Machine of geen machine?

Leestijd: 2 minuten

Is een product een machine of geen machine volgens de definitie van de machinerichtlijn? Dat is een belangrijke vraag in het kader van CE-markering.

IAB Ingenieurs

stootbuffer op treinspoor

Op de foto is een stootbuffer te zien bij het einde van een spoor op een treinstation. De buffers zijn cilinders die middels een persluchtvat op een druk worden gehouden van circa 3 bar. Dit systeem is een machine, aangezien het aangedreven bewegende delen bevat. Dus CE-markering verplicht.
De machinerichtlijn (2006/42/EG) geeft in artikel 2 de definitie van een machine:

Artikel 2 (2006/42/EG) Definities:
– een samenstel, voorzien van of bestemd om te worden voorzien van een aandrijfsysteem — maar niet op basis van rechtstreeks gebruikte menselijke of dierlijke spierkracht —, van onderling verbonden onderdelen of componenten waarvan er ten minste één kan bewegen, en die samengevoegd worden voor een bepaalde toepassing.

De stootbuffers zijn bewegende delen en worden aangedreven door de trein die er tegen aan kan botsen en door de persluchtdruk in het systeem. Hiermee wordt voldaan aan de definitie van de machinerichtlijn.

Daarnaast is het natuurlijk mogelijk dat dit systeem ook onder andere richtlijnen valt. In dit voorbeeld zijn ook nog van belang:

  • drukvaten van eenvoudige vorm (2014/29/EU)
  • drukapparatuur richtlijn (2014/68/EU) (PED).

In dit voorbeeld zal de richtlijn drukvaten van eenvoudige vorm van toepassing zijn. Het vat heeft een ontwerpdruk van 5 bar en een volume van 300 liter. P x V = 1500 bar.l.  Het vat bevat perslucht als medium.

De ondergrens waarbij de richtlijn drukvaten van eenvoudige vorm van toepassing is ligt op 50 bar.l., dus is de richtlijn drukvaten van eenvoudige vorm van toepassing. Het drukvat zal bij inkoop moeten zijn voorzien van een CE-markering op basis van deze richtlijn. Zou dit vat door de bouwer van dit systeem zelf gemaakt worden, dan dient de bouwer een certificering te regelen van het drukvat volgens de richtlijn drukvaten van eenvoudige vorm. Hiervoor is een Notified Body (keuringsinstantie) noodzakelijk.

De drukapparatuur richtlijn (2014/68/EU) is niet van toepassing, aangezien het leidingwerk onder het zogenaamde artikel 4 lid 3 valt en de cilinder op basis van stijfheid, sterkte en stabiliteit buiten de werkingssfeer van de richtlijn drukapparatuur valt.

Conclusie voor dit voorbeeld:

  • drukvat: CE op basis van drukvaten van eenvoudige vorm
  • gehele systeem: CE op basis van de machinerichtlijn.

Vraagstukken wel of geen zijn CE zijn soms behoorlijk complex. De CE-scan, dat is een vragenlijst (zie download), geeft in eerste instantie een goede indicatie, maar daarna is in de meeste gevallen verdieping noodzakelijk door de tekst van de richtlijnen te bekijken.

Meer leren over CE-markering in basis of weer actueel op de hoogte gebracht worden van de CE-richtlijnen, volg dan onze training CE-coördinator. Meer info >>>>

P.s. de nieuwe richtlijn drukapparatuur (PED) (2014/68/EU) is op 19 juni 2016 definitief van kracht geworden en vervangt daarmee de versie 97/23/EG. In 1 dag weer actueel op de hoogte worden gebracht, volg dan onze PED-cursus, meer info >>>>

Nieuwe normen voor trappen, bordessen en kooiladders

Leestijd: 2 minuten

De normenserie EN ISO 14122 deel 1 tot en met 4 is vernieuwd.

De nieuwe versies zijn 5-7-2016 gepubliceerd, maar nog niet opgenomen in de lijst met geharmoniseerde normen voor de machinerichtlijn(versie 13-05-2016) (zie ander bericht hierover). Dat zal op korte termijn gebeuren, waarbij er een overgangstermijn zal zijn voor het gebruik van de huidige EN ISO 14122 normen.

Vragen over de hoogte van relingen, klaphekjes bij kooiladders, tredeafstanden van trappen, etc. komen aan de orde in deze normen. De gehele serie is in het Engels te verkrijgen via www.nen.nl of via www.evs.ee (€50,–).

Voor bouwers van trappen, kooiladders en bordessen rondom machines is het toepassen van deze normen belangrijk. Helaas moeten we in de praktijk best wel veel opmerkingen maken over te lage relingen, relingen met nauwe openingen tussen de leuningen, ontbreken van hekjes bij de uitloop van kooiladders. Het naderhand herstellen van dit soort zaken is lastig en tijdrovend, terwijl het direct goed had gekund. Dus neem deze normen een keer door.

De oude versie van de EN ISO 14122 (2001, 2004, A1:2010) geven nog steeds het vermoeden van overeenstemming. De nieuwe versies zullen binnenkort geharmoniseerd worden, dan wordt ook de overgangstermijn bekend.

In een volgende nieuwsbrief zullen we de verschillen tussen de oude en nieuwe versie van de EN ISO 14122 nader toelichten.

Blijf automatisch op de hoogte via onze nieuwsbrief

Automatisch op de hoogte blijven van het laatste CE-nieuws? IAB stuurt maximaal elke 14 dagen een e-mail met het laatste nieuws over CE. We delen geen gegevens met derden, en uitschrijven kan op elk gewenst moment.

This contact form is deactivated because you refused to accept Google reCaptcha service which is necessary to validate any messages sent by the form.

Veel oudere normen voor veiligheidsbesturingen niet meer geharmoniseerd

Leestijd: < 1 minuut

Medio 2016 zijn diverse oudere normen voor veiligheidsbesturingen niet meer geharmoniseerd. Dit betekent dat de nieuwe versies van de normen moeten worden gebruikt en deze dienen ook op de EU-verklaring van overeenstemming te worden vermeld. Geharmoniseerde normen geven immers het vermoeden van overeenstemming met de betreffende CE-richtlijn.

Een aantal voorbeelden:

  • EN ISO 13849-1:2008 voor veiligheidsbesturingen op machines (PL) > het vermoeden van overeenstemming is vervallen op 30-06-2016 vanaf die datum moet de EN ISO 13849-1:2015 worden gebruikt.
  • EN ISO 13850:2008 voor noodstops > het vermoeden van overeenstemming is vervallen op 31-05-2016, vanaf die datum moet de EN ISO 13850:2015 worden gebruikt.
  • EN 953:1997 voor afschermingen > het vermoeden van overeenstemming is vervallen op 31-05-2016, vanaf die datum moet de EN ISO 14120:2015 worden gebruikt.

Het bijhouden van normen en zorgen dat de actuele versies worden toegepast en op de certificaten worden genoemd is typisch een taak van de CE-coördinator. Hiervoor moet de lijst met normen worden geraadpleegd, klik hier voor download.

In deze lijst zien we achter de normen een drietal kolommen:

  1. de eerste kolom geeft aan vanaf welke datum de nieuwe versie geharmoniseerd is,
  2. de tweede kolom geeft de oude norm weer
  3. de derde kolom geeft aan tot welke datum de oude norm nog het vermoeden van overeenstemming geeft.

Ook kan worden gekeken via de websites van de normalisatie-instituten of de laatste versies van de normen worden gebruikt. Sommige normalisatie-instituten geven een automatische melding wanneer een norm is vervallen.

Een nieuwe versie van de norm is niet direct geharmoniseerd, zie het voorbeeld van de EN ISO 14122 >>>>

Weer actueel op de hoogte worden gebracht op het gebied van veiligheidsheidsbesturingen voor machines (PL/SIL), volg dan onze 2-daagse training, meer info >>>>

Nieuwe ATEX 114 gids

Leestijd: 2 minuten

In april 2016 is de nieuwe gids voor de ATEX 114 richtlijn gepubliceerd. Deze gids is met name bedoeld voor fabrikanten, importeurs en distributeurs van explosieveilige apparatuur. Er zijn veel toelichtingen bijgekomen, de oude gids telde 76 pagina’s, terwijl de nieuwe gids 236 pagina’s heeft. Ook een aantal technisch inhoudelijke zaken zijn aangepast, waarover later meer in andere berichten. In de nieuwe gids is ook de ATEX 114 richtlijn opgenomen. We hebben de belangrijkste wijzigingen op een rijtje gezet.

De vorige versie van de gids, december 2013, was gebaseerd op de oude ATEX 95 richtlijn (94/9/EG). De nieuwe gids is aangepast aan de nieuwe ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU). De opzet van de gids is nu gelijkaardig als die van bijvoorbeeld de machinerichtlijn. Per artikel van de richtlijn, weergegeven in een rood kader, wordt in paragrafen een toelichting gegeven.

ATEX in de praktijk

De belangrijkste wijzigingen:

  1. op alle overwegingen (de “preamble”) van de ATEX 114 richtlijn is een korte toelichting gegeven
  2. uitgebreidere toelichting op “safety devices”; o.a. een nieuwe toelichting over motor-beveiligingsschakelaars, vloeistofpompen en mechanical seals (§36)
  3. uitgebreidere toelichting over componenten (§46 – 48)
  4. nieuwe toelichtingen bij definities, zoals bedoeld gebruik (§52), beschikbaar stellen op de markt (§53), importeur, distributeur, etc. (§57 – 66)
  5. toelichting bij de verplichtingen voor de essentiële eisen (§71 – 74)
  6. uitgebreide uitleg bij producten waarop niet de originele fabrikantennaam wordt vermeld (“private label” of “De facto manufacturer”). (§77)
  7. verplichtingen voor importeurs en distributeurs (§81 – 85)
  8. toelichtingen omtrent aanwijzingen van notified bodies (§98 – 132)
  9. uitgebreidere toelichting voor markering van componenten (§149)
  10. nieuwe toelichtingen bij de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van bijlage 2 van de ATEX 114 richtlijn (§152 – 177)
  11. toelichtingen bij de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures (bijlage 3 – 9) (§178 – 226)
  12. de inhoud van de EU verklaring van overeenstemming (bijlage 10) (§227) LET OP: vanaf 20 april 2016 dient de EU-verklaring van overeenstemming te voldoen aan de eisen van bijlage 10)
  13. toelichtingen omtrent specifieke apparatuur, zoals inertisering, spuitcabines, filters, silo’s, gasturbines, stoomturbines, pompen, kabels, mechanical seals, elevatoren, heftrucks, vervoerbare overdrukcabines, automatische smeersystemen, tracing, motorbeveiliging, WiFi, opslagruimtes. Deze toelichtingen zijn niet allemaal nieuw, maar ze zijn nu toegevoegd aan de gids (§241 – 256).

