ATEX Explosieveiligheid

Zoek in de FAQ’s

Gebruik het formulier hieronder om in de FAQ’s te zoeken


Wat moet er in een explosieveiligheidsdocument staan?

De inhoud van het Explosieveiligheidsdocument staat wettelijk gezien beschreven in het Arbobesluit. In het Arbobesluit staat in Hoofdstuk 3 "Inrichting van de arbeidsplaatsen"  in artikel 3.5c de voorschriften voor een explosieveiligheidsdocument. Het Arbobesluit kunt u downloaden via onze site.

Om uw eigen Explosieveiligheidsdocument te controleren, is er een checklist beschikbaar, zie download.

 

 

Mogen in een ATEX zone horloges of gehoorapparaten worden gedragen?

In de IEC 60079-14:2013 wordt dit onderwerp behandeld. Doorgaans is het aanvaardbaar om in een ATEX zone 2 of 22 horloges of gehoorapparaten te dragen, welke niet ATEX gecertificeerd zijn. Voor zone 1 of 21 is het maken van een risicobeoordeling noodzakelijk. Met deze risicobeoordeling moet worden beoordeeld of het dragen van horloges of gehoorapparaten (welke niet ATEX gecertificeerd zijn) een aanvaardbaar risico is. Hiervoor zal er een ontstekingsanalyse moeten worden gemaakt. In een ATEX zone 0 of 20 zijn horloges of gehoorapparaten niet toegestaan, tenzij deze hiervoor zijn gecertificeerd volgens ATEX 114 richtlijn (94/9/EG of 2014/34/EG).

Mag speciale niet ATEX gecertificeerde persoonlijke apparatuur in een ATEX zone worden meegenomen?

Stel dat een medewerker een speciaal medisch hulpmiddel gebruikt dat niet in ATEX uitvoering is te verkrijgen. Deze medewerker moet voor zijn werk dagelijks in een ATEX zone aanwezig zijn. Kan dit?

Dit kan niet zonder een aanvullende risicobeoordeling. Ook moeten we voorzichtig zijn met dit soort uitzonderingen. Het is zeker niet de bedoeling om bijvoorbeeld een normale telefoon in een ATEX zone te gebruiken. We kunnen stellen, dat apparatuur die standaard in EX uitvoering verkrijgbaar is, bij dagelijkse werkzaamheden in ATEX zones moet worden gebruikt. Denk aan een ATEX mobiele telefoon of een ATEX fototoestel, wanneer iemand dagelijks foto's moet maken in een ATEX zone.

Voor speciale persoonlijke apparatuur, denk aan een gehoorapparaat of ander medisch hulpmiddel, kan middels een risicobeoordeling, een uitzondering worden gemaakt. De IEC 60079-14 beschrijft ook deze mogelijkheid. Daarnaast kunnen we mobiele gasdetectie gebruiken, zodat er vroegtijdig een waarschuwing wordt gegeven, zodat de ATEX zone tijdig kan worden verlaten.

Samengevat:

  1. gebruik van speciale apparatuur in ATEX zones is mogelijk in combinatie met een risicobeoordeling en gasdetectie
  2. uitzonderingen voor niet ATEX gecertificeerde apparatuur zijn niet van toepassing op apparatuur wat standaard wel als EX-te verkrijgen is en waarbij het gaat om dagelijks gebruik in ATEX zones

ATEX fototoestel in Ex d uitvoering

ATEX fototoestel in Ex d uitvoering

mobiele gasdetectie

mobiele gasdetectie

Hoe groot moet een breekplaat op een silo zijn, om de druk bij een explosie te kunnen ontlasten?

Breekplaten op silo's worden toegepast om de optredende druk bij een stofexplosie af te voeren en de krachten op de silo te ontlasten, zodat de schade beperkt blijft tot de breekplaten. Ook bij stoffilters worden tegenwoordig vaak breekplaten toegepast. De grootte van het oppervlak is van veel factoren afhankelijk. Tegenwoordig wordt de grootte bepaald volgens een Europese norm, de EN 14491 van 2012. Oudere normen waren vroeger veel conservatiever, waardoor er zeer grote oppervlaktes aan breekplaten nodig waren. Op het internet zijn online berekeningsprogramma's beschikbaar.

