Berichten

ATEX wijziging Arbobesluit 31-01-2020

Leestijd: 3 minuten

ATEX wijzing Arbobesluit definitief

Middels een wijzigingsbesluit (23-01-2020) is het Arbobesluit artikel 3.5e gewijzigd.

Onderdeel 3.5e van het Arbobesluit wordt nu:

voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, geen aanvullende eisen stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de apparatencategorie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 en toegepast volgens de navolgende principes:

  • 1°.gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur;
  • 2°.gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur;
  • 3°.gevarenzone 2 of 22: categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-apparatuur;

Toelichting wijziging

In onderdeel e van artikel 3.5e Arbobesluit is bepaald dat:

  • apparaten en beveiligingsmiddelen moeten worden gebruikt overeenkomstig de apparatencategorieën,
  • zoals bedoeld in het Besluit explosieveilig materieel 2016,
  • en moeten worden toegepast volgens de beschreven principes,
  • waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende gevarenzones.

Maatregelen schriftelijk vastleggen in een explosieveiligheidsdocument

Als uit de beoordeling van de gevaren in verband met explosieve atmosferen (bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, Arbobesluit) blijkt dat maatregelen nodig zijn, dat moeten die worden genomen. Dit dient schriftelijk te worden vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.

Term ‘Andere eisen’ wekt verkeerde indruk

Uit de aanhef van artikel 3.5e Arbobesluit (oud) volgde dat het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, Arbobesluit «andere eisen» kon stellen.

De formulering «andere eisen» kon ten onrechte de indruk wekken dat het mogelijk was:

  • ter zake minder eisen te stellen;
  • een minder strenge gevarenzone te kiezen;
  • apparatuur of beveiligingsmiddelen te gebruiken uit een minder strenge categorie dan vermeld in de punten 1°, 2° of 3° van onderdeel e;
  • af te zien van het treffen van de maatregelen die nodig zijn volgens de beoordeling van de gevaren met betrekking tot explosieve atmosferen, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid.

Met «andere eisen» werd en wordt echter bedoeld dat er «aanvullende, extra eisen» gesteld kunnen worden.

Uitgangpunt bij de eisen met betrekking tot explosieve atmosferen is het voorkomen van het ontstaan van een explosieve atmosfeer.

Zonering en passende maatregelen

Indien het risico op het ontstaan en de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer niet volledig weggenomen kan worden, dan wordt een gebied ingedeeld in een gevarenzone en moeten passende maatregelen getroffen worden.

In de gevarenzone moeten apparaten en beveiligingssystemen worden gebruikt die passend zijn bij de ingedeelde gevarenzone. Voor de gevaarlijkste zone mag uitsluitend apparatuur worden gebruikt die een zeer hoog explosiegevaarbeschermingsniveau biedt. Voor de minder gevaarlijke zones mag alleen apparatuur worden gebruikt van een zeer hoog of hoog explosiegevaarbeschermingsniveau en voor de minst gevaarlijke zone apparatuur van een zeer hoog, hoog of normaal explosiegevaarbeschermingsniveau.

Indien er voor een apparatencategorie géén apparatuur of beveiligingsmiddelen beschikbaar zijn (of niet op een redelijke termijn beschikbaar gaan komen), mag afgeweken worden van de principes, bedoeld in artikel 3.5e, onderdeel e, Arbobesluit. Er moeten dan wel aanvullende maatregelen genomen worden om te zorgen dat het explosiegevaar zoveel mogelijk wordt teruggedrongen. Indien de gebruikers weten dat de apparatuur of beveiligingsmiddelen meer dan één keer gebruikt zullen worden, moeten zij er voor zorgen dat die apparatuur of beveiligingsmiddelen beschikbaar komen. De gebruikers moeten dus bij de fabrikant vragen naar de ontwikkeling van deze apparatuur of beveiligingsmiddelen.

Bij de beoordeling van de gevaren met betrekking tot explosieve atmosferen, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, Arbobesluit, moeten verder alle mogelijke incidentele of tijdelijke werkzaamheden die in een gevarenzone nodig (kunnen) zijn, worden meegenomen.

Ook bij deze werkzaamheden is het uitgangspunt dat de gevarenbron zo veel mogelijk wordt weggenomen of gereduceerd.

Een reductie kan leiden tot een minder gevaarlijke gevarenzone en hierdoor tot het treffen van minder zware maatregelen.

De werkzaamheden kunnen echter ook nieuwe of aanvullende risico’s introduceren. Door onder andere het gebruik of de mogelijke aanwezigheid van andere gevaarlijke stoffen of het gebruik van een ander proces, kan juist sprake zijn van een vergroting van het gevaar met als gevolg een zwaardere gevarenzone en het bewerkstelligen van een hoger explosiegevaarbeschermingsniveau. Dat is precies wat wordt beoogd met Bijlage II, onderdeel B, van richtlijn 1999/92/EG.

De bepalingen van paragraaf 2a. «Explosieve atmosferen» van het Arbobesluit zijn op veel sectoren van toepassing, bijvoorbeeld in de chemische sector. Daarbij is bij de chemische sector sprake van uitzonderlijke situaties waarin bij bedrijven gevaarlijke werkzaamheden in een gevarenzone als bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid, Arbobesluit plaats moeten vinden. Daarbij kan het stilleggen van de installaties voor aanvullende risico’s voor de werknemers, zelfstandigen en omgeving zorgen.

In het kader van het explosieveiligheidsdocument, bedoeld in artikel 3.5c, Arbobesluit, zal de werkgever dan een uitgebreide risicobeoordeling moeten maken. Hierbij moeten alle risico’s voor de werknemers, zelfstandigen en derden bekeken zijn. Tevens moeten er aanvullende maatregelen worden getroffen om de omvang van de gevarenzone weg te nemen of zo veel als mogelijk te reduceren. Verder moet de werkgever er voor zorgen dat met deze aanvullende maatregelen geen nieuwe risico’s voor de werknemers en zelfstandigen worden geïntroduceerd.

Indien aan die voorwaarden is voldaan, is het toegestaan dat in de chemische sector de werkzaamheden toch in een gevarenzone plaatsvinden zonder het uit bedrijf halen van de installatie.

De eis dat de apparatuur en beveiligingsmiddelen conform de apparatencategorieën, bedoeld in het Besluit explosieveilig materieel 2016, worden gebruikt, geldt echter altijd onverkort.

Download het volledige besluit (wachtwoord IAB Member nodig).

De componentenlijst

Leestijd: 3 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

“De componentenlijsten waarin de apparatuur in de gevarenzones zijn opgenomen zijn nog niet volledig. Tijdens de inspectie zijn apparaten aangetroffen die A. niet in de componentenlijst waren opgenomen en B. niet waren voorzien van markeringen waaruit blijkt dat deze geschikt waren voor de gevarenzone.”

Wanneer mag een installatie in gebruik worden genomen?

Een installatie mag pas in gebruik worden genomen wanneer is aangetoond dat aan het gebruik van apparatuur geen explosiegevaar is verbonden. In de wetgeving vinden we dit terug in het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5e onder c:

“installaties, apparaten, beveiligingssystemen en het installatiemateriaal, worden, met inachtneming van onderdeel e, slechts in gebruik genomen indien uit het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat aan het gebruik ervan geen explosiegevaar is verbonden;

Wat betekent dit nu praktisch gezien?

