Berichten

Bepalen van ATEX-zonering met verschillende normen en praktijkrichtlijnen

Leestijd: 4 minuten

Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt:

‘Het is niet de bedoeling de zonering vast te stellen met verschillende normen en praktijkrichtlijnen.’

Bij het vaststellen van een ATEX-zone bij een tank waren zowel de NPR 7910-1 als de NEN EN IEC 60079-10-1 gebruikt. Los van de conclusie van de zonering stelt ISZW dat het niet de bedoeling is om de NPR en de NEN-norm naast elkaar toe te passen.

In de wetgeving vinden we nergens terug dat we bepaalde normen of praktijkrichtlijnen niet naast elkaar mogen toepassen. De opmerking is dan ook niet gepast.

Sterker nog, in de NPR 7910-1 wordt bijvoorbeeld in hoofdstuk 9.2 verwezen naar de NEN EN IEC 60079-10-1 voor het bepalen van het zogenaamd hypothetisch volume.

Wat geeft de wetgeving aan over het vaststellen van ATEX-zones?

Bij het vaststellen van een ATEX-zone brengen we wettelijk gezien de gebieden in kaart waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen. In het Arbobesluit vinden we hierover het volgende terug:

‘Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5d lid 5

Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat er explosieve atmosferen kunnen voorkomen, worden gebieden waar deze atmosferen kunnen heersen ingedeeld in gevarenzones* als bedoeld in bijlage I bij richtlijn nr. 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1999 (PbEG 2000, L 23) betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (vijftiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, eerste lid, van richtlijn nr. 89/391/EEG).”

Blijkbaar wordt er voor de indeling in gevarenzones verwezen naar de zogenaamde ATEX 153 richtlijn, 1999/92/EG. Hierin staat het volgende:

‘1999/92/EG: Artikel 7 Plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen
Lid 1. De werkgever deelt de plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen overeenkomstig bijlage I in in zones.


1999/92/EG: Bijlage 1

Indeling van gevaarlijke plaatsen
Gevaarlijke plaatsen worden op grond van de frequentie en duur van het optreden van een explosieve atmosfeer in zones onderverdeeld.
De omvang van de overeenkomstig bijlage II, deel A, te nemen maatregelen wordt op deze indeling gebaseerd.

Zone 0
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.

Zone 1
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf waarschijnlijk af en toe aanwezig kan zijn.

Zone 2
Een plaats waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en waar, wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is.

Zone 20
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een wolk brandbaar stof in lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.

Zone 21
Een plaats waar een explosieve atmosfeer, in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht, in normaal bedrijf af en toe aanwezig kan zijn.

Zone 22
Een plaats waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is.


Noten:
1. Lagen, afzettingen en hopen brandbaar stof worden op dezelfde wijze behandeld als alle andere mogelijke bronnen die een explosieve atmosfeer kunnen veroorzaken.
2. Onder normaal bedrijf wordt verstaan: een situatie waarin installaties binnen de ontwerpparameters worden gebruikt.’

Nergens lezen we in de wetgeving of we een bepaalde norm of praktijkrichtlijn moeten gebruiken. Uiteraard is het verstandig om aan de hand van normen of praktijkrichtlijnen de zonering te bepalen. Enerzijds omdat het gebruikelijk is om dat op deze manier te doen en anderzijds omdat het anders knap lastig is om zoneringen te bepalen. Immers wat wordt bedoeld met begrippen als: niet waarschijnlijk, korte duur, herhaaldelijk, etc. Normen en praktijkrichtlijnen geven, voor zover mogelijk, een nadere aanvulling aan deze begrippen.

Waar gaat het uiteindelijk om bij het vaststellen van de ATEX-zones?

Het is de bedoeling om zo realistisch mogelijke ATEX-zones vast te stellen. Op basis van de ATEX-zones worden er immers gepaste maatregelen genomen, waarbij geldt dat hoe lager het cijfergetal van de zone, des te meer maatregelen we moeten nemen om ontsteking te voorkomen.

