjaar van deze apparatuur.
Daarna moet worden bekeken of de mechanische apparatuur zelf middels een ontstekingsanalyse moet worden beoordeeld, of dat de fabrikant van de mechanische apparatuur al een ontstekingsanalyse heeft gemaakt. Dit laatste is dan te herkennen aan de Ex-markering op de apparatuur, welke voor mechanische apparaten met een bouwjaar na 2003 verplicht is.

Beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones (bouwjaar voor 2003)

In het overzicht hieronder is te zien (samenvatting uit het ATEX vouwboekje, zie download), dat oude mechanische apparatuur (bouwjaar voor 2003) door de gebruiker zelf beoordeeld moet worden op basis van een ontstekingsanalyse.

IAB

mechanische apparatuur en atex

Nieuwe mechanische apparatuur (bouwjaar na 2003) heeft een ATEX codering, de fabrikant heeft dan de ontstekingsanalyse gemaakt. De gebruiker moet enkel nagaan of het apparaat goed is geïnstalleerd en onderhouden. De gebruiksaanwijzing en de certificaten moeten worden geraadpleegd om te zien of de apparatuur goed is geïnstalleerd en of het juiste onderhoud wordt uitgevoerd.

Apparatuur met een bouwjaar voor 2003 moet door de gebruiker middels een ontstekingsanalyse zelf worden beoordeeld. Het is natuurlijk ook mogelijk om de oorspronkelijke fabrikant hiervoor te raadplegen. Er zijn een aantal normen waarin een dergelijke ontstekingsanalyse als voorbeeld is opgenomen, dat zijn:

  • EN 15198: Methodiek voor de risicobeoordeling van niet-elektrisch materieel en onderdelen bedoeld voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen
  • ISO 80079-36 / -37: Explosieve atmosferen – Deel 36: Niet-elektrische uitrusting voor gebruik in explosieve atmosferen / Deel 37: Niet-elektrische uitrusting voor gebruik in explosieve atmosferen – Niet-elektrisch beveiligingstype voor constructieveiligheid ‘c’, beheersing van ontstekingsbronnen ‘b’, onderdompeling in vloeistof ‘k

Hoe maak je een ontstekingsanalyse?

Het maken van een ontstekingsanalyse voor oude apparatuur is voor zone 2 en 22 relatief eenvoudig. Conform “de geest van ATEX” mogen in zone 2 en 22 tijdens normaal functioneren van het apparaat geen ontstekingsbronnen aanwezig zijn. Dit is in de praktijk vaak ook niet het geval, met uitzondering van statische elektriciteit. Hier moet altijd goed op worden gelet, aangezien dit een ontstekingsbron is die juist bij normaal functioneren wel aanwezig kan zijn. Het aanwezig zijn van hete oppervlakken, mechanische vonken, etc. is bij normaal functioneren van apparatuur meestal uitzonderlijk.

Een ontstekingsanalyse voor zone 1 en 21 of 0 en 20 is een complexe zaak, omdat we dan ook rekening moeten houden met verwachte of abnormale storingen in een apparaat. Bij deze analyse kunnen we o.a. gebruik maken van de ISO 80079-36 / -37. Nu zal een inschatting moeten worden gemaakt welke storingen er allemaal mogelijk zijn en wanneer deze zich kunnen voordoen.

Op basis van bovengenoemde indeling kunt u in de praktijk alvast een selectie maken van apparatuur en zich daarna concentreren op de lastige situaties.
In onze training ATEX mechanische apparatuur en ontstekingsanalyse behandelen we bovengenoemde thema’s en maken we aan de hand van praktijkvoorbeelden diverse analyses. Meer info >>>>

 

IAB

magneet gekoppelde pomp (cursus ATEX mechanisch / ontstekingsanalyse)

Op de foto zien we een gedeeltelijk gedemonteerde pomp in het kader van een ontstekingsanalyse van een magneetgekoppelde pomp tijdens de cursus ATEX Mechanische apparatuur. Om inzichtelijk te maken met welke aspecten we te maken te krijgen bij de ontstekingsanalyse gaan we na welke ontstekingsbronnen er mogelijk zijn en wanneer deze zich kunnen voordoen.

Een goed inzicht in de werking maakt het mogelijk om een juiste ontstekingsanalyse te maken. Dit betekent natuurlijk niet dat u in de praktijk alles moet los draaien!