Nadat de gevarenzones zijn vastgesteld, wordt er een zogenaamde componentenlijst opgesteld. Deze lijst bevat een overzicht van alle apparatuur die in een ATEX zone aanwezig is. Concreet betekent dit dat van ieder apparaat de relevante gegevens die op het typeplaatje staan worden overgenomen in een lijst. Bij grote aantallen is dit een omvangrijk karwei. Hiervoor wordt bij voorkeur een foto gemaakt van het typeplaatje, waarna de gegevens op een later moment kunnen worden verwerkt.

LET OP! Het maken van foto’s in een gevarenzone moeten worden uitgevoerd met een ATEX camera, tenzij er redenen zijn waarbij dit technisch niet uitvoerbaar is. In dat geval kan er middels passende maatregelen (werkvergunning / gasdetectie / etc.) gewerkt worden met een normale camera.

De componentenlijst dient zowel de elektrische als ook de mechanische apparatuur te bevatten. Tijdens het opstellen wordt in de praktijk al snel ontdekt wanneer bepaalde apparaten niet geschikt zijn voor een gevarenzone, omdat de relevante Ex-markeringen ontbreken.

Naast het invullen van de componentenlijst dient de apparatuur in de gevarenzone ook voor eerste ingebruikname te worden geïnspecteerd. De stand der techniek op dit punt is voor elektrische apparatuur vastgelegd in de NEN EN IEC 60079-17. Voor de eerste ingebruikname dient er van de elektrische apparatuur een gedetailleerde inspectie te worden uitgevoerd.

Uitvoeren gedetailleerde inspectie na ingebruikname installatie

Is de installatie echter al in bedrijf genomen, dan dient achteraf nog steeds een gedetailleerde inspectie te worden uitgevoerd. Uiteraard is dit achteraf erg lastig, want alle aansluitdozen moeten open en dit kan alleen in spanningsloze toestand (enkele uitzonderingen daargelaten).

Voorbeelden van typeplaatjes zoals deze worden opgenomen in een componentenlijst

Ook mechanische apparatuur dient voor de eerste ingebruikname te worden geïnspecteerd. Hiervoor is echter geen norm beschikbaar. Voor deze inspectie gebruikt u onder andere de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. In deze gebruiksaanwijzing staan de nodige aanwijzing voor een veilig gebruik van de mechanische apparatuur.

De componentenlijst kan ook goed worden gebruikt voor de inspectie van de apparatuur in de ATEX zones. Eventuele gebreken kunnen dan in een aparte kolom bij de betreffende apparatuur worden aangeven.

Ook het vermelden van de nodige certificaten van de Ex-apparatuur kan middels een hyperlink bij ieder component worden aangegeven.

Vermelden van apparatuur die niet in de ATEX zone is opgesteld

Naast de apparatuur in de gevarenzones hebben we ook te maken met associated apparatus, ofwel apparatuur die niet in de ATEX zone is opgesteld, maar wel van belang is voor explosieveiligheid. Denk hierbij aan barriers voor intrinsiek veilige circuits of motorbeveiligingen voor Ex e motoren of PTC-controllers.

Dus in een componentenlijst waarin een intrinsiek veilige niveaumeter is beschreven, volgt ook een verwijzing naar de barrier waarmee deze niveaumeter is verbonden. Van deze intrinsiek veilige kring dient ook de zogenaamde loop-berekening aanwezig te zijn.

Het mag duidelijk zijn dat het samenstellen van een componentenlijst bij een omvangrijke installatie veel werk is om achteraf samen te stellen. En nog veel belangrijker, als deze componentenlijst er is, deze up to date te houden.

Een voorbeeld van een componentenlijst kunt u downloaden via onze website.

10% dodelijke ongevallen door explosies

Leestijd: < 1 minuutUit een Duits onderzoek naar dodelijke ongevallen (periode 2004 – 2015) in de chemische industrie is gebleken dat 10 procent van de dodelijke ongevallen door explosies wordt veroorzaakt. Daarom is het belangrijk om goede maatregelen te nemen tegen het ontstaan van explosies. Dat kan door het nemen van technische en organisatorische maatregelen.

Van 300 dodelijke ongevallen in de chemische industrie waren 5 categorieën (% zijn afgerond) aan te wijzen:

explosiegevaar

explosiegevaar

  • voertuigen / transportmiddelen (30%)
  • machines / installaties (20%)
  • vallen van hoogte (15%)
  • vallende voorwerpen / objecten (15%)
  • explosies / vlammen (10%)
  • overig (10%)

Wanneer we focussen op explosiegevaar, stel uzelf en intern de vraag:

  1. Weet ik of er een explosiegevaar bestaat op mijn arbeidsplaats?
  2. Ken ik de risico’s en de genomen maatregelen?
  3. Ben ik voorzichtig met werkzaamheden in gebieden met brand of explosiegevaar?
  4. Meld ik gebreken die met explosiegevaar te maken hebben?
  5. Werk ik alleen na goedkeuring / werkvergunning bij het uitvoeren van onderhoud, reparatie, etc.

Indien u op 1 van de 5 vragen nee hebt geantwoord, onderneem dan passende acties.

De feiten: 32 mensen werden in 2004 – 2015 gedood door explosies en hun gevolgen.

Nieuwe ontwerp NPR 7910-2 2018 beschikbaar

Leestijd: 2 minutenNa de publicatie van de NPR 7910-1 is nu ook een nieuwe ontwerp NPR 7910-2 voor stofexplosiegevaar beschikbaar (februari 2018). De nieuwe ontwerpnorm bevat diverse wijzigingen waarvan we hier de belangrijkste noemen.

De NPR 7910-2 is een belangrijke norm voor het bepalen van ATEX zones bij stofexplosiegevaar. Het is van belang om u zich goed op de hoogte te stellen van de voorgenomen wijzigingen. Bij de eerst volgende revisie van het Explosieveiligheidsdocument dient ook de nieuwe versie van de norm in ogenschouw te worden genomen.

LET OP! De NPR 7910-1 en -2 zijn praktijkrichtlijnen, dus geen wetten. Het is toegestaan om ook op andere manieren en methodes de explosiegevaarlijke gebieden in kaart te brengen. Goede alternatieven zijn bijvoorbeeld de IEC 60079-10-1 / -2. In de praktijk wordt de NPR 7910 veel gebruikt.