Meer leren over certificering van ATEX apparatuur in grote lijnen, volg dan onze 3-daagse training CE-coördinator, meer info >>>>.

Meer leren over certificering van ATEX apparatuur in detail, volg dan onze 3 daagse training ATEX mechanische apparatuur en ontstekingsanalyse, meer info >>>>

Nieuwe ATEX normen mechanische apparatuur geharmoniseerd

Leestijd: < 1 minuut

De nieuwe ATEX normen mechanische apparatuur, de EN ISO 80079-36 en -37 zijn sinds 12-08-2016 geharmoniseerd. De normen zijn nu opgenomen in de lijst met geharmoniseerde normen voor de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU). Voor certificering van mechanische apparatuur voor explosieve omgevingen geven de toepassing van de EN ISO 80079-36/37 normen nu het vermoeden van overeenstemming.

Het gebruik van de EN 13463 normen geeft nog tot 31.10.2019 het vermoeden van overeenstemming. Na 31.10.2019 moet de ATEX certificering van mechanische apparatuur volgens de nieuwe normen zijn uitgevoerd. Vanaf 12.08.2016 is certificering reeds mogelijk, dus een overgangstermijn van ruim 3 jaar.

Begin op tijd met analyseren van de nieuwe ATEX normen mechanische apparatuur

Geadviseerd wordt om vroegtijdig te beginnen met een analyse van de wijzigingen en de nodige aanpassingen conform de nieuwe EN ISO 80079-36/-37 normen.

Cursus mechanische apparatuur in ATEX omgevingen

Wil je meer leren over de certificering van mechanische apparatuur in ATEX omgevingen (volgens de nieuwe EN ISO 80079-36/-37)? Volg dan onze 3-daagse training Mechanische apparatuur ontstekingsanalyse.

 

 

Nieuwe CE-richtlijnen vanaf 20 april 2016

Leestijd: 2 minuten

In 2014 zijn een tiental nieuwe CE-richtlijnen gepubliceerd, waarvan de meeste op 20 april 2016 definitief van kracht zijn geworden. Bij de meeste nieuwe CE-richtlijnen is er technisch inhoudelijk niet zoveel veranderd, maar gaat het meer om een herschikking of betere afstemming van de teksten. Wat wel is veranderd, zijn de verantwoordelijkheden van de verschillende marktdeelnemers, zoals fabrikant, importeur en distributeur.

In grote lijnen lijken de nieuwe CE-richtlijnen sterk op elkaar wat betreft de verschillende definities van de marktdeelnemers. Een distributeur is gedefinieerd als ‘een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de fabrikant of de importeur, die een product op de markt aanbiedt’. ‘een product’ wordt naargelang de richtlijn ingevuld als “elektrisch materieel”, “een explosieveilig apparaat”, “een veiligheidscomponent voor liften”, etc. Bij specifieke richtlijnen zijn er verschillen, zoals bijvoorbeeld de richtlijn liften, welke behalve de fabrikant, de gemachtigde, de importeur en de distributeur ook de installateur als marktdeelnemer definieert.

De overeenstemmingsbeoordelingsprocedures  zijn voor zover mogelijk ook geharmoniseerd. De verplichtingen van de verschillende marktdeelnemers (fabrikant, importeur, distributeur, gemachtigde) en de eisen voor aangemelde instanties zijn op een meer uniforme manier vastgelegd. De essentiële eisen waaraan producten moeten voldoen, zijn vrijwel onveranderd.

De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de marktdeelnemers. Markttoezicht is strenger geregeld en er zijn ook meer eisen voor de traceerbaarheid van producten.

De wijzigingen zijn vooral belangrijk voor importeurs en distributeurs: wanneer ze een product onder hun eigen naam of merknaam in de handel brengen, worden ze immers als fabrikant beschouwd, met alle verplichtingen van dien.

De volgende richtlijnen zijn nieuw:

  • explosieven voor civiel gebruik (2014/28/EU)
  • drukvaten van eenvoudige vorm (2014/29/EU)
  • elektromagnetische compatibiliteit (2014/30/EU)
  • niet-automatische weegwerktuigen (2014/31/EU)
  • meetinstrumenten (2014/32/EU)
  • liften en veiligheidscomponenten voor liften (2014/33/EU)
  • apparaten en beveiligingssystemen voor gebruik op plaatsen met ontploffingsgevaar (2014/34/EU)
  • laagspanningsrichtlijn (2014/35/EU)
  • radioapparatuur (2014/53/EU)
  • drukapparatuur (2014/68/EU).

De richtlijn radioapparatuur is op 13 juni 2016 van kracht geworden en is inhoudelijk ook aangepast.

De richtlijn drukapparatuur (PED) is op 19 juli 2016 van kracht geworden, terwijl een deel van de richtlijn drukapparatuur (indeling in groepen, al of niet gevaarlijke stoffen) is al van kracht vanaf 1 juni 2015. Meer leren over de laatste wijzigingen in de PED richtlijn, volg dan onze cursus PED, meer informatie >>>>

 

nieuwe Blue Guide voor CE-markering

Leestijd: 2 minuten

In juli 2016 is een nieuwe versie van de zogenaamde Blue Guide verschenen (Publicatieblad EU C272 26 juli 2016). In 2015 was ook al een nieuwe versie gepubliceerd, dit als vervanging van de versie van 2000. In de jongste versie van de Blue Guide (juli 2016) zijn een aantal kleine zaken aangepast ten opzichte van de versie van 2015, waarvan hieronder een overzicht.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de Blue Guide het aangewezen document is om in basis de CE-markering te leren kennen. Veel basisbegrippen worden uitgelegd in de Blue Guide en in veel gevallen wordt de gids ook gebruikt om diverse bepalingen uit de CE-richtlijnen juist te interpreteren. Onderwerpen, zoals: wie is de fabrikant?, wat is in de handel brengen?, wanneer is CE-markering verplicht?, hoe verloopt een CE-certificering? etc. komen uitgebreid aan bod in de gids.

In de training CE-coördinator komen we op een praktische wijze uitgebreid op de begrippen van de Blue Guide terug. Meer informatie over de training CE-coördinator vind u hier.

De belangrijkste wijzigingen Blue Guide versie juli 2016 ten opzicht van de versie van 2015

  • Paragraaf 2.3: uitbreiding in het kader van online verkoop van producten
  • Paragraaf 2.4: uitbreiding voor invoeren van producten uit landen buiten de EU
  • Paragraaf 2.10: nieuw toegevoegd over de EU-verklaring van overeenstemming
  • Paragraaf 3.1: toevoegingen in het kader van de definitie van fabrikant bij invoer van producten en toevoeging van definitie van installateur bij liften
  • Paragraaf 3.1: toelichting uitgebereid voor instructies en veiligheidsinformatie
  • Paragraaf 3.4: nieuwe toelichting voor bestelhuizen (in het kader van online verkopen)
  • Paragraaf 3.5: nieuwe toegevoegde paragraaf over elektronische handel
  • Paragraaf 4.1.2.5 / 6: uitbreiding van de toelichting bij bezwaar of intrekking van geharmoniseerde normen
  • Paragraaf 4.4: toevoeging voor ondertekening van EU-verklaring van overeenstemming bij vertalingen
  • Paragraaf 5.2.7: is komen te vervallen, ging over instellingen en keuringsdiensten van gebruikers
  • Paragraaf 5.3.2.2: uitbreiding in het kader van accreditatie
  • Paragraaf 5.3.4: toevoeging in het kader van monitoring van aangemelde instanties
  • Paragraaf 6.2 / 6.4.1 / 6.4.2: toevoeging in het kader van accreditatie
  • Pargraaf 7.2.: aanvullingen in het kader van toezicht door markttoezichtautoriteiten
  • Paragraaf 7.3 en volgende: nieuw toegevoegde paragraaf over douanecontroles van producten afkomstig uit derde landen (deze informatie stond in al in de gids in een andere paragraaf), nieuwe nummering van de paragrafen en herschikking
  • Bijlage 1: diverse aanpassingen bij de verwijzingen naar richtlijnen

Verder bevat de nieuwe versie van de Blue Guide vele kleine aanpassingen en wijzigingen, zoals toevoeging van voetnoten, aanpassingen in website vermeldingen, etc.

De gids kunt u via deze link downloaden: NL  /  ENG  /  Duits

Aanbod ATEX cursussen 2017

Leestijd: 2 minuten

Ook in het voorjaar van 2017 geeft IAB Ingenieurs weer verschillende ATEX cursussen. Wil je meer leren over ATEX zones, ontstekingsanalyse of het explosieveiligheidsdocument? Meld je dan aan voor een ATEX cursus van IAB Ingenieurs. De meeste cursussen duren drie of vier dagen. Je kunt ook alle cursussen modulair volgen als ATEX Masterclass.

Hier onder volgt een overzicht van de data van de ATEX cursussen en trainingen die gepland staan voor 2016/2017/2018. Dit overzicht is onder voorbehoud. Definitieve cursusdata staan bij de cursussen zelf vermeld.

Cursuslocatie ATEX trainingen

IAB Ingenieurs verzorgt ATEX opleidingen op eigen trainingslocaties in Appingedam (Nederland) en Herentals (België).