Door te werken met bepaalde typicals kunt u in de praktijk doorgaans snel te werk gaan met de beoordeling van mechanische apparatuur.

Nieuwe ontstekingsbronnen na reparaties

Bij reparaties aan mechanische apparatuur moet altijd middels een ontstekingsanalyse worden nagegaan of er nieuwe ontstekingsbronnen mogelijk zijn. Bij substantiële wijzigingen is er sprake van een nieuw apparaat, dat eerst volgens ATEX gecertificeerd moet worden.

Veel fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones

Leestijd: 2 minuten

We zien met regelmaat fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones. De beschermingswijze Ex d is een methode waarbij vonkende apparatuur in een zodanig sterke omkasting wordt geplaatst, dat bij een eventuele explosie in de kast, deze niet kapot gaat en er geen vlammen en vonken naar buiten komen. Dit betekent dat drukvaste kasten goed gesloten moeten zijn. Dus een drukvaste kast openen terwijl de spanning er nog op staat is uit den boze. Een drukvaste kast met een UTP aansluiting er in, is daarom vragen om moeilijkheden. Dit gaat dus al fout in de engineeringsfase. Vaak worden ook de verkeerde wartels toepast. Een Ex e wartel in een Ex d behuizing kan niet, wel als een Ex d behuizing een Ex e aansluitcompartiment heeft.

fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones

vlamspleet dicht gekit

Voorbeelden van fouten bij drukvaste behuizingen

Andere voorbeelden van problemen bij Ex d behuizingen zijn:

  • de Ex d behuizing is veel te vol, doordat er apparatuur bij in is geplaatst
  • de Ex d behuizing is te dicht op andere apparatuur geplaatst, waardoor er onvoldoende vrije ruimte voor de vlamspleten aanwezig is (voor Ex d flenzen)
  • de pasvlakken van een Ex d behuizing zijn beschadigd, waardoor de vlamspleten te groot zijn geworden
  • doordat vet in de boutgaten is gekomen, zijn de bouten niet meer volledig in het schroefdraad gedraaid, hierdoor zijn de vlamspleten weer te groot
  • het draad is beschadigd, zodat de bouten niet volledig konden worden aangedraaid
  • het plaatsten van motorbeveiligingen in een Ex d behuizing is vragen om problemen. Als deze motorbeveiliging regelmatig moet worden gereset, moeten de bouten regelmatig uit de drukvaste behuizing, dat is vragen om problemen. Betere oplossing was geweest: een Ex d motorbeveiliging in een Ex e behuizing, standaard te verkrijgen.
  • siliconenkit tussen de pasvlakken
  • verven van de naden
  • verlopen gebruikt bij het toepassen van blindstoppen
  • 2 verlopen gebruikt bij het toepassen van wartels
  • Ex e blindstoppen.

LET OP!: het openen van Ex d behuizingen valt onder de gedetailleerde inspectie volgens IEC 60079-17. Alvorens men behuizingen in ATEX zones kan openen, dient de situatie gasvrij en elektrisch veilig te zijn verklaard en te zijn vrijgegeven.

Cursus ATEX Inspecteur

Meer leren over ATEX Inspecties? Volg dan onze 3-daagse cursus ATEX Inspecteur.

bouten verschillend aangedraaid in een Ex d kast

bouten verschillend aangedraaid in een Ex d kast

CE-coordinator audit vragen over CE-certificering

Leestijd: 2 minuten

CE-certificering van producten, zoals bijvoorbeeld van machines, heeft op diverse disciplines een invloed, zoals ontwerp en ontwikkeling, inkoop, verkoop, productie, testen, transport, montage en inbedrijfname, onderhoud en reparatie.
De CE-coördinator speelt een centrale rol in het CE-certificeringsproces. In de praktijk komt het regelmatig voor dat één persoon de CE-certificering maar even moet regelen. Dat is een vrijwel ondoenlijke taak, aangezien het CE-certificeringsproces op vele disciplines binnen een bedrijf een invloed heeft. We hebben een niet uitputtende lijst gemaakt met 15 vragen om het CE-certificeringstraject te toetsen.