De belangrijkste wijzigingen van de nieuwe NPR 7910-2

  • Beoordeling van explosierisico’s (nieuwe paragraaf 4.7.2)
    Op basis van een risicoanalyse kan worden bepaald of een hoger of lager beschermingsniveau van materieel kan worden toegepast in een gevarenzone. Dus er kan worden afgeweken van de standaard EPL – gevarenzone voorschriften (zone 20 = EPL Da; zone 21 = EPL Db; zone 22 = EPL Dc.
  • Arbeidshygiënische strategie (nieuwe paragraaf 5.2.1)
    In paragraaf 5.2.1 Veiligheidsprincipes wordt nader uitgelegd dat al tijdens een ontwerp van een installatie onderzocht moet worden wat de kans is op het vrijkomen van brandbare stoffen en hoe dit zoveel mogelijk kan worden vermeden. Er moet name onderzocht worden op welke plaatsen brandbare stoffen (poeders) vrij kunnen komen. Kleine lekkages kunnen leiden tot de opbouw van gevaarlijke stoflagen.
  • Overzichtelijkheid en duidelijkheid van de indeling (nieuwe paragraaf 5.2.2)
    In sommige situaties kan het handig zijn om een gebied met veel gevarenbronnen als een grote zone aan te merken. Of als er verschillende klassen van zones zijn, de zwaarste klasse te hanteren.
    (Opmerking IAB Ingenieurs: wees voorzichtig met het te groot en zwaar maken van zones. Dit brengt vaak enorme consequenties met zich mee)
  • Kwalificatie van personeel (nieuwe paragraaf 5.2.4)
    De gevarenzone-indeling dient te worden uitgevoerd door personen die kennis van zaken hebben. Er wordt gerefereerd aan de IECEx05 module Ex 002.
  • Nieuwe of aangepaste beschrijvingen van gevarenbronnen (aanpassingen in paragraaf 5.5.3.2)
    Geen gevarenbron: dubbel uitgevoerde flexibele verbindingen of filterzakken waarbij door goed ontwerp, beproeving, monitoren, goede constructie, goed onderhoud en goede bedrijfsvoorvoering de kans op het vrijkomen van een brandbare stof verwaarloosbaar klein is.
  • Een nieuwe gevarenzone: “Inert Gebied” (paragraaf 5.6.4 en 3.12.3)
    Er is een nieuwe gevarenzone gedefinieerd, het zogenaamde Inert Gebied. In een inert gebied is geen zuurstof aanwezig door de zuurstof te verdringen door stikstof, kooldioxide, etc. Afhankelijk van de uitvoeringsvorm en betrouwbaarheid van inertisering kan een zonering verlaagt worden.
    (Opmerking IAB: de toevoeging van het inert gebied is alleen maar extra ballast. Een gebied kan door inertisering een andere zoneklasse krijgen of zelfs NGG. Een nieuwe aanduiding IG voegt niets toe.)
  • Stoflagen (paragraaf 5.7.2.2 verder uitgebreid)
    De gevaren van stoflagen worden verder uitgewerkt. De gevaren van secundaire explosie, brand en een explosie van een opgewervelde stofwolk worden uitgelegd.
  • Presentatie en rapportage van de zone-indeling (paragraaf 7.1.uitbreiding)
    Er worden stapsgewijs diverse punten genoemd die gedocumenteerd moeten worden bij een gevarenzone-indeling. Ten opzichte van de vorige norm zijn vele extra punten nu benoemd.
  • Bepalen van de afmetingen van de gevarenzone (aanpassing Bijlage B)
    De berekening van de afmetingen van de gevarenzone met stuifgetallen, etc. is niet meer opgenomen. Alleen de praktijkinspectie wordt beschreven.

Door de gehele norm heen zijn op diverse plaatsen kleine aanpassingen gedaan, zoals het actualiseren van referenties van normen.

Commentaar op de norm kan worden ingediend bij het NEN voor 15-04-2018.

IEC 60204-1 voor machines ook van toepassing bij ATEX

Leestijd: 2 minutenDe IEC 60204-1 is een belangrijke norm voor elektrische installaties bij machines. In ATEX gebieden worden ook regelmatig machines geplaatst, denk aan ventilatoren, pompen, transportschroeven, draaisluizen, etc. Naast de ATEX installatievoorschriften, volgens de IEC 60079-14, is voor machines ook de IEC 60204-1 van toepassing. Dit betekent dus ook een controle volgens IEC 60204-1.

In ATEX gebieden maken we voor het installeren van elektrische apparatuur gebruik van de IEC 60079-14. Dit is een soort “NEN 1010”, maar dan anders en is specifiek bedoeld voor elektrische apparatuur in ATEX zones. In België is het iets anders geregeld, daar bevat het AREI ook al een groot gedeelte van de IEC 60079-14 met her en der wat verschillen.

De IEC 60079-14 is er vooral op gericht om te voorkomen dat er ontstekingsbronnen kunnen ontstaan. Dit wordt bereikt door de juiste keuze van explosieveilige apparatuur en de juiste methode van installeren.

In de inleiding van de IEC 60079-14 wordt vermeld: Deze eisen vormen een aanvulling op de eisen te stellen aan installaties in niet-gevaarlijke gebieden. Met andere woorden, naast de IEC 60079-14 is voor machines ook de IEC 60204-1 van toepassing. Dit betekent dat bij installaties in Ex-gebieden, waarbij er sprake is van machines, ook de IEC 60204-1 gehanteerd en gecontroleerd moet worden.

In hoofdstuk 4 van de IEC 60079-14 wordt het volgende vermeld: Elektrische installaties in gevaarlijke gebieden moeten ook voldoen aan de passende eisen voor elektrische installaties in niet-gevaarlijke gebieden. Voor installaties in gevaarlijke gebieden kunnen de eisen voor niet-gevaarlijke gebieden echter onvoldoende zijn. (opmerking IAB: deze eisen zijn inderdaad onvoldoende)

In de IEC 60204-1 worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan netscheiders, schakelaars ter voorkoming van onbedoeld inschakelen, uitschakeltijden ter bescherming tegen een elektrische schok, overstroombeveiligingen, beschermingsleidingen (PE), noodstops, installatiemethoden, etc. etc.

Het beste wordt naast een ATEX inspectie (verplicht bij nieuwe of gewijzigde installaties volgens IEC 60079-14: gedetailleerde inspectie), ook een inspectie volgens IEC 60204-1 uitgevoerd. Uiteraard ligt de IEC 60204-1 inspectie binnen het domein van de machinerichtlijn.

Voor meer informatie over de IEC 60204-1 of het uitvoeren van inspecties, zie onze IEC 60204-1 training.

ATEX gaszones en ventilatie: zoneafmetingen

Leestijd: 5 minutenLeestijd: 5 minuten In het zesde deel van de 7-delige serie ATEX en gaszones bespreken we de ATEX zoneafmetingen in relatie tot de ventilatieomstandigheden.

ATEX gaszones en ventilatie: kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw

Leestijd: 6 minutenLeestijd: 6 minuten In deel 3 van de serie ATEX gaszones en ventilatie bespreken we kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw aan de hand van praktijkvoorbeelden.

15 juni: Andries Brakke spreekt op Prenne 42

Leestijd: < 1 minuutHoe ver staan we met de Explosieveiligheidsdocumenten? Zijn alle Explosieveiligheidsdocumenten/ATEX-dossiers opgesteld en in orde met het K.B. van 4 december 2012? Wat moet de preventieadviseur hier inbrengen?

Tijdens Prenne 42 in Gent spreekt Andries Brakke over bovenstaande onderwerpen.

Datum: 15 juni 2017
Tijd: 11.05-11.55 (Module 3)
Kosten: € 25,- per sessie, € 249,- all-in
Plaats: Flandres Expo, Gent

Download de folder (PDF) van Prenne 42 voor meer informatie en inschrijven.