Naast het toepassen van breekplaten moet ook goed worden nagedacht over de ontkoppeling van de explosie naar de rest van de installatie. Met andere woorden, er moet worden voorkomen dat de explosie zich verder voortplant in de rest van een proces. Hiervoor zijn passieve systemen en actieve systemen beschikbaar. Een passief systeem, zoals een terugslagklep, reageert op de effecten van een explosie. Een actief systeem maakt gebruik van sensoren die een ontstekingsbron of druk kunnen waarnemen, waarna een klep actief wordt gesloten of een blusmiddel wordt ingespoten.

Dergelijke beveiligingssystemen dienen volgens de ATEX 114 gecertificeerd te zijn. Het zijn zogenaamde autonome beveiligingssystemen en dienen een EU-typeonderzoek of een eenheidskeuring te ondergaan, alvorens deze in de handel mogen worden gebracht.

In een video van de firma Rembe wordt de explosie-ontkoppeling duidelijk weergegeven, zie >>>>

Hoe zit het met de relatie tussen Equipment Protection Level (ATEX) en categorie?

In principe hanteren we de zogenaamde starre relatie voor gebruik van ATEX apparatuur in ATEX zones, zoals deze ook staat beschreven in de ATEX 153 / 137 richtlijn. Dus als volgt:

  • Zone 0 of 20 = categorie 1 apparatuur gebruiken of EPL Ga of Da
  • Zone 1 of 21 = categorie 1 of 2 apparatuur gebruiken of EPL Ga Gb of Da Db
  • Zone 2of 22 = categorie 1 of 2 of 3 apparatuur gebruiken of EPL Ga Gb Gc of Da Db Dc

Het begrip EPL is onder andere geïntroduceerd om wat meer vrijheid te geven in de keuze van apparatuur. Indien apparatuur moet worden gekozen op basis van de ATEX zone en een EPL is niet gespecificeerd, dan geldt de relatie zoals in de tabel beschreven.

Stel op een afgelegen locatie staat een pomp. Iemand heeft dit ingedeeld als een zone 1. Volgens de starre relatie moet daar minimaal categorie 2 worden toegepast. Volgens de nieuwe IEC 60079-10-1 / -14 / -17 mag dit gebied mogelijk als EPL Gc ofwel categorie 3 worden aageduid, indien het risico voldoende laag is, omdat het een afgelegen locatie betreft. Dus niet meer standaard categorie 2 of Gb, nee de eigenaar van de zone beslist dat categorie 3 of Gc wel voldoende is. De vrijheid in keuze is natuurlijk zeer ter discussie. Wij hanteren deze vrijheid niet en passen de relatie toe zoals in onderstaande tabel.

EPL -  ATEX zone relatie

EPL - ATEX zone relatie

Mag in een ATEX stofzone 22 een normale wandcontactdoos (IP65) met een klepje ervoor worden gebruikt?

Deze vraag is nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. Van belang is het bouwjaar van deze wandcontactdoos. De regels zijn als volgt:

  • is het bouwjaar van deze wandcontactdoos voor 1-7-2003 dan valt deze onder de regels voor elektrisch materiaal in stofzones op basis van het stofdicht zijn van het materiaal, de zogenaamde IP-klasses en het materiaal mag niet te heet kunnen worden. Voor een ATEX zone 22 is een stofdichtheidsklasse van IP5X voldoende bij niet-elektrisch geleidend stof. Voor elektrisch geleidend stof is de stofdichtheidsklasse IP6X. Dus de wandcontactdoos mag worden toegepast, indien het bouwjaar van voor 2003 is.
  • is het bouwjaar van deze wandcontactdoos na 1-7-2003, dan valt deze onder de ATEX voorschriften en dient de wandcontactdoos ATEX gecertificeerd te zijn, dus minimaal een code te hebben EX II 3D. Voor elektrisch geleidend stof wordt de code EX II 2D. Bij de nieuwere uitvoeringen zal ook de stofgroep IIIB (niet-elektrisch geleidend stof) of IIIC (elektrisch geleidend stof) worden aangegeven. Ook de temperatuurklasse zal moeten worden gecontroleerd.