15 vragen om het CE-certificeringstraject te toetsen

  1. Is de CE-coördinator betrokken bij het opstellen van productiespecificaties en/of projectspecificaties?
  2. Is de CE-coördinator betrokken bij het opstellen van offertes en contracten voor wat betreft productveiligheid en CE-markeringsvoorschriften?
  3. Is de CE-coördinator betrokken bij projecten en kan de CE-coördinator een actieve rol innemen bij verschillende toeleveranciers?
  4. Wordt de CE-coördinator geïnformeerd door de ontwerpafdeling over veiligheidsgerelateerde zaken?
  5. Wordt er gestructureerd vastgesteld welke CE-richtlijnen van toepassing zijn en welke conformiteitsprocedure moet worden gevolgd voor het project of product?
  6. Wordt de risicobeoordeling uitgevoerd met medewerking van de CE-coördinator en wordt de risicobeoordeling uitgevoerd volgens een bepaalde methode en procedure?
  7. Wordt er bij projecten met meerdere machines of onderdelen ook een algehele risicobeoordeling gemaakt?
  8. Wordt door de CE-coördinator gecontroleerd of de documentatie, zoals de risicobeoordeling, gebruiksaanwijzing, montagehandleiding en technisch dossier volledig en compleet is?
  9. Is er een overleg met inkoop, zodat de ingekochte machines of onderdelen reeds aan de gestelde veiligheidsvoorschriften voldoen? Denk hierbij ook aan de inkoop van gebruikte machines.
  10. Is de CE-coördinator betrokken bij de CE-certificering van machines die uitsluitend voor eigen gebruik zijn bedoeld?
  11. Wordt bij wijzigingen of verandering en aan machines ook de CE-coördinator op de hoogte gebracht?
  12. Wordt de CE-coördinator op de hoogte gebracht van afwijkingen of problemen in het kader van veiligheid die zich tijdens het testen of inbedrijfnemen van producten voordoen?
  13. Wordt de CE-coördinator op de hoogte gebracht van ongevallen of bijna ongevallen of gevaarlijke situaties?
  14. Is er terugkoppeling vanuit de service afdeling wanneer het gaat om veiligheidsgerelateerde storingen of storingen die gevaarlijke situaties met zich meebrengen?
  15. Hebben de medewerkers van de verschillende disciplines, zoals inkoop, verkoop, ontwerp, etc. de juiste en passende (bij) scholing in het kader van CE of veiligheid gehad?

Wordt uw CE-certificering volgens de wettelijke voorschriften uitgevoerd?

Heeft u één of meerdere vragen met “nee” beantwoord dan kan is het zeer wel mogelijk dat het CE-certificeringsproces niet volgens de wettelijke voorschriften wordt uitgevoerd. Dit zal nader bekeken moeten worden en mogelijk is er een actie noodzakelijk.

15 audit vragen over CE-certificering

Leer meer over het CE-certificeringtraject tijdens de training CE-coördinator

Het gehele CE-certificeringsproces en de implementatie in het management van CE-certificering komt uitgebreid aan de orde in onze 3-daagse training CE-coördinator.

 

Ageing en Explosieveilige apparatuur

Leestijd: 2 minuten

Ageing of veroudering van explosieveilige apparatuur is een aspect waar zeker rekening mee moet worden gehouden. Ageing omvat niet alleen de veroudering van apparatuur, maar ook alle aspecten die de beschermingswijze tegen ontsteking aan kan tasten. Denk hierbij aan slijtage, corrosie, onjuist gebruik (omgevingsfactoren) of onvoldoende onderhoud.
Bij de BRZO inspecties (Seveso bedrijven) gaat ageing een inspectie-onderdeel worden, aangezien diverse installaties met onder andere ATEX zones en explosieveilige apparatuur al vanaf de jaren “60 in bedrijf zijn. Een gedetailleerde inspectie volgens de IEC 60079-17 is zeker noodzakelijk indien de “oudere” Ex apparatuur al langere tijd niet is geïnspecteerd.

De Ex-inspecteur zal voldoende kennis moeten hebben van de diverse beschermingswijzen tegen ontsteking, om als zodanig een oordeel te kunnen geven over oude explosieveilige apparatuur. Naast de inspectielijsten, zoals deze in de IEC 60079-17 worden genoemd, zal ook praktisch gezien naar de veroudering van de apparatuur moeten worden gekeken.