Nieuw: ATEX basiscursus IEC Ex 001

Leestijd: < 1 minuutVanaf juni 2017 kunt u bij IAB Ingenieurs de ATEX basiscursus IEC Ex 001 volgen. Deze 2-daagse cursus werd al gegeven als onderdeel van de 4-daagse cursus ATEX 153 Explosieveiligheidsdocument. Wij kregen echter dusdanig veel verzoeken voor een cursus waarin met name de basisprincipes van ATEX worden behandeld, dat wij hebben besloten deze cursus apart aan te bieden.

De cursus ATEX Ex 001 duurt twee dagen en is apart te volgen, maar ook nog steeds als onderdeel van de 4-daagse ATEX 153 training (explosieveiligheidsdocument). De ATEX 153 EVD training is een combinatie van Ex 001 (basisprincipes) + Ex 002 (zones bepalen). Ex 001 en Ex 002 zijn dus zowel apart als in combinatie te volgen.

Na de cursus nemen wij een toets af, waarmee u het officiële IEC Ex 001 examen bij DEKRA kunt volgen.

De eerste volgende Ex 001 training is op 22 en 23 juni 2017 in Appingedam.

ATEX basiscursus IEC Ex 001

demo stofexplosie in 1 m3 vat met breekplaat

 

Toetsing van het Explosieveiligheidsdocument

Leestijd: 2 minutenIn de praktijk worden vaak de volgende vragen gesteld:

Wie mag een explosieveiligheidsdocument opstellen?

Is toetsing van het explosieveiligheidsdocument verplicht?

Het explosieveiligheidsdocument kan worden gezien als een onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf. Zie artikel 3.5c van het Arbobesluit:

De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico’s die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en evaluatiebedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.

Iedereen mag een RI&E en dus ook een explosieveiligheidsdocument opstellen. In de Arbowet worden geen deskundigheidseisen genoemd. De RI&E en ook het EVD moet echter wel worden getoetst, dit kan door een kerndeskundige, zoals een gecertificeerde hogere veiligheidskundige, arbeidshygiënist, arbeids- en organisatiedeskundige, bedrijfsarts of een gecertificeerde arbodienst. Indien een kerndeskundige zelf de RI&E heeft opgesteld, kan het toetsen achterwege blijven, hoewel dit laatste niet wenselijk is.

Toetsing  van het explosieveiligheidsdocument: waar kijk je naar?

Bij een toetsing van de RI&E in het algemeen of een EVD in het bijzonder wordt met name gekeken naar:

  • volledigheid: check het EVD middels een controlelijst of deze compleet is
  • betrouwbaarheid: komt het EVD overeen met de werkelijkheid
  • actualiteit: wordt de actuele situatie weergegeven en zijn de nieuwste voorschriften toegepast

Een explosieveiligheidsdocument kan worden beschouwd als een verdiepende RI&E en ook deze moet worden getoetst. Er bestaan echter verschillende soorten toetsingen. Voor bedrijven met ten hoogste 40 uur arbeid per week en ten hoogste 25 werknemers zijn er uitzonderingen.

De toetsing van het explosieveiligheidsdocument dient te geschieden door een hierboven genoemde kerndeskundige die op het gebied van explosieveiligheid voldoende kennis heeft. In de Leidraad RIE-Toets  (zie download) staat dit nader omschreven. De aantoonbaarheid van voldoende kennis op het gebied van explosieveiligheid kan bijvoorbeeld doordat de kerndeskundige in het bezit is van IECEx persoonscertificaten.

Zelfstandig gecertificeerde deskundigen staan geregistreerd in het register van Hobéon SKO (Hoger Veiligheidskundige, Arbeidshygiënist en Arbeids- & Organisatiedeskundige),

Beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones

Leestijd: 3 minutenHet beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones is soms een lastige zaak. Toch kunnen we op voorhand al wat zaken op een rijtje zetten om deze beoordeling wat overzichtelijker en eenvoudiger te maken.
In eerste instantie is een inventarisatie noodzakelijk van de aanwezige mechanische apparatuur in de diverse ATEX zones en het bouwjaar van deze apparatuur.
Daarna moet worden bekeken of de mechanische apparatuur zelf middels een ontstekingsanalyse moet worden beoordeeld, of dat de fabrikant van de mechanische apparatuur al een ontstekingsanalyse heeft gemaakt. Dit laatste is dan te herkennen aan de Ex-markering op de apparatuur, welke voor mechanische apparaten met een bouwjaar na 2003 verplicht is.

Beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones (bouwjaar voor 2003)

In het overzicht hieronder is te zien (samenvatting uit het ATEX vouwboekje, zie download), dat oude mechanische apparatuur (bouwjaar voor 2003) door de gebruiker zelf beoordeeld moet worden op basis van een ontstekingsanalyse.

IAB

mechanische apparatuur en atex

Nieuwe mechanische apparatuur (bouwjaar na 2003) heeft een ATEX codering, de fabrikant heeft dan de ontstekingsanalyse gemaakt. De gebruiker moet enkel nagaan of het apparaat goed is geïnstalleerd en onderhouden. De gebruiksaanwijzing en de certificaten moeten worden geraadpleegd om te zien of de apparatuur goed is geïnstalleerd en of het juiste onderhoud wordt uitgevoerd.

Apparatuur met een bouwjaar voor 2003 moet door de gebruiker middels een ontstekingsanalyse zelf worden beoordeeld. Het is natuurlijk ook mogelijk om de oorspronkelijke fabrikant hiervoor te raadplegen. Er zijn een aantal normen waarin een dergelijke ontstekingsanalyse als voorbeeld is opgenomen, dat zijn:

  • EN 15198: Methodiek voor de risicobeoordeling van niet-elektrisch materieel en onderdelen bedoeld voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen
  • ISO 80079-36 / -37: Explosieve atmosferen – Deel 36: Niet-elektrische uitrusting voor gebruik in explosieve atmosferen / Deel 37: Niet-elektrische uitrusting voor gebruik in explosieve atmosferen – Niet-elektrisch beveiligingstype voor constructieveiligheid ‘c’, beheersing van ontstekingsbronnen ‘b’, onderdompeling in vloeistof ‘k

Hoe maak je een ontstekingsanalyse?

Het maken van een ontstekingsanalyse voor oude apparatuur is voor zone 2 en 22 relatief eenvoudig. Conform “de geest van ATEX” mogen in zone 2 en 22 tijdens normaal functioneren van het apparaat geen ontstekingsbronnen aanwezig zijn. Dit is in de praktijk vaak ook niet het geval, met uitzondering van statische elektriciteit. Hier moet altijd goed op worden gelet, aangezien dit een ontstekingsbron is die juist bij normaal functioneren wel aanwezig kan zijn. Het aanwezig zijn van hete oppervlakken, mechanische vonken, etc. is bij normaal functioneren van apparatuur meestal uitzonderlijk.

Een ontstekingsanalyse voor zone 1 en 21 of 0 en 20 is een complexe zaak, omdat we dan ook rekening moeten houden met verwachte of abnormale storingen in een apparaat. Bij deze analyse kunnen we o.a. gebruik maken van de ISO 80079-36 / -37. Nu zal een inschatting moeten worden gemaakt welke storingen er allemaal mogelijk zijn en wanneer deze zich kunnen voordoen.

