CE-markering machines

Zoek in de FAQ’s

Gebruik het formulier hieronder om in de FAQ’s te zoeken


Displaying 1 - 20 of 2312

Mag ik een machine zelf certificeren?

Ja, in bijna alle gevallen mag u een machine zelf CE-certificeren. Voor de zogenaamde bijlage 4 machines gelden er bijzonderen voorschriften. In sommige gevallen dient voor bijlage 4 machines een zogenaamde Notified Body een EG-type-goedkeuring afgeven. Voorbeelden van bijlage 4 machines zijn: hoogwerkers, kettingzagen, persen, houtbewerkingsmachines, etc. Voor een juiste omschrijving kijkt u het beste in bijlage 4 van de machinerichtlijn.

Welke documentatie behoort bij een besturingskast van een machine aanwezig te zijn?

Een besturingskast wordt in veel gevallen door een externe firma gebouwd en geleverd aan de machinebouwer. De fabrikant van de besturingskast brengt een product op de markt dat valt onder o.a. het Warenwetbesluit Elektrotechnische producten. Dit is de Nederlandse implementatie van de laagspanningsrichtlijn.  Zie ook andere FAQ hierover.

Een besturingskast is doorgaans geen machine, dus hoeft op zich dus niet aan de machinerichtlijn te voldoen. Indien de besturingskast is samengebouwd en aangesloten op de machine, dan maakt de besturingskast onderdeel uit van de totale machine en valt daarmee wel onder de machinerichtlijn.

De leverancier van de besturingskast heeft zich o.a. te houden aan de NEN EN IEC 61439 en de NEN EN IEC 60204-1, dit zijn geharmoniseerde normen onder de laagspanningsrichtlijn. Vanuit de IEC 60204-1 worden er diverse documentatieverplichtingen gesteld. Er moet onder andere worden meegeleverd aan documentatie:

  • EG-verklaring van overeenstemming op basis van de laagspanningsrichtlijn en andere van toepassing zijnde CE-richtlijnen (geen II.1.A of II.1.B verklaring, want die horen bij machines)
  • stuklijsten
  • elektrische schema's
  • gebruikershandleiding en onderhoudshandleiding met betrekking tot de besturingskast, een belangrijk onderdeel hiervan zijn d egebruiksaanwijzingen van de gebruikte componenten in de besturingskast
  • etc. etc.

De NEN EN IEC 60204-1 legt in hoofdstuk 17 duidelijk uit wat de verplichtingen zoal zijn. Erg belangrijk is het vroegtijdig afstemmen, gebruik hiervoor de belangrijke Bijlage B uit de NEN EN IEC 60204-1.

Moet een elektrische besturingskast voor een machine CE-gemarkeerd zijn?

Ja, een elektrische besturingskast valt in Nederland onder het Warenwetbesluit Elektrotechnische producten (zie download)

We beschrijven hier de situatie waarbij een firma een besturingskast bouwt en levert aan een machinebouwer.

Een besturingskast is in deze context doorgaans een metalen kast met daarin diverse componenten, zoals PLC, motorrelais, overstroombeveiliging, kabels, zekeringen, etc. Doorgaans wordt een dergelijke kast voor meerdere doeleinden gebruikt. Veelal in combinatie met een machine of meerdere machines, al of niet in combinatie met procesleidingen, vaten, tanks met kleppen, sensoren, roerwerken, etc.

Om de te kunnen beoordelen of er wel of geen CE-markering op de schakelkasten moet komen, dient er eerst te worden gekeken welke CE-richtlijnen van toepassing kunnen zijn. Voor CE-markering op de schakelkasten zouden de volgende CE-richtlijnen in aanmerking kunnen komen:

  • laagspanningsrichtlijn
  • EMC-richtlijn
  • machinerichtlijn
  • ATEX-richtlijn bij toepassing in explosieve atmosferen
  • Eco-richtlijn
  • ROHS-richtlijn

In dit kader wordt er van uitgegaan dat de schakelkasten niet in een explosieve omgeving komen te staan en derhalve geen CE-markering van toepassing is op basis van de ATEX richtlijn. Het criterium hiervoor is het aanwezig zijn van een explosieve atmosfeer. De Eco-richtlijn en de ROHS richtlijn kunnen van toepassing zijn op gebruikte componenten in de kast. De leverancier van die componenten moet voldoen aan o.a. de ROHS en Eco-richtlijn.

We beschouwen de laagspanningsrichtlijn, EMC-richtlijn en de machinerichtlijn in detail.