Voorbeelden van veroudering die de beschermingswijzen direct of indirect kunnen aantasten zijn o.a.:

  • gescheurde pakkingen (uitgedroogd / gebroken / verpulverd)
  • scheuren in kunststof behuizingen, waardoor vocht binnen kan treden
  • afgebroken bouten of deksels, die vanwege corrosie niet meer normaal los te krijgen zijn
  • gecorrodeerde vlamspleten van drukvaste behuizingen (Ex d)
  • sterk gecorrodeerde behuizingen
  • gebroken wartels doordat deze door UV-straling en kabelspanning gescheurd zijn

Bovengenoemde gebreken dienen in relatie tot de ATEX zone volgens een plan van aanpak te worden aangepakt. Vervanging van de apparatuur is lang niet altijd noodzakelijk, reparaties kunnen worden uitgevoerd aan explosieveilige apparatuur, mits ook hier weer voldoende deskundigheid aanwezig is. De norm IEC 60079-19 behandelt het aspect van reparatie van explosieveilige apparatuur.

De deskundigheid van de ATEX inspecteur kan worden aangetoond met een afgelegd IECEx examen volgens module 007/008. Indien gewenst kan de inspecteur ook een persoonscertificaat aanvragen. Dergelijke IECEx competenties zijn niet wettelijk verplicht, maar worden ten zeerste aanbevolen.

Meer informatie over onze 3-daagse, praktijkgerichte ATEX inspectietraining.

ATEX elektrische installaties IEC 60079-14 / AREI: 3-daagse cursus start 18 januari 2017

Leestijd: < 1 minuut

Op 18, 19 en 27 januari 2017 geeft IAB Ingenieurs, in samenwerking met Adinex, weer de cursus elektrische installaties IEC 60079-14 / AREI. Deze 3-daagse ATEX cursus wordt gehouden in Herentals (Antwerpen, België). De cursus kan los worden gevolgd, of als module binnen onze 14-daagse ATEX Masterclass.

ATEX elektrische installaties cursusIn de cursus ATEX Elektrische installaties / AREI richten we ons op de nieuwe versie van de IEC 60079-14 die eind 2013 is gepubliceerd. Aan de hand van theorie en praktijkvoorbeelden gaan we de diverse eisen uit deze normen bekijken. Tevens gaan we in op de toepassing van specifieke apparatuur, zoals frequentieregelaars, elektromotoren, verlichting, etc. Ook komt het onderhoud en reparatie aan de orde. Wat mag u nog wel repareren en wat mag niet meer?

Voor wie

Deze training is bedoeld voor engineers, technische dienst medewerkers en verder iedereen die ATEX apparatuur moet kiezen en/of aanleggen. Elektrotechnische voorkennis op middelbaar niveau is vereist, hetzij verkregen door scholing of door praktijkervaring. Cursisten met werktuigbouwkundige achtergrond kunnen deze training ook prima volgen indien in de praktijk elektrotechnische kennis en ervaring is verkregen.

[button link=”http://www.iabingenieurs.nl/product/cursus-atex-elektrische-installaties-iec-60079-14-arei-3-dagen/”]Meer informatie en aanmelden voor de cursus ATEX elektrische installaties[/button]

Training CE-Coördinator (3 dagen)

Leestijd: < 1 minuut

Op woensdag 18 januari starten we weer met de praktijkgerichte training CE-coördinator.

Deze 3-daagse cursus is met name bedoeld om inzicht te krijgen in de eisen en voorschriften uit de diverse CE-richtlijnen. Ook leren we hoe CE-markering een plaats kan krijgen in de organisatie, zodat “CE gaat werken!”

CE-coördinatorWe beschouwen alle CE-richtlijnen die er momenteel zijn, zodat de cursist een inschatting kan maken welke CE-richtlijnen relevant zijn. Daarna gaan we in detail naar de diverse voorschriften kijken.

We staan met name stil bij de diverse taken en verantwoordelijkheden die in het CE-proces gedefinieerd kunnen worden. Hiermee krijgt de CE-coördinator of projectleider of engineer grip op de zaak, zodat de CE-certificering tot een goed einde kan worden gebracht en kan worden onderhouden.

Voor wie is de cursus CE-coördinator bedoeld?

De training CE-coördinator is zowel voor CE-coördinatoren in de producten-omgeving als ook voor projectleiders of engineers van grote projecten geschikt.

Deze training is een goede basis voor onze overige CE trainingen. De cursus CE-coördinator kan ook als onderdeel van de  CE-Masterclass Machinebouw worden gevolgd.