Dus voor bijvoorbeeld een zone 0 nemen we meer maatregelen tegen ontsteking dan voor een zone 1 of 2. Idem voor zone 20 en 21 of 22.

Een flensverbinding is een secundaire gevarenbron. Hier dien je rekening mee te houden bij het bepalen van ATEX-zones
Een flensverbinding is een secundaire gevarenbron

Hoe stel je ATEX-zones in de praktijk vast?

We beginnen doorgaans eerst met de NPR 7910-1 (gas) of NPR 7910-2 (stof) de zoneringen te bepalen. Op het moment dat er onrealistische zones ontstaan of wanneer er twijfels zijn omtrent de zonering, gaan we de NEN EN IEC 60079-10-1 (gas) of NEN EN IEC 60079-10-2 (stof) gebruiken. Bij zeer grote lekdebieten zullen we de zones moeten gaan berekenen.

Ook zijn voor het bepalen van veel ATEX-zones branchedocumenten beschikbaar, waar op basis van praktijkervaring en branche-studies al zoneringen zijn vastgesteld.

* In de wetteksten wordt over gevarenzones gesproken. In de praktijk spreekt men meestal over ATEX-zones. In dit artikel hebben deze termen dezelfde betekenis.

ATEX gaszones en ventilatie: zoneafmetingen

Leestijd: 5 minutenLeestijd: 5 minuten In het zesde deel van de 7-delige serie ATEX en gaszones bespreken we de ATEX zoneafmetingen in relatie tot de ventilatieomstandigheden.

ATEX gaszones en ventilatie: kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw

Leestijd: 6 minutenLeestijd: 6 minuten In deel 3 van de serie ATEX gaszones en ventilatie bespreken we kunstmatige ruimtelijke ventilatie in een gebouw aan de hand van praktijkvoorbeelden.

15 juni: Andries Brakke spreekt op Prenne 42

Leestijd: 1 minuutHoe ver staan we met de Explosieveiligheidsdocumenten? Zijn alle Explosieveiligheidsdocumenten/ATEX-dossiers opgesteld en in orde met het K.B. van 4 december 2012? Wat moet de preventieadviseur hier inbrengen?

Tijdens Prenne 42 in Gent spreekt Andries Brakke over bovenstaande onderwerpen.

Datum: 15 juni 2017
Tijd: 11.05-11.55 (Module 3)
Kosten: € 25,- per sessie, € 249,- all-in
Plaats: Flandres Expo, Gent

Download de folder (PDF) van Prenne 42 voor meer informatie en inschrijven.

Toetsing van het Explosieveiligheidsdocument

Leestijd: 2 minutenIn de praktijk worden vaak de volgende vragen gesteld:

Wie mag een explosieveiligheidsdocument opstellen?

Is toetsing van het explosieveiligheidsdocument verplicht?

Het explosieveiligheidsdocument kan worden gezien als een onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf. Zie artikel 3.5c van het Arbobesluit:

De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico’s die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en evaluatiebedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.

Iedereen mag een RI&E en dus ook een explosieveiligheidsdocument opstellen. In de Arbowet worden geen deskundigheidseisen genoemd. De RI&E en ook het EVD moet echter wel worden getoetst, dit kan door een kerndeskundige, zoals een gecertificeerde hogere veiligheidskundige, arbeidshygiënist, arbeids- en organisatiedeskundige, bedrijfsarts of een gecertificeerde arbodienst. Indien een kerndeskundige zelf de RI&E heeft opgesteld, kan het toetsen achterwege blijven, hoewel dit laatste niet wenselijk is.

Toetsing  van het explosieveiligheidsdocument: waar kijk je naar?

Bij een toetsing van de RI&E in het algemeen of een EVD in het bijzonder wordt met name gekeken naar:

  • volledigheid: check het EVD middels een controlelijst of deze compleet is
  • betrouwbaarheid: komt het EVD overeen met de werkelijkheid
  • actualiteit: wordt de actuele situatie weergegeven en zijn de nieuwste voorschriften toegepast

Een explosieveiligheidsdocument kan worden beschouwd als een verdiepende RI&E en ook deze moet worden getoetst. Er bestaan echter verschillende soorten toetsingen. Voor bedrijven met ten hoogste 40 uur arbeid per week en ten hoogste 25 werknemers zijn er uitzonderingen.