Machinerichtlijn

Doorgaans wordt de schakelkast gebruikt in combinatie met machines. Derhalve kan een schakelkast als een deel worden beschouwd die bij een machine hoort. Op zich is een schakelkast geen machine, want het bevat doorgaans geen bewegende delen, in de zin van de machinerichtlijn. Schakelkasten worden in vele gevallen niet door door de machinebouwer zelf samengesteld, maar door een industrieel automatiseringsbedrijf. Deze partij brengt de schakelkast als geheel op de markt. Aangezien een schakelkast niet kan worden beschouwd als een machine, krijgt de kast op zich op basis van de machinerichtlijn geen CE-markering. Een II.1.A of II.1.B verklaring voor de machinerichtlijn hoeft dan ook niet bijgeleverd te worden. In de praktijk wordt veelal wel (onterecht) een II.1.B verklaring bijgeleverd, om duidelijk te stellen dat een schakelkast geen zelfstandig werkende machine is, en dat de samenbouwer uiteindelijk moet beoordelen of de machine inclusief de schakelkast aan de wettelijke eisen voldoet. Dit betekent dat de samenbouwer van de machine dient te beoordelen dat de schakelkast wat betreft elektrische uitvoering o.a. voldoet aan de norm NEN EN 60204-1. Dit is voor de samenbouwer van de machine een omvangrijk karwei, waarvoor de kennis en expertise eigenlijk aanwezig is bij het industrieel automatiseringsbedrijf. Derhalve wordt aanbevolen om van het industrieel
automatiseringsbedrijf een verklaring op te vragen waarin wordt verklaard dat de schakelkast voldoet aan de norm NEN EN IEC 60204-1 en eventueel ook de NEN EN IEC 61439. Dit is een belangrijk document, want hiermee wordt verklaard dat de schakelkast aan de laagspannings- en EMC-eisen voldoet. We zullen straks zien dat deze verklaring in Nederland wettelijk verplicht is.

Laagspanningsrichtlijn

De laagspanningsrichtlijn heeft betrekking op al het elektrische materiaal bestemd voor een nominale wisselspanning tussen 50 en 1000 volt en een nominale gelijkspanning tussen 75 en 1500 volt. Deze spanningswaarden hebben betrekking op de spanning aan de ingang en de uitgang en niet op spanningen binnenin het materiaal. Met elektrisch materiaal wordt volgens de laagspanningsrichtlijn bedoeld:

  • elk voorwerp dat wordt gebruikt voor bijvoorbeeld opwekking, conversie, transport, distributie of gebruik van elektrische energie, zoals machines, transformators, apparaten, meetinstrumenten, beveiligingen, elektrische leidingen, installaties.

De term "elektrisch materiaal" is in de laagspanningsrichtlijn niet gedefinieerd en moet dan ook overeenkomstig de internationaal erkende betekenis ervan worden geïnterpreteerd. De definitie in het "Internationaal elektrotechnisch Woordenboek" van de IEC (International Electrotechnical Commission = Internationale Elektrotechnische Commissie) is hier overgenomen uit de guide van de laagspanningsrichtlijn.
Passen we deze definitie toe op schakelkasten dan kan geconcludeerd worden dat CE-markering van toepassing is op basis van de laagspanningsrichtlijn. Hoewel dit geen ijzersterk gegeven is, omdat de richtlijn zelf geen definitie geeft.
Met schakelkast wordt hier een complete kast met inhoud bedoeld, dus niet een lege behuizing. Gaan we uit van CE-markering op basis van de laagspanningsrichtlijn, dan passen hierin ook de geharmoniseerde normen NEN EN IEC 60204-1 en NEN EN IEC 61439-x. Beide normen staan vermeld in het Publicatieblad van de EG als zijnde geharmoniseerde normen onder de laagspanninsgrichtlijn.
De laagspanningsrichtlijn vereist niet het bijleveren van een CE-verklaring, maar wel het aanbrengen van het CE-teken. Voor de schakelkast betekent dit dan het aanbrengen van de CE-markering. Echter nogmaals, een ijzersterke eis is dit niet vanuit de laagspanningsrichtlijn. Veel belangrijker is in dit geval, dat de samenbouwer van de machine een verklaring krijgt waarin staat dat de schakelkast aan de normen NEN EN IEC 60204-1 en NEN EN IEC 61439-x voldoet.
Echter dit is weer in tegenspraak met de laagspanningsrichtlijn die niet als eis heeft dat een dergelijke verklaring moet worden bijgeleverd.
Hier zou de voorlopige conclusie kunnen worden getrokken:

  • of de schakelkast heeft een CE-markering met al dan niet een verklaring erbij dat aan de normen wordt voldaan; want CE impliceert dat aan de laagspanningsrichtlijn is voldaan.
  • of de schakelast heeft geen CE-markering, maar wel een verklaring dat aan de normen wordt voldaan.