 

Meer informatie over het cursusprogramma en aanmelden>>

Cursus Drukapparatuur

Leestijd: < 1 minuut

Vrijdag 16 december 2016 organiseren we de cursus drukapparatuur. De wijzigingen die in 2016 zijn doorgevoerd in het Warenbesluit Drukapparatuur komen natuurlijk uitgebreid aan de orde. Meer informatie >>>>

Cursus Gebruiksaanwijzingen schrijven

Leestijd: < 1 minuut

Op maandag 12 december 2016 organiseren we weer de cursus Gebruiksaanwijzingen schrijven. Voor vrijwel ieder product is een gebruiksaanwijzing of instructie verplicht. Of het nu gaat om een tafellamp, een machine, een explosieveilige pomp, speelgoed, etc.

Het schrijven van goede en bondige gebruiksaanwijzingen is een hele kunst. Kijk voor meer informatie op de cursuspagina, >>>>

Verificatiedossier ATEX

Leestijd: 2 minuten

Bij de installatie van elektrische apparatuur in explosiegevaarlijke gebieden hoort ook het opstellen van een verificatiedossier. De IEC 60079-14 beschrijft wat er allemaal in dat dossier aanwezig dient te zijn. Is dit verificatiedossier dan hetzelfde als een explosieveiligheidsdocument?
Nee, een explosieveiligheidsdocument omvat meer, o.a. de zonering en het organisatorische aspect dient veel breder te worden beschreven in het explosieveiligheidsdocument.

Het verificatiedossier, zoals dat is beschreven in de IEC 60079-14 is gericht op elektrische installaties in explosiegevaarlijke gebieden. Naast de documentatie, zoals deze verplicht is voor niet-gevaarlijke gebieden, dient het verificatiedossier de volgende informatie te bevatten, voor zover van toepassing (bron: IEC 60079-14 §4.2):
A. Omgeving

  1. documenten met betrekking tot de gevarenzone-indeling (zie IEC 60079-10-1 en IEC 60079-10-2) met situatieschetsen waarop de gevarenzone-indeling en de omvang van de gevaarlijke gebieden zijn weergegeven, met inbegrip van de zone-indeling (en de maximale toegelaten dikte van de stoflagen indien het gevaar het gevolg is van stof);
  2. beoordeling van de gevolgen van het optreden van ontsteking;
  3. gasgroepen en stofgroepen;
  4. temperatuurklasse of ontstekingstemperatuur van het desbetreffende gas of de desbetreffende damp;
  5. de materiële kenmerken, zoals elektrische weerstand, de minimale ontstekingstemperatuur van de stofwolk, de minimale ontstekingstemperatuur van de stofafzetting en de minimale ontstekingsenergie van de stofwolk;
  6. uitwendige invloeden en omgevingstemperatuur.

B. Apparatuur

  1. handleidingen van de fabrikant voor de keuze, installatie en inspectie voor eerste inbedrijfstelling;
  2. documenten voor elektrisch materieel met voorwaarden voor het gebruik, bijvoorbeeld materieel waarvan de certificaatnummers zijn voorzien van het achtervoegsel ‘X’;
  3. een document dat het intrinsiek veilige systeem beschrijft;
  4. details van elke relevante berekening, bijvoorbeeld van spoeltijden voor instrumenten of analyseruimten;
  5. verklaring van de fabrikant of deskundige persoon.

C. Installatie

  1. informatie die noodzakelijk is voor een correcte installatie van het geleverde materieel in een vorm die geschikt is voor het personeel dat voor deze activiteit verantwoordelijk is (zie de aanwijzingen in IEC 60079-0);
  2. documentatie met betrekking tot de geschiktheid van het materieel voor het gebied en de omgevingsomstandigheden waaraan het wordt blootgesteld, bijvoorbeeld temperatuurwaarden, beschermingswijze, IP-waarde, corrosievastheid;
  3. schema’s waarop de typen en nadere gegevens van elektrische leidingen en toebehoren zijn weergegeven;
  4. documenten met selectiecriteria voor kabelinvoersystemen die aantonen dat wordt voldaan aan de eisen voor de desbetreffende beschermingswijze;
  5. tekeningen en schema’s met betrekking tot de identificatie van stroomketens;
  6. verslagen van de inspectie voor eerste inbedrijfstelling;
  7. verklaring van installateur/erkend persoon, waaruit de kwalificatie blijkt van de bekwaamheid van de personen met betrekking tot het ontwerp, keuze en opstelling van het materieel.