LET OP: bovenstaande geldt dus niet voor ATEX gaszones, daar moet onafhankelijk van het bouwjaar Explosieveilig materiaal worden toegepast.

ATEX vouwboekje inspectie

ATEX vouwboekje inspectie

Welke ATEX wartel moet ik gebruiken bij Ex i (intrinsiek veilig)?

De wartelkeuze staat nu duidelijk beschreven in de NEN EN IEC 60079-14:2013. In tabel 10 van deze norm staat aangegeven welke wartels gebruikt kunnen worden bij de van toepassing zijnde beschermingswijze. Voor Ex i in gaszones is dat: Ex d, Ex e of Ex n wartels. Voor Ex i in stofzones is dat: Ex t (stofdicht).

Hoort een acetyleencilinder in de werkplaats ook in het ATEX explosieveiligheidsdocument thuis?

Een acetyleencilinder op een laskar of branderkar hoort zeker thuis in een ATEX explosieveiligheidsdocument. Maar let wel op hoe u hierbij de NPR 7910-1:2012 gaat toepassen. Het reduceerventiel en de aansluiting van de slangen zijn volgens de NPR 7910-1 als een secundaire bron te beschouwen. Dit geeft in principe dan een ATEX zone 2. Stel dat de werkplaats alleen natuurlijke ventilatie heeft met gematigde capaciteit (zie NPR 7910-1:2012 pagina 42), dan zou de hele werkplaats een ATEX zone 2 worden. Dit is een ongewenste situatie en ook teveel van het goede. Immers dan zou de draaibank, kolomboormachine, etc. etc. explosieveilig moeten worden uitgevoerd. Het ATEX zoneren bij een laskar geeft een zeer beperkte ATEX zone. Andere praktijkrichtlijnen geven een zeer beperkte ATEX zone aan rondom de kop van de cilinder. Denk hierbij aan een ATEX zone 2 (IIC T2) met een straal van 0,5 m rondom de kop van de fles. De slangen en brander geven geen ATEX zone, op basis van periodieke inspectie. Bij de brander kunnen we een afwijkend gebied definieren. Denk er aan dat u de laskar zoveel mogelijk opslaat buiten de werkplaats in een gashok. Meer leren over dit soort ATEX zones kan in een van onze ATEX trainingen, klik hier .......

ATEX zone bij een branderkar

ATEX zone bij een branderkar

Mag ik een ATEX apparaat gebruiken bij een temperatuur van 55 graden Celsius?

Een drukknoppenkastje met onderstaand typeplaatje moet worden gebruikt in een ATEX zone 1 gasgroep IIC T-klasse T2. In de ruimte is het gemiddeld 55 graden Celsius. Zoals op het tyeplaatje is te zien, is dit apparaat geschikt voor een omgevingstemperatuur van -55 tot + 40 graden Celsius. De omgevingstemperatuur is echter hoger. Om deze reden is het niet toegestaan dit apparaat te gebruiken in een omgeving van 55 graden Celsius.

Let dus altijd goed op wat de omgevingstemperatuur is waar ATEX apparatuur geplaatst moet worden. Op onze site staat ook nog een artikel over dit onderwerp. Klik hier ....

ATEX typeplaat op een drukknoppenkast

ATEX typeplaat op een drukknoppenkast

Moeten we bij apparatuur in ATEX gaszones rekening houden met een veiligheidsmarge voor de oppervlaktetemperatuur?