Het Warenwetbesluit elektrotechnische producten heeft nog een iets andere definitie, namelijk:
elektrotechnische producten
1. producten bij het gebruik waarvan elektrische energie wordt gebezigd voor zover de nominale spanning waarvoor die producten zijn vervaardigd, hoger is dan 50 V bij wisselstroom en 75 V bij gelijkstroom en niet meer bedraagt dan 1000 V bij wisselstroom en 1500 V bij gelijkstroom;
2. voorwerpen en materialen welke bestemd zijn om deel uit te maken van, te worden toegepast aan of te worden gebruikt bij metingen aan de onder 1° bedoelde producten of elektrische installaties voor zover deze installaties zijn vervaardigd voor een nominale spanning welke overeenkomt met het ten aanzien daarvan onder 1° gestelde;
3. elektrische installaties aanwezig in of bestemd voor roerende goederen en voor zover deze installaties zijn vervaardigd voor een nominale spanning welke overeenkomt met het ten aanzien daarvan onder 1° gestelde;
Met name punt 3 geeft een andere benadering, namelijk dat het moet gaan om elektrische installaties voor roerende goederen. Aangezien een besturingskast moet worden beschouwd als een roerend goed, met daarin een elektrische installatie, valt de besturingskast onder het Warenwetbesluit Elektrotechnische producten.

Dit betekent dat een CE-markering verplicht is op een schakelkast. Tevens is het verplicht om een EG-verklaring van overeenstemming mee te leveren. Ook dienen schema's etc. te worden meegeleverd. Zie andere FAQ.

EMC-richtlijn

De eis van artikel 4 uit de EMC-richtlijn is van toepassing op de schakelkast. De kast moet zo zijn samengesteld dat zowel de emissie als immuniteit van elektromagnetische straling aan de eisen voldoet.
Aangezien een schakelkast niet vrij wordt verplaatst binnen de EER (Europese Economische Ruimte) is er geen noodzaak tot het CE-markeren en het opstellen van een EG-verklaring van
overeenstemming op basis van de EMC-richtlijn. De schakelkast moet wel aan de EMC-eisen voldoen ook de NEN EN IEC 60204-1 behandelt het aspect EMC. Op het geheel van machine en schakelkast is ook de EMC-richtlijn van toepassing.

Welke documentatie dient bij een besturingskast te worden meegeleverd?

Een besturingskast wordt in veel gevallen door een externe firma gebouwd. Deze bouwer van de besturingskast levert geen complete machine. De besturingskast wordt afzonderlijk in de handel gebracht en valt hiermee onder het Warenwetbesluit elektrotechnische producten (te downloaden via de site).

Hiermee valt de besturingskast onder de verplichtingen van de CE-markeringseisen.  Zie hierover ook een andere FAQ.

De documentatieverplichtingen komen nu vooral voort uit de NEN EN IEC 60204-1 en de NEN EN IEC 61439 normen.

Verder dient er een EG-verklaring van overeenstemming te worden meegeleverd, dus geen II.1.A of II.1.B verklaring, wat die horen bij een machine-levering.

Een aantal documentatiezaken uit de NEN EN IEC 60204-1 zijn:

  • stuklijst of lijst van documenten
  • een volledige beschrijving van de uitrusting, installatie en montage, en aansluiting op de elektrische voeding
  • stroomkringschema
  • een beschrijving de beveiligingen
  • instructies omtrent het veiligstellen
  • informatie over restrisico's
  • toelichting op de installatie
  • bedieningshandleiding met betrekking tot in hoofdzaak de besturingskast
  • onderhoudshandleiding hoofdzakelijk met betrekking tot de besturingskast

Voor een uitgebreide toelichting op de documentatie zie de NEN EN IEC 60204-1. Te verkrijgen via www.nen.nl

Kortom: bij een besturingskast hoort de benodigde documentatie te worden meegeleverd. Doorgaans kan dit alleen maar goed worden opgesteld, als er een juiste afstemming is met de uiteindelijke machinebouwer. Daarom is bijlage B van de NEN EN IEC 60204-1 erg belangrijk. Deze bijlage B is een checklist waarmee de leverancier van de besturingskast en de klant samen afstemmen omtrent de levering. Dit afstemmen voorkomt achteraf veel problemen.

Is een product, zonder aandrijving, maar wel met een verenpakket, als een machine te beschouwen?

In artikel 2 van de machinerichtlijn (zie ....), lezen we het volgende:

Artikel 2
Definities
In deze richtlijn worden onder „machines” verstaan, de producten bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met f).
De volgende definities zijn van toepassing:
a) „machine”:
— een samenstel, voorzien van of bestemd om te worden voorzien van een aandrijfsysteem — maar niet op basis van rechtstreeks gebruikte menselijke of dierlijke spierkracht —, van onderling verbonden onderdelen of componenten waarvan er ten minste één kan bewegen, en die samengevoegd worden voor een bepaalde toepassing;
..............................

Wanneer we een product beschouwen waarin bewegende delen aanwezig zijn, die uitsluitend met menselijke spierkracht worden aangedreven, denk aan een schaar, dan is dat geen machine. Echter wanneer er in dat product veren aanwezig zijn, die de beweging ondersteunen, dan is er geen sprake meer van rechtstreeks gebruikte menselijke spierkracht, dat product is dan een machine, volgens de definitie van artikel 2 van de machinerichtlijn.

Dit betekent dat dit product moet voldoen aan de eisen van de machinerichtlijn. Als het product een voltooide machine betreft, dan krijgt dit product een CE-markering en moet ook aan alle overige voorwaarden van de machinerichtlijn worden voldaan.