 

Overzicht data ATEX cursussen

ATEX 153 Explosieveiligheidsdocument training

Do 6, Vr 7, Do 20, Vr 21 april 2017 Herentals
Ma 11, Di 12, Ma 25, Di 26 september 2017 Appingedam
Do 9, Vr 10, Do 23, Vr 24 november 2017 Herentals
Do 5, Vr 6, Do 19, Vr 20 april 2018 Herentals
Ma 10, Di 11, Ma 24, Di 25 september 2018 Appingedam
Do 22, Vr 23, Do 29, Vr 30 november 2018 Herentals
Do 11, Vr 12, Do 25 en Vr 26 april 2019 Herentals
Ma 9, Di 10, Ma 23 en Di 24 september 2019 Appingedam

 

ATEX Mechanische apparatuur en ontstekingsanalyse

Do 11, Vr 12 en Vr 19 mei 2017 Herentals
Do 7, Vr 8 en Vr 15 december 2017 Appingedam
Do 17, Vr 18 en Vr 25 mei 2018 Herentals
Do 6, Vr 7 en Vr 14 december 2018 Appingedam

 

ATEX elektrische installaties IEC 60079-14 / AREI

Do 8, Vr 9 en Vr 16 juni 2017 Herentals
Do 5, Vr 6 en Vr 13 oktober 2017 Appingedam
Do 7, Vr 8 en Vr 15 juni 2018 Herentals
Do 4, Vr 5 en Vr 12 oktober 2018 Appingedam

 

ATEX Inspecteur / IEC 60079-17

Do 14, Vr 15 en Vr 29 september 2017 Herentals
Do 16, Vr 17 en Do 30 november 2017 Appingedam
Do 13, Vr 14 en Vr 28 september 2018 Herentals
Ma 12, Di 13, Ma 26 november 2018 Appingedam

 

Masterproef

Ma 16-1-2017 Appingedam
Vr 3-11-2017 Herentals
Ma 15-1-2018 Appingedam
Vr 9-11-2018 Herentals
Ma 14-1-2019 Appingedam
Vr 8-11-2019 Herentals
Ma 13-1-2020 Appingedam

Nieuwe normen voor explosieveilige mechanische apparatuur ISO 80079-36/-37

Leestijd: < 1 minuut

De nieuwe normen voor explosieveilige mechanische apparatuur zijn nu definitief gepubliceerd. Het betreft de ISO 80079-36 en -37. Beide delen zijn nog niet geharmoniseerd onder de ATEX 114 richtlijn, maar dat zal binnenkort gaan gebeuren. Daarna is er nog een overgangstermijn, waarbij de huidige EN 13463 nog kan worden gebruikt. Tot dusver zijn de EN 13463 normen nog geharmoniseerd onder de nieuwe ATEX 114 richtlijn.

Nieuwe norm betreft gewijzigde markering beschermingswijze

Met de nieuwe ISO 80079-36/-37 gaat er veel veranderen, met name wat betreft de markering van de beschermingswijze. De beschermingswijze wordt straks aangeduid met de letter “h”. De specifiek toegepaste beschermingswijzen c, b, k moet dan worden genoemd in de gebruiksaanwijzing.

Cursus explosieveilige mechanische apparatuur

Voor fabrikanten van mechanische apparatuur, zoals pompen, actuatoren, tandwielkasten is het verstandig om nu alvast kennis te nemen van de nieuwe normen, zodat t.z.t. de producten kunnen worden aangepast op de nieuwe eisen. In onze training ATEX voor mechanische apparatuur komt dit uitgebreid aan de orde.

Belangrijk onderwerp van de normen voor mechanische apparatuur blijft nog steeds de ontstekingsanalyse. In de normen zijn voorbeelden opgenomen hoe een dergelijke ontstekingsanalyse er uit kan zien.

De normen zijn o.a. via www.evs.ee te verkrijgen voor circa 20 euro / stuk.

ATEX: Hoe gevaarlijk is de mens als ontstekingsbron?

Leestijd: < 1 minuut

Op 24 mei 2016 wordt de actualiteitenseminar BRZO georganiseerd in Maarssen. Tijdens deze seminar houden Andries Brakke en Filip Verplaetsen een lezing met als onderwerp:

Hoe gevaarlijk is de mens als ontstekingsbron in ATEX zones?

BRZO 2016 ATEX: Hoe gevaarlijk is de mens als ontstekingsbron?Tijdens deze lezing, die ongeveer een half uur duurt, worden de volgende onderwerpen behandeld:

  • Hoe geeft u ATEX zones aan?
  • Hoe voorkomt u dat de mens een ontstekingsbron wordt?
  • Het belang van communicatie over ATEX regels binnen de organisatie en naar contractors
  • Welke spelregels en afspraken zijn van belang?
  • Waar wordt op gelet bij het verstrekken van een (ATEX)-werkvergunning?
  • Hoe wordt gecontroleerd of een ieder zich aan de afspraken houdt?

 

Wanneer: 24 mei 2016
Waar: Inn Style Maarssen, Herenweg 55, 3602 AN Maarssen

Klik hier voor het volledige programma en toegangskaarten

cursus ATEX Mechanische apparatuur en onstekingsanalyse start 19 mei a.s.

Leestijd: < 1 minuut

Op 19, 20 en 27 mei 2016 start de eerstvolgende cursus ATEX Ontstekingsanalyse en Mechanische Apparatuur. De cursus vindt plaats in Herentals (Antwerpen, België).

IAB IngenieursIn deze ATEX training richten we ons helemaal op het uitvoeren van een ontstekingsanalyse. We passen dit met name toe op mechanische apparatuur en op ATEX zones, zoals deze zijn beschreven in het explosieveiligheidsdocument Naast de van toepassing zijnde normen, zoals de NEN EN 13463, gaan we aan de slag met een ontstekingsanalyse.

Zodra er sprake is van een zonegebied, dienen alle apparaten met een potentiële ontstekingsbron te voldoen aan de eisen van ATEX 95/114. Dit is van grote invloed op met name mechanische apparaten. Pompen, kleppen, mengers, filters, draaisluizen, luchtmotoren, etc. die in een zonegebied worden geplaatst dienen te zijn voorzien van een ATEX CE certificering.

De ATEX 95/114 richtlijn vereist een ontstekingsanalyse voor wat betreft het explosiegevaar voor nieuwe producten en installaties. In de meeste gevallen is een beoordeling wat betreft het aanwezig zijn van een explosieve atmosfeer en ontstekingsbronnen noodzakelijk.

Voor wie is de cursus ATEX onstekingsanalyse en mechanische apparatuur bedoeld?

Deze training is bedoeld voor fabrikanten en gebruikers van mechanische apparaten die geschikt moeten zijn voor explosiegevaarlijke gebieden.

In het explosieveiligheidsdocument zal ook bij iedere ATEX zonering moeten worden aangegeven welke ontstekingsbronnen mogelijk aanwezig kunnen zijn en wat de kans van optreden is. Op basis van deze ontstekingsanalyse worden dan passende maatregelen genomen.

[button link=”http://www.iabingenieurs.nl/product/cursus-atex-mechanische-apparatuur-ontstekingsanalyse-3-dagen/”]Meer informatie over deze cursus en aanmelden[/button]

Fout van brugwachter of plakkend relais?

Leestijd: 2 minuten

Afgelopen week (maart 2016) was in de rechtbank van Groningen de zitting omtrent de aanvaring van een vrachtschip met de Dorkwerderbrug (Groningen) in 2013. Het Openbaar Ministerie achte bewezen dat de brugwachter een fout heeft gemaakt tijdens de bediening. Technici van de Provincie Groningen houden een plakkend relais ook voor een mogelijke oorzaak.

Misschien wordt het nooit bewezen, maar fouten in de besturing kunnen uiteraard van technische en/of menselijke aard zijn. Of is uiteindelijk alles een menselijke fout?

Bij besturingen van machines wordt vaak gesproken over 2 soorten fouten:

  • random hardware failures: falen op een willekeurig tijdstip van de hardware, als gevolg van een of meerdere degradatiemechanismen
  • systematic failures: systematische fouten door onjuist opgestelde specificaties, onjuiste keuze van componenten, etc.
IAB IEC 60204-1

basiskennis IEC 60204-1

Het voorkomen van systematic failures is doorgaans lastig. Wanneer we al jaren zaken op een bepaalde manier doen en deze methode is niet juist, dan komen we daar pas achter tijdens een calamiteit of als een collega ons hier op wijst of tijdens training, etc.

Met een relais dat plakt wordt in deze context bedoeld een relais waarbij de contacten verkleefd zijn, zodat bij een aansturing van het relais het contact niet wordt verbroken en bijvoorbeeld een motor blijft draaien. Verkleefde relaiscontacten kunnen ontstaan door te hoge belastingen (stromen) of door hoge piekstromen door capaciteiten of inducties in de stroomketen. De juiste keuze van een relais is dus belangrijk. Derhalve leggen we in onze IEC 60204-1 training ook zeker de basis van elektrische veiligheid uit.

Zodra we spreken over een veiligheidsbesturing krijgen we te maken met de zogenaamde Performance Levels of SIL. Dit stelt weer extra eisen aan het veiligheidscircuit. Hierbij wordt al gauw gekozen voor een veiligheidsrelais of een veiligheidsPLC.

Meer leren over de elektrische installaties op een machine, volg dan onze IEC 60204-1 training en/of de training ISO 13849 voor veiligheidsbesturingen. Meer info >>>>

Uitspraak in deze rechtszaak volgt over 2 weken.

IEC 60204-1: wie heeft er nog nooit een elektrische schok gehad?

Leestijd: 2 minuten

Deze vraag stellen we regelmatig tijdens onze “60204-1” training. Helaas zijn er maar weinig deelnemers die kunnen aangeven dat ze nog nooit een elektrische schok hebben gehad. De sterke verhalen liggen dan op de loer, zoals: “ik heb zelfs een schok overleeft van 400 Volt” (hoewel dit laatste nog niet zo gemakkelijk is). De IEC 60204-1 geeft aan hoe we machines moeten beschermen tegen het gevaar van een elektrische schok.