Bij het toepassen van ATEX apparatuur in gaszones moet worden bepaald of de maximale apparaat temperatuur niet hoger is dan de ontstekingstemperatuur van het gas in de betreffende ATEX zone. De maximale apparaat temperatuur staat bij gassen aangegeven op het apparaat met de T-klasses. Hier is het niet nodig om veiligheidsmarges toe te passen. In werkelijkheid zit dat verwerkt in de aangegeven T-klasse op een apparaat. Dus een apparaat waar T2 op staat, zal in werkelijkheid niet de T2 (300 graden C) bereiken, bij de gegeven apparaat categorie.

Bij stoffen is dit anders, hier passen we wel veiligheidsmarges toe: 2/3 van de MOT of Tglim(5mm) -75°C).

 

Is het verplicht om een ATEX verantwoordelijke aan te stellen?

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de aard en de omvang van het bedrijf. In de "Werklijst voor het toezichtsbeleid MHC Atex 137" (klik hier voor download) van de Arbeidsinspectie staat deze tekst:

Is (zijn) er een terzake deskundig persoon (personen) voor explosieveiligheid aangewezen ?
• Verifieer welke criteria het bedrijf heeft gehanteerd voor de terzake deskundig persoon.
• Verifieer of deze perso(o)n(en) de explosieveiligheid van de gehele installaties heeft (hebben) gecontroleerd voor de eerste in bedrijfstelling en / of bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing.
Opmerking: Een terzake deskundig persoon mag ook een externe zijn.
Opmerking: Met de uitvoering van deze controle worden personen belast, die door hun ervaring en/of beroepsopleiding deskundig zijn op het gebied van de explosieveiligheid. (De term ‘deskundig persoon’ is in de Arbowet onbenoemd, maar er moet door het bedrijf wel invulling aan worden gegeven).

Op basis van bovenstaande kan gesteld worden dat bij de BRZO bedrijven een ATEX verantwoordelijk of deskundige aangesteld moet worden.

Bij bedrijven met een flink aantal ATEX zones is het eveneens aan te bevelen om een ATEX verantwoordelijke aan te wijzen. Het vakgebied van ATEX is dusdanig complex, dat het aanwijzen van een persoon hiervoor wenselijk is.

Bij de kleinere bedrijven kan de preventieadviseur de rol van ATEX verantwoordelijke invullen.

De volgende vraag kan natuurlijk gesteld worden: welke opleidingseisen worden er gesteld aan een ATEX deskundige? De werklijst geeft aan dat personen door ervaring en / of beroepsopleiding deskundig moeten zijn op ATEX gebied.

Vanuit onze visie moet een ATEX deskundige minimaal het niveau kunnen halen wat overeenkomt met het ATEX programma van onze 4-daagse opleiding, klik hier.

 

 

 

Is anti-statische kleding altijd verplicht in ATEX zones?

In ATEX zones is het dragen van anti-statische kleding niet altijd verplicht. In de IEC/TS 60079-32-1 staat een tabel waarin wordt aangegeven wanneer anti-statische kleding verplicht is of wordt geadviseerd of niet noodzakelijk is. Dit is afhankelijk van de aard van de zone (0, 1, 2 of 20, 21, 22), de MIE (minimum ontstekingsenergie) en de mogelijkheid tot het daadwerkelijk opladen.
We adviseren om voor uw specifieke situatie de hierboven beschreven norm te raadplegen en dan specifiek paragraaf 11.5.
In ATEX zones is het dragen van anti-statische schoenen doorgaans altijd wel verplicht, hoewel voor zone 2 of 22 de noodzaak hiervan nog nader kan worden onderzocht.

Klopt op een mechanisch apparaat de ATEX codering Ex II 2G EEx c IIC T4 ?

Nee, dit is niet correct als we kijken naar de aanduiding EEx. De aanduiding EEx is bedoeld voor elektrische apparatuur, waarbij een ATEX beschermingswijze is toegepast volgens de van toepassing zijnde CENELEC normen. De kleine letter c duidt op de ATEX beschermingswijze voor mechanische apparatuur, volgens de EN 13463-5 norm. Naast de hier beschreven aanduiding dient de typeplaat ook nog andere markeringen te bevatten.