We denken wel dat bovenstaande definities met gezond verstand moeten worden toegepast.

muizenvalIs een muizenval een machine? (volgens bovenstaande definities wel)

Volledig afschermen lijkt ons geen praktische oplossing.

 

 

 

 

We gaan een oude machine wijzigingen, moet deze dan worden CE-gemarkeerd?

Vraag: van een oude machine (voor 1995) wordt de besturingskast machine vervangen, omdat de componenten niet meer verkrijgbaar zijn. Tevens wordt de machine beter beveiligd, o.a. met een lichtscherm. De functionaliteit blijft ongewijzigd. Moeten we de machine CE markeren?

Tevens willen we een 2e pers retrofitten. Deze is identiek aan de 1e machine, echter wel van ná 1995 en dus CE gemarkeerd. Hiervoor is de vraag of de CE markering opnieuw moet?

Antwoord

In beide situaties is een nieuwe CE-markering niet nodig. In het Arbo-Informatieblad 58 (zie www.sdu.nl) staat in bijlage 3 een stroomschema, waarmee kan worden bepaald of een wijziging aan een machine substantieel is of niet. Is de wijziging substantieel, dan is CE-markeren noodzakelijk. Is de wijziging niet substantieel, dan is CE-markering niet nodig.

Indien na de wijziging de machine weer aan de veiligheidseisen voldoet, dan wordt de wijziging als niet substantieel beschouwd.

Uiteraard dienen de nieuw geplaatste zaken, zoals lichtschermen, etc. wel aan de huidige veiligheidsnormen te voldoen.

Hoe kunnen we bijhouden welke wijzigingen er in de Arbowet zijn doorgevoerd?

Het bijhouden van wijzigingen in de Arbowet is van belang voor werkgevers en werknemers. De wetgeving dient immers actueel te worden toegepast in het bedrijf. Via deze website krijgt u een goed overzicht van de recente wijzigingen. Daarnaast kan via www.overheid.nl altijd de laatste versie van de arbowetgeving worden opgevraagd.

Wanneer is een machine een niet-voltooide machine of een voltooide machine?

De vraag wanneer een machine nu als voltooide of niet voltooide machine moet worden beschouwd is van belang voor het al of niet CE-markeren van een machine.

Een nadere toelichting op dit vraagstuk staat in de gids op de machinerichtlijn:

§ 46 Niet voltooide machines
De in artikel 1, lid1, onder g) bedoelde niet voltooide machines worden gedefinieerd in artikel 2, onder g). Opgemerkt zij dat niet voltooide machines niet behoren tot de producten die worden aangeduid met het begrip "machines" in brede zin – zie §33: toelichting bij artikel 2, lid 1.

Niet voltooide machines die vallen onder de machinerichtlijn, zijn producten die zijn bestemd om machines te vormen waarop de machinerichtlijn van toepassing is.

"Een samenstel dat bijna een machine vormt" betekent dat een niet voltooide machine een product is dat gelijkaardig is aan machines in de enge zin van artikel 1, lid 1, onder a), dat wil zeggen een samenstel van onderling verbonden onderdelen of componenten waarvan er ten minste één beweegt, maar dat enkele elementen mist om de bepaalde toepassing ervan te kunnen uitvoeren. Niet voltooide machines moeten daarom worden afgebouwd tot uiteindelijke machines die de bepaalde toepassing ervan kunnen uitvoeren.

Deze afbouw betreft niet de montage van een aandrijfsysteem op een machine die zonder aandrijfsysteem is geleverd waarbij het te monteren aandrijfsysteem is beoordeeld in de overeenstemmingsbeoordeling van de fabrikant – zie §35: toelichting bij artikel 2, onder a), eerste streepje – of de aansluiting op de plaats van gebruik of op kracht- of aandrijfbronnen – zie §36: toelichting bij artikel 2, onder a), tweede streepje. Niet voltooide machines moeten tevens worden onderscheiden van machines die bestemd zijn voor montage op een vervoermiddel of in een gebouw of bouwwerk – zie §37: toelichting bij artikel 2, onder a), derde streepje.

Machines die op zich de bepaalde toepassing ervan kunnen uitvoeren, maar alleen de benodigde beveiligingsmiddelen of veiligheidscomponenten missen, worden niet beschouwd als niet voltooide machines.

Aangezien niet voltooide machines "bijna een machine" zijn, moeten zij worden onderscheiden van machinecomponenten die als zodanig niet onder de machinerichtlijn vallen – zie §35: toelichting bij artikel 2, onder a), eerste streepje. Machinecomponenten kunnen gewoonlijk worden ingebouwd in een breed scala van
machinecategorieën met verschillende toepassingen.

In de praktijk worden machines vaak ten onrechte als een niet-voltooide machine geleverd, met een zogenaamde II.1.B-verklaring. Het feit dat een machine nog moet worden ingebouwd of aangesloten op krachtbronnen, maakt deze machine nog niet tot een onvoltooide machine.

