Deel 7: ATEX Gaszones en ventilatie:meting, bewaking en alarmering bij ventilatie-installaties

In het zevende en laatste deel van de serie ATEX en gaszones behandelen we de bewaking en alarmering bij ventilatie-installaties.

Twee soorten ventilatie / afzuiging

De NPR 7910-1 spreekt van bewaking en alarmering van ventilatie bij:

  • kunstmatige ruimtelijke ventilatie
  • kunstmatige plaatselijke ventilatie (doorgaans noemen we dit puntafzuiging).

Voor de overige vormen van ventilatie, zoals buitenlucht of beperkte ventilatie (= natuurlijke trek) wordt niet gesproken over bewaking en alarmering. Hier wordt er van uitgegaan, dat door de constructie van het gebouw of de installatie er altijd voldoende ventilatie aanwezig is. Dit gaat goed, totdat iemand beslist om ventilatieroosters af te dekken, bijvoorbeeld vanwege tocht of kou.

In de NPR 7910-1 staat over alarmering en bewaking van de ventilatie het volgende aangegeven:

  • kunstmatige ruimtelijke ventilatie (bron: NPR 7910-1 §8.3.3.2): de continuïteit van de ventilatie is gewaarborgd doordat een eventueel uitvallen onafhankelijk van menselijk ingrijpen onmiddellijk wordt gesignaleerd. De ventilatie wordt zo spoedig mogelijk hersteld. Daarbij wordt de aanwezigheid van de luchtstroom of het daardoor veroorzaakte drukverschil rechtstreeks bewaakt, niet indirect via grootheden als stroomopname of toerental van de ventilatormotor.
    • Indien een voorziening is aangebracht die bij een ventilatiestoring het vrijkomen van brandbare substantie rechtstreeks verhindert (door automatisch wegnemen van de gevarenbron, zoals het stoppen van een proces), wordt de beschikbaarheid van de ventilatie eveneens als “goed” beschouwd.
  • kunstmatige plaatselijke ventilatie (bron: NPR 7910-1 §8.3.4): de continuïteit van de ventilatie is gewaarborgd doordat een eventueel uitvallen  onafhankelijk van menselijk ingrijpen uitval onmiddellijk wordt gesignaleerd. De ventilatie wordt zo spoedig mogelijk hersteld. De ventilatie is hierbij slechts zelden en gedurende een korte periode buiten bedrijf. Tijdens uitval van de ventilatie behoren passende maatregelen te worden getroffen. Daarbij wordt de aanwezigheid van de luchtstroom of het daardoor veroorzaakte drukverschil rechtstreeks bewaakt, niet indirect via grootheden als stroomopname of toerental van de ventilatormotor.

ATEX gaszones en ventilatie

Bij gasexplosiegevaren dient in het kader van de zonering altijd de ventilatie in beschouwing te worden genomen. In het Explosieveiligheidsdocument dient bij de argumentatie van de ATEX zones de ventilatieomstandigheden te worden vermeld en waar relevant ook te worden aangetoond met berekeningen.

Wanneer we de ATEX zones gaan bepalen aan de hand van de NPR 7910-1, komen we al gauw terecht bij een van de meest belangrijkste pagina’s uit de NPR 7910-1:2012 en dat is tabel 7. In tabel 7 van de NPR 7910-1 worden de diverse vormen van ventilatie genoemd en wordt aangegeven wat het effect van de ventilatie op de zonering is.

In een 7-tal artikelen behandelen we de verschillende soorten ventilatie en de specifieke aandachtspunten.

  1. Ventilatie in de buitenlucht en een open gebouw
  2. Geen of beperkte ventilatie in een gebouw
  3. Kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw
  4. Kunstmatig plaatselijke ventilatie in een gebouw
  5. Een groot gebouw
  6. Zone-afmetingen in relatie tot de ventilatie-omstandigheden
  7. Bewaking, meting, alarmering bij ventilatie-installaties