Moeten we als fabrikant van ATEX apparatuur een kwaliteitsborgingssysteem hanteren?

Dit is afhankelijk van de categorie van de ATEX apparatuur. Voor categorie 3 ATEX apparatuur dient de fabrikant zelf te waarborgen dat de ATEX apparatuur voldoet aan de technische specificaties en de ATEX 95 (of 114) richtlijn. Dit hoeft dus niet een goedgekeurd kwaliteitsborgingssysteem te zijn, zoals ISO 9001. Wenselijk is dit wel.

Voor apparatuur van categorie 1 en categorie 2: motoren met inwendige verbranding en elektrische apparaten, is een goedgekeurd kwaliteitsborgingssysteem verplicht. Dit kwaliteitsborgingssysteem dient door een aangemelde instantie (bijv. Dekra of TUV of ...) te zijn goedgekeurd. Doorgaans wordt hiervoor de ISO 9001 gebruikt met als extra aanvulling de ISO/IEC 80079-34.

De ISO/IEC 80079-34 bevat extra eisen voor de productie van ATEX apparatuur, per beschermingswijze, zoals Ex i, Ed p, Ex m, etc. worden extra voorwaarden genoemd voor controle van de productie. In de praktijk zullen doorgaans nauwkeurige assembly procedures moeten worden opgesteld.

Tevens geeft de ISO/IEC 80079-34 aan dat iedereen die bij de productie en verkoop van ATEX apparatuur betrokken is, voldoende kennis moet hebben rondom ATEX. Dit betekent passende training voor engineering, inkoop, verkoop, service, etc.

Voor categorie 2 ATEX: waarbij het geen motoren met inwendige verbranding of elektrische apparatuur betreft, dient de fabrikant het systeem van zelfcertificatie (in de richtlijn heet dit interne fabricage controle) te volgen, met als extra aanvulling dat het technische dossier bij een Notified Body moet worden bewaard. Voor deze bewaarplicht gaat de NoBo niet inhoudelijk kijken of de documenten in orde zijn.

Valt een stalen drukvat ook onder ATEX?

Een stalen drukvat (zonder elektrische apparatuur en zonder bewegende delen), geplaatst in een ATEX zone, valt niet onder de ATEX 95/114 richtlijn, de zogenaamde producten ATEX richtlijn. Volgens de ATEX 95/114 guide dient een apparaat een inherente potentiële ontstekingsbron te hebben, wil het onder de ATEX productenrichtlijn vallen. Een stalen drukvat heeft geen inherente potentiële ontstekingsbron. Dus op dit drukvat komt niet de ATEX zeshoek met Epsilon X symbool.

Het stalen drukvat zou bijvoorbeeld wel statisch opgeladen kunnen worden. Hiervoor dient d egebruiker van dit vat zorg te dragen voor een goede aarding. Ook dient de gebruiker goed te kijken naar statische oplading van het medium zelf. Zie voor meer informatie over statische oplading bijvoorbeeld de TRBS 2153, zie download

Zodra een stalen drukvat (in een ATEX zone) wordt voorzien van een roerwerk of andere apparatuur, wordt het een andere zaak. Dan moet er een ontstekingsanalyse worden gemaakt, om te kijken of het samenstel ook onder ATEX 95/114 gaat vallen. In de praktijk zal het plaatsen van bijvoorbeeld een drukopnemer in een stalen vat er niet voor zorgen dat het stalen vat ook ATEX gecertificeerd moet worden . De drukopnemer dient natuurlijk wel ATEX gecertificeerd te zijn.

Meer hierover leren dan is de ATEX training voor mechanische apparatuur wellicht een goede tip, zie info.

Moeten vloeren in ATEX zones antistatisch zijn?

Het antistatisch zijn van vloeren in ATEX is zeker noodzakelijk. In combinatie met antistatische schoenen ontstaat op deze manier een weg "naar aarde", zodat zich geen statische lading kan opbouwen op een persoon. De weerstand van vloeren dient maximaal 1 MOhm te zijn. In de meeste gevallen zijn standaard betonvloeren of metalen roostervloeren voldoende geleidend. Opgepast moet worden wanneer vloeren worden voorzien van coatings of andere isolerende lagen of bijvoorbeeld vervuiling door verflagen.