Wat betreft de toepassing van de machinerichtlijn op een voltooide of niet-voltooide machine zit er maar weinig verschillen. Voor beide soorten machines dient de fabrikant onder andere een risicobeoordeling te maken, dienen de essentiële veiligheidsvoorschriften uit bijlage 1 van de machinerichtlijn te worden toegepast, dient er een gebruiksaanwijzing of montagehandleiding worden opgesteld, dient er een technisch dossier te worden opgesteld, etc.

Voorbeelden van voltooide machines:

  • een elektromotor met een pomp
  • een schudzeef met aandrijving
  • een roterende sluis met aandrijving
  • etc.

Voorbeelden van niet-voltooide machines:

  • een machine zonder een besturingskast
  • een certifugaalpomp zonder aandrijving, waarbij de fabrikant de aandrijving niet expliciet heeft gedefinieerd
  • een machine zonder beveiligingssystemen, waarvan de fabrikant ook niet kan bepalen hoe dit beveiligingssysteem moet worden geplaatst of aangebracht
  • etc.

Bovenstaande voorbeelden moeten worden gezien als een indicatie. Opgelet: een niet-voltooide machine dient wanneer deze compleet is afgebouwd nog CE-gecertificeerd te worden. Dus van de voltooide machine dient het gehele CE-traject te worden doorlopen.

 

Wat zijn de kosten van een CE-markering?

Op deze vraag kan niet zomaar een antwoord worden gegeven. De kosten van een CE-markering zijn sterk afhankelijk van het soort product. Het CE-markeren van een eenvoudige machine (wat is eenvoudig?) kost al gauw €6000,-- incl. gebruiksaanwijzing. Een grote machine gaat al gauw richting €20.000,-- incl. gebruiksaanwijzing. Het CE-certificeren van een samenstel van machines, denk aan een grote procesinstallatie kost al gauw €30.000,--.

Een product dat onder de ATEX richtlijn valt, moet voor bepaalde categorieën worden gekeurd door een externe keuringsinstantie. Dit kost al gauw €10.000,-, ook weer sterk afhankelijk van het product. Daar komt dan nog bij de kosten van de beoordelingen die de fabrikant moet doen, inclusief het opstellen van een technisch dossier.

Een speelgoedproduct CE-certificeren is doorgaans minder duur, tenzij ook hier weer testen moeten worden gedaan. Denk aan €2000,--.

Het CE-certificeren van een bouwprodukt is weer een heel ander verhaal. Als er een European Assessment Document (EAD) of geharmoniseerde norm beschikbaar is dient er een externe keuringsinstantie worden ingeschakeld. De kosten voor het adviestraject kunnen worden ingeschat op €10.000 tot €25.000, afhankelijk van hoeveelheid werk die zelf kan worden gedaan. De kosten voor een Notified Body die ook tests uitvoert, liggen tussen de EUR 15.000 en EUR 30.000, geheel afhankelijk van het product en het aantal modellen.

Tijdens onze CE-opleiding maken we een oefening om de kosten te bepalen van een CE-traject. De uitkomsten zijn dan zeer divers, omdat er verschillen ontstaan in de tijdsbesteding en uurtarieven. Ons advies is om bij uitbesteding van CE-certificeringen minimaal 2 aanbiedingen te vragen en dan goed met elkaar te vergelijken. Het al of niet meenemen van een gebruiksaanwijzing in een offerte maakt een groot verschil.

Veel producten mag u als fabrikant zelf CE-certificeren. Doorgaans is het verstandig om zelf de kennis in huis te halen en een groot gedeelte (of alles) van het CE-certificeringstraject zelf te doen. Wij bieden daarvoor diverse trainingen aan, klik hier ......

Het uitvoeren van CE-trajecten doen we als IAB Ingenieurs slechts in enkele gevallen. Mocht u een product willen CE-certificeren, dan zullen we u in de meeste gevallen doorverwijzen naar collega's. Neem contact op via ons contactformulier, klik hier ....

Moet op een dieplader voor achter een tractor ook een CE-markering?

Een dieplader met hydraulische cilinders voor bijvoorbeeld de rijplaten, kiepfunctie of de steunpoot wordt beschouwd als een machine. De dieplader bevat immers aangedreven bewegende delen. Het feit dat de hydrauliekpomp op de tractor zit, maakt de dieplader desondanks een voltooide machine. De dieplader moet een typeplaat hebben met onder andere het CE-teken en naam + adres van de fabrikant en andere relevante aanduidingen. Verder dient er een II.1.A verklaring en gebruiksaanwijzing aanwezig te zijn.

Stel dat er op de dieplader geen hydraulische cilinders aanwezig zijn en ook geen andere aangedreven bewegende delen, dan valt de dieplader niet onder de machinerichtlijn en krijgt dan geen CE-markering. Dit betekent niet dat er geen eisen worden gesteld aan de dieplader. De dieplader valt dan wel onder de regels voor aanhangwagens voor op de openbare weg. Deze regels zijn ook van toepassing als het wel een machine zou zijn, zoals geschetst in het eerste gedeelte van deze vraag.

dieplader wel of geen CE

dieplader wel of geen CE

Is een pomp met afsluiters en sensor als een samenstel te beschouwen?