IEC 60204-1

In hoofdstuk 6 van de IEC 60204-1 lezen we hoe personen kunnen worden beschermd tegen een elektrische schok. Allereerst wordt er onderscheidt gemaakt tussen:

  • directe aanraking (directe aanraking van onder spanning staande delen)
  • indirecte aanraking (aanraakbare metalen delen die door een isolatiedefect onder spanning zijn komen te staan)
IAB IEC 60204-1

nul is een actieve geleider

Bescherming tegen directe aanraking wordt verkregen door:

  • onder spanning staande delen in te bouwen in omhulsels, zodat ze niet aanraakbaar zijn.
  • toepassen van isolatie.
  • bescherming tegen restspanningen, die na het uitschakelen van de voeding nog langere tijd aanwezig kunnen zijn.
  • toepassen van extra lage spanning (PELV)

Bescherming tegen directe aanraking is niet zo moeilijk, maar toch komen we in de praktijk veel fouten tegen. Meestal kabels niet niet goed zijn ingevoerd, afdekkappen die ontbreken, slechts gedeeltelijke afdekking, etc. Ook wordt nog wel eens vergeten dat ook de (blauwe) nul een actief deel is en dus ook beschermd moet zijn tegen directe aanraking.

Bescherming tegen indirecte aanraking wordt verkregen door:

  • voorkomen dat een gevaarlijke aanraakspanning ontstaat
    • toepassen van dubbele isolatie of versterkte isolatie
    • toepassen van elektrische scheiding
  • IAB IEC 60204-1

    uitschakeltijden automaten

    automatisch uitschakelen van de voeding binnen een hele korte tijd, de fase(n) worden onderbroken, nadat een isolatiefout is opgestreden. Van belang hierbij zijn:

    • het type stelsel van de voeding (TN, TT, IT-stelsel)
    • de impedantiewaarden (“weerstand”) van de “aarding”
    • de eigenschappen van de beveiligingstoestellen (automaten / “aardlek”). De uitschakeling dient binnen een bepaalde tijd plaats te vinden, meestal binnen 0,4 seconden.

De beveiliging tegen indirecte aanraking vraagt doorgaans om basiskennis van de elektrotechniek. Tijdens onze “60204-1” training besteden we derhalve ook aandacht aan uitleg rondom de basisprincipes, anders wordt het wel heel lastig om de IEC 60204-1 te kennen.

 

 

Tot slot: is het verplicht om de IEC 60204-1 te gebruiken bij machines?
Verplicht is het niet, want deze norm is niet verplicht om te gebruiken. Op een andere manier de elektrische veiligheid aantonen mag ook, maar wat gaan we dan gebruiken als referentie? Derhalve zeggen we: de IEC 60204-1 is geen wet, maar we beschouwen het wel als wetgeving. De IEC 60204-1 is geharmoniseerd onder zowel de machinerichtlijn als ook de laagspanningsrichtlijn.

Meer leren over elektrische veiligheid en machines? Volg dan onze IEC 60204-1 training. Klik hier voor informatie en aanmelden.

Brandgetal of Brandklasse of Brennzahl

Leestijd: 2 minuten

Het brandgetal of brandklasse (Duits: Brennzahl) is een maat voor de snelheid waarmee een vlam zich voortplant over een stoflaag. De test is genormaliseerd. Het resultaat van de test is een BZ-klasse van de betreffende stof.

Brandklasse    Brandbaarheid

BZ 1     Ontsteekt niet
BZ 2     Ontsteekt maar dooft snel
BZ 3     Plaatselijke brand of gloeinest, geen uitbreiding
BZ 4     Gloeinest breidt zich uit
BZ 5     Zich uitbreidend open vuur
BZ 6     Explosief uitbreidende verbranding

Bij de beoordeling van stofexplosiegevaren en risico’s kunnen we in sommige gevallen ook de BZ-klasse betrekken in de risicobeoordeling. Stel een ontstekingsbron is te verwachten in een stoflaag van een stof met BZ-klasse 2, dan betekent dit dat de brand snel zal doven en mogelijk een gering risico voor explosie zal geven.

brandgetal brandklasse brennzahl

test voor bepalen van brandgetal (www.adinex.be)

De uitvoering van de test ziet er als volgt uit (bron: www.adinex.be). De te testen stof wordt aangebracht op een vuurbestendige plaat in de vorm van een ononderbroken strook van ongeveer 40 mm lang en ongeveer 20 mm breed (volume ongeveer 5 ml). Een elektrisch verwarmde, gloeiende platina draad op een temperatuur van ongeveer 1000°C wordt langs één van de uiteinden van de strook gedurende ongeveer 5 seconden in de te testen stof gestoken.

De brandbaarheidsklasse wordt bepaald in overeenstemming met het verloop van de reactie.

De testen worden uitgevoerd in een geventileerd deel van het laboratorium. De luchtsnelheid op de plaats van de test is ongeveer 0,2 m/s (in dezelfde zin als de voortplantende reactie). Deze luchtstroom is noodzakelijk om de inerte gassen, die gevormd worden door de ontsteking van het product en die mogelijkerwijze het branden van de stoflaag kunnen verhinderen, af te blazen.

Indien men geïnteresseerd is in de brandbaarheid van een product bij verhoogde temperaturen (b.v. in drogingsprocessen), kan de test herhaald worden bij een verhoogde temperatuur (b.v. de bij de droging verwachte temperatuur). Dit is overbodig indien de test bij kamertemperatuur resulteerde in een brandbaarheidsklasse 6. Soms is er een opmerkelijk verschil in brandbaarheid. Om die reden moet de temperatuur waarbij de test werd uitgevoerd, vermeld worden samen met de brandbaarheidsklasse.

Deze test wordt uitgevoerd met de fractie met een deeltjesgrootte kleiner dan 250 µm.

Bouwproducten nieuwe lijst geharmoniseerde normen

Leestijd: < 1 minuut

Er is een nieuwe lijst met geharmoniseerde normen gepubliceerd voor de CE-markering van bouwproducten. Ben je IAB Member? Dan kun je de lijst downloaden via ons archief.

Is een waarschuwing voldoende?

Leestijd: 2 minuten
IAB

hekwerk dicht, personen uit de buurt

Soms proberen we met waarschuwingen mensen uit de gevaarlijke zone te houden. Dat dit in de praktijk lang niet altijd werkt mag duidelijk zijn. Uit een onderzoek naar ongevallen met machines is gebleken dat met name tijdens onderhoud, reparatie, instellen, etc. verreweg de meeste ongevallen ontstaan met machines.

Wanneer we machines inspecteren in het kader van veiligheid, dan is het normale bedrijf vaak niet zo interessant, de hekken zijn dicht en er is niemand in de gevaarlijke zone. Tijdens een storing wordt dat ineens geheel anders. Beknellingsgevaren bij trommels, transportbanden, robots, palletisers, etc. scoren hoog.

Soms blijkt een resetknop ook niet juist te zijn geplaatst. Een opening in een hekwerk, waardoor een persoon aan de binnenzijde van het hekwerk de machine weer kan resetten. Levensgevaarlijk dus en ook verboden. Bij een ernstig ongeval heeft de persoon die de resetknop op deze manier heeft bedacht best nog even wat uit te leggen en zelfs strafvervolging is niet ondenkbaar. Dat geldt ook voor de persoon die bijvoorbeeld een extra opening in een hekwerk heeft gemaakt, waardoor de resetknop bereikbaar is geworden.

 

Machines mogen met uitgeschakelde beveiligingen wel kunnen werken, maar dan dienen er aanvullende maatregelen te worden genomen. De machinerichtlijn geeft hierover het volgende aan:

Als de machine voor bepaalde handelingen moet kunnen functioneren met een verplaatste of verwijderde afscherming en/of een uitgeschakelde beveiligingsinrichting, moet de functiekeuzeschakelaar voor de bedienings- of bedrijfsmodus tegelijkertijd:

  • alle andere bedienings- of bedrijfsmodi uitschakelen;
  • de werking van gevaarlijke functies uitsluitend mogelijk maken door middel van bedieningsorganen die onafgebroken moeten worden bediend;
  • de werking van gevaarlijke functies alleen mogelijk maken in omstandigheden met een verminderd risico en daarbij elk gevaar ingevolge aan elkaar geschakelde regelingen voorkomen;
  • de werking van gevaarlijke functies door gewilde of ongewilde invloed op de sensoren van de machine, onmogelijk maken.

Hekwerken om grote installaties hebben als nadeel dat personen zich gemakkelijk binnen het hekwerk kunnen begeven, terwijl een andere persoon de machine weer kan opstarten. Het mag duidelijk zijn dat dit soort praktijken levensgevaarlijk kan zijn en zeker niet is toegestaan. Voorbeelden hoe dit fout kan aflopen zijn er meer dan genoeg.

Voor de ontwerper van machines ligt hier een niet eenvoudige taak. De ontwerper moet al tijdens het ontwerpstadium gaan nadenken over mogelijke storingen, onderhoudstaken, instelwerkzaamheden, waarvoor toegang tot een gevaarlijke zone nodig zou zijn. Ook moet goed worden nagedacht over het beveiligingsconcept, is een hekwerk wel nodig? Kunnen we niet lokaal en dicht op de machine gaan afschermen? Allemaal vragen, waarop een zo goed mogelijk antwoord moet worden verkregen.

Erg belangrijk is dan ook de risicobeoordeling. Daar dienen alle mogelijke gevaren en gevaarlijke situaties te worden beoordeeld.