Op basis van bovengenoemde indeling kunt u in de praktijk alvast een selectie maken van apparatuur en zich daarna concentreren op de lastige situaties.
In onze training ATEX mechanische apparatuur en ontstekingsanalyse behandelen we bovengenoemde thema’s en maken we aan de hand van praktijkvoorbeelden diverse analyses. Meer info >>>>

 

IAB

magneet gekoppelde pomp (cursus ATEX mechanisch / ontstekingsanalyse)

Op de foto zien we een gedeeltelijk gedemonteerde pomp in het kader van een ontstekingsanalyse van een magneetgekoppelde pomp tijdens de cursus ATEX Mechanische apparatuur. Om inzichtelijk te maken met welke aspecten we te maken te krijgen bij de ontstekingsanalyse gaan we na welke ontstekingsbronnen er mogelijk zijn en wanneer deze zich kunnen voordoen.

Een goed inzicht in de werking maakt het mogelijk om een juiste ontstekingsanalyse te maken. Dit betekent natuurlijk niet dat u in de praktijk alles moet los draaien!

Door te werken met bepaalde typicals kunt u in de praktijk doorgaans snel te werk gaan met de beoordeling van mechanische apparatuur.

Nieuwe ontstekingsbronnen na reparaties

Bij reparaties aan mechanische apparatuur moet altijd middels een ontstekingsanalyse worden nagegaan of er nieuwe ontstekingsbronnen mogelijk zijn. Bij substantiële wijzigingen is er sprake van een nieuw apparaat, dat eerst volgens ATEX gecertificeerd moet worden.

Veel fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones

Leestijd: 2 minutenWe zien met regelmaat fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones. De beschermingswijze Ex d is een methode waarbij vonkende apparatuur in een zodanig sterke omkasting wordt geplaatst, dat bij een eventuele explosie in de kast, deze niet kapot gaat en er geen vlammen en vonken naar buiten komen. Dit betekent dat drukvaste kasten goed gesloten moeten zijn. Dus een drukvaste kast openen terwijl de spanning er nog op staat is uit den boze. Een drukvaste kast met een UTP aansluiting er in, is daarom vragen om moeilijkheden. Dit gaat dus al fout in de engineeringsfase. Vaak worden ook de verkeerde wartels toepast. Een Ex e wartel in een Ex d behuizing kan niet, wel als een Ex d behuizing een Ex e aansluitcompartiment heeft.

fouten bij drukvaste behuizingen in ATEX zones

vlamspleet dicht gekit

Voorbeelden van fouten bij drukvaste behuizingen

Andere voorbeelden van problemen bij Ex d behuizingen zijn:

  • de Ex d behuizing is veel te vol, doordat er apparatuur bij in is geplaatst
  • de Ex d behuizing is te dicht op andere apparatuur geplaatst, waardoor er onvoldoende vrije ruimte voor de vlamspleten aanwezig is (voor Ex d flenzen)
  • de pasvlakken van een Ex d behuizing zijn beschadigd, waardoor de vlamspleten te groot zijn geworden
  • doordat vet in de boutgaten is gekomen, zijn de bouten niet meer volledig in het schroefdraad gedraaid, hierdoor zijn de vlamspleten weer te groot
  • het draad is beschadigd, zodat de bouten niet volledig konden worden aangedraaid
  • het plaatsten van motorbeveiligingen in een Ex d behuizing is vragen om problemen. Als deze motorbeveiliging regelmatig moet worden gereset, moeten de bouten regelmatig uit de drukvaste behuizing, dat is vragen om problemen. Betere oplossing was geweest: een Ex d motorbeveiliging in een Ex e behuizing, standaard te verkrijgen.
  • siliconenkit tussen de pasvlakken
  • verven van de naden
  • verlopen gebruikt bij het toepassen van blindstoppen
  • 2 verlopen gebruikt bij het toepassen van wartels
  • Ex e blindstoppen.

LET OP!: het openen van Ex d behuizingen valt onder de gedetailleerde inspectie volgens IEC 60079-17. Alvorens men behuizingen in ATEX zones kan openen, dient de situatie gasvrij en elektrisch veilig te zijn verklaard en te zijn vrijgegeven.

Cursus ATEX Inspecteur

Meer leren over ATEX Inspecties? Volg dan onze 3-daagse cursus ATEX Inspecteur.

bouten verschillend aangedraaid in een Ex d kast

bouten verschillend aangedraaid in een Ex d kast

Preventiemedewerker en ATEX

Leestijd: 2 minutenOp 13 september 2016 is door de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangenomen voor een wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in 2017. Een van de wijzigingen is onder andere de rol van de preventiemedewerker. De preventiemedewerker krijgt onder andere als taak om te adviseren aan en samen te werken met de bedrijfsarts en de andere arbodienstverleners. Het is belangrijk dat een preventiemedewerker ook mee kan denken en adviseren op het gebied van explosierisico’s. Voor een bedrijf met significante explosierisico’s zou het kennisniveau van de preventiemedewerker moeten liggen op dat van de IECEx05 module 001 en 002.

ATEX in de praktijk

Het hebben van IECEx certificeringen is geen wettelijke verplichting. De kennis kan ook zijn verkregen door praktijkervaring of anders gevolgde trainingen. Aan de andere kant geeft een IECEx certificering wel de zekerheid en aantoonbaarheid dat het juiste kennisniveau is behaald, want achter de IECEx certificeringen zit een systeem met vastgestelde eindtermen en onafhankelijke procedures voor examinering.

Module 001 is de zogenaamde basismodule. In deze module wordt het gehele spectrum van explosieveiligheid belicht. Zowel de ATEX zoneringen, de apparatuur, ventilatie, inspectie, onderhoud, etc. komt aan de orde.

Module 002 gaat specifiek in op het vaststellen van ATEX zones. Voor de preventiemedewerker wordt de 002 module als zeer belangrijk geacht. In de praktijk komen we soms overmatige ATEX zoneringen tegen, waardoor er onwerkbare situaties ontstaan. De preventiemedewerker kan meedenken en adviseren is de keuze van ATEX zones en de omvang van de zones.

Meer informatie over de ATEX training Ex001 en Ex002 >>>>

ATEX: Hoe gevaarlijk is de mens als ontstekingsbron?

Leestijd: < 1 minuutOp 24 mei 2016 wordt de actualiteitenseminar BRZO georganiseerd in Maarssen. Tijdens deze seminar houden Andries Brakke en Filip Verplaetsen een lezing met als onderwerp:

Hoe gevaarlijk is de mens als ontstekingsbron in ATEX zones?

BRZO 2016 ATEX: Hoe gevaarlijk is de mens als ontstekingsbron?Tijdens deze lezing, die ongeveer een half uur duurt, worden de volgende onderwerpen behandeld:

  • Hoe geeft u ATEX zones aan?
  • Hoe voorkomt u dat de mens een ontstekingsbron wordt?
  • Het belang van communicatie over ATEX regels binnen de organisatie en naar contractors
  • Welke spelregels en afspraken zijn van belang?
  • Waar wordt op gelet bij het verstrekken van een (ATEX)-werkvergunning?
  • Hoe wordt gecontroleerd of een ieder zich aan de afspraken houdt?