Als leverancier van een pompinstallatie hebben we een vacuümpomp met leidingwerk, verschillende afsluiters (handmatig bediend) en een aantal digitale opnemers samengebouwd op een frame. Dit frame wordt vervolgens in de handel gebracht. De pomp wordt ingekocht compleet met CE markering.(incl. EG-verklaring II.1.A, handleiding, Inbouwvoorschriften, onderhoud- / inspectieplan etc.).

In dit voorbeeld is er geen sprake van samenstellen van machines. Immers er is sprake van 1 machine, dat is de vacuümpomp. In dit voorbeeld hoeft er geen extra CE-certificatie te worden uitgevoerd. Het volstaat om de documentatie van de onderdelen mee te leveren.

Het samenbouwen van de onderdelen valt wel onder de verantwoordelijkheid van de leverancier. De leverancier dient de onderdelen correct te monteren en dient zich ook af te vragen of er een veilig product wordt geleverd.

Wat zijn de te nemen stappen bij machines die we zelf bouwen voor eigen productie?

Wanneer machines voor eigen gebruik worden gebouwd, dienen deze ook CE-gemarkeerd te worden. In principe mag u deze CE-certificering zelf gaan doen. Er is een uitzondering op dit zelf certificeren, dat is voor zogenaamde bijlage 4 machines. Deze bijlage 4 machines staan in de machinerichtlijn in bijlage 4 genoemd. In sommige situaties moet u een bijlage 4 machine laten keuren (officieel: EG-typeonderzoek) door een keuringsinstantie, een zogenaamde Notified Body.

De stappen die we moeten volgen bij het CE-certificeren van machines zijn:

  1. nagaan welke CE-richtlijn van toepassing zijn op uw machine, dus uitvoeren van een CE-scan, zie download
  2. controleren of de machine voldoet aan de eisen uit bijlage 1 van de machinerichtlijn, dit is de controle op de essentiële veiligheids- en gezondheids eisen. Relevante risico's werkt u verder uit in de risicobeoordeling, zie download
  3. uitvoeren van een risicobeoordeling volgens de NEN EN ISO 12100 (te verkrijgen via: www.nen.nl of www.evs.ee)
  4. toepassen van relevante machineveiligheidsnormen, een gratis overzicht van deze normen klik hier .... (via www.nen.nl)
  5. opstellen van een technisch dossier volgens de inhoud zoals genoemd in bijlage 7 van de machinerichtlijn
  6. opstellen van een gebruiksaanwijzing, zie machinerichtlijn bijlage 1.7.4 voor de eisen
  7. aanbrengen van een typeplaat met CE volgens bijlage 1.7.3 van de machinerichtlijn: LET OP: CE brengt u alleen aan als het om een voltooide machine gaat
  8. opstellen van een "CE-certificaat": een II.1.A verklaring voor voltooide machines, een II.1.B verklaring voor niet voltooide machines
  9. eventueel toepassen van andere CE-richtlijnen, zoals bepaald met de CE-scan, zie punt 1

Met elkaar een heel karwei, waarbij punt 3, de risicobeoordeling het allerbelangrijkste is. Het gaat immers om veiligheid.

Moet een samenstel van machines ook CE-gecertificeerd worden?

Er moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan, voordat er sprake is van een samenstel van machines. Indien alle onderstaande voorwaarden worden vervuld, dan is er sprake van een samenstel van machines. Dit betekent dat voor het samenstel de complete CE-certificeringsprocedure volgens de machinerichtlijn moet worden doorlopen. Hierbij is de risicobeoordeling het belangrijkste onderdeel. Het samenstel dient een CE-markering te krijgen en een EG-verklaring van overeenstemming dient te worden opgesteld voor het samenstel. Daarnaast dient ook een technisch dossier van het samenstel te worden opgesteld, inclusief een gebruiksaanwijzing.

Voorwaarden voor een samenstel van machines:

  • de samenstellende eenheden worden samengevoegd om een gemeenschappelijke functie te vervullen, bijvoorbeeld de totstandbrenging van een bepaald product;
  • de samenstellende eenheden zijn functioneel zodanig verbonden dat de werking van elke eenheid rechtstreeks van invloed is op de werking van andere eenheden of van het samenstel als geheel, zodat een risicobeoordeling nodig is voor het hele samenstel;
  • de samenstellende eenheden hebben een gemeenschappelijk besturingssysteem*.

* Bij het gemeenschappelijk besturingssysteem kan onderscheid worden gemaakt in een besturingssysteem dat voor het proces noodzakelijk is en een besturingssysteem dat voor de veiligheid van het samenstel dient.

Meer uitleg over samenstellen van machines, of wijzigingen aan machines worden behandeld in onze cursus machinerichtlijn, klik hier ....