Het verificatiedossier kan worden beschouwd als een technisch dossier van de installatie. Het verificatiedossier kan beter worden gezien als een onderdeel van het explosieveiligheidsdocument. Het explosieveiligheidsdocument omvat meer zaken, denk aan:

  1. beschrijving van de arbeidsplaats en de aanwezige werkplekken
  2. beschrijving van de procédé’s en activiteiten van het bedrijf
  3. beschrijving van de gebruikte stoffen
  4. weergave van de resultaten van de risicobeoordeling
  5. weergave van de technische maatregelen ter voorkoming van explosiegevaar
  6. weergave van de organisatorische maatregelen ter voorkoming van explosiegevaar
  7. verantwoordelijkheden
  8. coördinatieverplichting

Het verificatiedossier geeft hoofdzakelijk een weergave van de technische maatregelen ter voorkoming van explosiegevaar.

Installaties worden volgens ATEX niet beschouwd als een nieuw product dat onder de ATEX 114 richtlijn valt. Dit in tegenstelling tot machines, een samenstel van machines kan in sommige gevallen weer als een nieuwe machine worden beschouwd. ATEX 114 kent dat principe niet.

Onder IECEx is het mogelijk om een certificaat voor een installatie te verkrijgen. De Certificatie Body zal dan uiteraard het verificatiedossier willen beoordelen.

Wijziging warenwetbesluit machines: machinistenliften

Leestijd: 2 minuten
IAB

machinistenlift

Op  19-09-2016 vond de wijziging Warenwetbesluit machines: machinistenliften plaats. In artikel 6fa van het Warenwetbesluit machines zijn de keuringsverplichtingen voor hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenverkeer opgenomen. Hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer die deel zijn van een machine (verder te noemen: machinistenliften) worden in het zesde lid (nieuw) uitgezonderd van het eerste lid van artikel 6fa van het Warenwetbesluit machines.

Waar komen machinistenliften in de praktijk voor?

Machinistenliften komen in de praktijk voor in torenkranen. Het gebruik van machinistenliften in torenkranen is vergelijkbaar met het gebruik van deze machinistenliften in bijvoorbeeld havenkranen. Door deze uitzondering wordt de keuring van machinistenliften in torenkranen in lijn gebracht met de gangbare praktijk bij andere machinistenliften.

Wat kost het keuren van een machinistenlift?

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, die door de minister van SZW is aangewezen, blijft betrokken bij de keuring voor de ingebruikneming na elke herstelling of wijziging op de arbeidsplaats. Deze wijziging levert de sector een financieel voordeel op. De Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport (verder te noemen: TCVT) heeft aangegeven dat het gaat om ongeveer 150 machinistenliften die in een torenkraan worden toegepast. Een keuring van dergelijke machinistenlift kost volgens TCVT ongeveer € 350,– per keuring.

De wijziging Warenwetbesluit machines: machinistenliften leidt tot een theoretische besparing voor de sector per jaar van € 105.000,–, namelijk het vervallen van twee keuringen voor 150 werktuigen à € 350,– per keuring. De woorden «van die machine» beogen te voorkomen dat een (losstaande) bouwlift die mede wordt gebruikt voor onderhoud, ook onder de uitzondering valt.

Wijzingen warenwetbesluit drukapparatuur juni 2016

Leestijd: 2 minuten

Op 22 juni 2016 is het nieuwe Warenwet Besluit Drukapparatuur gepubliceerd. De nieuwe richtlijn drukapparatuur (2014/68/EU) is geïmplementeerd en er zijn bijzondere wijzigingen doorgevoerd voor de nieuwbouw van drukapparatuur en ook voor drukapparatuur dat al in gebruik is.
als ook de gebruiksfase. Meer leren over de laatste wijzigingen, volg dan onze cursus PED. Meer info, klik hier.

PED richtlijn 2014/68/EU per 19 juli 2016 definitief
De oude drukapparatuur richtlijn 97/23/EG is per 19 juli 2016 komen te vervallen. Het nieuwe Warenwetbesluit drukapparatuur geeft nu invulling aan de nieuwe richtlijn 2014/68/EU.
Een deel van de richtlijn 2014/68/EU was al in 2015 in werking getreden, dit betrof o.a. de groepsaanduiding. Het kan zijn dat stoffen in een zwaardere of lichtere categorie zijn gaan vallen.