 

Wanneer: 24 mei 2016
Waar: Inn Style Maarssen, Herenweg 55, 3602 AN Maarssen

Klik hier voor het volledige programma en toegangskaarten

ATEX zones in de buitenlucht

Leestijd: 2 minutenWaar of niet waar? (ATEX)

Stelling: Op een buitenterrein ontstaat bij het overtappen van brandbare vloeistoffen, zoals ethanol, geen ATEX zone, want het is in de buitenlucht.

Dit is niet waar. Bij brandbare vloeistoffen moeten we altijd eerst kijken naar het vlampunt van de vloeistof. Ethanol heeft als vlampunt 12 graden Celsius. Voor buitenlucht omstandigheden houden we rekening met een omgevingstemperatuur van max. 40 graden Celsius. Dus ver boven het vlampunt. Stel we zouden een zeer kleine hoeveelheid ethanol overtappen, dan is een zonering misschien niet zinvol. Dit dient bepaald te worden op basis van het risico. Maar wees voorzichtig met het hanteren van de zogenaamde minimale hoeveelheden (zie NPR 7910-1).

De minimale hoeveelheid voor ethanol in de buitenlucht is 500 kg. Dit zou kunnen betekenen dat we bij het overtappen van 200 liter ethanol in de buitenlucht een zonering niet zinvol zou zijn. Echter we moeten hier kijken naar het risico. Het risico van het overtappen van 200 liter ethanol achten we zodanig, dat een ATEX zonering wel zinvol is.  Van belang bij de minimale hoeveelheden zijn het vlampunt en het kookpunt van de vloeistof. Ethanol heeft een vlampunt van circa 12 graden Celsius en een kookpunt van circa 78 graden Celsius. Eigenschappen van brandvloeistoffen vindt u doorgaans op de MSDS (material safety data sheet) of in het chemiekaarten boek of in de IEC 60079-20-1.

Daarna gaan we kijken wat de aard is van de gevarenbron (= bron van mogelijke lekkage). Tapwerkzaamheden worden doorgaans beschouwd als een primaire bron (zie hoofdstuk 7 NPR 7910-1). Standaard is een primaire bron een zone 1. Vervolgens moeten we kijken in tabel 7 van de NPR 7910-1. Hiermee gaan we bepalen wat de invloed van de ventilatie is op de gevarenbron. In tabel 7 worden de buitenluchtomstandigheden beschreven. Daar staat dat de zoneklasse overeenkomstig die van de gevarenbron is. Dus een zone 1.

Uitgangspunt bij buitenluchtomstandigheden is dat er voldoende vrije luchtstroming aanwezig is.

Meer leren over ATEX zoneringen, volg dan onze 4-daagse ATEX training, zie >>>>

Ontstekingsanalyse

Leestijd: 4 minutenIn het derde en laatste deel van onze serie artikelen over mechanische apparaten in ATEX zones bespreken we de ontstekingsanalyse.

De ontstekingsanalyse bestaat uit 5 belangrijke delen:

1. onderdeel / locatie / zone

Nemen we als voorbeeld een draaisluis voor een poederachtig materiaal, dan kunnen we de mogelijke ontstekingsbronnen inwendig bij de rotor gaan bekijken. Doorgaans is er inwendig sprake van een omgeving waar voortdurend stofontploffingsgevaar kan heersen. Dus een zone 20 inwendig. De vereiste categorie is dan categorie 1. Dit betekent dat er geen ontstekingsbronnen aanwezig mogen zijn tijdens normaal bedrijf, verwachte storingen en abnormale storingen. Uitwendig zal een dergelijke draaisluis geschikt moeten zijn voor zone 22 of wellicht 21 (ook gaszones zijn natuurlijk mogelijk), afhankelijk van de omgevingssituatie. Dit betekent dat de behuizing en het uitwendige dan moet voldoen aan categorie 2 of 3. Gaat het om categorie 2, dan mag er tijdens normaal gebruik en tijdens verwachte storingen geen ontstekingsbron zijn. Bij categorie 3 mag tijdens normaal gebruik geen ontstekingsbron aanwezig zijn.

2. potentiële ontstekingsbron en oorzaak

Hier wordt een beschrijving gegeven van de ontstekingsbron en de oorzaak van optreden. Bij een draaisluis met kunststof rotorbladen zou statische elektriciteit een ontstekingsbron kunnen zijn. Dit is natuurlijk niet acceptabel in een zone 20. De oorzaak is het poeder dat langs de bladen stroomt, terwijl de kunststofbladen van isolerend materiaal zijn gemaakt.

3. optreden van ontstekingsbron zonder maatregelen

Zonder maatregelen te hebben genomen wordt nagegaan wanneer de ontstekingsbron zich aandient. Dit kan zijn: tijdens normaal bedrijf, tijdens te verwachte storingen of tijdens abnormale storingen. Vaak is het lastig om in dit stadium van de ontstekingsanalyse de reeds aanwezige maatregelen of beveiligingsmiddelen niet mee te nemen. Ook komt het voor dat bepaalde sensoren en regelkringen mee gaan doen om ontstekingsbronnen te voorkomen. Temperatuursensoren zijn hier een voorbeeld van. Wanneer de toch al aanwezige temperatuursensoren ook dienst gaan doen om niet alleen een proces te bewaken, maar ook ontstekingsbronnen te voorkomen, worden er andere eisen gesteld aan deze sensoren (zie NEN-EN 13463-6).

4. genomen maatregelen

Afhankelijk van de vereiste categorie dienen er maatregelen te worden genomen om de ontstekingsbron te voorkomen. Zie onderstaande tabel.

Categorie en beschermingswijze

categorie ontstekingsbron en beschermingswijze

Bij het nemen van beschermingsmaatregelen om ontstekingsbronnen te voorkomen kan in de ontstekingsanalyse worden verwezen naar delen van de NEN-EN 13463 normen die zijn toegepast. Eventueel dient hierbij te worden verwezen naar belangrijke documenten en specificaties die in dit kader van belang zijn.

De normen NEN-EN 13463 beschrijven de juiste maatregelen die moeten worden genomen om ontstekingsbronnen te voorkomen bij mechanische apparatuur. Voor specifieke apparatuur bestaan aparte normen, deze dienen daarbij aanvullend te worden geraadpleegd. Denk bijvoorbeeld aan de NEN-EN 14986 voor ventilatoren in ATEX omgevingen.