Welke normen moeten we opschrijven op een II.1.A certificaat voor machines?

Op II.1.A EG-Verklaring van Overeenstemming voor machines moeten de meest relevante normen worden genoemd. Indien op een machine ook zogenaamde C-normen van toepassing zijn, moeten deze zeker worden vermeld. Daarnaast is in zijn algemeenheid ook altijd de NEN EN ISO 12100 van toepassing. Verder zou bepaald moeten worden welke overige belangrijke normen van toepassing zijn op uw machine. Deze normen noemt u dan op de EG verklaring van overeenstemming. Het is zeker niet de bedoeling om heel veel normen op de EG verklaring van overeenstemming op te gaan nemen.

Worden de IEC 62061 en de ISO 13849-1 norm voor veiligheidssystemen samengevoegd?

Onlangs is een ontwerpversie van de nieuwe ISO / IEC 17305 beschikbaar gekomen. Dit betreft nog een werkdocument waarin nog veel zal worden aangepast. De ISO / IEC 17305 is een samenvoeging van de IEC 62061 en de ISO 13849-1. In de norm worden beide systemen, de SIL (Safety Integrity Level) en PL (Performance Level behandeld). De verwachting is dat eind 2016 de norm gereed zal zijn. Of dat gaat lukken is nog de vraag, er moet nog veel worden aangepast. In de praktijk blijkt dat het systeem volgens de ISO 13849-1 veel meer wordt toegepast dan de IEC 62061. Dit heeft mogelijk te maken met de gemakkelijk beschikbare software, zoals Sistema en de uitgebreide documentatie. In de komende trainingen over de IEC 62016 en de ISO 13849-1 zullen we reeds ingaan op de nieuwe norm ISO / IEC 17305. Meer info

 

Moet een oude kantbank worden voorzien van een beveiliging?

We hebben voor onze technische dienst een oude hydraulische kantbank gekocht (bouwjaar 1992). Deze kantbank heeft geen CE-markering. Moet deze kantbank worden voorzien van een beveiliging tegen beknelling van vingers?

akas kantpersGezien het bouwjaar van deze kantbank hoeft deze geen CE-markering te hebben (mits de kantbank niet ingrijpend is gewijzigd en al voor 1-1-1995 in de EU aanwezig was). CE voor machines is definitief ingegaan op 1-1-1995. Wel dient deze kantbank veilig te zijn, op basis van de Arbowetgeving. De werkgever is verplicht om een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) uit te voeren op deze kantbank. Voor deze RI&E zou u de NEN EN ISO 12100 kunnen toepassen. In deze RI&E zal ongetwijfeld het gevaar voor beknelling naar voren komen tussen het kantmes. Hieruit zal redelijkerwijs als maatregel moeten worden genomen dat een beveiliging op de kantbank moet worden aangebracht. Verder dient u de veiligheidsnorm voor kantbanken te raadplegen, de EN 12622. Deze norm geeft de huidige stand van veiligheid aan voor kantbanken. De EN 12622 is in principe bedoeld voor nieuwe kantbanken, maar kan ook prima worden gebruikt om oude kantbanken te beoordelen.

Vaak wordt gesteld dat een beveiliging niet mogelijk is, omdat het produkt dat bewerkt dient te worden de beveiliging zal activeren. Tegenwoordig zijn er systemen op de markt welke meebewegen met het kantmes en waarmee vingerbeknelling wordt voorkomen. Zie bijvoorbeeld www.fiessler.de.

Meer informatie over de veiligheid van kantpersen vindt u in de norm NEN EN 12622 (zie www.nen.nl (€85) of www.evs.ee (€19))

Mag een machine met een veiligheidscircuit PL-d worden opgenomen in een overall noodstopcircuit PL-c?

Vraagstelling
Wij hebben een aanvraag om een machine te plaatsen in een grote bestaande hal. In de hal staan veel transportbanden en een paar kleine eenvoudige machines. Door de hele hal zijn er ca. 30 noodstopknoppen geplaatst en destijds is alles bepaald als PL-c categorie.

Onze machine hebben wij bepaald als een PL-d machine en wordt in de hal tussen een paar bestaande transportbanden geplaatst.
Onze machine is geheel afgeschermd met een hekwerk met een mechanische LOTO-schakelaar en en alles binnen het hekwerk is dus PL-d.
Onze noodstop op de machine moet geïntegreerd worden in het complete noodstopcircuit. Klant wil bij noodstop namelijk alles uit, noodstop is noodstop.
Op zich een goede keuze maar er rijst nu bij ons de vraag:
- Moet het hele noodstopcircuit nu opgewaardeerd worden naar cat. PL-d ondanks dat onze machine geheel met een eigen hekwerk is afgeschermd?
- Zo ja, wie is hiervoor verantwoordelijk, wij of eindklant?