IAB

ongevallen tijdens diverse gebruiksfasen

 

 

 

 

 

 

ATEX stofzones volgens ATEX 153 en stofexplosie tijdens training

Leestijd: 3 minuten
ATEX demo stofexplosie in 1 m3 vat met breekplaat

demo stofexplosie in 1 m3 vat met breekplaat

Om de veiligheid en de gezondheid van werknemers te waarborgen op arbeidsplaatsen met explosiegevaar, is de sociale ATEX 153 richtlijn van kracht. Tegenwoordig noemen we ATEX 153 > ATEX 153. Het belangrijkste deel uit de ATEX 153 richtlijn is het vaststellen van de ATEX zonering. Dat geldt zowel voor de omgeving (uitwendig) van de arbeidsplaats, als ook voor het inwendige van de procesinstallatie. Het vaststellen van de ATEX zones is soms een lastig karwei. De wet heeft het over voortdurend, af en toe of korte duur, terwijl de NPR 7910 spreekt over percentages van de bedrijfsduur.

Veilige arbeidsplaatsen volgens ATEX 153 of 153

Zone-indeling
De wet onderscheidt drie zone-indelingen voor stofexplosiegevaar:

  • Zone 20: een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een wolk brandbaar stof in lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.
  • Zone 21: een plaats waar een explosieve atmosfeer, in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht, in normaal bedrijf af en toe aanwezig kan zijn.
  • Zone 22: een plaats waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is.

Noten:
1. Lagen, afzettingen en hopen brandbaar stof worden op dezelfde wijze behandeld als alle andere mogelijke bronnen die een  explosieve atmosfeer kunnen veroorzaken.
2. Onder normaal bedrijf wordt verstaan: een situatie waarin installaties binnen de ontwerpparameters worden gebruikt.

 

De NPR 7910-2 onderscheidt ook drie zone-indelingen:

  • Zone 20 is een omgeving (inwendig of uitwendig) waar meer dan 10% van de bedrijfsduur een explosieve stofwolk aanwezig is.
  • Zone 21 is een omgeving (inwendig of uitwendig) waar meer dan tussen 0,1% en 10% van de bedrijfsduur een explosieve stofwolk aanwezig is of plaatsen waar stoflagen langer dan 8 uur aanwezig zijn.
  • Zone 22 is een omgeving (inwendig of uitwendig) waar minder dan 0,1% van de bedrijfsduur een explosieve stofwolk aanwezig is of plaatsen waar stoflagen minder dan 8 uur aanwezig zijn.

Het explosierisico is in de verschillende zones nagenoeg gelijk, omdat de maatregelen ter voorkoming van ontstekingsbronnen strenger zijn voor zone 20 dan voor zone 22.
is.

Het vaststellen van de ATEX zones is vrijwel het lastigste binnen de ATEX regelgeving. Op basis van diverse praktijkrichtlijnen, zoals de NPR 7910-2, kan een zonering worden bepaald. De omvang van de ATEX zones kan middels berekeningen, vuistregels of prakinspectie worden bepaald. Dit maakt diverse invullingen mogelijk.

Soms ontstaat er veel discussie over de percentages van de bedrijfsduur. Het beste kijken we dan naar de zone definities van de ATEX 153 richtlijn. De vraag is dan simpel: is er een voortdurende stofwolk, regelmatige stofwolk of zelden een stofwolk. Of is er langdurig een stoflaag of heel kort of helemaal niet.

Op basis van deze vragen en antwoorden kunt u de zonering bepalen. Denk verder bij de ATEX stofzones aan de onderstaande punten:

  • is het stof brandbaar?
  • wat is de inwendige en uitwendige zone?
  • is er sprake van een stof of een stofwolk of beide?
  • hoe lang is de stoflaag en / of stofwolk aanwezig?
  • hoe groot is de ATEX zones (kan middels praktijkinspectie worden vastgesteld)
  • wat is de minimale ontstekingsenergie van het stof?
  • wat is de ontstekingstemperatuur van het stof?
  • wat is de smeultemperatuur van het stof?
  • is het product elektrisch geleidend?

Leren om de ATEX zones te bepalen? Volg dan onze ATEX 4-daagse training. Zie >>>>

Wijzigingen in de nieuwe ISO 13849-1

Leestijd: 2 minuten

Eind 2015 is de derde versie van de ISO 13849-1 gepubliceerd. Met behulp van Performance Level wordt de betrouwbaarheid van een veiligheidsbesturing gedefinieerd. Over niet al te lange tijd zal deze norm geharmoniseerd worden voor de machinerichtlijn. Tot die tijd geeft de huidige versie nog het vermoeden van overeenstemming (incl. nog een overgangsfase). In de nabije toekomst zal vrijwel iedere machinebouwer met de nieuwe ISO 13849-1 te maken krijgen. Ook bij explosiebeveiligingen komen we de ISO 13849-1 tegen, dus ook in die branche zal kennis genomen moeten worden van de ISO 13849-1.

Wijzigingen in de ISO 13849-1 – Performance Level

De nieuwe versie bevat diverse wijzigingen, waarvan we hier de belangrijkste beschrijven.

  • tabel 1 uit de inleiding is niet meer aanwezig. Tabel 1 gaf een aanbeveling wanneer de ISO 13849 of de IEC 62061 kon worden toegepast. Er is een korte tekstuele omschrijving opgenomen met verwijzingen naar de ISO/TR23849 (gids voor de toepassing van de ISO 13849 & IEC 62061)  en  de ISO/TR22100-2 (relatie tussen de ISO 12100 en de ISO 13849)
  • de lijst met verwijzingen naar normen is bijgewerkt
  • een aantal definities zijn aangepast of toegevoegd, zoals “gevaarlijke situatie”, “high demand or continuous mode”, “proven in use”.
  • in figuur 1 (flowschema risicobeoordeling) en o.a. ook hoofdstuk 4.2 zijn de referenties naar de ISO 12100 actueel gemaakt
  • in 4.5.2. is de MTTFd voor cateory 4 voor ieder kanaal verhoogt tot 2500 jaar
  • het voorschrift dat bij categorie 2 de demand rate <= 1/100 van de test rate is aangevuld, zodat ook een alternatieve methode kan worden gebruikt. Dit maakt de toepassing van categorie 2 weer praktisch mogelijk
  • nieuwe paragraaf 4.5.5. met alternatieve voorschriften van de zogenaamde “out” van een veiligheidsketen ,wanneer van hydraulische, pneumatische of mechanische componenten geen betrouwbaarheidsgegevens bekend zijn. Er is een nieuwe tabel toegevoegd.
  • in bijlage A: bepaling van de PLr, is de frequentie van blootstelling (F2) aangepast van hoger dan 1x per uur, naar 1x per 15 minuten. Dit kan dus een andere uitkomst geven van Plr
  • in bijlage A is de kans van het optreden van een gevaarlijke gebeurtenis uitgebreid beschreven
  • aanpassingen in de uitgewerkte voorbeelden in bijlage I
  • aanpassingen in bijlage K met de numerieke waarden van de Performance Levels

Kortom weer diverse wijzigingen, die we in de training veiligheidssystemen voor machines uitgebreid behandelen. Klik hier voor meer informatie.

Boete na verlies van arm in een machine tijdens reinigen

Leestijd: < 1 minuut

Een landbouwbedrijf in Engeland is veroordeeld voor een ongeval waarbij een werknemer zijn arm is kwijtgeraakt. De werknemer raakte bekneld tussen de rollen van een aardappelsorteermachine.

De werknemer probeerde de rollen te reinigen van de machine terwijl de machine draaide en vaste afschermingen waren verwijderd. De werknemer zat onder de rollen waarbij tijdens het schoonmaken zijn arm in de machine werd getrokken.

De machine was niet veilig gesteld alvorens de werkzaamheden werden uitgevoerd. Aan boete en kosten was het bedrijf circa €50.000,- kwijt. Daarna moesten alsnog veilige werkmethoden worden ingevoerd en aanpassingen aan de machine worden gedaan.

De machinerichtlijn is duidelijk dat ook tijdens reinigen van machines deze werkzaamheden veilig moeten kunnen worden uitgevoerd. Zie o.a. bijlage 1 punt 1.6.5. Tevens moeten in de risicobeoordeling de gevaren tijdens reinigen worden meegenomen. In de afgelopen jaren zijn er diverse voorbeelden bekend van dodelijke ongevallen tijdens reinigingswerkzaamheden.

Indien mogelijk moeten machines gereinigd kunnen worden zonder afschermingen weg te nemen of in machines te gaan. Voorbeelden van personeel in machines, zonder dat deze zijn veilig gesteld zijn er ten over.

Kortom: vergeet tijdens de risicobeoordeling niet de gevaren tijdens het schoonmaken van de machine. Door een risicobeoordeling volgens de EN ISO 12100 te maken, gaat u op een gestructureerde manier te werk.

Meer hierover leren volg dan onze training risicobeoordelingen. Lees meer >>>>

Wijziging voor fabrikanten van ATEX apparatuur: adequate risicoanalyse en -beoordeling

Leestijd: 2 minuten

Op 20 april 2016 wordt de nieuwe zogenaamde ATEX 114 richtlijn van kracht (richtlijn 2014/34/EU). Een van de wijzigingen in de nieuwe ATEX 114 richtlijn is de bepaling dat de fabrikant een adequate risicoanalyse en -beoordeling moet uitvoeren en opnemen in het technische dossier.
De expliciete vermelding van de adequate risicoanalyse en -beoordeling betekent dat een fabrikant naar alle gevaren en risico’s moet kijken in relatie tot het product. Een adequate risicoanalyse bestaat uit het inventariseren van de gevaren en het uitvoeren van een risico-inschatting. Daarna vindt er een risico-evaluatie plaats. De totale analyse noemen we dan de risicobeoordeling. Voor machines staat deze methodiek duidelijk uitgewerkt in de NEN EN ISO 12100.

In de algemene gids voor CE-markering, de zogenaamde blue guide (blauwe gids) wordt dit nader toegelicht. De blue guide (zie download) geeft het volgende aan over de adequate risicoanalyse en -beoordeling (hoofdstuk 4.1.1):

Essentiële eisen moeten worden toegepast afhankelijk van het gevaar dat aan een bepaald product is verbonden. Fabrikanten moeten daarom een risicoanalyse uitvoeren om te bepalen welke essentiële eis op het product van toepassing is. Deze analyse moet worden gedocumenteerd en bij de technische documentatie worden gevoegd, tenzij risicobeoordeling deel uitmaakt van de geharmoniseerde norm. Als maar een deel van de geharmoniseerde norm wordt gebruikt, dan moet worden gedocumenteerd hoe met de niet volgens de norm beoordeelde risico’s wordt omgegaan.