Voorbeeld draaisluis
Een losgeraakt onderdeel kan tussen rotor en stator mechanische vonken veroorzaken door schuren en wrijven. Deze ontstekingsbron kan worden gezien als een te verwachten storing. Een maatregel zou kunnen zijn dat de fabrikant bij de inbouwinstructies aangeeft dat de gebruiker moet voorkomen dat er vreemde delen in de draaisluis terecht zouden kunnen komen. Het probleem wordt door deze maatregel niet echt verholpen, maar verschoven richting gebruiker. Deze oplossing voldoet niet aan de voorschriften van ATEX 95, want het aanpassen van het ontwerp komt op de eerste plaats.
De maatregelen kunnen bestaan door bijvoorbeeld de omtreksnelheid van de rotor te beperken. Doorgaans kan worden gesteld dat bij een omtrekssnelheid kleiner dan 1 m/s de kans op mechanische vonken door wrijving niet aanwezig is, mits de contactdruk niet te groot is. Door het ontwerp van de draaisluis op deze manier te bepalen, zal deze ontstekingsbron, na de genomen maatregelen, zich niet meer voordoen. Het optreden van deze ontstekingsbron is dan, na genomen maatregelen, niet meer van toepassing.
De beperking van de omtreksnelheid is een constructieve maatregel, welke wordt genoemd in NEN-EN 13463-1 en NEN-EN 13463-5 paragraaf 5.1. De beschermingswijze die voor dit onderdeel wordt toegepast wordt aangeduid met ‘c’.

Soms kunnen, ondanks de genomen maatregelen, ontstekingsbronnen niet geheel worden uitgesloten. Dit is dan vaak de aanleiding om beveiligingsmiddelen op apparatuur, denk aan explosiebeveiliging in de vorm van drukontlasting, vonkendetectie, blusmiddelsystemen, etc. aan te brengen. In sommige gevallen is het mogelijk om drukvast of drukstootvast te ontwerpen. Voorbeelden hiervan zijn maalmolens.

5. optreden van ontstekingsbron en categorie na genomen maatregelen en mogelijke beperkingen

Nadat de maatregelen zijn toegepast, dient weer opnieuw te worden beoordeeld wanneer de ontstekingsbron zich kan voordoen.
Uiteindelijk komt hiermee de verkregen categorie vast te staan. Deze dient dan minimaal de vereiste categorie te halen waarvoor het apparaat gecertificeerd gaat worden.

Een ontstekingsanalyse in deze vorm zal voor een eerste keer zeker enige tijd in beslag nemen. Naast de methodiek die men zich eigen moet maken, dient er vooral veel inzicht te worden verkregen in het ontstaan van ontstekingsbronnen. Op specifieke gebieden kan het zeker nodig zijn om nader onderzoek te verrichten.

[box]

Dit was het derde  en laatste deel in onze serie over Mechanische apparaten in ATEX zones

Deel 1: Inleiding, wetgeving en “de geest van ATEX”
Deel 2: Ontstekingsbronnen
Deel 3: Ontstekingsanalyse

Wilt u meer leren over het beoordelen van mechanische apparatuur?

Volg dan onze 2-daagse training “ATEX en mechanische apparatuur”[/box]

Onstekingsbronnen in ATEX zones

Leestijd: 2 minutenexplosieveilige vorkheftruckIn het eerste deel van deze driedeling serie over mechanische apparatuur en ATEX legden we onder andere uit wat “De geest van ATEX” precies inhoudt. In dit deel vertellen we meer over de verschillende ontstekingsbronnen in ATEX zones die je kunt aantreffen.

Bij het maken van een ontstekingsanalyse gaan we op zoek naar alle mogelijke ontstekingsbronnen die een explosie zouden kunnen veroorzaken. Hierbij gaan we ervan uit dat er sprake is van een ATEX zonering. De ontstekingsbronnen, twintig in aantal, zijn grotendeels ontleend aan de EN 1127-1. Een uitgebreide beschrijving van de ontstekingsbronnen is te vinden in de NEN EN 1127-1, als ook in de NPR 7910-1 en –2. In de genoemde normen zijn tevens ook de mogelijke maatregelen beschreven.

Waar kun je ontstekingsbronnen aantreffen?

Per potentiële ontstekingsbron dient te worden nagegaan of deze kan voorkomen bij een apparaat. Sommige ontstekingsbronnen kunnen zich op meerdere plaatsen in een apparaat aandienen, denk bijvoorbeeld aan lagers. De meeste mechanische apparaten hebben diverse ontstekingsbronnen.

tabel met ontstekingsbronnen

De start van een ontstekingsanalyse is het beoordelen of één of meerdere ontstekingsbronnen aanwezig kunnen zijn. Door de tabel af te lopen en aan te geven of ontstekingsbronnen relevant zijn, wordt een eerste selectie gemaakt.

Soms is 100% uitsluiting niet te geven

Sommige ontstekingsbronnen zijn vaak helemaal niet aanwezig, zonder enige discussie, andere ontstekingsbronnen zijn vaak veel lastiger te beoordelen, zoals statische elektriciteit, mechanisch opgewekte vonken door stoten, etc. Soms is een 100% uitsluiting niet te geven. Dit maakt de ontstekingsanalyse lastig. Een oud gezegde: bij twijfel niet inhalen, kan dan het beste worden gehanteerd. Bij het inventariseren van de ontstekingsbronnen is het de kunst om in dit stadium nog zo weinig mogelijk aan de maatregelen te denken.

Kunnen ontstekingsbronnen mogelijk aanwezig zijn, dan nemen we deze bronnen over in de ontstekingsanalyse, die we behandelen in het derde en laatste deel van deze serie artikelen over Mechanische apparaten in ATEX zones.

Dit was het tweede deel in onze serie over Mechanische apparaten in ATEX zones

Deel 1: Inleiding, wetgeving en “de geest van ATEX”
Deel 2: Ontstekingsbronnen
Deel 3: Ontstekingsanalyse

Wilt u meer leren over het beoordelen van mechanische apparatuur?

Volg dan onze 3-daagse training “ATEX en mechanische apparatuur”

Mechanische apparaten in ATEX-zones: wel of geen ontstekingsbron?

Leestijd: 4 minutenIn de zogenaamde ATEX zones (gebieden waar explosierisico’s aanwezig zijn) dient elektrische apparatuur én mechanische apparatuur te worden beoordeeld op mogelijke ontstekingsbronnen.

In het eerste deel van drie artikelen  vertellen wij u meer over de ATEX wetgeving en de geest van ATEX.
Uit inspecties van de ISZW (vroegere Arbeidsinspectie) is gebleken dat veel bedrijven het lastig vinden om de risico’s van mechanische apparatuur te beoordelen. Bedrijven waar ATEX een rol speelt zullen vrijwel altijd met mechanische apparatuur te maken krijgen in de ATEX zones. Tijdens de inspecties in deze zones is het vaak lastig om oude mechanische apparatuur, zonder Ex-codes, zorgvuldig te toetsen. Eveneens is het niet gemakkelijk om mechanische apparatuur met Ex codes correct te interpreteren.

Atex wetgeving

Sinds 2003 zijn de zogenaamde ATEX 114 (vroeger ATEX 95) en ATEX 153 (vroeger ATEX 137) richtlijnen van toepassing. De ATEX richtlijnen stellen wettelijke voorschriften aan apparatuur welke in explosiegevaarlijke gebieden wordt toegepast. Vanuit het verleden zijn de explosieveiligheidsvoorschriften met name gericht op elektrische apparatuur. Dit roept meestal ook geen vragen op. Anders ligt het bij het toepassen van de ATEX voorschriften op mechanische apparatuur. Vaak is het onduidelijk hoe de ATEX voorschriften moeten worden toegepast bij oude en/of gewijzigde mechanische apparatuur.