Antwoord

1. Uw machine is conform CE geleverd volgens PL-d en aanname: de machine is met een II.1.A certificaat geleverd.
2. De veiligheidsbesturing op de machine voldoet aan PL-d.
3. Uw klant wil uw machine integreren in zijn noodstop circuit, dat lijkt me geen probleem, aan uw machine zal geen afbreuk worden gedaan. Deze blijft nog steeds Pl-d.
4. Voor de integratie van uw machine in het noodstopcircuit van uw klant dient een extra veiligheidscontact uit de besturingskast worden gehaald en te worden opgenomen in het noodstopcircuit van uw klant. Hiertoe kan mogelijk nog een vrij contact worden gebruikt of een contact-uitbreiding worden gedaan.
5. Het is niet de bedoeling dat uw klant zijn eigen noodstopcircuit in serie gaat zetten met die van uw machine. Hierdoor is de PL-d van uw machine mogelijk niet meer in orde.
6. Waar liggen de verantwoordelijkheden:
a. Uw machine heeft een CE en PL-d. Deze heeft u zodanig bij uw klant opgesteld.
b. De wijzigingen die uw klant doorvoert zijn in eerste instantie de verantwoordelijkheid van uw klant
c. Aangezien u weet heeft van de aanpassing van uw klant, dient u uw klant op de hoogte te stellen van de mogelijke gevolgen. U kunt ook voorstellen om de aanpassing te beoordelen of deze aan de ISO 13849 voldoet.
d. Mogelijk doet uw bedrijf ook het onderhoud aan deze machine. Indien de PL-d niet meer is gewaarborgd, kunnen uw eigen mensen hier ook niet veilig bij werken, dat is een belangrijk aandachtspunt.
7. Kortom: de integratie van het noodstopsysteem mag de PL-d niet verlagen van uw machine. Praktisch gezien moet het mogelijk zijn om de machine te integreren en toch de PL-d van uw machine te behouden.

 

 

Welke veiligheidsrichtlijnen horen bij een elektronisch testsysteem voor eigen gebruik?

Een elektronisch testsysteem, waarin zich ook bewegende machinedelen bevinden, zal moeten voldoen aan de machinerichtlijn. Ook al is deze machine voor eigen gebruik ontworpen en gebouwd, dan nog moet deze machine worden CE-gemarkeerd. Daarnaast zal deze machine elektrisch veilig moeten zijn. Hiervoor is het van belang dat deze machine aan de IEC 60204-1 voldoet. Naast de machinerichtlijn (CE), zal ook de EMC-richtlijn (CE) een rol spelen. De van toepassing zijnde geharmoniseerde normen zijn zeer afhankelijk van het type machine, maar de ISO 12100 en de IEC 60204-1 zijn direct wel de meest belangrijkste. Mocht de machine moeten worden beveiligd, dan zullen ook de ISO 13849 of de IEC 62061 van belang zijn. Er zullen ook nog andere geharmoniseerde normen moeten worden toegepast. In de map downloads vindt u de lijst met geharmoniseerde normen. De meest geschikte training voor het leren CE-markeren van machines is onze CE-Expert opleiding voor de machinebouw. Zie deze link.

Moet een aanhangwagen voor een landbouwtrekker een CE-markering hebben?

Geen gemakkelijk vraag, omdat de wetgeving hierin niet zo duidelijk is. In de gids op de machinerichtlijn staat het volgende:
Aanhangwagens en verwisselbare getrokken machines vallen onder zowel Richtlijn 2003/37/EG voor trekkers als de machinerichtlijn, hoewel bepaalde technische eisen nog moeten worden uitgewerkt om EG-typegoedkeuring van dergelijke getrokken machines mogelijk te maken. Als deze eisen in de toekomst tot stand komen, worden de eisen voor een veilige verkeersdeelname van dergelijke aanhangwagens en getrokken machines geharmoniseerd door Richtlijn 2003/37/EG, terwijl de veiligheids- en gezondheidseisen voor het gebruik van dergelijke machines buiten de openbare weg onder de machinerichtlijn zouden blijven vallen.

Dit betekent dat de aanhangwagen een EG-typegoedkeuring moet hebben voor gebruik op de openbare weg, op basis van de trekkerrichtlijn (2003_37_EG zie downloads) EN een CE op basis van de machinerichtlijn. Het antwoord is dus ja.

Valt een drukvat voor water en lucht met een volume van 14 liter en een druk van 10 bar onder de richtlijn voor drukvaten van eenvoudige vorm of PED?

Een drukvat bedoeld voor water en lucht valt onder de PED richtlijn (97/23/EG of 2014/68/EU). Drukvaten van eenvoudige vorm zijn drukvaten met een PS.V > 50 bar.liter en alleen bedoeld voor opslag van lucht of stikstof. Aangezien in dit drukvat ook water onder druk bevat, valt het onder de PED richtlijn. Voor de PED valt dit drukvat onder categorie 1 en moet het worden voorzien van o.a. een CE-markering, indien het in de handel wordt gebracht.

Meer informatie over de PED en drukvaten van eenvoudige vorm in onze cursus PED, zie hier.

Displaying 1 - 20 of 2312