Zelfs als de fabrikant een geharmoniseerde norm gebruikt (waarvan de titel in het Publicatieblad van de EU (PBEU) is gepubliceerd en die bepaalde risico’s beoogt te dekken), moet een risicobeoordeling worden uitgevoerd om aan de essentiële eisen te voldoen. Er kan namelijk niet van worden uitgegaan dat de geharmoniseerde norm alle eisen van alle wetgevingshandelingen (of alle eisen van de specifieke handeling waarvoor de norm is ontwikkeld) dekt en dat het product in kwestie geen andere risico’s inhoudt waarmee in de geharmoniseerde norm geen rekening is gehouden.

Hoewel de meningen verschillen omtrent de invulling van het uitvoeren van een adequate risicoanalyse en -beoordeling lijkt het ons voor de hand liggend dat van een product een goede risicobeoordeling wordt gemaakt, dus niet alleen bij machines, maar ook bij ATEX apparatuur of laagspanningsapparatuur of apparatuur dat onder de EMC-richtlijn valt, etc. Het is niet voldoende om alleen naar de specifieke richtlijn risico’s te kijken. Van het product dient een algehele risicobeoordeling te worden gemaakt en deze dient adequaat te zijn.

Wat is nu een adequate risicobeoordeling? naast het toepassen van de geharmoniseerde normen voor de specifieke richtlijnen kan een risicobeoordeling volgens de EN ISO 12100 worden uitgevoerd op ieder willekeurig product. De EN ISO is weliswaar voor machines bedoeld, maar de EN ISO 12100 beschrijft goede de methode van risicobeoordeling en bevat een goede lijst met voorbeelden van gevaren. Andere methoden mogen uiteraard ook worden gebruikt. Voor machines dient ecchter de EN ISO 12100 worden toegepast, omdat de norm geharmoniseerd is onder de machinerichtlijn.

Tot slot; de bedoeling van de adequate risicoanalyse en -beoordeling is dat er uiteindelijk een veilig product ontstaat. Meer leren over het maken van een risicobeoordeling, volg dan onze training, meer informatie >>>>>>

 

Explosie door gesmolten metaal en water

Leestijd: 2 minuten

Deze week (25-01-2016) kwam Arcelormittal in Zelzate (B) in het nieuws met een explosie die in de wijde omtrek was waargenomen. Vloeibaar metaal was in contact gekomen met water. Doorgaans ontstaan hierbij fysische explosies, welke niet onder de definitie van ATEX vallen. In sommige situaties kunnen echter ook waterstofgas en koolstofmonoxide ontstaan, hiervoor moet de temperatuur van het gesmolten materiaal voldoende hoog zijn.

Explosies die worden veroorzaakt door contact van vloeibaar metaal en water zijn bekende incidenten in de metaalindustrie. In sommige gevallen kan hierdoor ernstige schade en letsel ontstaan. Door ongecontroleerd contact tussen gesmolten metaal en water ontstaan damp-explosies welke veroorzaakt worden door de verdamping van het water hetgeen gepaard gaat met een expansie en schokgolven. In open lucht situaties de verdamping van water geeft een volume vergroting van 1700 x.

Ook kan er in het contact met water een oxidatie-reductie reactie gaan plaats vinden, waardoor waterstof wordt gegenereerd. Hiervoor moet de temperatuur van het gesmolten metaal beduidend hoger zijn (denk aan 2500 graden Celsius). Dit kan vervolgens worden ontstoken en een heftige explosie tot gevolg hebben. Bij koolstofstaal kan ook koolmonoxide ontstaan, hetgeen zeer giftig en explosief is.

Bij de hoge temperaturen kunnen de volgende reacties ontstaan:

  • water H2O vormt waterdamp H2O en een volumeterische expansie
  • Reducerend metaal + H2O vormt geoxideerd metaal + H2 en daarna kan H2 + 1/2 O2 oxideren naar H2O (explosie van waterstof)
  • C + H2O vormt CO + H2 en daarna kan CO +1/2o2 oxideren naar CO2 (explosie van koolmonide)

Tijdens diverse stadia in het productieproces kunnen bovengenoemde incidenten zich voordoen. Middels een uitgebreide risicobeoordeling en preventieve maatregelen dient ongewenst contact van gesmolten metaal en water te worden voorkomen. In de praktijk zijn diverse zeer ernstige incidenten bekend, voorbeelden zijn: explosies door een lekkend dak, water uit een lekkende ketel stroomt in een pan met vloeibaar metaal, etc.

IAB Ingenieurs

trekproef

Een incident uit eigen praktijk is de volgende.

Voor het testen van een metaallegering (tin) werden trekstaafjes gegoten in een voorverwarmde kleine mal. De mal werd daarna afgekoeld in water, waarna het trekstaafje uit de mal verwijderd kon worden. Een dergelijk trekstaafje werd daarna op de trekbank beproefd, om als zodanig de materiaaleigenschappen te bepalen. Bij een volgende proef bleek de mal teveel voorverwarmd, waardoor deze moest worden afgekoeld. Hiervoor werd de lege mal in water gedompeld. Daarna werd de vloeibare metaallegering in de mal gegoten. Het betrof hier allemaal kleine hoeveelheden, maar te raden is wat hier vervolgens gebeurd (volumevergroting van waterdamp = 1700). Het nog aanwezige water (zeer kleine hoeveelheden zijn al voldoende) in mal verdampt, waarna het vloeibare metaal uit de mal wordt gespoten. Het vloeibare metaal kwam hierbij in het gezicht van de onderzoeker. Door de vrij lage smelttemperaturen liep dit allemaal zonder blijvend letsel nog goed af. Dat daarna de procedures werden aangepast moge duidelijk zijn.

 

1&2 feb 2016: cursus machinerichtlijn en machineveiligheid

Leestijd: < 1 minuut
IAB Ingenieurs

machineveiligheid palletiseermachine

Op 1 en 2 februari 2016 organiseren we de 2-daagse training ‘Machinerichtlijn en machineveiligheid‘.
Deze training is bedoeld om u het overzicht te geven en op de hoogte te brengen van de voorschriften rondom de CE-markering voor machines en machineveiligheid.
Naast het overzicht kunnen ook alle specifieke vragen in deze cursusdag worden beantwoord. Aan de hand van het schema van de machinerichtlijn doorlopen we de diverse stappen voor de CE-certificering van machines. Diverse vragen over CE en machines komen uitgebreid aan bod: moet een gewijzigde machine een CE-markering? Moet een samengebouwde machine een CE-markering? Maken van een machine RI&E, etc.

Lees meer >>

 

Nieuwe norm voor afschermingen NEN EN ISO 14120

Leestijd: 3 minuten

Eind december 2015 is de nieuwe norm voor afschermingen op machines gepubliceerd. Vele ontwerpers zullen de NEN EN 953 kennen, met daarin eisen aan vaste afschermingen, beweegbare afschermingen, instelbare afschermingen etc. De nieuwe internationale norm ISO 14120 zal over niet al te lange tijd de EN 953 gaan vervangen. Het voordeel van de ISO 14120 is dat het een internationale norm betreft, welke dus niet alleen voor Euopese machines kan worden toegepast, maar wereldwijd.

Belangrijke wijziging
Het toepassen van een vaste afscherming of een beweegbare afscherming met een veiligheidscontact was in de NEN EN 953 gerelateerd aan een toegangsfrequentie van 1x per ploeg. Dus minder dan 1x per ploeg toegang, zou een vaste afscherming voldoende zijn. Dat werkt in de praktijk echter niet. In de nieuwe NEN EN ISO 14120 wordt gesproken over een beweegbare afscherming met veiligheidscontact bij toegang van meer dan 1x per week. Dus bij wekelijkse toegang is een beweegbare afscherming met beveiliging verplicht. Dat komt dcihterbij de praktijk, echter met een goede risicobeoordeling stelt u de keuze van beveiligingen vast. (cursus risicobeoordelingen >>>>>)

Voor een overzicht van de belangrijkste wijzigingen, lees verder:

  • hoofdstuk 1 – 4: diverse kleinere wijzigingen
  • hoofdstuk 5: vele kleinere wijzigingen zijn doorgevoerd, we noemen een aantal:
    • 5.1.7 heet nu potentiële explosieve atmosferen (note IAB: denk aan ATEX zones). De afscherming moet bij een explosie de energie veilig kunnen opvangen, in de ISO 14120 is toegevoegd dat de afscherming ook geen ontstekingsbron mag zijn.
    • 5.3 aspecten van ontwerp en constructie van afschermingen: toegevoegd bij het gebruik van gereedschap: snel-sluitingen mogen niet worden gebruikt bij het vastzetten van vaste afschermingen.
    • 5.13. “guards with electrically conductive parts”is een nieuwe paragraaf, hierin wordt aangegeven dat dergelijke afschermingen als vreemd geleidende delen moeten worden gezien en mogelijk in de potentiaal vereffening moeten worden opgenomen (zie IEC 60204-1)
    • 5.19 onverliesbare bevestigingsmiddelen: dit voorschrift stond ook al in de EN 953 (7.2), er is aan toegevoegd dat vaste afschermingen die slechts zelden verwijderend moeten worden geen vaste beschermingsmiddelen behoeven te hebben.
  • hoofdstuk 6.1: bij algemene keuze van afschermingen dient rekening te worden gehouden met voorzienbaar misbruik en/of overbrugging van de afschermingen. Rekening houden met het voorzienbare misbruik staat ook wel in de machinerichtlijn, maar dit punt wordt nog even extra onder de aandacht gebracht.
  • hoofdstuk 6.4: doordat bijlage A van de EN 953 nu is geschrapt, is hoofdstuk 6.4 aangepast. In 6.4 staan belangrijke wijzigingen. In de EN 953 stond aangegeven dat beweegbare afschermingen moesten worden toegepast indien toegang meer dan 1 keer per ploeg noodzakelijk was. In de ISO 14120 is dat veranderd naar meer dan 1x per week.
  • hoofdstuk 7: in tegenstelling tot de EN 953, dienen alle aspecten van het ontwerp en de constructie van afschermingen moeten worden onderworpen aan een verificatie
  • hoofdstuk 8: in de gebruiksaanwijzing dient onder andere te worden aangegeven dat beschadigingen/vervormingen aan afschermingen gerepareerd moeten worden indien de beschadigingen / vervormingen een negatief effect op de veiligheid hebben. Verder dient een waarschuwing in de handleiding te staan dat de bevestigingsmiddelen door gelijksoortige bevestigingsmiddelen mogen worden vervangen, zonder dat hierdoor extra risico’s ontstaan.
  • Annex A is gewijzigd en bevat niet meer het flowschema voor de keuze van afschermingen, maar afbeeldingen van afscherming en bevestigsmiddelen
  • Annex B is gewijzigd en bevat niet meer het flowschema voor de keuze van afschermingen naar aantal en plaats van gevaren, maar een beschrijving van testmethoden tegen impact op de afscherming
  • Annex C is gewijzigd (was literatuurlijst) en is nu een nieuwe bijlage in het kader van het testen van een afschermingen.
Bijlage A uit EN ISO 14120