Afkortingen (A)AKI of (A)KVG
De afkortingen (A)AKI of (A)KVG zijn vervangen door de EU of NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie (CBI) en EU of NL-keuringsdienst van gebruikers (KvG). De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt ook vaak de Notifed Body genoemd.
De toevoeging EU en NL is bedoeld om het duidelijk te maken of het gaat om een Europese of nationale instantie.

Het begrip “”Druksysteem”” is komen te vervallen
Het begrip druksysteem komt niet meer voor. Dat is nu geregeld door de definitie van fabrikant aan te passen. Als fabrikant wordt ook beschouwd een natuurlijke of rechtspersoon die een drukapparaat of samenstel gebruikt voor eigen doeleinden. De oorspronkelijke definitie is nu hiermee uitgebreid.
Een druksysteem moet worden beoordeeld door een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en niet meer door een nationale keuringsinstantie.

Ingrijpende wijzigingen
Ingrijpende wijzigingen aan drukapparatuur onder toezicht van een Inspectiedienst van de Gebruiker en AKI is niet meer mogelijk. Ingrijpende wijzigingen moeten nu door een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie (EU-CBI) worden beoordeeld. De vraag is natuurlijk: wat is ingrijpend?

Overgangstermijnen
Het kan zijn dat drukapparatuur en samenstellen onder het nieuwe besluit niet meer onder de zorgplichtbepaling vallen en de gebruiker verplicht is tot herkeuring in de gebruiksfase. Een eerste herkeuring moet dan zijn uitgevoerd voordat de vaste keuringstermijn is verlopen, gerekend vanaf 19 juli 2016.
Het Warenwetbesluit 2016 is op 19 juli 2016 in werking getreden.

Intrekking Warenwetregeling
De Warenwetregeling is op 19 juli 2016 ingetrokken.

Correcties Warenwetbesluit 2016
Op 19 september zijn in het Staatsblad 341 de volgende wijzigingen gepubliceerd:
Het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 wordt als volgt gewijzigd:

  1. In artikel 28, eerste lid, onderdeel a, wordt «25» vervangen door: 24.
  2. In artikel 31, eerste lid, onderdeel a, wordt «26» vervangen door: 25.

Up-to-date zijn met de nieuwe regels? Volg dan onze cursus drukapparatuur, zie >>>>

Preventiemedewerker en ATEX

Leestijd: 2 minuten

Op 13 september 2016 is door de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangenomen voor een wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in 2017. Een van de wijzigingen is onder andere de rol van de preventiemedewerker. De preventiemedewerker krijgt onder andere als taak om te adviseren aan en samen te werken met de bedrijfsarts en de andere arbodienstverleners. Het is belangrijk dat een preventiemedewerker ook mee kan denken en adviseren op het gebied van explosierisico’s. Voor een bedrijf met significante explosierisico’s zou het kennisniveau van de preventiemedewerker moeten liggen op dat van de IECEx05 module 001 en 002.

ATEX in de praktijk

Het hebben van IECEx certificeringen is geen wettelijke verplichting. De kennis kan ook zijn verkregen door praktijkervaring of anders gevolgde trainingen. Aan de andere kant geeft een IECEx certificering wel de zekerheid en aantoonbaarheid dat het juiste kennisniveau is behaald, want achter de IECEx certificeringen zit een systeem met vastgestelde eindtermen en onafhankelijke procedures voor examinering.

Module 001 is de zogenaamde basismodule. In deze module wordt het gehele spectrum van explosieveiligheid belicht. Zowel de ATEX zoneringen, de apparatuur, ventilatie, inspectie, onderhoud, etc. komt aan de orde.

Module 002 gaat specifiek in op het vaststellen van ATEX zones. Voor de preventiemedewerker wordt de 002 module als zeer belangrijk geacht. In de praktijk komen we soms overmatige ATEX zoneringen tegen, waardoor er onwerkbare situaties ontstaan. De preventiemedewerker kan meedenken en adviseren is de keuze van ATEX zones en de omvang van de zones.

Meer informatie over de ATEX training Ex001 en Ex002 >>>>