Bij de risico’s van mechanische apparatuur in het kader van ATEX moeten we met name denken aan het veroorzaken van een explosie, doordat een mechanisch apparaat een ontstekingsbron is.

De ATEX 114 richtlijn (richtlijn nummer: 94/9/EG of 2014/34/EU) is een zogenaamde Europese productrichtlijn die leidt tot een CE-markering op een product dat bedoeld is voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen. Fabrikanten van dergelijke producten dienen rekening te houden met de ATEX 114 wanneer zij producten in de handel brengen. Producten voor eigen gebruik vallen ook onder de ATEX 114 richtlijn. Naast de ATEX 114 zijn er op dit moment nog 24 andere richtlijnen die leiden tot een CE-markering (dus totaal 25 CE-richtlijnen).

Sinds 30 juni 2003 dienen alle in de handel gebracht producten¹, die worden gebruikt in een explosieve omgeving, te voldoen aan de zogenaamde ATEX 114 richtlijn. De ATEX 114 is niet alleen van toepassing op elektrische apparatuur, maar ook op mechanische apparatuur.
Voor fabrikanten en ontwerpers van mechanische apparatuur betekent dit dat de mechanische apparatuur dus ook aan de ATEX 114 moet voldoen. Mechanische apparatuur welke voor 2003 is geleverd valt niet onder de ATEX 114 richtlijn en is derhalve niet voorzien van een Ex-markering volgens de ATEX 114 richtlijn, maar moet wel veilig kunnen functioneren.

Een goede ontstekingsanalyse is belangrijk voor het beoordelen van mechanische apparatuur in ATEX zones.

Apparatuur die reeds voor 30 juni 2003 in gebruik was, dient door de gebruiker zelf op de aanwezigheid van ontstekingsbronnen te worden gecontroleerd. Hiervoor maakt de gebruiker een ontstekingsanalyse. Dit is soms lastig uit te voeren, omdat de gebruiker niet alle specificatie van de apparatuur beschikbaar heeft.

Voorbeeld

mechanische ontstekingsbronnen bij een draaisluis

mechanische ontstekingsbronnen bij een draaisluis

CE-teken met epsilon x

 

 

 

Belangrijk voor de ontstekingsanalyse is het principe te kennen dat achter de ATEX categorieën schuil gaat. Het wordt hier de “geest van ATEX” genoemd. Zie kader.
Het principe van de categorieën is ZEER belangrijk om te begrijpen. Voor zowel nieuwe, als ook bestaande installaties kan hiermee de geschiktheid van een apparaat voor een bepaalde categorie en zone worden beoordeeld.
[box size=”large”]

“DE GEEST VAN ATEX”

categorie 1 zeer hoog beschermingsniveau

Zelfs tijdens een uitzonderlijke storing moet het apparaat het vereiste veiligheidsniveau kunnen waarborgen. Ofwel in termen van apparatuur, mag het apparaat tijdens uitzonderlijke storingen geen ontstekingsbron kunnen zijn.

categorie 2 hoog beschermingsniveau

Bij frequente storingen of bij gebreken waarbij gewoonlijk rekening moet worden gehouden moet het apparaat het vereiste veiligheidsniveau kunnen waarborgen. Ofwel in termen van apparatuur mag het apparaat tijdens te verwachte storingen geen ontstekingsbron kunnen zijn.

categorie 3 normaal beschermingsniveau

Bij normaal bedrijf wordt het vereiste veiligheidsniveau gewaarborgd. Ofwel in termen van apparatuur mag het apparaat tijdens normaal bedrijf [/box]

Pomp met ATEX certificering

Pomp met ATEX certificering groep 2, categorie 2, G = gas, c = constructief veilig, T4 is maximale temperatuur pomp (onder voorgeschreven condities).

De ontstekingsanalyse wordt bij voorkeur uitgevoerd volgens het voorbeeld van de norm NEN-EN 13463 voor niet elektrisch materiaal en volgens de methodiek van NEN-EN 15198² .
De NEN-EN 15198 beschrijft de methodiek van de ontstekingsanalyse specifiek voor niet-elektrisch materieel.

De normen NEN-EN 13463 en NEN-EN 15198 zijn zogenaamde geharmoniseerde normen onder de ATEX 114 richtlijn. Het voldoen aan deze normen geeft het zogenaamde vermoeden van overeenstemming met de ATEX 114. Let wel, de normen zijn niet wettelijk verplicht, maar we beschouwen ze als wetgeving.

In paragraaf 5.2.8 van NEN EN 13463-1 wordt een model aangereikt voor het rapport van de ontstekingsanalyse. Dit model moet als een basis worden gezien. De uitgebreide tabel die we in de praktijk gebruiken bevat aanvullende informatie, waarbij met name wordt gekeken naar de ontstekingsanalyse, nadat de maatregelen zijn genomen, want dit bepaalt uiteindelijk de bereikte categorie van een apparaat.

[1] Hierop is een uitzondering en dat zijn componenten, deze krijgen geen CE, maar wel het Ex symbool en een extra aanduiding “U”.

[2] Zie lijst met geharmoniseerde normen volgens de ATEX 114 richtlijn.

 

Dit was het eerste deel in onze serie over Mechanische apparaten in ATEX zones

Deel 1: Inleiding, wetgeving en “de geest van ATEX”
Deel 2: Ontstekingsbronnen
Deel 3: Ontstekingsanalyse

Wilt u meer leren over het beoordelen van mechanische apparatuur?

Volg dan onze training “ATEX en mechanische apparatuur”

 

Downloads

Wijziging Arbobesluit

Wijzingsbesluit van het Arbobesluit met o.a. artikel 3.5e inzake explosieveiligheid.

voorbeeld zonering zakkenstort

Uitwerking van een zoneringsverslag van een zakkenstort, incl. ontstekingsanalyse en componentenlijst

onderzoek naar explosie en brand bij CP Kelco

Explosie en brand bij CP Kelco

Op zaterdag 11 juli 2009 deed zich een explosie voor bij CP Kelco, een chemiebedrijf gevestigd te Nijmegen. Als gevolg van de explosie is een medewerker van het bedrijf om het leven gekomen en is brand ontstaan.

De explosie heeft plaatsgevonden in de omkasting van het vacuümbandfilter van één van de productielijnen. In de omkasting was een explosieve atmosfeer ontstaan doordat enerzijds daar al ethanoldamp aanwezig was en anderzijds doordat er ongewild lucht/zuurstof bij was gekomen. De ontstekingsbron kon niet meer worden vastgesteld tijdens het onderzoek.

ATEX componentenlijst / inspectielijst

Dit is een voorbeeld van een componentenlijst in het kader van Ex apparatuur in ATEX zones.

De componentenlijst is aangevuld met een inspectielijst.

LET OP! De gegevens zijn fictief.

Mapping of ISO standards on LNG

Overzicht van normen op het gebied van LNG.

Uitspraak rechtbank omtrent gebruik smartphones in ATEX zones

Bestuurlijke boete. De rechtbank is van oordeel dat het gebruik van smartphones zonder een CE-markering, gevolgd door een Ex-codering, ten onrechte door verweerder als overtreding van artikel 3.5e, aanhef en onder e, van het Arbobesluit is aangemerkt.