Bijlage A uit EN ISO 14120

 

Nieuwe norm EN 12779 voor houtstof filterinstallaties

Leestijd: 2 minuten

In december 2015 is een nieuwe versie van de norm voor afzuiginstallaties voor houtstof gepubliceerd. Diverse wijzigingen zijn doorgevoerd. De scope (toepassingsgebied) van de norm is aangepast (de 6000 m3/uur grens staat er niet meer in).

Verder zijn de voorschriften voor de betrouwbaarheid van de beveiligingen nu gerelateerd aan de NEN EN ISO 13849-1. Veel beveiligingen moeten voldoen aan Performance Level c. Een voorbeeld van een ontstekingsanalyse is opgenomen.

Bijvoorbeeld: mechanische impact vonken van bijvoorbeeld metalen delen in een leiding zijn doorgaans onvoldoende sterk, indien de impact energie kleiner is dan 20 Nm (volgens EN 13463-1). Bij een luchtsnelheid van 40 m/s en een metalen onderdeel met een gewicht van 50 gram zal geen voldoende sterke impact vonken kunnen veroorzaken, immers E = 0,5 x m x V x V = 20 Nm.

Verder bevat de nieuwe norm in bijlage C een overzicht van de aanwezige ATEX zones bij houtstof filters. In een overzichtelijke tabel staan de diverse zoneringen aangegeven.

Bijvoorbeeld: aan de vuile zijde in een stoffilter is een zone 20 aanwezig, als de de frequentie van reiniging van het filter meer dan 50% van de bedrijfstijd is.
Houtstof filterinstallaties dienen te worden beschreven in het explosieveiligheidsdocument. Oude filterinstallaties dienen op risico’s te worden beoordeeld. De NEN EN 12779 kan als referentie hiervoor worden gebruikt. Nieuwe houtstof filterinstallaties dienen te voldoen aan de NEN EN 12779.

De norm is verkrijgbaar via www.nen.nl

Fabrikanten van stoffilterinstallaties zullen de norm van A tot Z tot zich moeten nemen en de wijzigingen moeten doorvoeren in hun nieuwe installaties.

Meer leren over een ATEX explosieveiligheidsdocument, volg dan onze 4-daagse ATEX training, meer informatie >>>>

houtstof afzuiging

houtstof afzuiging

Vragen en Antwoorden over de nieuwe laagspanningsrichtlijn

Leestijd: < 1 minuut

De nieuwe laagspanningsrichtlijn (2014/35/EU) zal op 20 april 2016 van kracht gaan worden. Veel producten vallen onder de laagspanningsrichtlijn, denk aan lampen, TV, keukenapparatuur, afwasmachines, elektromotoren, besturingskasten, etc. etc.
Wordt deze apparatuur van buiten de EU geïmporteerd, dan dient de importeur met naam en adres op het product te worden vermeld. Tevens dient de importeur te controleren of de CE-markering correct is aangebracht en de CE-certificering correct is uitgevoerd. Dit betekent onder andere inzage in de documentatie van de fabrikant.

Controle van een correcte CE-certificering vraagt om inzicht in het proces van CE-certificeren. Wat komt er allemaal bij kijken? We noemen een aantal belangrijke zaken:

  1. toetsing van het product aan de laagspanningsrichtlijn, dus wordt voldaan aan de eisen die in de richtlijn staan.
  2. toetsing van het product aan de hand van specifieke normen, denk aan de IEC 60204-1 voor besturingskasten of de EN 60335-2-5 voor afwasmachines, etc.
  3. de risicobeoordeling van het product
  4. de gebruiksaanwijzing en etikettering
  5. de EU-verklaring van overeenstemming
  6. het technische dossier.

Om als importeur een oordeel te geven over bovenstaande zaken zullen de relevante documenten toch op tafel moeten komen. Dit vraagt om overleg en interpretatie. In onze cursus CE-markering voor importeurs gaan we op detail niveau bekijken hoe u dit in de praktijk kunt aanpakken. Meer informatie over de cursus vindt u hier >>>>  Tevens komen in de cursus de wijzigingen in de diverse nieuwe CE-richtlijnen aan bod.

Rondom de overgang naar de nieuwe laagspanningsrichtlijn op 20 april 2016 is een document verschenen met veelgestelde vragen en antwoorden. Dit document kunt u downloaden via deze link. LET OP! Dit betreft een concept document. Bekijk anders ook eens de blauwe gids (Blue guide).

Aardgas en ATEX

Leestijd: < 1 minuut

Explosies door lekkende gasleidingen of andere oorzaken kunnen enorme schades veroorzaken. Dit getuigt de diverse explosies in huizen en flatgebouwen.
Aardgasleidingnetten zijn in vrijwel ieder bedrijf aanwezig. Sommige bedrijven hebben een aardgasreduceerstation, waar de aardgasdruk wordt gereduceerd van bijvoorbeeld 40 bar naar 8 bar. Voor verbrandingstoestellen, zoals heaters of CV-ketels wordt de druk nog verder gereduceerd, naar bijvoorbeeld 30 of 300 mbar.
In een bedrijf waar gezien de explosierisico’s een explosieveiligheidsdocument (EVD) verplicht is, dienen ook de de explosierisico’s ten gevolge van aardgas te worden beoordeeld in het EVD.
Is er geen noodzaak tot het opstellen van een EVD, dan dienen de risico’s ten gevolge van aardgas te zijn beoordeeld in de bedrijfs-RI&E (risico-Inventarisatie en -Evaluatie).
In een EVD beschouwen we de lagere drukken aardgas als geen gevarenbron in de zin van de NPR 7910-1. Hieraan zijn wel extra voorwaarden verbonden, voordat we kunnen stellen dat het geen gevarenbron is. Zo dient het aardgasleidingsysteem goed te zijn ontworpen, beproefd, onderhouden en regelmatig te worden geinspecteerd. Met name dit laatste blijft nog wel eens achterwege. Daarnaast mag bij een eventuele lekkage er geen opeenhoping van aardgas kunnen plaats vinden. Met andere woorden er dient voldoende ventilatie te zijn.

5 Mythen over stofexplosiegevaar

Leestijd: 3 minuten

Over stofexplosiegevaar gaan diverse verhalen te ronde. Zonder moeite kunnen we vele mythen gaan vertellen. Een aantal bekenden zijn:

  1. Er is veel stof nodig om een stofexplosie te veroorzaken
  2. Gasexplosies zijn veel heftiger dan stofexplosies
  3. Stof kan alleen worden ontstoken met een zeer sterke ontstekingsbron
  4. Opsluiting is een vereiste voor een stofexplosie
  5. Stoflagen kunnen niet worden ontstoken.

Alle bovenstaande mythen zijn niet waar. We zullen het nader toelichten.

1. Er is veel stof nodig om een stofexplosie te veroorzaken
Voor veel brandbare poedervormige stoffen ligt de minimum concentratie op circa 30 – 100 gram / m3. In een menger van 5 m3 is dus 500 gram voldoende, wanneer we uitgaan van een LEL van 100 gram/ m3, dat is dus weinig.

Een laagdikte van 1 mm stof met een dichtheid van 500 kg/m3 zal bij een hoogte van 5 m een stofwolk kunnen vormen van 100 gram / m3, indien homogeen verdeeld in de lucht. Ook bij hogere concentraties is er nog steeds een explosieve stofwolk aanwezig.

Vaak wordt de vraag gesteld wanneer er sprake is van een stoflaag. Daar worden dan diverse uitspraken gedaan, zoals:

  • als je je voetstappen kan zien
  • als je je naam kan schrijven in het stof
  • als je de kleur van de onderliggende vloer of laag niet kan zien
  • etc.

Laagdiktes van circa 1 mm stof zijn doorgaans ruim voldoende om een explosieve stofwolk te vormen. Dus er is niet zoveel stof nodig voor een stofexplosie. In 1992 was er een ernstige explosie in een kolenmijn in Canada. De kranten maakten melding van dikke stoflagen (30 mm) hetgeen de indruk heeft gewekt dat alleen dikke stoflagen een explosie kunnen veroorzaken, echter veel dunnere lagen zijn reeds stofexplosiegevaarlijk. In de kolenmijn ontstond eerst een gasexplosie, welke daarna het aanwezige kolenstof heeft doen opwaaien en ontstoken.

2. Gasexplosies zijn veel risicovoller dan stofexplosies
Gasexplosies zijn niet per definitie risicovoller dan stofexplosies.