De toetsing van het explosieveiligheidsdocument dient te geschieden door een hierboven genoemde kerndeskundige die op het gebied van explosieveiligheid voldoende kennis heeft. In de Leidraad RIE-Toets  (zie download) staat dit nader omschreven. De aantoonbaarheid van voldoende kennis op het gebied van explosieveiligheid kan bijvoorbeeld doordat de kerndeskundige in het bezit is van IECEx persoonscertificaten.

Zelfstandig gecertificeerde deskundigen staan geregistreerd in het register van Hobéon SKO (Hoger Veiligheidskundige, Arbeidshygiënist en Arbeids- & Organisatiedeskundige),

Aanbod ATEX cursussen 2017

Leestijd: 2 minutenOok in het voorjaar van 2017 geeft IAB Ingenieurs weer verschillende ATEX cursussen. Wil je meer leren over ATEX zones, ontstekingsanalyse of het explosieveiligheidsdocument? Meld je dan aan voor een ATEX cursus van IAB Ingenieurs. De meeste cursussen duren drie of vier dagen. Je kunt ook alle cursussen modulair volgen als ATEX Masterclass.

Hier onder volgt een overzicht van de data van de ATEX cursussen en trainingen die gepland staan voor 2016/2017/2018. Dit overzicht is onder voorbehoud. Definitieve cursusdata staan bij de cursussen zelf vermeld.

Cursuslocatie ATEX trainingen

IAB Ingenieurs verzorgt ATEX opleidingen op eigen trainingslocaties in Appingedam (Nederland) en Herentals (België).

 

Overzicht data ATEX cursussen

ATEX 153 Explosieveiligheidsdocument training

Do 6, Vr 7, Do 20, Vr 21 april 2017 Herentals
Ma 11, Di 12, Ma 25, Di 26 september 2017 Appingedam
Do 9, Vr 10, Do 23, Vr 24 november 2017 Herentals
Do 5, Vr 6, Do 19, Vr 20 april 2018 Herentals
Ma 10, Di 11, Ma 24, Di 25 september 2018 Appingedam
Do 22, Vr 23, Do 29, Vr 30 november 2018 Herentals
Do 11, Vr 12, Do 25 en Vr 26 april 2019 Herentals
Ma 9, Di 10, Ma 23 en Di 24 september 2019 Appingedam

 

ATEX Mechanische apparatuur en ontstekingsanalyse

Do 11, Vr 12 en Vr 19 mei 2017 Herentals
Do 7, Vr 8 en Vr 15 december 2017 Appingedam
Do 17, Vr 18 en Vr 25 mei 2018 Herentals
Do 6, Vr 7 en Vr 14 december 2018 Appingedam

 

ATEX elektrische installaties IEC 60079-14 / AREI

Do 8, Vr 9 en Vr 16 juni 2017 Herentals
Do 5, Vr 6 en Vr 13 oktober 2017 Appingedam
Do 7, Vr 8 en Vr 15 juni 2018 Herentals
Do 4, Vr 5 en Vr 12 oktober 2018 Appingedam

 

ATEX Inspecteur / IEC 60079-17

Do 14, Vr 15 en Vr 29 september 2017 Herentals
Do 16, Vr 17 en Do 30 november 2017 Appingedam
Do 13, Vr 14 en Vr 28 september 2018 Herentals
Ma 12, Di 13, Ma 26 november 2018 Appingedam

 

Masterproef

Ma 16-1-2017 Appingedam
Vr 3-11-2017 Herentals
Ma 15-1-2018 Appingedam
Vr 9-11-2018 Herentals
Ma 14-1-2019 Appingedam
Vr 8-11-2019 Herentals
Ma 13-1-2020 Appingedam