Er zijn verschillende normen om de geleidbaarheid van vloeren te meten, zoals de IEC 61430-4-1 (meting met een ronde elektrode) of de EN 1081 (meting met een driepunts-elektrode).

In gebieden waar met explosieven wordt gewerkt, dient de weerstand van vloeren en schoenen nog vele malen lager te zijn.

Meer leren over statische elektriciteit, volg dan onze E-learning over statische elektriciteit. Meer informatie.

IAB Ingenieurs

meting vloer volgens EN 1081

Is roestvaststaal (RVS) daadwerkelijk vonkvrij?

Nee.

Voor mechanische apparatuur in explosiegevaarlijke gebieden dient een ontstekingsanalyse te worden gemaakt. Hierbij dienen onder andere de mechanische vonken te worden beoordeeld, zoals slijpvonken, wrijvingsvonken en impactvonken. In de praktijk wordt het gebruik van RVS vaak als weinig risicovol gezien, omdat dit als vonkarm materiaal wordt beschouwd. Echter vonkarm is zeker niet vonkvrij.
Recent onderzoek heeft aangetoond dat in sommige situaties ook RVS materialen voldoende sterke vonken kunnen gereneren om een explosie te kunnen veroorzaken. De kans op een ontsteking bij RVS materialen is wel beduidend lager dan bij staal, doch kan zeker niet worden uitgesloten. In sommige situaties is het verschil in kans op ontsteking bij RVS en normaal staal zeer gering.
Dus van bijvoorbeeld een RVS tank en een RVS roerwerk kan zonder meer niet worden aangenomen dat deze bij (een niet bedoeld) contact geen ontsteking kunnen veroorzaken. Een gedegen ontstekingsanalyse dient te worden uitgevoerd.

We gebruiken een elektromotor in zone 22. De elektromotor hebben we ooit als nieuw gekocht (in NL) en heeft de volgende specificaties: - bouwjaar 1989 - IP55. De ATEX zone is: stofzone 22 (aardappelmeel). Is dat toegestaan?

Ja, dat is toegestaan voor zone 22, want de elektromotor heeft een IP klasse 55 en tijdens normaal bedrijf zal de temperatuur niet hoger worden dan 300 C (gecorrigeerde ontstekings- en smeultemperatuur van aardappelmeel).
De elektromotor is voor de ingangsdatum van ATEX (2003) reeds in de EU op de markt gebracht. Voor apparatuur in stofomgevingen is dan met name de IP klasse van belang. De IP klasse bestaat in de meeste gevallen uit 2 cijfers. Het eerste cijfer geeft in dit kader iets aan over de stofdichtheid. Het tweede cijfer geeft iets aan over waterdichtheid. Voor ATEX stofzones is het eerste cijfer van belang. Hiervoor geldt het volgende:
  • zone 20 IP6X
  • zone 21 IP6X
  • zone 22 elektrisch geleidend stof IP6X
  • zone 22 niet elektrisch geleidend stof IP5X

X = alle cijfers zijn toegestaan voor wat betreft ATEX stofzone. In veel gevallen verlangen we ook van het tweede cijfer iets, zodat het apparaat ook bestendig is tegen vocht.

Verder dient de elektromotor te voldoen aan de "geest van ATEX". Dit betekent:

  • in zone 20 mag de elektromotor geen ontstekingsbron zijn tijdens abnormale storingen, verwachte storingen en normaal bedrijf
  • in zone 21 mag de elektromotor geen ontstekingsbron zijn tijdens verwachte storingen en normaal bedrijf
  • in zone 22 mag de elektromotor geen ontstekingsbron zijn tijdens normaal bedrijf
Let op: bovenstaande geldt dus alleen voor apparatuur met een bouwjaar voor 2003.

Meer leren hierover, volg dan onze ATEX installatie training.Lees meer >>