Risico is de combinatie van kans en effect. In gebieden met gasexplosiegevaar is men doorgaans veel bewuster van de gevaren en risico’s dan in gebieden met stofexplosiegevaar. Ook wordt gasexplosiegevaar gevoelsmatiger als risicovoller ervaren dan stofexplosiezones. Een meelsilo direct naast een particuliere woning is gevoelsmatig een lager risico dan een grote gastank.

Gassen ontsteken over het algemeen veel gemakkelijker dan stoffen. De ontstekingsenergie van gassen is veel kleiner dan die van stoffen. Derhalve worden van oudsher al vele maatregelen genomen om vonken en hete oppervlakken te voorkomen in gebieden met gasexplosiegevaar.

De maximale explosiedruk bij gassen en stoffen zijn ongeveer even groot. Polyethyleen stof heeft een Pmax van circa 7 bar en methaan circa 8 bar.

De effecten van stofexplosies zijn doorgaans even ernstig dan die bij gasexplosies.

3. Stof kan alleen worden ontstoken met een zeer sterke ontstekingsbron
Er zijn stoffen die een zeer lage minimum ontstekingsenergie bezitten. Nog steeds groter dan die van gassen, maar er zijn stoffen met een ontstekingsenergie van circa 3 mJ. Een stofwolk van dergelijke stoffen kunnen door statische elektriciteit gemakkelijk worden ontstoken. De energie van een persoon door statische elektriciteit is circa 30 mJ. Dat is dus ruimt voldoende voor ontsteking van een stofwolk.

Een zeer sterke ontstekingsbron is lang niet altijd noodzakelijk om een stofexplosie te kunnen veroorzaken. Raadpleeg dus altijd de MIE (minimum ontstekingsenergie) van het poeder.

4. Opsluiting is een vereiste voor een stofexplosie
Opsluiting of een afgesloten ruimte is niet altijd vereist voor een stofexplosie. Een volledig open omgeving zal een zeer geringe drukopbouw geven tijdens een snelle verbranding van een stofwolk. Dit zal eerder het kenmerk hebben van een steekvlam met geringe drukopbouw. Aan de andere kant zal een afgesloten ruimte bij een snelle verbranding een grote drukopbouw geven (circa 8 bar). Tussen beide uitersten vinden we situaties waarbij een deels afgesloten ruimte een behoorlijke drukopbouw kan geven bij een snelle verbranding. Denk bijvoorbeeld aan een lange gang. Een snelle verbranding zal hier zeker voor de nodige drukopbouw zorgen, zodat we kunnen spreken van een stofexplosie. Hetzelfde geldt voor omvangrijke installaties met deels opgesloten ruimten en nauwe doorgangen. Een stofexplosie kan hier grote schade veroorzaken.

5. Stoflagen kunnen niet worden ontstoken
Stoflagen kunnen gaan smeulen en branden, dus een stoflaag kan worden ontstoken. Of een smeulende stoflaag een stofexplosie kan veroorzaken is afhankelijk van de aan wezigheid van een stofwolk. Een smeulbrand in een stoffilter, waar op een gegeven moment een stofwolk aanwezig is (tijdens schoonkloppen van het filter), kan zeker wel een stofexplosie veroorzaken.

 

Door op een correcte wijze te gaan ATEX zoneren, bijvoorbeeld volgens de NPR 7910-2, en vervolgens passende maatregelen te nemen, kunnen de risico’s voldoende worden beheerst. Vergeet zeker niet om bij iedere ATEX zone ook een ontstekingsanalyse te maken. Meer leren over het bepalen van ATEX zones, volg dan onze training ATEX Explosieveiligheidsdocument, lees meer >>>.

ernstig letsel bij nieuwe machine (geen CE-markering)

Leestijd: < 1 minuut

Een bedrijf koopt in China een niet CE-gemarkeerde machine. Doordat bewegende delen gemakkelijk te bereiken waren, verliest een medewerker 2 vingers. Lees het volledige artikel hier.
Ten eerste dienen nieuwe machines altijd CE-gemarkeerd te zijn. Wordt een machine geïmporteerd zonder de vereiste CE-markering, dan wordt de importeur verantwoordelijk voor de CE-markering. Is het niet allemaal duidelijk wie de fabrikant van een machine is, dan is het uiteindelijk de gebruiker die verantwoordelijk is voor de CE-markering van een machine.

Los van alle juridische vraagstukken zijn dit soort incidenten vrij gemakkelijk te voorkomen, door altijd een risicobeoordeling uit te voeren op nieuwe machines. Verder is het de kunst om de diverse disciplines bij elkaar te brengen, zodat in teamverband een risicobeoordeling kan worden gedaan. Voor het maken van een risicobeoordeling kunt u specifiek onze cursus risicobeoordelingen maken volgen. Vaak is het proces van risicobeoordeling maken moeizaam, omdat 1 persoon in de organisatie hiervoor verantwoordelijk wordt gemaakt. Vervolgens komen allerlei risico’s naar boven, waarvoor een oplossing moet worden bedacht. Voor een vlot verloop van dit proces is het verstandig om dit te coördineren en meerdere disciplines hierbij te betrekken. Tijdens onze 3-daagse training CE-coordinator leggen we uit hoe dit gecoördineerd kan worden.

Denk er aan, dat van alle machines (een overige arbeidsmiddelen) die op een arbeidsplaats in gebruik zijn, een zogenaamde RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie) wordt gemaakt. Dit is bijna hetzelfde als een risicobeoordeling, met dit verschil dat de risico’s niet vanaf de ontwerptafel worden beoordeeld, maar bij een reeds fysiek aanwezige machine en de omgeving.

nog 4 maanden tot de invoering van nieuwe CE-richtlijnen

Leestijd: < 1 minuut

Vanaf 20 april 2016 zijn de volgende nieuwe CE-richtlijnen van kracht:

  • 2014/28/EU explosieven voor civiel gebruik
  • 2014/29/EU drukvaten van eenvoudige vorm
  • 2014/30/EU EMC-richtlijn
  • 2014/31/EU niet automatische weegwerktuigen
  • 2014/32/EU meetinstrumenten
  • 2014/33/EU personenliften
  • 2014/34/EU ATEX
  • 2014/35/EU laagspanningsrichtlijn

Bij het verhandelen van producten die onder de bovenstaande richtlijnen vallen dienen de nieuwe regels vanaf 20 april 2016 in acht te worden genomen. Onder andere dient de importeur op het product te worden vermeld, indien het product buiten de EU wordt vervaardigd.

Er is geen overgangstermijn. Voor alle nieuwe CE-richtlijnen nu expliciet een risicobeoordeling verplicht. Dus naast de specifieke richtlijn risico’s, denk aan elektrische veiligheid of explosiebeveiliging of druk, dient van het product een gehele risicobeoordeling te worden gemaakt. Het beste wordt een dergelijke risicobeoordeling in een team uitgevoerd. Dit betekent al heel snel dat er een coördinatie moet plaats vinden tussen: inkoop, ontwerpers, productie, verkoop, compliance, etc. In veel gevallen kunnen aanpassingen noodzakelijk zijn.

Ook dient de EG-verklaring van overeenstemming (heet straks EU-verklaring van overeenstemming) te worden aangepast. De oude richtlijnen moeten worden vervangen door de nieuwe.

Voor een compleet overzicht en implementatie van de nieuwe richtlijnen adviseren we om de 3-daagse training CE-coordinator te volgen. Naast de inhoud van de richtlijnen leggen we ook uit hoe u de gehele CE-markering kan coördineren. Lees meer over deze training >>>>

nieuwe veiligheidsrichtlijn voor kaarsen

Leestijd: 2 minuten

Er is een voorstel gedaan voor een nieuw Europees besluit met betrekking tot veiligheidseisen voor kaarsen, kaarsenstandaarden, kaarsenhouders en toebehoren. Met dit besluit wil de Euopese Commissie de veiligheidseisen middels geharmoniseerde normen voor kaarsen reguleren. Voor kaarsen zijn reeds een aantal normen beschikbaar (EN 15426:2007 (Kaarsen — Specificatie voor het roetgedrag),
EN 15493:2007 (Kaarsen — Specificaties voor brandveiligheid) en EN 15494:2007 (Kaarsen — Productveiligheidstekens), dit zijn echter geen geharmoniseerde normen. Op dit moment vallen kaarsen onder de algemene produktveiligheidsrichtlijn (2001/95/EG). Voor kaarsenstandaarden, kaarsenhouders en toebehoren bestaan nog geen veiligheidsnormen. Dat met onveilige kaarsenstanders vreselijke ongevallen kunnen gebeuren is duidelijk. Zie voorbeeld.

Voor de toepassing van het kaarsen-besluit wordt verstaan onder:
a) “kaars”: een product bestaande uit één of meer ondersteunde brandbare pitten in een brandbaar materiaal dat bij kamertemperatuur (20-27 °C) vast of halfvast is. De belangrijkste functie van het product is om een lichtgevende vlam in stand te houden. Het product wordt omschreven met inbegrip van eventuele coatings op en voorwerpen of stoffen in het brandbare materiaal;
b) “kaarsenstandaarden, kaarsenhouders en toebehoren”: standaarden, houders of versieringen die bestemd zijn om in combinatie met een kaars te worden gebruikt;
c) “kaars voor binnenshuis”: een kaars die is bedoeld en ontworpen om in een normale omgeving binnenshuis te worden gebruikt;
d) “kaars voor buitenshuis”: een kaars die is bedoeld en ontworpen om in een mogelijk tochtige omgeving buitenshuis te worden gebruikt.

Op het voorstel is kritiek, maar op dit moment hebben alle EU-landen voor gestemd, behalve nog Groot-Brittannië. Duidelijke veiligheidseisen voor kaarsen zijn belangrijk. Het kaarsen-besluit voorziet niet in een CE-markering.

Wellicht nog nooit op gelet, maar lees eens de veiligheidswaarschuwingen op een kaars.

veiligheidswaarschuwingen kaarsen

veiligheidswaarschuwingen kaarsen